lock Hyundai Genesis Coupe 2011 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: HYUNDAI, Model Year: 2011, Model line: Genesis Coupe, Model: Hyundai Genesis Coupe 2011Pages: 377, PDF Size: 35.65 MB
Page 219 of 377

55
Rijden met uw auto
E030100AEN
Verlicht contactslot
Ter verhoging van het comfort gaat, als het contact niet in stand ON staat, de
contactslotverlichting branden als één
van de voorportieren wordt geopend.
De verlichting zal onmiddellijk uitgaan
wanneer het contact in stand ON gezet
wordt. De verlichting zal ook ongeveer 30
seconden nadat het portier gesloten isuitgaan.Standen contactslot
E030201AUN
LOCK
Het stuurslot beschermt tegen diefstal. De contactsleutel kan alleen uit het
contact worden verwijderd als hetcontact in stand LOCK staat. Om de contactsleutel in stand LOCK te
zetten, moet deze in stand ACC worden
ingedrukt en vervolgens naar de stand
LOCK worden gedraaid.E030202ABH
ACC (Accessoires)
Het stuurwiel is van het stuurslot en de
elektrische accessoires werken.
✽✽
AANWIJZING
Draai het stuurwiel iets naar links en
naar rechts om het contact
gemakkelijker in stand ACC te kunnenzetten als het verdraaien van decontactsleutel moeilijk gaat.
E030203ABH
ON
Voordat de motor wordt gestart, gaan de
waarschuwingslampjes ter controle
branden. Het contactslot keert na het
starten terug in deze stand.
Laat, om te voorkomen dat de accu ontladen raakt, het contact niet in standON staan als de motor niet draait.
E030204ABK
START
Draai de contactsleutel in stand START
om de motor te starten. De startmotor
draait totdat u de sleutel loslaat. De
sleutel keert vervolgens terug in stand
ON. In deze stand gaat het
waarschuwingslampje van het
remsysteem ter controle branden.
STANDEN CONTACTSLOT
OBK059001NOUN036002
Page 220 of 377

Rijden met uw auto
6
5
Starten van de motor
E040000AUN
WAARSCHUWING
Draag altijd geschikte schoenen
tijdens het rijden. Ongeschikte
schoenen (hoge hakken,
skischoenen, enz.) kunnen het
bedienen van het rempedaal, het
gaspedaal en het koppelingspedaal
(indien van toepassing)bemoeilijken.
(Vervolg)
Steek nooit tijdens het rijden uw hand door het stuurwiel om de contactsleutel of andere
bedieningsorganen te bedienen.
Hierdoor kunt u de controle over
de auto verliezen, wat kan leiden
tot een ongeval en ernstig letsel.
Plaats geen losse voorwerpen rondom de bestuurdersstoel.
Deze kunnen tijdens het rijden
gaan bewegen en de bestuurder
hinderen, wat kan leiden tot een
ongeval.WAARSCHUWING -
Contactsleutel
Zet het contact nooit in stand LOCK of ACC terwijl de auto rijdt.
Hierdoor kunt u de controle over
de auto verliezen en neemt de
remkracht af, wat tot een ongevalkan leiden.
Het stuurslot dient niet ter vervanging van de parkeerrem.
Controleer voordat u de auto
verlaat altijd of de eerste
versnelling is ingeschakeld bijeen auto met een
handgeschakelde transmissie of
stand P (Park) is ingeschakeld bij
een auto met een automatische
transmissie, trek de parkeerrem
volledig aan en zet de motor uit.
Als deze voorzorgsmaatregelen
niet worden opgevolgd, kan de
auto onverwacht en plotseling in
beweging komen.
(Vervolg)
Page 269 of 377

Wat te doen in een noodgeval
4
6
ALS DE MOTOR NIET GESTART KAN WORDEN
F030100ABK Als de motor niet of langzaam
ronddraait
1. Controleer als uw auto is uitgerust met een automatische transmissie of de selectiehendel in stand N of P staat en
of de parkeerrem geactiveerd is.
2. Controleer of de accuklemmen schoon zijn en goed vastzitten.
3. Schakel de interieurverlichting in. Als de interieurverlichting zwakker gaat
branden of uitgaat als u de startmotor
bedient, is de accu te ver ontladen.
4. Controleer of de aansluitingen van de startmotor goed vastzitten.
5. Probeer de auto niet aan te slepen of aan te duwen. Zie de aanwijzingen bij
“Starten met hulpaccu”. F030200ABH
Als de motor wel ronddraait maar niet aanslaat
1. Controleer het brandstofniveau.
2. Zet het contact in stand LOCK en
controleer alle stekkerverbindingen
van de ontsteking, de bobine en de
bougies. Sluit een eventuele losse
stekker weer aan.
3. Neem contact op met een officiële HYUNDAI-dealer of een hulpdienst als
de motor nog steeds niet gestart kan
worden.
WAARSCHUWING
Probeer de auto niet aan te slepen
of aan te duwen. Hierdoor kan een
aanrijding of andere schadeontstaan.
Page 335 of 377

