key Hyundai Kona 2018 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: HYUNDAI, Model Year: 2018, Model line: Kona, Model: Hyundai Kona 2018Pages: 540, PDF Size: 9.01 MB
Page 165 of 540

3-81
Kenmerken van uw auto
3
• Auto ontgrendelen
- Uitschakelen: de automatischeportierontgrendeling wordt
uitgeschakeld.
- Auto uitgeschakeld: alle portieren worden automatisch ontgrendeldals het contact in de stand OFF
wordt gezet. (indien uitgerust met
Smart Key)
- Bij verwijderen sleutel: alle portieren worden automatisch
ontgrendeld als de contactsleutel
uit het contactslot wordt
verwijderd. (indien uitgerust metafstandsbediening)
- In stand P zetten: Alle portieren worden automatisch ontgrendeld
wanneer de selectiehendel van de
in stand P (parkeren) wordt gezet.
-
Bestuurdersportier ontgrendeld: alle
portieren worden automatisch
ontgrendeld als het
bestuurdersportier wordt ontgrendeld.
• Terugkoppeling claxon
Per attivare o disattivare l'avviso
blocco porte.
Als de terugkoppeling door de claxon is
geactiveerd, klink nadat de portieren
zijn vergrendeld met de vergrendeltoets
van de afstandsbediening, wanneer u
deze toets binnen 4 seconden
nogmaals indrukt eenmaal een
geluidssignaal ter bevestiging dat alle
portieren zijn vergrendeld (indien
uitgerust met afstandsbediening).
4. Lichten
• One-touch passeerknipperlicht
- Uit: De functie one-touch passeerknipperlicht wordt uitge-
schakeld.
- 3, 5, 7 keer knipperen: De richtingaanwijzers knipperen 3, 5 of
7 keer wanneer de combischakelaar
iets omhoog of omlaag wordt
bewogen.
Zie "Verlichting" in dit hoofdstuk
voor meer informatie. • Follow me home-verlichting
In- en uitschakelen van de follow me
home-functie.
Zie "Verlichting" in dit hoofdstuk
voor meer informatie.
5. Geluid
• Volume parkeerhulpsysteem
- Zachter/Louder
Instellen volume parkeerhulpsysteem.
• Welkomstgeluid
In- en uitschakelen van het
welkomstgeluid.
6. Handig
• Welkom spiegel
In- en uitschakelen van de functie
"Welkom spiegel".
Wanneer alle portieren (en de
achterklep) zijn gesloten en
vergrendeld, worden de
buitenspiegels uitgeklapt wanneer
het onderstaande wordt gedaan.
Page 166 of 540

3-82
Kenmerken van uw auto
- Wanneer op de ontgrendeltoetsvan de afstandsbediening of de
Smart Key wordt gedrukt.
- Wanneer u op de toets op de buitenportiergreep drukt terwijl u
de Smart Key bij u hebt.
• Weergave ruitenwisser/verlichting
In- en uitschakelen van de
ruitenwisser/verlichtingsmodus.
Indien geactiveerd toont het LCD-
display de geselecteerde
ruitenwisser/verlichtingsmodus
telkens als u de modus wijzigt.
• Automatische ruitenwisser achter
In- en uitschakelen van de ruitenwisser
achter als de auto achteruit rijdt terwijl
de ruitenwissers voor AAN zijn.
• Pop-up schakelstand
In- en uitschakelen van de pop-up voor
de ingeschakelde versnelling.
Indien geactiveerd wordt de
schakelstand weergegeven op het
LCD-display. (indien uitgerust met
Double clutch-transmissie)
• Waarschuwing voor ijs op weg
In- en uitschakelen van de
waarschuwingsfunctie glad wegdek.
7. Volgend onderh
• Onderhoudsinterval
In- en uitschakelen van de
onderhoudsintervalfunctie.
• Stel interval in
Als het service-intervalmenu
geactiveerd is kunt u het tijdstip ende afstand instellen. Informatie
Neem contact op met een officiële
Hyundai-dealer om het service-
intervalmenu te gebruiken. Als het service-intervalmenu
geactiveerd is en het tijdstip en de
afstand ingesteld zijn, worden er
meldingen weergegeven in de
volgende situaties, elke keer als het
contact in stand ON gezet wordt.
- Onderhoud over
: Wordt weergegeven om de
bestuurder te informeren over het aantal kilometers en het aantaldagen totdat er onderhoud moet
worden uitgevoerd.
- Onderhoud is vereist
: Wordt weergegeven als het aantal kilometers en het aantal dagen
bereikt of verstreken zijn.
Informatie
Onder de volgende omstandigheden
wordt het aantal km of dagen
mogelijk niet correct weergegeven.
- Na het losnemen en weer aansluiten van de accukabels.
- Na het uitschakelen en weer inschakelen van de zekeringscha -
kelaar.
- Nadat de accu ontladen is geweest.
i
i
Page 178 of 540

