dashboard Hyundai Azera 2009 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: HYUNDAI, Model Year: 2009, Model line: Azera, Model: Hyundai Azera 2009Pages: 288, PDF Size: 11.36 MB
Page 221 of 288

5
ONDERHOUDSVOORSCHRIFTEN
3REGELMATIG ONDERHOUD
ZF020F1-AX
Enkele tips
Bewaar kopieën van de werkorders voor de onderhoudswerkzaamheden in het dashboardkastje. Aan de hand hiervan bent u in staat te bewijzen dathet voorgeschreven onderhoud op tijd is verricht. Dit is vooral van belang in geval van garantie. ZF030A2-FX Laat de onderhoudswerkzaamheden op
de voorgeschreven termijnen uitvoeren.
In verband met eventuele garantie-
aanspraken is het aan te bevelen de nota's van het uitgevoerde onderhoud aan de diverse componenten tebewaren.
Raadpleeg bladzijde 5-7 voor de
onderhoudsvoorschriften die geldenvoor zware bedrijfsomstandigheden.
Page 245 of 288

6EENVOUDIG ONDERHOUD
20
SG140D1-FX
Smering
Voor de smering van de compressor en de afdichtingen in het systeem moet de airconditioning elke week tenminste 10 minuten draaien. Dit isvooral van belang bij koude weersomstandigheden als het airconditioningsysteem niet wordtgebruikt.VERVANGEN VAN HET INTERIEURLUCHTFILTER
B145A02TG-GXT
(Voor verdamper en aanjagerunit)
Het interieurluchtfilter bevindt zich aan de bovenzijde van de aanjager. Het vermindert de hoeveelheid luchtverontreiniging die het interieur binnenkomt.
1. Open het dashboardkastje.
2. Trek aan de cilinder van het dashboardkastje om de borging los te maken.
HTG2167
SG140C1-FX Controle van de werking van de Airconditioning
1. Start de motor en laat deze enkele
minuten versneld stationair draaien met de airconditioning ingesteld op max. koude situatie.
2. Als de uit de dashboardopeningen stromende lucht niet koud is, moetde installatie door de HYUNDAIdealer gecontroleerd worden.
LET OP:
Als het airconditioning systeem gedurende langere tijd werkt met een te laag koelmiddelniveau, zalbeschadiging van de compressor plaatsvinden.
!
Page 246 of 288

6
EENVOUDIG ONDERHOUD
21
3. Laat het dashboardkastje volledig zakken door de beide zijden van het dashboardkastje naar binnen te drukken.
HTG2168
!
HNF2164HNF2165
5. Verwijder het interieurluchtfilter door het naar boven te trekken.
6. Het aanbrengen vindt in omgekeerde
volgorde plaats.
LET OP:
Monteer het interieurluchtfilter op
de juiste wijze, zodat verontreinigende stoffen het interieurniet kunnen bereiken.
4. Druk de haken aan beide zijden
naar elkaar en trek hetinterieurluchtfilter naar buiten.
! LET OP:
Zorg ervoor dat de haken niet in de
tegengestelde richting worden gedrukt.
Page 262 of 288

6
EENVOUDIG ONDERHOUD
37
G270K01TG-GXT VERLICHTING DASHBOARDKASTJE
1. Open het dashboardkastje.
2. Druk met een platte
schroevendraaier de afdekking van de verlichting in het dashboardkastje los. G270K01TG
G270L01TG
G270L02TG
G270L01L-GXT
LEESLAMP
1. Druk met een platte
schroevendraaier de kunststof afdekking los.
2. Vervang de lamp door een nieuwe.
G270G02TG
G270G01L-GXT
INTERIEURVERLICHTING
1. Druk met een platte
schroevendraaier de kunststof afdekking los.
2. Vervang de lamp door een nieuwe. G270G01TG
Page 276 of 288

