verlichting Hyundai Matrix 2007 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: HYUNDAI, Model Year: 2007, Model line: Matrix, Model: Hyundai Matrix 2007Pages: 232, PDF Size: 8.49 MB
Page 121 of 232

2HET RIJDEN MET UW HYUNDAI
6
!WAARSCHUWING:
Verzeker u ervan dat de koppeling volledig is ingetrapt als de motor bijeen handgeschakelde auto gestart wordt. Anders bestaat de mogelijkheid dater in of buiten de auto iemand schade oploopt ten gevolge van de voor-of achteruitbeweging van de auto alsde koppeling niet geheel is ingetrapt tijdens het starten.
5. Draai de contactsleutel in de stand "START" en laat de sleutel los zodra de motor aanslaat.
N.B.: De groene verlichting zal na een hepaalde tijd vanzelf doven. Het voorgloeien wordt dan beëindigd om de accu niet onnodig te belasten.Om de motor te kunnen starten wanneer de groene verlichting reeds is gedoofd, moet de sleutel eerstweer in de stand "LOCK" worden gedraaid en daarna opnieuw in de stand "ON" zodat de gloeibougiesop temperatuur worden gebracht. C050B01HP
Gele lamp "ON" Gele lamp "OFF"
C050B01S-GXT NORMALE STARTPROCEDURE
1. Breng de contactsleutel aan en gesp
de veiligheidsgordel om.
2. Zet de versnellingshandel in neutraal (handgeschakelde versnellingsbak) of de keuzehandel in stand "P"(automatische transmissie).
3. Controleer of de controlelampen en
de instrumenten goed werken nadatde contactsleutel in de stand "ON" is gedraaid.
4. Draai, bij voertuigen met een controlelamp voor het voorgloeien,de contactsleutel in de stand "ON". Eerst zal de controlelamp oplichtenen daarna doven, hetgeen betekent dat het voorgloeien heeft plaatsgevonden en de motor kanworden gestart.
Page 125 of 232

2HET RIJDEN MET UW HYUNDAI
10
SC110B1-FX Standen van de keuzehandel:
o P (Parkeerstand): Plaats de keuzehandel in stand "P" voor het parkeren of het starten van demotor. Bij het parkeren moet bovendien de handrem worden aangetrokken.
!
!
C090A01FC N.B.:
Druk het rempedaal in en druk de ontgrendelingsknop in tijdens het schakelenDruk de ontgrendelingsknop in tijdens het schakelen De keuzehandel kan zonder het indrukken van de knop worden verplaatst
Druk voor een gunstig brandstofverbruikhet gaspedaal gelijkmatig in. Deautomatische transmissie schakelt automatisch de tweede, derde en over- drive versnelling in.
De hoogwaardige Hyundai automatische transmissie heeft vier versnellingen vooruit en één achteruit en eenconventioneel schakelpatroon, zoals hieronder afgebeeld. Bij ingeschakelde verlichting is eveneens de gekozenkeuzestand verlicht. LET OP:
Schakel nooit de standen "R" of "P"in als de wagen nog rijdt.
LET OP:
Plaats de keuzehandel nooit in stand"P" als de wagen nog rijdt. Dit kan ernstige schade tot gevolg hebben.
AUTOMATISCHE TRANSMISSIE
C090A01A-GXT
Page 139 of 232

2HET RIJDEN MET UW HYUNDAI
24RIJDEN MET AANHANGER OF SLEPEN
SC200A1-FX Bij het slepen of voor het rijden met een aanhanger moeten de wettelijkevoorschriften worden opgevolgd. Deze voorschriften wijzigen van land tot land. Raadpleeg uw Hyundai dealer voornadere informatie.
LET OP:
Verleen met uw auto geen sleephulptijdens de eerste 2000 km, zodat de motor goed kan inrijden. Als deze raadgeving niet wordtopgevolgd kan het ernstige schade aan motor en transmissie tot gevolg hebben.
! YC200B2-AX Trekhaken Kies een trekhaak die geschikt is voor de aanhanger die getrokken moetworden. De gemonteerde trekhaak moet de kogeldruk gelijkmatig overbrengen op het chassis van de wagen.De trekhaak moet stevig worden aangebracht door een hiervoor bevoegd bedrijf. GEBRUIK GEEN TREKHAAKVOOR TIJDELIJKE MONTAGE EN GEBRUIK NOOIT EEN TREKHAAK DIE ALLEEN AAN DE BUMPER ISGEMONTEERD. YC200C4-AX Remsysteem aanbang wagen Als uw aanhanger voorzien is van een remsysteem, moet dit voldoen aan de wettelijke voorschriften. Zorg ervoor dathet op de juiste manier is gemonteerd en dat het goed werkt.
SC190A1-FX HET GEBRUIK VAN DE VERLICHTING Controleer de verlichting regelmatig en houd de lampglazen schoon. Bij slechtzicht overdag is het aan te bevelen het dimlicht in te schakelen. Hierdoor ziet u niet alleen beter, maar wordt u ook betergezien.
Page 142 of 232