3-94
Head-up display AAN/UIT
Wanneer de motor is ingeschakeld,
kunt u het HUD in- of uitschakelendoor op de HUD-toets op het
dashboard te drukken.
Wanneer de motor is uitgeschakeld,
wordt het HUD automatisch gesloten
wanneer het portier wordt
vergrendeld met de
afstandsbediening of de Smart Key.
Wanneer uw auto is voorzien van
een Smart Key, wordt het HUD
automatisch gesloten wanneer het
portier wordt vergrendeld door op de
toets op de buitenportiergreep te
drukken.
Wanneer de motor is uitgeschakeld
en het portier niet wordt vergrendeld,
wordt het HUD na ongeveer 5
minuten automatisch gesloten.
Kenmerken van uw auto•
Plaats geen objecten op het
HUD. Bevestig ook geen
stickers o.i.d. op de lens,
anders kan de zichtbaarheid
van het beeld worden
gehinderd.
•Voorkom dat er felle
lichtstralen op de lens vallen.
Anders kunnen de lens en de
inwendige onderdelen
beschadigd raken.
•Plaats geen objecten op, in of
in de buurt van het display,
ongeacht of het HUD is
geopend of gesloten. Bevestig
ook geen objecten aan
onderdelen van het systeem ensteek ook niets in het systeem.
•Reinig het HUD met een zachte
doek. Gebruik geen organische
oplosmiddelen, bijtende
middelen of een poetsdoek.
•Zet voor uw veiligheid de auto
stil voordat u de instellingenwijzigt.
•Wanneer u het HUD opent of
sluit, is er mogelijk een geluid
hoorbaar van de elektromotorof het apparaat.
•Wanneer u de hoogte van het
beeld van het HUD afstelt, is
er mogelijk een geluid
hoorbaar van de elektromotorof het apparaat.
* HUD staat voor head-up display.
OPMERKING
OOS047080
Page 187 of 540

3-103
Kenmerken van uw auto
3
Auto zonder mistlampen voor
Inschakelen van het mistachterlicht:
Zet de lichtschakelaar in de stand
koplampen en draai hem vervolgens
in de stand mistachterlicht (1).
Voer een van de onderstaande handelingen uit om het mistachter-
licht uit te schakelen:
• Schakel de koplampschakelaar uit.
• Draai de lichtschakelaar nogmaalsin de stand mistachterlicht.
Energiebesparingsfunctie
Deze functie voorkomt dat de accu
ontladen raakt. Het systeem schakelt
automatisch de parkeerlichten uit
wanneer de bestuurder de motor
uitschakelt en het bestuurdersportieropent.
De parkeerlichten worden
automatisch uitgeschakeld als de
auto in het donker langs de kant van
de weg wordt geparkeerd.
Volg onderstaande procedure als
de parkeerlichten moeten blijven
branden wanneer de motor is
uitgeschakeld:
1) Open het portier aan bestuurders- zijde.
2) Schakel de parkeerlichten uit en weer in met de lichtschakelaar op
de stuurkolom.
Follow me home-functie
(indien van toepassing)
Als u het contact in stand ACC of
OFF zet met ingeschakelde
koplampen, blijven de koplampen
(en/of parkeerlichten) gedurende
ongeveer 5 minuten branden. Alsechter de motor uit is en het
bestuurdersportier wordt geopend
en gesloten, worden de koplampen
(en/of de parkeerlichten) na 15
seconden uitgeschakeld.
De koplampen (en/of parkeerlichten)
kunnen worden uitgeschakeld door
tweemaal op de vergrendeltoets van
de Smart Key te drukken of door de
lichtschakelaar in de stand OFF of
AUTO te zetten. De koplampen
worden echter niet uitgeschakeld
wanneer het donker is en u de
lichtschakelaar in de stand AUTO
zet.
U kunt de Follow me home-functie
in- of uitschakelen met de modus
Gebruikersinstellingen op het LCD-
display. Zie “LCD-display” in dit
hoofdstuk voor meer informatie.
OTLE045285
Page 190 of 540

