dashboard Hyundai Azera 2011 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: HYUNDAI, Model Year: 2011, Model line: Azera, Model: Hyundai Azera 2011Pages: 304, PDF Size: 33.4 MB
Page 261 of 304

6EENVOUDIG ONDERHOUD
20
SG140D1-FX
Smering
Voor de smering van de compressor
en de afdichtingen in het systeem moet de airconditioning elke week tenminste 10 minuten draaien. Dit isvooral van belang bij koude weersomstandigheden als het airconditioningsysteem niet wordtgebruikt.
SG140C1-FX
Controle van de werking van de Airconditioning
1. Start de motor en laat deze enkele
minuten versneld stationair draaien met de airconditioning ingesteld op max. koude situatie.
2. Als de uit de dashboardopeningen stromende lucht niet koud is, moetde installatie door de HYUNDAIdealer gecontroleerd worden.
LET OP:
Als het airconditioning systeem
gedurende langere tijd werkt meteen te laag koelmiddelniveau, zalbeschadiging van de compressor plaatsvinden.
!
ONDERHOUD AIRCONDITIONING
SG140A1-FX
Condensor schoonhouden
De condensor van de airconditioning en de radiateur moeten regelmatig worden gecontroleerd op vuil, dode insecten, bladeren enz. Dit kan dekoelcapaciteit nadelig beïnvloeden. Verwijder aangekoekt vuil enz. Ga bij het verwijderen van vuil voorzichtig tewerk om schade aan de ventilator te voorkomen.
Page 262 of 304

6
EENVOUDIG ONDERHOUD
21VERVANGEN VAN HET INTERIEURLUCHTFILTER
B145A02TG-GXT
(Voor verdamper en aanjagerunit)
Het interieurluchtfilter bevindt zich aan de bovenzijde van de aanjager. Het vermindert de hoeveelheid luchtverontreiniging die het interieur binnenkomt.
1. Open het dashboardkastje.
2. Trek aan de cilinder van het dashboardkastje om de borging los te maken.
HTG2167 3. Laat het dashboardkastje volledig
zakken door de beide zijden van het dashboardkastje naar binnen te drukken.
HTG2168HNF2164
4. Druk de haken aan beide zijden naar elkaar en trek het interieurluchtfilter naar buiten.
! LET OP:
Zorg ervoor dat de haken niet in de tegengestelde richting wordengedrukt.
Page 279 of 304

6EENVOUDIG ONDERHOUD
38
3. Vervang de lamp door een nieuwe.
G270K02TG
G270K01TG-GXT
VERLICHTING DASHBOARDKASTJE
1. Open het dashboardkastje.
2. Druk met een platte schroevendraaier de afdekking van de verlichting in het dashboardkastje los. G270K01TG
Page 292 of 304

8INFORMATIE VOOR DE EIGENAAR
2
OTG078007
MOTORNUMMERBANDENVOERTUIGIDENTIFICATIE- NUMMER (VIN)
I010B01A-GXT
SI010A1-FX Het voertuigidentificatienummer (VIN) is het nummer waarmee officieel aangegeven wordt hoe de autogeregistreerd is. Het is op verschillende punten op uw auto aangebracht:
1. Het nummer is ingeslagen op het
schutbord in de motorruimte.
2. Het VIN staat ook op een plaatje dat is bevestigd aan de bovenzijde van het dashboard. Het nummer op dit plaatje kunt u van buitenaf goed zien door de voorruit.
3. Op het voertuigcertificatielabel op de middenstijl aan bestuurderszijde(of voorpassagierszijde) staat hetvoertuig-identificatienummer (VIN). Het motornummer is in het motorblok
geslagen; zie de afbeelding. SI010C1-FX De banden waarmee uw Hyundai is
uitgerust zorgen voor optimale rij- eigenschappen onder normaleomstandigheden.
I030A01NF-AXT
AANBEVOLEN BANDENSPANNING
Op het plaatje op de middenstijl aan
bestuurderszijde zijn de aanbevolen bandenspanningen vermeld.
OTG089002
Benzinemotor
Dieselmotor
OTG080001L
OTG080002L
Page 293 of 304