2
HET RIJDEN MET UW HYUNDAI
27
C190F02A-GXT Tips voor het rijden met aanhanger of het slepen vaneen auto
1. Controleer vóór het wegrijden de trekhaak, de veiligheidskabel en de werking van de normale verlichting,de remlichten en de richtingaanwijzers van de aanhanger.
2. Rijd met aangepaste snelheid (maximaal 80 km/h).
3. Rijden met een aanhanger kost meer
brandstof dan rijden zonder aanhanger.
4. Om gebruik te kunnen maken van
het remmend vermogen van de mo-tor en om te zorgen dat de accu goed geladen blijft, mag er niet gereden worden in de vijfde versnelling(handgeschakelde versnellingsbak) of in overdrive (automatische transmissie).
5. Zorg ervoor dat de belading van de aanhanger goed vast zit om schuivenvan de belading tijdens het rijden tevoorkomen. 6. Controleer de bandenspanning van
de wagen en de aanhanger. Te lagebandenspanning kan het rijgedrag nadelig beïnvloeden. Controleer ook de bandenspanning van hetreservewiel.
7. De wagen/aanhanger-combinatie
heeft meer last van zijwind enturbulentie. Als u gepasseerd wordt door een groot voertuig, houd dan de snelheid constant en het stuurrechtuit. Verminder snelheid als de wervelingen te sterk zijn om zo uit de turbulentie van het andere voertuigte komen.
8. Neem bij het parkeren van de wagen/
aanhangercombinatie, vooral op eenhelling, alle normale voorzorgsmaatregelen in acht. Draai de voorwielen richting stoeprand, trekde parkeerrem stevig aan en schakel de eerste of achteruitversnelling in (handgeschakelde versnellingsbak)of de parkeerstand (automatische transmissie). Breng bovendien wielblokken aan voor de wielen vande aanhanger. 9. Als de aanhanger is voorzien van
een elektrisch remsysteem moet deremwerking als volgt gecontroleerd worden: breng de wagen/aanhanger- combinatie in beweging en bedien deaanhangerrem handmatig om de werking te controleren. Op deze manier kunnen tegelijkertijd deelektrische verbindingen getest worden.
10. Controleer tijdens de rit regelmatig
de bevestiging van de lading, dewerking van de verlichting en de remmen.
11.Vermijd ruw wegrijden, fel accelereren en bruusk afremmen.
12. Vermijd scherpe bochten en het snel
veranderen van rijstrook.
13.Vermijd het langdurig of vaak
afremmen. Hierdoor kunnen deremmen oververhit raken waardoor de remwerking afneemt.
Page 145 of 232

3IN GEVAL VAN PECH
2
!
ALS DE MOTOR NIET AANSLAAT
SD020A1-FX SD020B1-FX
Als de startmotor niet oflangzaam ronddraait
1. Let er bij een automatische
transmissie op dat de keuzehandel in de stand "N" of "P" staat. Trek de handrem aan.
2. Controleer of de accupolen schoon zijn en de klemmen goed vast zitten.
3. Schakel de interieurverlichting in. Als de verlichting zwakker wordt of uitgaat bij het starten van de motor, is de accu ontladen.
4. Probeer de motor niet te starten door de wagen aan te duwen of te slepen.Zie de richtlijnen voor "Starten methulpstartkabels" op de volgende pagina's. D010C02A-AXT Als de startmotor ronddraait, maar de motor slaat niet aan
D010B01FC
WAARSCHUWING:
De motor mag niet worden gestart door de wagen te duwen of te slepen. Dit kan schade veroorzaken. Bovendien kan door het aanduwenof-slepen de katalysator te heet worden waardoor brandgevaar ontstaat.
1. Controleer het brandstofpeil.
2. Controleer de stekkeraansluitingenop de bobine en de bougies(benzinemotor) of de aansluitingenop de gloeibougies en het relais van de gloeibougies (dieselmotor). Zet loszittende aansluitingen weer vast.
3. Controleer de brandstofleiding in de motorruimte.
4. Als de motor nog niet aanslaat, neem dan contact op met uw Hyundai dealer. SSA3020C
Page 146 of 232

