dashboard Hyundai H-1 (Grand Starex) 2010 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: HYUNDAI, Model Year: 2010, Model line: H-1 (Grand Starex), Model: Hyundai H-1 (Grand Starex) 2010Pages: 324, PDF Size: 46.85 MB
Page 97 of 324

433
Kenmerken van uw auto
D150100AEN-EE
Dashboardverlichting
(indien van toepassing)
Met behulp van de draaiknop kan de
verlichtingssterkte voor het dashboard
geregeld worden wanneer de
parkeerlichten of de dimlichten branden.
Meters
D150201AUN
Snelheidsmeter
De snelheidsmeter geeft de snelheid aan
als de auto vooruit rijdt. De snelheidsmeter is gekalibreerd in
kilometers per uur en/of mijl per uur.D150202AUN
Toerenteller (indien van toepassing)
De toerenteller geeft het aantal
omwentelingen per minuut (omw/min) bij
benadering weer.
Gebruik de toerenteller om de juiste
schakelmomenten te kiezen en voorkom
dat de motor zwaar moet trekken of met
te hoge motortoerentallen draait.
De naald van de toerenteller kan licht
bewegen wanneer het contact in stand
ACC of ON staat en de motor uit is. Deze
beweging is normaal en beïnvloedt de
nauwkeurigheid van de toerenteller niet
als de motor eenmaal draait.
D150203AUN
Temperatuurmeter
Wanneer het contact in stand ON staat,
geeft deze meter de
koelvloeistoftemperatuur weer.
Blijf niet rijden met een oververhitte
motor. Raadpleeg OVERVERHITTING in
hoofdstuk 6 wanneer de motor oververhit
raakt.
OTQ047046
OPMERKING
Zorg ervoor dat het motortoerental
niet toeneemt tot in het rodegebied.
Hierdoor kan ernstige motorschadeontstaan.
OPMERKING
Als de naald van de meter buiten
het normale bereik komt en in de richting van stand “H” of “130”beweegt, duidt dit op oververhitting van de motor, waardoor schade aan
de motor kan ontstaan.
WAARSCHUWING
Verwijder de radiateurdop nooit als
de motor heet is. De koelvloeistofstaat onder druk en kan door
verwijderen van de radiateurdop
naar buiten spuiten, waardoor
ernstige brandwonden kunnen
ontstaan. Wacht totdat de motor is
afgekoeld alvorens het reservoir bij
te vullen met koelvloeistof.
Page 113 of 324

449
Kenmerken van uw auto
D190400ATQ
Bediening verlichting
De lichtschakelaar heeft een stand voor
het dimlicht en het parkeerlicht.Draai, om de verlichting te bedienen, de
knop op het uiteinde van de
combischakelaar naar een van de
volgende standen: (1) Stand UIT
(2) Stand parkeerlicht(3) Stand dimlicht
D190401AEN
Stand parkeerlicht ( )
Als de lichtschakelaar in de stand
parkeerlicht staat (1e stand), branden de
achterlichten, de
kentekenplaatverlichting en de
dashboardverlichting.
OTQ047131
OTQ049131
Type B
Type A
OEN048061
OTQ049301
Type B
Type A
Page 114 of 324

Kenmerken van uw auto
50
4
D190402AEN
Stand dimlicht ( of )
Als de lichtschakelaar in de stand dimlicht
staat (2e stand), branden de koplampen, de
achterlichten, de kentekenplaatverlichting
en de dashboardverlichting.
✽✽
AANWIJZING
Om de verlichting in te kunnen schakelen
moet het contact in stand ON staan.
D190500AUN
Grootlicht
Druk de combischakelaar van u af om
het grootlicht in te schakelen. Trek de
schakelaar naar u toe om het dimlicht in
te schakelen.
Het controlelampje voor het grootlicht
gaat branden wanneer het grootlicht
wordt ingeschakeld. Om te voorkomen dat de accu ontladen
raakt, dient u de verlichting niet
gedurende langere tijd te laten branden
terwijl de motor niet draait.
OEN048065
OTQ049303
Type B
Type A
OEN048062
OTQ049302
Type B
Type A
Page 126 of 324

