lock Hyundai Santa Fe 2010 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: HYUNDAI, Model Year: 2010, Model line: Santa Fe, Model: Hyundai Santa Fe 2010Pages: 409, PDF Size: 30.88 MB
Page 213 of 409

Rijden met uw auto
4
5
E030100AFD
Verlicht contactslot
(indien van toepassing)
Ter verhoging van het comfort gaat, als het contact niet in stand ON staat, de
contactslotverlichting branden als één
van de voorportieren wordt geopend. De
verlichting gaat direct uit als het contact
in stand ON wordt gezet of 30 seconden
nadat het portier is gesloten. Standen contactslot
E030201AUN
LOCK
Het stuurslot beschermt tegen diefstal. De contactsleutel kan alleen uit het
contact worden verwijderd als hetcontact in stand LOCK staat. Om de contactsleutel in stand LOCK te
zetten, moet deze in stand ACC worden
ingedrukt en vervolgens naar de stand
LOCK worden gedraaid.E030202AUN
ACC (Accessoires)
Het stuurwiel is van het stuurslot en de
elektrische accessoires werken.
✽✽
AANWIJZING
Draai het stuurwiel iets naar links en
naar rechts om het contact
gemakkelijker in stand ACC te kunnen
zetten als het verdraaien van de
contactsleutel moeilijk gaat.
E030203AUN
ON
Voordat de motor wordt gestart, gaan de
waarschuwingslampjes ter controle
branden. Het contactslot keert na het
starten terug in deze stand.
Laat, om te voorkomen dat de accu ontladen raakt, het contact niet in stand
ON staan als de motor niet draait.
E030204AUN
START
Draai de contactsleutel in stand START
om de motor te starten. De startmotor
draait totdat u de sleutel loslaat. De
sleutel keert vervolgens terug in stand
ON. In deze stand gaat het
waarschuwingslampje van het
remsysteem ter controle branden.
STANDEN CONTACTSLOT
OCM050001OCM050002
Page 214 of 409

55
Rijden met uw auto
E040000ACM
Starten van de motor
✽✽AANWIJZING
- Kickdown-mechanisme (indien van toepassing)
Het kickdown-mechanisme in het
gaspedaal voorkomt dat er onbedoeld
met volgas wordt gereden door het
gaspedaal extra weerstand te geven. Als
het gaspedaal echter voor meer dan
80% wordt ingetrapt, wordt er mogelijk
al met volgas gereden en zal het
gemakkelijker zijn om het pedaal
verder in te trappen. Dit duidt niet op
een storing.
WAARSCHUWING -
Contactsleutel
Zet het contact nooit in stand LOCK of ACC terwijl de auto rijdt.
Hierdoor kunt u de controle over
de auto verliezen en neemt de
remkracht af, wat tot een ongevalkan leiden.
Het stuurslot dient niet ter vervanging van de parkeerrem.
Controleer altijd of stand P (Park)
is ingeschakeld bij een auto met
een automatische transmissie,
schakel de parkeerrem in en zet
de motor uit voordat u de auto
verlaat. Als deze
voorzorgsmaatregelen niet
worden opgevolgd, kan de auto
onverwacht en plotseling in
beweging komen.
(Vervolg)
WAARSCHUWING
Draag altijd geschikte schoenen
tijdens het rijden. Ongeschikte
schoenen (hoge hakken,
skischoenen, enz.) kunnen het
bedienen van het rempedaal, het
gaspedaal en het koppelingspedaal
(indien van toepassing)bemoeilijken.
(Vervolg)
Steek nooit tijdens het rijden uw hand door het stuurwiel om de contactsleutel of andere
bedieningsorganen te bedienen.
Hierdoor kunt u de controle over
de auto verliezen, wat kan leiden
tot een ongeval en ernstig letsel.
Plaats geen losse voorwerpen rondom de bestuurdersstoel.
Deze kunnen tijdens het rijden
gaan bewegen en de bestuurder
hinderen, wat kan leiden tot een
ongeval.
Page 216 of 409