3
IN GEVAL VAN PECH
3
!
STARTEN MET HULPSTARTKABELS
AD020D1-AX Wat te doen als de motor tijdens het rijden afslaat
1. Laat de snelheid geleidelijk afnemen,
blijf rechtuitrijden. Zet de wagen langs de kant van de weg op een veilige plaats.
2. Schakel de waarschuwingsknipper-
lichten in.
3. Probeer de motor te starten. Als de
motor niet aanslaat, raadpleeg dan "ALS DE MOTOR NIET AANSLAAT". D020A03A-AXT
HFC4002
Ontladen accu
Hulpaccu
WAARSCHUWING:
Het starten met hulpstartkabels kan gevaarlijk zijn. Het niet exactopvolgen van de richtlijnen kan ernstige verwondingen of schade aan de wagen tot gevolg hebben! Roep ingeval van twijfel deskundige hulp in. Accu's bevatten zwavelzuur dat giftig en in hoge mate corrosief is. Draagbij het starten met hulpstartkabels een bril en let erop dat accuvloeistof niet in aanraking komt met de huid,uw kleding of de wagen. o Als accuzuur op de huid of in de ogen
komt, spoel dan de desbetreffendeplaats gedurende tenminste 15 minuten met water af. Raadpleeg direct een arts. Moet u naar eeneerste hulppost worden vervoerd, houd de desbetreffende plaats dan m.b.v. een spons of doek met waternat.
o Bij het starten met hulpstartkabels
produceert een accu een explosiefgas. Rook niet en voorkom open vuur of vonken.
o Als hulpaccu moet een 12-volt accu worden gebruikt. Probeer in gevalvan twijfel de wagen niet te starten m.b.v. hulpstartkabels.
o Volg bij het starten m.b.v. hulpstartkabels en een ontladen accude volgende richtlijnen exact op:
1. Staat de hulpaccu in een andere wagen, dan mogen de twee wagensniet met elkaar in aanraking komen.
2. Schakel alle onnodige verlichting en
accessoires in beide wagens uit.
3. Start de motor van de wagen met de hulpaccu en laat deze enkele minutendraaien. Laat de motor in deze wagentijdens het starten m.b.v. startkabels draaien met 2000 t/min.
Page 176 of 232

6
EENVOUDIG ONDERHOUD
5ALGEMENE CONTROLES
SG020A1-FX
Motorruimte
onderstaande punten moeten regelmatig worden gecontroleerd:
o Motoroliepeil en -conditie
o Transmissie-oliepeil en -conditie
o Remvloeistofpeil
o Koelvloeistofpeil
o Peil in sproeierreservoir
o Toestand van V-riem
o Toestand van koelvloeistofslangen
o Toestand van luchtfilterelement
o Toestand van uitlaatsysteem
o Vloeistoflekkage (op of onder componenten)
o Peil en conditie van
stuurbekrachtiging-svloeistof o Werking van de claxon
o Werking van de aanjager (en
airconditioning, indien gemonteerd)
o Werking en toestand van de stuurinrichting
o Werking en toestand van de spiegels
o Werking van de richtingaanwijzers
o Werking van het gaspedaal
o Werking van de remmen, incl. de handrem
o Werking van de handgeschakelde versnellingsbak, incl. de koppeling
o Werking van de automatische transmissie, incl. het parkeermechanisme
o Toestand en werking van de stoelverstelling
o Toestand en werking van de veiligheidsgordels
o Bediening van de zonnekleppen Als bij deze controles onregelmatigheden of onjuisthedenworden aangetroffen, moet zonodig de hulp van een Hyundai dealer worden ingeroepen.
SG020B1-FX
Buitenzijde
onderstaande punten moeten
maandelijks worden gecontroleerd:
o Uiterlijk van de wagen
o Toestand van de velgen en
bevestiging van de wielmoeren
o Toestand van het uitlaatsysteem
o Toestand en werking van de verlichting
o Toestand van de voorruit
o Conditie van de ruitewissers
o Conditie van de lak en eventuele corrosie
o Vloeistoflekkage
o Toestand van portier en motorkapscharnieren
o Bandenspanning en conditie van de banden (incl. reservewiel)
SG020C1-FX
Interieur
De volgende punten moeten worden
gecontroleerd voordat met de wagen wordt gereden:
o Werking van de verlichting
o Werking van de ruitewissers
Page 199 of 232

