lock Hyundai Santa Fe 2005 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: HYUNDAI, Model Year: 2005, Model line: Santa Fe, Model: Hyundai Santa Fe 2005Pages: 244, PDF Size: 10.07 MB
Page 21 of 244

1- 10 BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
HSM362
Vergrendelen
B040C02Y-AXT VAN BUITENAF VERGRENDELEN De portieren kunnen zonder gebruik van een sleutel worden vergrendeld. Ga hierbij als volgt te werk: zet aande binnenzijde de slotschakelaar in de stand "LOCK", zodat het rode merkteken op de schakelaar niet meerzichtbaar is, vervolgens kan het portier worden gesloten. Het portier kan niet worden vergrendeld als bij gesloten voorportieren de sleutel zich nog in het contactslot bevindt.Dit is normaal. N.B.:
o Als het portier op deze wijze
wordt vergrendeld, moet erop worden gelet dat de sleutel niet in de auto achterblijft.
o Om diefstal te voorkomen, moet altijd de contactsleutel worden verwijderd en moeten alleportieren worden vergrendeld als de auto onbewaakt achterblijft. B040D01S-AXTPortieren van binnenuit afsluiten Voor het afsluiten van de wagen van
binnenuit is het voldoende het portier te sluiten en de vergendelingsknop in de "LOCK"-stand te drukken. Hierna is het niet meer mogelijk het portiermet de binnen- of buitenhandgreep te openen. N.B.:
Als het portier is afgesloten is de
rode markering op de vergrendelingsknop niet zichtbaar.
B040C01O Ontgrendelen
Page 22 of 244

BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI 1- 11
B040E04A-AXT KINDERSLOTEN ALLEEN ACHTERPORTIEREN Uw wagen is voorzien van kindersloten op de achterportieren. Bij ingeschakeld kinderslot kan het portier niet vanbinnenuit worden geopend. Om de kinderslotfunctie in te schakelen, zodat het portier niet van binnenuit kan worden geopend, dehendel in de stand " " zetten en het portier sluiten. Beweeg de hendel in de stand " " om terug te keren naar normale deurbediening. Het portier kan van buitenaf met de handgreep aan de buitenzijde worden geopend. B040G01O-AXTCENTRALE DEURVERGRENDELING(Indien gemonteerd) De schakelaar van de
centraledeurvergrendeling bevindt zich in de armsteun van de chauffeur. Hij wordt bediend door de schakelaar inte drukken. Als de achterdeur open is wanneer de schakelaar ingedrukt is, zal de deur op slot zitten nadat hijgesloten is. N.B.:
o Door het indrukken van de toets "LOCK" in de slotschakelaar van het bestuurdersportier, worden alle portieren vergrendeld. o Door het indrukken van de toets
"UNLOCK" van de slotschakelaar,worden alle portierenontgrendeld.
B040H01L-GXT Snelheidsafhank elijke
automatische portiervergrende ling
(Indien gemonteerd) Wanneer de snelheid van de auto gedurende 2-3 seconden hoger is dan 40 km/h, worden alle portieren automatisch vergrendeld. B070A01A-GXT DIEFSTALBEVEIL IGINGSINSTALLATIE(Indien gemonteerd) Met deze installatie wordt het binnendringen van onbevoegden in uw wagen bemoeilijkt. De installatie werktin drie fasen: de eerste is de activeerfase, de tweede de alarmfase en de derde de uitschakelfase. Alshet alarm afgaat, wordt een sirene in werking gesteld.
HSM170-1
B040G01O
Page 24 of 244

BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI 1- 13
B070D01HP-GXT UITSCHAKELFASE Het systeem sordt op de volgende wijze uitgeschakeld:Het bestuurders-of passagiersportierwordt ontgrendelgd door het indrukkenvan de "UNLOCK" toets van de afstandsbediening. Na het uitvoeren van de bovenge- noemde handelingen knipperen derichtingaanwijzers tweemaal om aan te geven dat het systeem is uitgeschakeld. Als een van de portieren, de achterklep of de motorkap niet binnen 30 seconden wordt geopend, wordt het systeem weer ingeschakeld.
!
LET OP:
De alarminstallatie kan alleen met
de afstandsbediening worden uitgeschakeld. Kan de installatie niet met de afstandsbediening worden uitgeschakeld, ga dan als volgt tewerk:
1. Ontgrendel het portier met de sleutel; hierdoor wordt het alarm geactiveerd.
2. Steek de sleutel in het conta-
ctslot en draai de sleutel in destand 'ON'.
3. Wacht 30 seconden.
Nadat de bovenstaande handel-
ingen zijn uitgevoerd, wordt dealarminstallatie uitgeschakeld. B070F01A-GXT Afstandsbediening (Keyless Entry System) Portieren vergrendelen
1. Sluit alle portieren.
2. Druk de toets "LOCK" op de
afstandsbediening in.
3. Nadat de portieren zijn vergrendeld,
knipperen de richtingaanwijzers eenmaal, om aan te geven dat het systeem is ingeschakeld.
Portieren ontgrendelen
1. Druk de toets "UNLOCK" op de afstandsbediening in.
2. Nadat de portieren zijn ontgrendeld, knipperen de richtingaanwijzers tweemaal, om aan te geven dat hetsysteem is uitgeschakeld.
3A9BA21
Page 26 of 244

BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI 1- 15
!
bestuurderszijde met de auto- schakelaar (1) worden ingedrukt tot een klik voelbaar is. Om de bewegingvan de ruit te stoppen, moet de schakelaar opnieuw licht worden ingedrukt en vervolgens wordenlosgelaten.
WAARSCHUWING:
(1)Let er bij het sluiten van een ruit op dat hoofd of handen nietbekneld raken.
(2)Probeer nooit de hoofdschakelaar
en de subschakelaar tegelijkertijdin tegenovergestelde richting te bedienen, omdat de ruit dan stopt en het niet meer mogelijk is dezete openen of te sluiten.
(3)Laat kinderen nooit alleen in de
wagen achter. Verwijder voor hun veiligheid altijd de contactsleutel.
Om de bediening van de achterportierruiten door deachterpassagiers te voorkomen, is in de armleuning van het bestuurdersportier eenblokkeerschakelaar (2) aangebracht. Om de bediening van de achterportierruiten te voorkomen, moetdeze blokkeerschakelaar worden ingedrukt. Om deze blokkering weer HSM441op te heffen, moet deblokkeerschakelaar (2) opnieuw worden ingedrukt. N.B.:
De elektrische ramen kunnen nog
gedurende 30 seconden worden bediend nadat het contactslot
in de stand "ACC" of "LOCK" is
gezet of de sleutel uit het contactslotis verwijderd.
Indien de voorportieren worden
geopend tijdens deze 30 seconden, kunnen de elektrische ramen nietmeer worden bediend zonder het contactslot in de "ON" stand te zetten.
(2) Sluiten
Openen
HSM050
Page 45 of 244

1- 34 BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
ing Retractor = noodblokkering- ssysteem). Als de auto sterk wordt afgeremd of als de inzittende zich tesnel naar voren beweegt, blokkeert de veiligheidsgordel.
Bij een voldoende zware frontale
aanrijding wordt de gordelspanner geactiveerd, waardoor deveiligheidsgordel strakker tegen het lichaam van de inzittende wordt getrokken.
Als de gordelspanner is geactiveerd
en het systeem een grote spanningop de gordel van de bestuurder of devoorpassagier registreert, vermindert de gordelkrachtbegrenzer in de gordelspanner de spanning op debetreffende gordel.
B180B01O
1
2 3
Airbageenheid voor bestuurderszijde
Airbageenheid voor passa-gierszijde
B180B01O-GXT Veiligheidsgordel met gordelspanner(Indien gemonteerd) Uw Hyundai is voorzien van
veiligheidsgordels met gordelspanners voor de bestuurder en de voorpassagier. De gordelspanner zorgt er bij een
zware frontale aanrijding voor dat deveiligheidsgordel strak tegen het lichaam van de inzittende wordt getrokken. De gordelspanners kunnenworden geactiveerd met de airbags.
HXG229
De veiligheidsgordel met
gordelspanner werkt op dezelfde wijze als de veiligheidsgordel metoprolautomaat ELR (Emergency Lock-
U : Geschikt voor "universele"
categorie veiligheidssystemengoedgekeurd voor gebruik in dezegewichtsklasse
UF : Geschikt voor in voorwaartse
richting geplaatste "universele" categorie veiligheidssystemen goedgekeurd voor gebruik in dezegewichtsklasse
L1 : Geschikt voor "Römer ISOFIX
GR1" goedgekeurd voor dezegewichtsgroep(Goedkeuringsnr.: E1 R44-03301133)
X : Zitplaats niet geschikt voor kinderen in deze gewichtsklasse
Page 50 of 244

BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI 1- 39
B240B01O
Airbag voor passagierszijde
!!
B240B05L
Airbag voor passagierszijde
LET OP:
Een flacon luchtverfrisser mag in de auto niet dichtbij het instrumentenpaneel of op het dash- board worden geplaatst. Dooreventuele lekkage van de luchtverfrisser op deze delen (instrumentenpaneel, dashboard ofaanjager) kunnen ze worden beschadigd. Als de vloeistof van de luchtverfrisser op deze delenkomt moeten ze direct met water worden gereinigd. WAARSCHUWING:
o Het in werking treden van de airbag gaat gepaard met een luideknal, terwijl eveneens enige rook vrijkomt. Dit is normaal en isniet gevaarlijk. De rook die bij het in werking treden van de airbag vrijkomt kan echterhuidirritatie veroorzaken. Na een aanrijding waarbij de airbag in werking is getreden, moeten dehanden en het gezicht grondig met lauwwarm water en een milde zeep worden gewassen. o SRS functioneert alleen als het
contact in de "ON" stand staat.Als het SRS-lampje niet knippert,of na zes seconden knipperen, dan wel bij het starten van de motor en/of tijdens het rijdenblijft branden, werkt SRS niet naar behoren. Laat uw auto in zo'n geval direct door uwHyundai dealer inspecteren.
o Alvorens een zekering te vervangen of een accukabel los te maken, moet de contactsleutel in de stand "LOCK" wordengedraaid of worden verwijderd. Vervang nooit zekering nummer 12 als de contactsleutel in destand "ON" staat. Als deze waarschuwing niet wordt opgevolgd, gaat deonderhoudsindicatie branden.
Page 63 of 244

1- 52 BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
B260S01B-GXT
Controlelamp voorgloeien(Dieselmotor)
De controlelamp gaat oranje branden
als het contactslot in de "ON" stand wordt gedraaid. De motor kan worden gestart nadat de controlelamp voorhet voorgloeien is gedoofd. De duur van het branden varieert met de koelvloeistoftemperatuur, luchttempe-ratuur en conditie van de accu. N.B.:
Als de motor niet na 10 seconden
start, draai dan de contactsleutel eerst in de stand "LOCK", zet hemvervolgens weer in de "START" stand om het opnieuw te proberen.B260U01TB-GXT Controlelamp immobilizer(Diefstalbeveiliging)
Deze controlelamp gaat enkele seconden branden nadat de contactsleutel in stand "ON" is gedraaid. U kunt nu de motor starten.De controlelamp dooft zodra de motor loopt. Als de controlelamp dooft voordat de motor wordt gestart, moetu de contactsleutel in stand "LOCK" draaien en de motor opnieuw starten. Als de controlelamp gedurende 5seconden gaat knipperen wanneer de sleutel in stand "ON" wordt gedraaid, betekent dit dat het imobilizersysteemniet werkt. Raadpleeg de uitleg van de "Limp home"-procedure (noodloopprocedure, zie pag. 1-8) ofwend u tot uw HYUNDAI-dealer.
B260V01JM-GXT
Controlelamp limited slip differentieel(Indien gemonteerd)
De controlelamp voor het limited slip
differentieel gaat branden als de schakelaar wordt ingedrukt. Het doel van het limited slip differentieel
is om het het aandrijfkoppel beter teverdelen op natte, besneeuwde wegen en onverhard terrein.
Het limited slip differentieel wordt
uitgeschakeld door de schakelaar nogmaals in te drukken.
Informatie over het gebruik van de
4WD lock-schakelaar begint op pag.2-21.
!WAARSCHUWING:
Gebruik het limited slip differentieel niet op droge wegen, omdat hierdoor bijgeluiden, trillingen of schade kan ontstaan aan onderdelenvan het differentieel.
Page 129 of 244