Kenmerken van uw auto
62
4
D230101ATQ
Luchtcirculatie
De luchtcirculatieknop regelt de circulatie
van de lucht door het ventilatiesysteem.
De lucht kan naar de voetenruimte, de uitstroomopeningen in het dashboard of
naar de voorruit stromen.
Stand FACE (B, D)
De lucht stroomt naar de romp en naar
het hoofd. Daarnaast kan iedere
uitstroomopening versteld worden om de
richting van de luchtstroom te wijzigen.
Stand BI-LEVEL (B, D, C, F)
De lucht stroomt naar het hoofd en naar
de voetenruimte.
Stand FLOOR (C, F, A, D)
De meeste lucht stroomt naar de
voetenruimte en een klein gedeelte
stroomt naar de voorruit en de
zijruitontwaseming.
Stand FLOOR/DEFROST
(A, C, F, D)
De meeste lucht stroomt naar de
voetenruimte en de voorruit en een kleingedeelte stroomt door de
zijruitontwaseming.
Stand DEFROST (A)
De meeste lucht stroomt naar de voorruiten een klein gedeelte stroomt door de
zijruitontwaseming. Uitstroomopeningen dashboard
De uitstroomopening kan afzonderlijk
worden geopend of gesloten met het
horizontale wieltje. Draai het wieltje naarlinks om de uitstroomopening te sluiten.
Draai het wieltje naar rechts om deuitstroomopening te openen en in de
gewenste stand te zetten.
Met de hendel in de ventilatieroosters
kunt u de richting van de luchtstroom uit
deze ventilatieroosters afstellen, zoals in
de afbeelding is aangegeven.
OTQ047068OTQ047071
Page 133 of 324

469
Kenmerken van uw auto
D230300AFD Interieurfilter
(indien van toepassing)
Het interieurfilter, dat achter het
dashboardkastje is gemonteerd, filtert de
lucht die via het verwarmings- enairconditioningssysteem naar het
interieur wordt gevoerd. Als het filter in de
loop van de tijd verstopt raakt door stof
en andere verontreinigingen, neemt de
luchttoevoer via de uitstroomopeningen
af en kan de voorruit aan de binnenzijdebeslaan, ook al is de stand
BUITENLUCHT gekozen. Laat, als dat
het geval is, het interieurfilter vervangen
door een officiële HYUNDAI Erkend
Reparateur.
✽✽AANWIJZING
Vervang het filter overeenkomstig het onderhoudsschema.
Als er onder ongunstige
omstandigheden gereden wordt,
bijvoorbeeld in een stoffige omgeving
of op slechte wegen, moet het
interieurfilter vaker worden
gecontroleerd en indien nodig worden
vervangen.
Als de hoeveelheid uitstromende lucht plotseling sterk vermindert, moet het
systeem door een officiële HYUNDAI
Erkend Reparateur worden
gecontroleerd.D230400AEN
Hoeveelheid koudemiddel en
compressorolie controleren
Als er te weinig koudemiddel in het
systeem zit, neemt de koelcapaciteit van
de airconditioning af. Een teveel aan
koudemiddel heeft ook nadelige effecten
op de werking van de airconditioning. Laat de auto controleren door een
officiële HYUNDAI-dealer als het
systeem niet correct functioneert.
✽✽ AANWIJZING
Als de prestaties van het
airconditioningssysteem teruggelopen
zijn, is het belangrijk het systeem bij te
vullen met de juiste soort en hoeveelheid
olie en koudemiddel. Anders kan er
schade aan de compressor ontstaan,
waardoor het systeem niet meer goed
functioneert.1LDA5047
Buitenlucht
Gerecirculeerde
lucht
Interieurfilter Aanjager
Verdamper
Kachelradiateur
WAARSCHUWING
Onderhoud aan het
airconditioningssysteem moet
worden uitgevoerd door een
officiële HYUNDAI-dealer. Onjuist
uitgevoerd onderhoud kan letsel
veroorzaken bij degeen die het
onderhoud uitvoert.
Page 136 of 324