Onderhoud
50
7
G210100ABK
Vervangen zekering zijpaneel
1. Zet het contact in stand LOCK en alle
andere schakelaars uit.
2. Open het deksel van de zekeringkast. 3. Verwijder de verdachte zekering.
Gebruik de zekeringtrekker die zich in
de hoofdzekeringkast in de
motorruimte bevindt.
4. Controleer de verwijderde zekering; vervangen indien deze is doorgebrand.
5. Plaats een nieuwe zekering met dezelfde stroomsterkte en controleer
of de zekering goed vastzit.
Neem contact op met een officiële
HYUNDAI-dealer als de zekering niet
goed vastzit.Als u geen reservezekering hebt, kunt u de zekering van een ander circuitgebruiken dat niet nodig is om te kunnen
rijden, bijvoorbeeld van de aansteker, mits de zekering dezelfde stroomsterkteheeft.
Controleer de zekeringkast in de
motorruimte wanneer de koplampen of
andere elektrische componenten niet
werken. Vervang een doorgebrande
zekering.
OBK079019
Page 339 of 377

Onderhoud
54
7
Dashboard (zekeringkast bestuurderszijde)
Omschrijving Stroomsterkte
Beveiligd onderdeel
zekering
ABS 7.5A ESP-schakelaar & schakelaar mistachterlicht, regelmodule ESP, regelmodule ABS,
multifunctionele servicestekker
CLUSTER/ESCL 7.5A Regelmodule Smart Key, PDM, toets sportstand, BCM, instrumentenpaneel (controlelampje),
multifunctionele schakelaar (Afstandsbediening)
ESCL 10A PDM, regelmodule Smart Key
ESCL SW 10A Sleutelhangerhouder, Start/Stoptoets
START 10A PDM, verbindingsblok E/R (startrelais), contact, contactslot, ICM-relaiskast (relais claxon alarmsysteem)
P/OUTLET(FR) 15A 12V-aansluiting voor
P/OUTLET 15A 12V-aansluiting achterste deel middenconsole
AUDIO/ESCL 7.5A Audiosysteem, multifunctionele monitor, schakelaar elektrisch verstelbare en inklapbare buitenspiegels, BCM,
PDM, regelmodule Smart Key
A/BAG 15A Airbagmodule
T/SIG 10A Schakelaar alarmknipperlichten
B/UP LP 10A Schakelaar achteruitrijlicht (MT), verbindingsblok E/R links (relais achteruitrijlicht)
HAZARD 10A Schakelaar alarmknipperlichten, ICM-relaiskast (relais alarmknipperlichten)
STOP LP 15A Remlichtschakelaar
AUTO SHIFT LOCK 7.5A Verbindingsblok E/R links (multifunctionele servicestekker), diagnosestekker, toets sportstand, sleutelsolen oid
FOG LP(RR) 10A ICM-relaiskast (relais mistachterlicht)
P/SEAT(LH) 30A Schakelaar elektrisch verstelbare bestuurdersstoel
DR LOCK 10A Relais VERGRENDELEN/ONTGRENDELEN PORTIER
A/BAG IND 7.5A Instrumentenpaneel (controlelampje airbag)
ECU 10A Motor-ECU, TCM, remlichtschakelaar, startrelais (AT (G4KF)), koppelingsschakelaar cruise control
A/CON 7.5A BCM, module klimaatregeling, sensor temperatuur in auto, aanjagerrelais
Page 341 of 377

Onderhoud
56
7
Hoofdzekeringkast motorruimte
Omschrijving Stroomsterkte
Beveiligd onderdeel
zekering
BATT 2 50A Zekering (STOP 15A, AUTO SHIFT LOCK 7,5A, P/CON (AUDIO 15A, MEMORY 10A), DR LOCK 10A,
P/SEAT (LH) 30A, Fog LP(RR) 10A)
BATT 1 30A Zekering (T/LID OPEN 15A, AMP 20A, HAZARD 10A, ESCL 25A, P/WDW (RH) 25A, P/WDW (LH) 25A, ESCL 10A, ESCL SW 10A)
ALT 150A Dynamo
ABS-1 40A Regelmodule ESP, regelmodule ABS, multifunctionele servicestekker
ABS-2 40A Regelmodule ESP, regelmodule ABS
BLOWER 40A Aanjagerrelais
HTD GLASS (RR) 40A Relais achterruitverwarming, zekering (MIRROR HTD 7,5A)
COOLING FAN 50A Relais koelventilator (hoog), relais koelventilator (laag)
IGN 1 30A Relais ESCL (IGN1), relais ESCL (ACC), contact
IGN 2 40A Relais ESCL (IGN2), startrelais, contact
B/UP LP 10A Relais achteruitrijlicht
HORN 15A Claxonrelais
H/LP (LO) 20A Koplamprelais (dimlicht), zekering (H/LP LO RH 15A, H/LP LO LH 15A)
H/LP (HI) 20A Koplamprelais (grootlicht), instrumentenpaneel, koplamp links/rechts
VACUUM PUMP 15A Relais vacuümpomp
A/CON COMP 10A Aircorelais
FOG LP (FR) 10A Relais mistlampen voor
TAIL 15A Achterlichtrelais, zekering (TAIL (LH) 7,5A, TAIL (RH) 10A)
HTD GLASS (FR) 15A Relais voorruitverwarming
DRL, B/HORN 15A ICM-relaiskast (relais claxon alarmsysteem)
S/ROOF 20A Regelmodule schuif-/kanteldak
H/LP LO RH 15A Koplamp rechts, servo koplampverstelling rechts, schakelaar koplampverstelling
H/LP LO LH 15A Koplamp links, servo koplampverstelling links
Page 343 of 377