8
INFORMATIE VOOR DE EIGENAAR
3
Deze bandenspanningen zijn gekozen voor de meest optimale combinatietussen rijcomfort, bandenslijtage en koersstabiliteit onder normale omstandigheden. De bandenspanningmoet tenminste éénmaal per maand worden gecontroleerd. Het aanhouden van de voorgeschrevenbandenspanning is om de volgende redenen van belang:
o Een te lage spanning heeft een ongelijkmatige bandenslijtage en een vermindering van het rijgedrag tot gevolg.
o Een te hoge spanning verhoogt de kans op beschadigingen onder invloed van schokken en heeft eenongelijkmatige bandenslijtage tot gevolg. LET OP:
Let op het volgende:
o Controleer de bandenspanning als de banden koud zijn. Dit betekent dat tenminste gedurende drie uur niet met dewagen is gereden en niet verder is gereden dan circa 1,6 km vanaf het begin van de rit.
o Controleer ook de spanning van
het reservewiel.
!
I030A02TG
I040A02S-GXT WINTERBANDEN Als de auto wordt voorzien van winterbanden, dan moeten deze dezelfde maat hebben en moeten op dezelfde manier belast kunnen worden.Winterbanden moeten om alle vier de wielen worden gemonteerd; als dit niet het geval is, dan kan dit de rij-eigenschappen van de auto negatief beïnvloeden. De bandenspanning van winterbanden moet 28 kPa (4 psi) hoger zijn dan de aanbevolen spanning voorstandaardbanden op de sticker in het dashboardkastje of de op de wang van de band aangegeven maximum span-ning. Gebruik van deze twee waarden de laagste spanning. Rijd niet sneller dan 120 km/h als de auto is voorzien van winterbanden.
Page 285 of 288

10INHOUD
2
A Aanbevolen bandenspanning ........................................ 8-2
Aansteker ................................................................... 1-84
Airbagsysteem ............................................................ 1-42
Asbak ......................................................................... 1-85
Accu controleren ......................................................... 6-25
Airconditioning .......................................................... 1-119
Achteruitkijkspiegel ..................................................... 1-97
Algemene controles ...................................................... 6-4
Als de motor niet aanslaat ........................................... 3-2
Als de motor te heet wordt ........................................... 3-4Airbagsysteem ............................................................ 1-42
Als uw auto moet worden gesleept ............................ 3-10
Antenne .................................................................... 1-128
Anti-blokkeersysteem (ABS) ....................................... 2-12
Audiosysteem ........................................................... 1-129
Automatische snel heidsregeling................................ 1-109
Automatische transmissie ............................................ 2-7
Automatische verwarmings en koelings systeem ..... 1-116
BBagagenet ................................................................ 1-101
Banden ......................................................................... 8-2
Banden vervangen ........................................................ 8-5
Bediening verwarming en koeling .............................1-114
Bekerhouder ................................................................ 1-86Benzinemeter
.............................................................. 1-67
Beveiligingsvergrendeling rugleuning achterbank ........1-28
Beschrijving zekeringhouder .......................................6-40
Bij verlies van sleutels ............................................... 3-13
Boordcomputer ............................................................ 1-69
Brandstofvoorschriften .................................................. 1-2
Brillenvak .................................................................... 1-92
Buitenspiegel .............................................................. 1-94
Buitenspiegel verwatming ........................................... 1-95
C
Centrale deurvergrendeling .............. ............................1-10
Claxon ...................................................................... 1-107
Corrosie voorkomen ...................................................... 4-2
DDashboardkastje ......................................................... 1-93
Diefstalbeveil igingsinstallatie .....................................1-12
E Economisch rijden ...................................................... 2-18
Elektrisch aa nsluitpunt ............................................... 1-84
Elektrisch bediende ruiten .......................................... 1-16
Elektrisch verstelbare stoelen voor ............................1-21
Elektronische stabiliteitsregeling ( ESP) ......................2-13