Kenmerken van uw auto
72
4
D270000AUN
In deze opbergvakken kunnen kleine
voorwerpen voor bestuurder of
passagiers worden bewaard.
D270200AUN
Dashboardkastje Het dashboardkastje gaat automatisch
als er aan de hendel getrokken wordt.
Sluit het dashboardkastje na gebruik.D270300AUN
Opbergvak voor zonnebril
(indien van toepassing)
Druk op het afdekkapje om het
opbergvak langzaam te openen. Plaats
uw zonnebril met de glazen naar boven
gericht in het opbergvak. Druk het
opbergvak dicht.
OPBERGVAK
WAARSCHUWING
-
Brandbare materialen
Bewaar geen aanstekers of andere
brandbare of explosieve materialen
in de auto. Deze kunnen ontploffen
of vlam vatten wanneer de auto
gedurende lange tijd blootgesteld
staat aan hoge temperaturen.
OPMERKING
Laat geen waardevolle spullen achter in de opbergvakken, omdiefstal te voorkomen.
Houd de deksels van de opbergvakken tijdens het rijden
gesloten. Plaats niet te veel voorwerpen in de opbergvakkenom te voorkomen dat de dekselsniet gesloten kunnen worden.
WAARSCHUWING
Houd het dashboardkastje tijdens
het rijden altijd gesloten om de
kans op letsel in geval van eenaanrijding of bij plotseling remmente verminderen.
OTQ047107OTQ047108
Page 210 of 324

Wat te doen in een noodgeval
2
6
WAARSCHUWINGSSIGNALEN
F010100AUN
Alarmknipperlichten
De alarmknipperlichten dienen ervoor
om de overige weggebruikers te
waarschuwen om extra voorzichtigheid inacht te nemen bij het naderen, inhalen of
passeren van uw auto. Ze dienen te worden gebruikt innoodsituaties of als de auto aan de kant
van de weg tot stilstand is gekomen.
Druk de schakelaar van de
alarmknipperlichten in met het contact in
een willekeurige stand. De schakelaar
alarmknipperlichten bevindt zich in het
dashboard. De schakelaar zorgt ervoor
dat alle knipperlichten geactiveerd
worden.
• De alarmknipperlichten werken
ongeacht of de motor draait of niet.
De richtingaanwijzers werken niet wanneer de alarmknipperlichten
ingeschakeld zijn.
Wees voorzichtig bij het gebruiken van de alarmknipperlichten wanneer de
auto gesleept wordt. F020100AUN Als de motor afslaat op een kruising of kruispunt
Zet de selectiehendel in stand N als de
motor afslaat op een kruising of
kruispunt en duw de auto naar een
veilige plek.
handgeschakelde transmissie en niet
is voorzien van een contactslot, kan de
auto naar voren bewegen wanneer u
naar de tweede of derde versnelling
schakelt en vervolgens de startmotor
inschakelt zonder het
koppelingspedaal in te trappen.
F020200AUN Als u tijdens het rijden een lekke band krijgt
Als tijdens het rijden een band leegloopt:
1. Laat het gaspedaal los en verminder vaart terwijl u rechtuit blijft rijden. Trap niet direct het rempedaal in en probeer
ook niet direct naar de kant van de wegte sturen omdat u hierdoor de controle
over de auto zou kunnen verliezen.
Rem voorzichtig zodra de snelheid zo
laag is dat u dat veilig kunt doen en zet
de auto aan de kant van de weg.
WAT TE DOEN IN EEN
NOODGEVAL TIJDENS HETRIJDEN
OTQ067001L
Page 260 of 324

733
Onderhoud
INTERIEURFILTER (INDIEN VAN TOEPASSING)
Vervang het filter overeenkomstig het onderhoudsschema.
Vervang het element vaker dan in het onderhoudsschema is aangegeven alsde auto wordt gebruikt in gebieden met
zeer veel stof of zand. (Raadpleeg"Onderhoudsschema bij gebruik onderzware omstandigheden" in dit
hoofdstuk.)
G170100BEN
Controle filter
Vervang het filter overeenkomstig het
onderhoudsschema. Als er veelvuldig
met de auto gereden wordt in druk
stadsverkeer of een stoffige omgeving,
moet het filter vaker worden
gecontroleerd en indien nodig worden
vervangen. Als u als eigenaar het filter
zelf wilt vervangen, volg danonderstaande procedure en let eropgeen andere onderdelen tebeschadigen. G170200ATQ
Filter vervangen
1. Open het dashboardkastje enverwijder de steun (1).
OPMERKING
Rijd niet met de auto wanneer het
luchtfilter verwijderd is; hierdoor
kan de motor overmatig slijten.
Zorg er om schade aan de motor te voorkomen voor dat bij hetverwijderen van het luchtfiltergeen stof en vuil in de luchtinlaat
komt.
Gebruik een origineel HYUNDAI- onderdeel. Door het gebruik vanniet-originele HYUNDAI-onderdelen kan de
luchtmassameter ofturbocompressor beschadigdraken.OTQ077018
Page 261 of 324