HET RIJDEN MET UW HYUNDAI 2- 5
!
ZC050A1-AX SLEUTELSTANDEN
WAARSCHUWING:
Als de wagen nog rijdt mag de
motor niet worden afgezet en mag de contactsleutel niet worden verwijderd, omdat het stuurslot dan wordt ingeschakeld. C040A01E
LOCK
ACC
ON
START "START" In deze stand wordt de motor gestart.
De startmotor blijft draaien totdat de sleutel wordt losgelaten.
N.B.: Bedien de startmotor niet langer
dan 15 seconden achtereen.
"ON" In deze stand is de ontsteking
ingeschakeld en kunnen alle elektrische accessoires in werkingworden gesteld. Als de motor niet draait mag de contactsleutel niet in de "ON" stand blijven staan. Hierdoorwordt de accu ontladen en kan schade aan het ontstekingssysteem ontstaan.
N.B.: Zie voor meer informatie de rubriek
"Starten van de motor". "ACC" Met de contactsleutel in de stand "ACC" kunnen de radio en andere elektrische verbruikers worden ingeschakeld. "LOCK" In deze stand kan de contactsleutel worden verwijderd of aangebracht. Als beveiliging tegen diefstal treedt het stuurslot in werking als de contactsleutel wordt verwijderd. N.B.: Om het stuurwiel te ontgrendelen moet de contactsleutel worden aangebracht en moeten het stuurwiel en de sleutel gelijktijdigworden gedraaid.
Page 130 of 244

2- 6 HET RIJDEN MET UW HYUNDAI
!
C050A01E
C050A01A-AXT HET STARTEN VAN DE MOTOR
Met benzine-injectie
WAARSCHUWING:
Laat de motor nooit in een gesloten of slecht geventileerde ruimte draaien. Koolmonoxide is reukloosen kan fataal zijn. C051A01O-GXT HET STARTEN VAN DE DIESELMOTOR MOTOR KOUDE
o Zet het contact aan en wacht tot de controlelamp van het voorgloeisysteem dooft.
o Bedien de startmotor tot de motor
aanslaat.
MOTOR WARM
o Bedien de startmotor. Als de motor niet bij de eerste poging aanslaat,wacht dan enkele seconden en laat het contact aan zodat het voorgloeisysteem werkt.
Geef geen gas. Bedien de startmotor
tot de motor aanslaat.C070C01E
LOCK
ACC
ON
START
ZC090D2-FX Het verwijderen van de contactsleutel
1. Plaats de contactsleutel in de stand
"ACC".
2. Druk de contactsleutel in en draai deze tegelijkertijd tegen de klok in van stand "ACC" naar stand "LOCK".
3. De sleutel kan in de stand "LOCK"
verwijderd worden.
Page 131 of 244

HET RIJDEN MET UW HYUNDAI 2- 7
C050B01S-GXT NORMALE STARTPROCEDURE
1. Breng de contactsleutel aan en gesp de veiligheidsgordel om.
2. Zet de versnellingshandel in neutraal
(handgeschakelde versnellingsbak) of de keuzehandel in stand P (automatische transmissie).
3. Controleer of de controlelampen en de instrumenten goed werken nadatde contactsleutel in de stand "ON"is gedraaid.
4. Draai, bij voertuigen met een controlelamp voor het voorgloeien, de contactsleutel in de stand "ON". Eerst zal de controlelamp oplichtenen daarna doven, hetgeen betekent dat het voorgloeien heeft plaatsgevonden en de motor kanworden gestart.
Gele lamp "OFF"
Gele lamp "ON"
C050B01HP
N.B.: De groene verlichting zal na een
bepaalde tijd vanzelf doven. Het voorgloeien wordt dan beëindigdom de accu niet onnodig te belasten.
Om de motor te kunnen starten
wanneer de groene verlichting reeds is gedoofd, moet de sleuteleerst weer in de stand "LOCK" worden gedraaid en daarna opnieuw in de stand "ON" zodat degloeibougies op temperatuur worden gebracht. WAARSCHUWING:
Verzeker u ervan dat de koppeling volledig is ingetrapt als de motor bij een handgeschakelde auto gestart wordt.Anders bestaat de mogelijkheid dater in of buiten de auto iemandschade oploopt ten gevolge van de voor-of achteruitbeweging van de auto als de koppeling niet geheelis ingetrapt tijdens het starten.
5. Draai de contactsleutel in de stand "START" en laat de sleutel los zodra de motor aanslaat.
!