3-106
Kenmerken van uw auto
Welcome-systeem
(indien van toepassing)
Interieurverlichting
Wanneer de schakelaar interieur-
verlichting in stand DOOR staat en
alle portieren (en de achterklep) zijn
gesloten en vergrendeld, gaat de
interieurverlichting gedurende 30
seconden branden wanneer het
onderstaande wordt gedaan.
• Wanneer op de ontgrendeltoetsvan de afstandsbediening of de
Smart Key wordt gedrukt.
• Wanneer de toets op de buiten- portiergreep wordt ingedrukt.
Als u op de vergrendel- of
ontgrendeltoets van het portier drukt,
dooft de interieurverlichting direct.
Interieurverlichting
Laat de interieurverlichting niet te lang branden als de motor niet
draait, anders zal de accuontladen raken.
Interior lamp AUTO cut
De interieurverlichting wordt
automatisch na ongeveer 20 minuten
uitgeschakeld nadat het contact is
uitgeschakeld en de portieren zijn
gesloten. Als een portier is geopend,
dooft de verlichting na ongeveer 40
minuten nadat het contact is
uitgeschakeld. Als de portieren
worden vergrendeld en het alarm
van het antidiefstalsysteem van de
auto wordt ingeschakeld, dooft de
verlichting vijf seconden later.
Verlichting voor
Kaartleeslampje voor (1)
Druk op het lampglas (1) van het leeslampje om het leeslampje in te
schakelen.
AANWIJZING
Gebruik de interieurverlichting niet wanneer u in het donker
rijdt. De interieurverlichting kan
uw zicht hinderen en een
ongeval veroorzaken.
WAARSCHUWING
OOS047051
OOS047052
■ Type A (zonder zonnebrilhouder)
■Type B (met zonnebrilhouder)
Page 191 of 540

3-107
Kenmerken van uw auto
3
Druk nogmaals op de lens van het leeslampje om het leeslampje uit te
schakelen.
Verlichting voorportier ( ) (2)
De interieurverlichting voor de
zitplaatsen voor/achter wordt
automatisch gedurende ongeveer 30
seconden ingeschakeld wanneer
een portier wordt geopend.
Het leeslampje voor de zitplaatsen
voor/achter wordt automatisch
gedurende ongeveer 15 seconden
ingeschakeld wanneer de portieren
met de afstandsbediening (Smart
Key) worden ontgrendeld. Het
leeslampje dooft geleidelijk wanneerbinnen 15 seconden het contact in
stand ON wordt gezet. Het
leeslampje blijft maximaal 20
minuten branden wanneer er een
portier is geopend terwijl het contact
in stand ACC of OFF staat.
Interieurverlichting voor
• (3) :Druk op de toets om het
leeslampje voor de zitplaatsen
voor/achter in te schakelen.
• (4) : Druk op de toets om de
interieurverlichting voor de
zitplaatsen voor/achter uit te
schakelen.
Interieurverlichting achter
Schakelaar interieurverlichting
achter :
Druk op deze schakelaar om de
interieurverlichting in en uit te
schakelen.
OOS047321
OOS047053
■Type A
■Type B
Page 236 of 540