Onderhoud
34
7
2. Verwijder bij een geopend
dashboardkastje de nokken aan beide
zijden zodat het dashboardkastje
alleen nog maar aan zijn scharnierenhangt. 3. Verwijder de afdekkap van het
interieurfilter door het borgplaatje (1)
te draaien en vervolgens de luchtfilters
te verwijderen. 4. Verwijder het interieurfilter.
5. Plaats de onderdelen in omgekeerde
volgorde van verwijderen.
✽✽ AANWIJZING
Plaats het nieuwe interieurfilter op de
juiste manier. Als het filter is
omgekeerd, zal het systeem veel lawaai
produceren en zal het filter minder
effectief zijn.
OTQ077019OTQ077020OTQ077021
Page 301 of 324

Onderhoud
74
7
OPMERKING
Ga niet met scherpe voorwerpen
over de binnenzijde van deachterruit. Hierdoor kunnen de
draden van deachterruitverwarming beschadigd raken.
Onderhoud interieur
G230201BUN
Onderhoud interieur - Algemeen
Voorkom dat bijtende vloeistoffen als
parfum en cosmetische oliën in aanraking
komen met het dashboard, omdat deze
beschadiging of verkleuring kunnen
veroorzaken. Indien deze stoffen toch met
het dashboard in aanraking komen, moeten
ze direct worden verwijderd. Raadpleeg de
instructies voor het reinigen van kunststof. G230202AUN
Interieurbekleding reinigen
Kunststof
Verwijder stof en los vuil van de kunststof bekleding met een plumeau of een
stofzuiger. Reinig de kunststof
oppervlakken met een vinylreiniger.
Stoffen
Verwijder stof en los vuil van de stoffen bekleding met een plumeau of een
stofzuiger. Reinig met een zachte
zeepoplossing die geschikt is voor
bekleding of vloerbedekking. Verwijder
nieuwe vlekken onmiddellijk met een
vlekkenverwijderaar. Wanneer nieuwe
vlekken niet direct verwijderd worden,
kunnen er permanente vlekken of
verkleuringen in de bekleding
achterblijven. Daarnaast kunnen de
brandwerende eigenschappen
verminderen wanneer de bekleding niet
op de juiste wijze wordt onderhouden.G230203AUN
Veiligheidsgordels reinigen
Reinig de gordels met een zachte
zeepoplossing die speciaal geschikt is
voor het reinigen van bekleding en tapijt.
Volg de aanwijzingen op het etiket van
het reinigingsmiddel. Bleek of verf de
gordels nooit omdat dit een negatieve
invloed op de sterkte van de gordel kan
hebben.
G230204AUN
Binnenzijde ruiten reinigen
Als de ruiten aan de binnenzijde snel
beslagen raken (vette aanslag), moeten
ze gereinigd worden met een speciale
glasreiniger. Volg de aanwijzingen op het
etiket van de glasreiniger.OPMERKING
Zorg ervoor dat water en andere
vloeistoffen nooit in contact komenmet elektrische/elektronische
componenten in de auto omdat zedan beschadigd kunnen raken.
OPMERKING
Het gebruik van andere dan de
voorgeschrevenreinigingsmiddelen en procedureskan het uiterlijk van de stofaantasten en de brandwerende
eigenschappen verminderen.
OPMERKING
Gebruik voor het reinigen van lederenonderdelen (stuurwiel, stoelbekleding
enz.) een mild reinigingsmiddel ofoplossingen met een lage concentratie alcohol. Door hetgebruik van oplossingen met eenhoge concentratie alcohol of
zure/basische reinigingsmiddelen kan de kleur van de lederenonderdelen verbleken of hetoppervlak ervan loskomen.