6EENVOUDIG ONDERHOUD
28ZEKERINGEN CONTROLEREN EN VERVANGEN
SG200A1-FX
Een zekering vervangen
Een zekering smelt zodra het circuit
vanaf de accu overbelast raakt, waardoor schade aan de bedrading wordt voorkomen (dit kan worden veroorzaakt door een kortsluiting inhet systeem). In dit geval moet de storing door een Hyundai dealer worden opgespoord, het systeem wordengerepareerd en de zekering worden vervangen. De zekeringen bevinden zich in een houder naast de accu. Goed
Doorgebrand
G200B01E-AXT
Zekeringen vervangen
HFC4010
LET OP:
Gebruik bij het vervangen van een zekering altijd een nieuwe zekering met hetzelfde amperage. Gebruiknooit een stuk draad of een zekering met een hoger amperage. Dit kan ernstige schade en brand tot gevolghebben.
!
G200A01FC
G190B01A
Poelie wisselstroom-dynamo
Compressorpoelie
Krukaspoelie
Waterpomppoelie
G190B01TB-GXT Aandrijfriemen controleren (Dieselmotor)
Bij het geplande onderhoud moeten de
riemen gecontroleerd worden op scheurtjes, slijtage, rafels of anderesporen van slijtage. Indien nodig moeten ze worden vervangen.
De uitlijning van de riemen moet ook
worden gecontroleerd om er zeker van te zijn dat de riemen en andereonderdelen van de motor elkaar niet raken.
De zekeringhouder voor de verlichting
en de elektrische verbruikers bevindt zich aan de achterzijde van de multibox aan de linkerzijde van de bestuurder.
Page 200 of 232

6
EENVOUDIG ONDERHOUD
29
In de zekeringhouder zijn het amper- age en de beveiligde circuitsaangegeven. Als de verlichting of andere elektrische accessoires uitvallen, moet de zekering wordengecontroleerd. De zekering is doorgebrand wanneer de metalen strip in de zekering is gesmolten. Ga in ditgeval als volgt te werk:
1. Zet de ontsteking en alle andere
verbruikers uit.
2. Open de zekeringhouder en controleer de zekering. Verwijder elke zekering door hem naar u toe te trekken. In de zekeringhouderbevindt zich een "zekeringtrekker" om het verwijderen te vergemakkelijken.
3. Na het vinden van de doorgebrande
zekering moeten ook de overigezekeringen worden gecontroleerd. Goed
G200B03Y
Doorgebrand
LET OP:
Een doorgebrande zekering is een indicatie van een storing in een elektrisch circuit. Als de zekering na het vervangen direct weer doorbrandt,moet de storing door een Hyundaidealer worden opgespoord enverholpen. Een zekering mag nooitdoor een zekering met een hoger amperage worden vervangen. De mon- tage van een zwaardere zekering kanbeschadigingen of brand tot gevolg hebben. N.B.: Zie bladzijde 6-38 voor de beschrijving van de zekeringhouder.
!
G200B01FC
4. Druk de nieuwe zekering met hetzelfde amperage op zijn plaats. De zekering moet goed worden aangebracht. Is die niet het geval, laat dan de zekeringklem door een Hyundai dealer repareren ofvervangen. Als u niet in het bezit bent van een extra zekering, gebruik dan een zekering van hetzelfde ofeen lager amperage van een verbruiker die u tijdelijk buiten werking kunt stellen. Bijvoorbeeldde radio of de sigarettenaansteker. Vergeet niet deze zekering te vervangen.
Page 208 of 232

6
EENVOUDIG ONDERHOUD
37VERMOGEN
G280A02FC-GXT
G280A02FC
Knipperlicht Rem- /achterlicht Achteruitrijlicht
Onderdeelnaam
Stadslicht, voor Koplamp (Grootlicht/Dimlicht)
Mistlampen voor (indien gemonteerd)
Knipperlicht, voor ZijknipperlichtInterieur Vistapverlichting Nr.
8 9
101112
Vermogen
5
60/55
55215
10 10 5
Nr. 1 2 3 45 6 7Vermogen 215
21 5
21
21/5 21
Onderdeelnaam
Derde remlicht Kentekenplaatverlichting MistachterlichtKofferruimteverlichting AchterlichtunitMoftype
W2.1 x 9.5D P43t-38PK22s
BA 15s
W2.1 x 9.5D W2.1 x 9.5D
S8.5/8.5
W2.1 x 4.6D Moftype
BA 15s
W2.1 x 9.5D
BA 15s
S8.5/8.5 BA 15s
BAY 15d BA 15s
Leeslamp Interieurverlichting