3-152
Kenmerken van uw auto
Draadloos laadsysteem mobiele
telefoon (indien van toepassing)
Er bevindt zich een draadloos
laadsysteem voor de mobiele
telefoon in de voorconsole.
Het systeem is beschikbaar wanneer
alle portieren zijn gesloten en het
contact in stand ACC/ON staat.
Opladen van een mobiele telefoon
Het draadloze laadsysteem voor
mobiele telefoons kan alleen mobiele
telefoons die compatibel zijn met de
Qi-standaard ( ) opladen.
Raadpleeg de sticker op de batterij
van uw mobiele telefoon of ga naar
de website van de fabrikant van uw
mobiele telefoon om te zien of uw
mobiele telefoon de Qi-technologieondersteunt.
Het draadloos laden start wanneer u
een mobiele telefoon met Qi-
ondersteuning op de draadloze laderplaatst.
1. Verwijder andere voorwerpen, ook de Smart Key, van de draadloze
lader. Anders wordt het draadloos
laden mogelijk onderbroken.
Plaats de mobiele telefoon in het
midden van de lader.
2. Het controlelampje is oranje als de telefoon wordt geladen. Het
controlelampje wordt groen als het
laden van de mobiele telefoon is
voltooid. 3. U kunt de functie voor draadloos
laden in- en uitschakelen in de
modus Gebruikersinstellingen in
het instrumentenpaneel. Zie
“Instellingen LCD-display” in dit
hoofdstuk voor meer informatie.
Als uw mobiele telefoon niet wordtgeladen:
- Verander de positie van de mobiele telefoon op de laadunit
iets.
- Controleer of het controlelampje oranje is.
Het controlelampje knippert
gedurende 10 seconden oranje als
er een storing aanwezig is in het
draadloze laadsysteem.
Onderbreek in dit geval het laadproces tijdelijk en probeer
nogmaals uw mobiele telefoon
draadloos te laden.
Het systeem waarschuwt u door
middel van een melding op het LCD-
display als de mobiele telefoon nog
op de draadloze laadunit ligt nadat
de motor is uitgeschakeld en het
voorportier wordt geopend.
OOS047064
Page 237 of 540

3-153
Kenmerken van uw auto
3
• Het draadloze laadsysteem voormobiele telefoon ondersteunt
bepaalde mobiele telefoon dieniet compatibel zijn met de Qi-
standaard ( ) mogelijk niet.
• Plaats uw mobiele telefoon goed in het midden van het draadloze
laadsysteem voor mobiele
telefoon. Wanneer uw mobiele
telefoon iets te veel naar één
kant ligt, neemt de laadsnelheid
mogelijk af en de telefoon wordt
mogelijk heet tijdens het laden.
• Het draadloze laden stopt mogelijk tijdelijk wanneer de
Smart Key wordt bediend (bijv.:
starten van de motor, openen
van de portieren, sluiten van de
portieren).
• Bij sommige mobiele telefoon gaat het controlelampje
mogelijk niet groen branden,
zelfs niet wanneer het draadloze
laden volledig is voltooid. • Het draadloze laden stopt
mogelijk tijdelijk wanneer de
temperatuur in het draadloze
laadsysteem voor mobiele
telefoon abnormaal toeneemt.
Het draadloze laadproces wordt
opnieuw gestart als detemperatuur daalt tot onder eenbepaald niveau.
• Het draadloze laden stopt mogelijk tijdelijk wanneer zich
een metalen voorwerp, zoals een
munt, tussen het draadloze
laadsysteem voor mobiele
telefoon en de mobiele telefoon
bevindt.
• Bij bepaalde mobiele telefoon met een eigen beveiliging neemt
de draadloze-laadsnelheid
mogelijk af en wordt het
draadloze laden mogelijk
onderbroken.
• Als de mobiele telefoon een dik hoesje heeft, is draadloos laden
wellicht niet mogelijk.
• Als de mobiele telefoon niet volledig contact maakt met de
draadloze lader, is draadloos
laden wellicht niet mogelijk. • Bepaalde magnetische items
(creditcards, telefoonkaarten en
tickets) raken tijdens het
laadproces mogelijk
beschadigd.
Klok
Auto's met audiosysteem
Selecteer de toets [SETUP/CLOCK]
van het audiosysteem
Selecteer
[Klok].
• Tijd instellen: stel de tijd in die op het audioscherm wordt
weergegeven.
• Tijdnotatie: kies tussen een 12- uursweergave en een 24-
uursweergave.
AANWIJZING
Stel het klokje niet af tijdens het
rijden. Als u dat wel doet, kunt u
de macht over het stuur
verliezen waardoor ongevallen
en letsel veroorzaakt kunnen
worden.
WAARSCHUWING
Page 289 of 540