8
INFORMATIE VOOR DE EIGENAAR
3
Deze bandenspanningen zijn gekozen voor de meest optimale combinatietussen rijcomfort, bandenslijtage en koersstabiliteit onder normale omstandigheden. De bandenspanningmoet tenminste éénmaal per maand worden gecontroleerd. Het aanhouden van de voorgeschrevenbandenspanning is om de volgende redenen van belang:
o Een te lage spanning heeft een ongelijkmatige bandenslijtage en een vermindering van het rijgedrag tot gevolg.
o Een te hoge spanning verhoogt de kans op beschadigingen onder invloed van schokken en heeft eenongelijkmatige bandenslijtage tot gevolg. LET OP:
Let op het volgende:
o Controleer de bandenspanning als de banden koud zijn. Dit betekent dat tenminste gedurende drie uur niet met dewagen is gereden en niet verder is gereden dan circa 1,6 km vanaf het begin van de rit.
o Controleer ook de spanning van
het reservewiel.
!
I030A02TG
I040A02S-GXT WINTERBANDEN Als de auto wordt voorzien van winterbanden, dan moeten deze dezelfde maat hebben en moeten op dezelfde manier belast kunnen worden.Winterbanden moeten om alle vier de wielen worden gemonteerd; als dit niet het geval is, dan kan dit de rij-eigenschappen van de auto negatief beïnvloeden. De bandenspanning van winterbanden moet 28 kPa (4 psi) hoger zijn dan de aanbevolen spanning voorstandaardbanden op de sticker in het dashboardkastje of de op de wang van de band aangegeven maximum span-ning. Gebruik van deze twee waarden de laagste spanning. Rijd niet sneller dan 120 km/h als de auto is voorzien van winterbanden.
Page 301 of 304

10INHOUD
2
A Aanbevolen bandenspanning ........................................ 8-2
Aansteker ................................................................... 1-89
Airbagsysteem ............................................................ 1-46
Asbak ......................................................................... 1-91
Accu controleren ......................................................... 6-25
Airconditioning .......................................................... 1 -128
Achteruitkijkspiegel ................................................... 1 -103
Algemene controles ...................................................... 6-4
Als de motor niet aanslaat ........................................... 3-2
Als de motor te heet wordt ........................................... 3-4
Als uw auto moet worden gesleept ............................ 3-10
Antenne .................................................................... 1 -138
Anti-blokkeersysteem (ABS) ....... ................................2-12
Audiosysteem ........................................................... 1 -138
Automatische snel heidsregeling ................................ 1 -118
Automatische transmissie ............................................ 2-7
Automatische verwarmings en koelings systeem ..... 1 -125
B Bagagenet ................................................................ 1 -107
Banden ......................................................................... 8-2
Banden vervangen ........................................................ 8-5
Bediening verwarming en koeling ............................. 1-123
Bekerhouder ................................................................ 1-91Benzinemeter
.............................................................. 1-71
Beschrijving zekeringhouder .......................................6-40
Bij verlies van sleutels ............................................... 3-13
Boordcomputer ............................................................ 1-74
Brandstofvoorschriften .................................................. 1-2
Brillenvak .................................................................... 1-98
Buitenspiegel ............................................................ 1-100
Buitenspiegel verwatming ... ......................................1-101
C Centrale deurvergrendeling .......................................... 1-11
Claxon ...................................................................... 1-115
Corrosie voorkomen ...................................................... 4-2
DDashboardkastje ......................................................... 1-99
Diefstalbeveil igingsinstallatie .....................................1-12
EEconomisch rijden ...................................................... 2-18
Elektrisch aanslui tpunt ............................................... 1-90
Elektrisch bediende ruiten .......................................... 1-17
Elektrisch verstelbare stoelen voor ............................1-22
Elektronische stabiliteitsregeling (ESP) ......................2-13