Onderhoud
58
7
GLOEILAMPEN
G220000AEN
Gebruik alleen lampen met de voorgeschreven wattage.
✽✽ AANWIJZING
Na zware regenval of het wassen van de
auto kan het lijken alsof er vocht in dekoplampen en achterlichten zit. Dit
wordt veroorzaakt door hettemperatuurverschil tussen debinnenzijde en de buitenzijde van het
lampglas. Dit is vergelijkbaar met hetbeslaan van de ruiten bij het rijden
onder regenachtige omstandigheden en
duidt niet op een probleem met uw auto.
Laat in het geval er vocht in het circuitvan de verlichting is gekomen de auto
controleren door een officiële
HYUNDAI-dealer.
WAARSCHUWING -
Vervangen van gloeilampen
Zet, voordat u lampen gaat
vervangen, de parkeerrem stevig
vast en controleer of het contact in
stand LOCK staat om te voorkomen
dat de auto plotseling in beweging
komt, dat u zich brandt of dat u een
schok krijgt.
OPMERKING
Zorg ervoor dat de doorgebrande lamp vervangen wordt door een metdezelfde wattage. Anders kan het elektrische circuit ernstig
beschadigd raken en kan er brandontstaan.
OPMERKING
Raadpleeg een officiële HYUNDAI-dealer wanneer u niet over het
juiste gereedschap, de juistelampen en/of ervaring beschikt. Inveel gevallen kan het zelf vervangen van lampen problemen
opleveren vanwege het feit dat ombij de lamp te kunnen komen, eerstandere onderdelen verwijderd
dienen te worden. Dat is in hetbijzonder het geval als u dekoplampunit moet verwijderen ombij de gloeilamp(en) te kunnen
komen. Het verwijderen en plaatsenvan de koplampunit kan leiden totbeschadigingen aan de auto.
Page 360 of 377

775
Onderhoud
Laat de motor in een afgesloten ruimte(bijvoorbeeld een garage) niet langer
draaien dan nodig is om de auto naar
binnen of naar buiten te rijden.
Stel het ventilatiesysteem zo af dat er verse buitenlucht naar het interieur
gevoerd wordt als de auto in een open
ruimte stilstaat terwijl de motor wat
langer moet blijven draaien.
Blijf nooit met draaiende motor gedurende langere tijd in eenstilstaande auto zitten.
Als de motor afslaat of niet wil aanslaan en er teveel startpogingen
ondernomen worden, kan hetemissieregelsysteem beschadigd
raken. G270303AEN
Voorzorgsmaatregelen katalysator
(indien van toepassing)
Uw auto is uitgerust met een katalysator
ten behoeve van de emissieregeling.
Daarom moeten de volgende
voorzorgsmaatregelen in acht wordengenomen:
Gebruik bij een benzinemotor uitsluitend LOODVRIJE BENZINE.
Gebruik de auto niet als de motor duidelijk storingen vertoont, zoals
overslaan of vermogensverlies.
Doe geen dingen die slecht zijn voor de motor. Voorbeelden hiervan zijn: de
auto in de versnelling laten uitrollenterwijl het contact in stand LOCK staat
en een helling af rijden met het contactin stand LOCK.
Laat de motor niet langdurig (5 minuten of langer) met een hoog
stationair toerental draaien.
Voer zelf geen aanpassingen of wijzigingen uit aan de motor of het
emissieregelsysteem. Alle controles en
afstellingen moeten door een erkende
HYUNDAI-dealer uitgevoerd worden.
WAARSCHUWING - Brand
Een heet uitlaatsysteem kan brandbare materialen in brand
doen vliegen.
Vermijd contact tussen de auto en brandbare materialen zoals
gras, planten, papier, bladeren,
enz. door niet in de nabijheid
daarvan te parkeren of te rijden,of de motor stationair te latendraaien.
Het uitlaatsysteem en de katalysator zijn zeer heetwanneer de motor draait en direct
nadat de motor is uitgezet. Blijf
op veilige afstand van het
uitlaatsysteem en de katalysator,
anders kunt u brandwondenoplopen.
Verwijder het hitteschild van het
uitlaatsysteem niet, maak de
onderkant van de auto niet dicht
en breng geen coating aan om
corrosie tegen te gaan. Onderbepaalde omstandigheden kan er
brandgevaar ontstaan.