5-11
Rijden met uw auto
5
Uitzetten van de motor in een
noodgeval:
Houd de startknop gedurende
langer dan twee seconden
ingedrukt OF druk de startknop
drie keer achter elkaar snel in(binnen drie seconden).
Als de auto nog rijdt, kunt u de
motor opnieuw starten zonder
dat u het rempedaal ingetrapthoudt door de toets Engine
Start/Stop in te drukken met deselectiehendel in stand N(vrijstand).
WAARSCHUWING
•Druk NOOIT op de startknop terwijl de auto rijdt,
uitgezonderd in een
noodgeval. Als u dat wel doet,
wordt de motor uitgezet,
waardoor de stuur- en
rembekrachtiging wegvallen.
Hierdoor kunt u de controle
over de besturing verliezen en
neemt de remvertraging af,
wat tot een ongeval kanleiden.
•Controleer voordat u de auto verlaat altijd of deselectiehendel in stand P
(parkeren) staat, activeer deparkeerrem en druk op de
startknop om het contact in
stand OFF te zetten en neem
de Smart Key met u mee. Als
deze voorzorgsmaatregelen
niet worden opgevolgd, kan
de auto onverwacht in
beweging komen.
WAARSCHUWING
Page 294 of 540

5-16
Rijden met uw auto
Starten van de motorInformatie
• De motor zal starten wanneer u op de startknop drukt, maar alleen
wanneer de Smart Key zich in de
auto bevindt.
• Als de Smart Key wel in de auto is, maar ver bij de bestuurder
vandaan, start de motor mogelijk
niet.
• Wanneer de startknop in stand ACC of ON staat, wordt door het systeem
gecontroleerd of de Smart Key
aanwezig is als een portier open is.
Als de Smart Key niet in de auto
aanwezig is, zal het controlelampje
" " knipperen en wordt de
waarschuwing "Key not in vehicle"
weergegeven, en als alle portieren
gesloten zijn klinkt de
waarschuwingszoemer ongeveer 5
seconden. Zorg dat de Smart Key in
de auto is wanneer stand ACC is
ingeschakeld of de motor draait.Starten van de benzinemotor
Auto met handgeschakelde
transmissie:
1. Zorg ervoor dat u de Smart Key altijd bij u hebt.
2. Controleer of de parkeerrem is geactiveerd.
3. Controleer of de selectiehendel in de vrijstand staat.
4. Trap het koppelingspedaal en het rempedaal in.
5.
Druk de toets Engine Start/Stop in.
i
•Draag altijd geschikte
schoenen tijdens het rijden.
Ongeschikte schoenen, zoals
hoge hakken, skischoenen,
sandalen, teenslippers, enz.
kunnen het bedienen van het
rempedaal, het gaspedaal en
het koppelingspedaalbemoeilijken.
•Start de auto niet terwijl het
gaspedaal wordt ingetrapt.
De auto kan in beweging
komen, wat kan leiden tot een
ongeval.
•Wacht totdat het
motortoerental normaal is. Deauto kan plotseling in
beweging komen als het
rempedaal wordt losgelatenbij een hoog toerental.
WAARSCHUWING