57
Rijden met uw auto
3. Draai de contactsleutel in stand ONom de motor voor te gloeien. Het
controlelampje voorgloeien zal nu
gaan branden.
4. Als het controlelampje voorgloeien uitgaat, draai dan de contactsleutel in
stand START en houd de sleutel in
deze stand totdat de motor aanslaat
(maximaal 10 seconden). Laat de
sleutel vervolgens los.
✽✽
AANWIJZING
Als de motor niet binnen 10 seconden
wordt gestart nadat het voorgloeien is
voltooid, zet het contact dan gedurende
10 seconden terug in stand LOCK en
vervolgens weer in stand ON om de
motor opnieuw voor te gloeien.Starten en afzetten van een motor met
turbo/intercooler
1 Voer het toerental van de motor niet te hoog op en accelereer niet direct na
het starten van de motor.
Laat een koude motor enkele
seconden stationair draaien voordat u
wegrijdt om ervoor te zorgen dat de
turbocompressor voldoende smering
krijgt.
2. Na het rijden met hoge snelheid of een lange rit met een zware motorbelasting
dient de motor voor het afzetten
ongeveer 1 min stationair te draaien. Door de motor stationair te laten
draaien zal de turbo afkoelen voordat
de motor wordt afgezet.
W-60
Controlelampje voorgloeien
OPMERKING
Zet de motor nooit direct af nadat
hij zwaar belast is. Dit kan zware schade veroorzaken aan de motorof de turbocompressor.
Page 234 of 409

525
Rijden met uw auto
✽✽AANWIJZING
Zorg er als u op normale wegen rijdt voor dat de stand 4WD LOCK is uitgeschakeld door op de toets 4WD LO CK te drukken
(het controlelampje dooft). Als de stand 4WD LOCK is ingeschakeld terwijl u op normale wegen rijdt, kunnen er (met name
bij het nemen van bochten) mechanische bijgeluiden en trillingen worden geprod uceerd. De bijgeluiden en trillingen
verdwijnen als de stand 4WD LOCK wordt uitgeschakeld. Sommige onderdelen in de aandr ijflijn kunnen beschadigd raken
als er langdurig met bijgeluiden en trillingen wordt gereden.
Als de stand 4WD LOCK wordt gedeactiveerd kan een schok worden gevoeld als de aandri jfkracht weer alleen aan de
voorwielen wordt geleverd. Deze schok is geen mechanisch defect.
E170200AEN
Selecteren van de vierwielaandrijving (4WD)
Deze stand wordt gebruikt om bij het op- en afrijden van steile
hellingen, het terreinrijden, het rijden op zanderige of modderige
ondergrond, enz. te zorgen voor een maximale tractie.
Deze stand wordt automatisch langzaam gedeactiveerd bij
snelheden boven 30 km/h en schakelt over naar 4WD AUTO
bij snelheden boven 40 km/h Maar als de snelheid lager
wordt dan 30 km/h wordt de stand 4WD LOCK weer
ingeschakeld.
4WD AUTO
(4WD LOCK is
gedeactiveerd)
(Controlelampje brandt niet)
Stand tussenbak Selectietoets Controlelampje Omschrijving
Tijdens het rijden in stand 4WD AUTO werkt de auto net alsnormale 2WD-auto's onder normale
bedrijfsomstandigheden. Maar als het systeem bepaalt dat
de stand 4WD noodzakelijk is wordt de aandrijfkracht van de
motor verdeeld over alle vier wielen zonder tussenkomst van
de bestuurder.
Tijdens het rijden op normale wegen en asfalt rijdt de auto net zo als normale 2WD-auto's.
4WD LOCK
(Controlelampje brandt)
Page 236 of 409

527
Rijden met uw auto
U dient er bewust op te oefenen hoe uin een vierwielaangedreven auto de bochten neemt.
Vertrouw niet op uw ervaring in
normale 2WD-auto's als u de snelheid
bepaalt waarmee u in 4WD de bocht
neemt. Om te beginnen dient u in 4WD
langzamer te rijden.
Rijd in het terrein voorzichtig omdat uw auto beschadigd kan raken door
stenen of boomwortels. Zorg dat u
weet hoe de omstandigheden in het
terrein zijn voordat u er gaat rijden.
Pak altijd de buitenkant van hetstuurwiel stevig vast wanneer u op
onverhard terrein rijdt.
Verzeker u er van dat alle passagiers veiligheidsgordels dragen. Als u door water moet rijden, stop de
auto dan, stel de stand 4WD LOCK in
en rijd niet sneller dan 8 km/h.
WAARSCHUWING - 4WD
Minder snelheid als u bochten
neemt. Het zwaartepunt van 4WD-
auto's ligt hoger dan bij normale
2WD-auto's waardoor ze
makkelijker omslaan als u de bochtte snel neemt.
WAARSCHUWING - Stuurwiel
Steek uw arm niet in het stuurwiel
tijdens het rijden in het terrein. U
kunt uw arm verwonden door een
plotselinge stuurbeweging of door
schokken van het stuur als gevolg
van voorwerpen op de grond.
U kunt dan de controle over het
stuurwiel verliezen.
WAARSCHUWING - Gevaarlijke wind
Als u rijdt terwijl het erg hard waait,
zorgt het hogere zwaartepunt van
de auto ervoor dat de controle over
het sturen moeilijker wordt zodat ulangzamer moet gaan rijden.
WAARSCHUWING - Rijden door water
Rijd langzaam. Als u te snel rijdt in het water kan opspattend water in
de motorruimte terechtkomen
waardoor het ontstekingssysteem
nat wordt zodat uw auto plotseling
stilstaat. Als dit gebeurt terwijl uw
auto op een helling staat, kan deauto omslaan.
OCM050059
Page 247 of 409

Rijden met uw auto
38
5
In werking
Als de voertuigstabiliteitsregeling
in werking treedt, gaat hetcontrolelampje ESP knipperen.
devoertuigstabiliteitsregeling
werkt, voelt u mogelijk lichte
trillingen in de auto. Dit wordt
veroorzaakt door het
aansturen van de remmen en
is normaal.
gladde weg neemt het
motortoerental mogelijk niet
toe, ondanks dat u het
gaspedaal intrapt. E070502AUN-EE
Voertuigstabiliteitsregeling
uitschakelen
Voertuigstabiliteitsregeling uitgeschakeld
de voertuigstabiliteitsregeling
uit te schakelen. Hetcontrolelampje ESP OFF
gaat branden.
blijft uitgeschakeld, ook als uhet contact in stand LOCK
zet. Pas wanneer de motor
opnieuw wordt gestart, zal de
voertuigstabiliteitsregeling
automatisch weer worden
ingeschakeld. E070503ACM
Controlelampje
Als het contact in stand ON wordt gezet,
gaat het controlelampje branden. Als hetsysteem in orde is dooft het lampje na
enige tijd weer.
Het controlelampje ESP knippert als het
ESP werkt of gaat branden als het ESP
niet in werking treedt. Het controlelampje ESP OFF gaat
branden als het ESP wordt uitgeschakeld
met de schakelaar.
■
ESP indicator light
■ ESP OFF indicator light
Page 255 of 409

Rijden met uw auto
46
5
Dit kan alleen als de ingestelde
rijsnelheid niet onderbroken is met
schakelaar CRUISE ON-OFF en het
systeem nog steeds geactiveerd is.
De ingestelde snelheid wordt echter niet
hervat wanneer de snelheid minder isdan 40 km/h.
E090700AUN
Schakel de cruise control op één
van de volgende manieren uit:
Druk op de toets CRUISE ON-OFF(het controlelampje CRUISE op het
instrumentenpaneel gaat uit).
Zet het contact in stand LOCK.In deze beide gevallen wordt het systeem uitgeschakeld. Volg de aanwijzingen onder “Rijsnelheidinstellen” op de vorige bladzijde om de
cruise control opnieuw in te schakelen.
OCM050101
OCM050101L
Type A
Type B
Page 281 of 409

Wat te doen in een noodgeval
4
6
ALS DE MOTOR NIET GESTART KAN WORDEN
F030100AUN Als de motor niet of langzaam
ronddraait
1. Controleer als uw auto is uitgerust met
een automatische transmissie of de selectiehendel in stand N of P staat en
of de parkeerrem geactiveerd is.
2. Controleer of de accuklemmen schoon zijn en goed vastzitten.
3. Schakel de interieurverlichting in. Als de interieurverlichting zwakker gaat
branden of uitgaat als u de startmotor
bedient, is de accu te ver ontladen.
4. Controleer of de aansluitingen van de startmotor goed vastzitten.
5. Probeer de auto niet aan te slepen of aan te duwen. Zie de aanwijzingen bij
“Starten met hulpaccu”. F030200AFD
Als de motor wel ronddraait maar niet aanslaat
1. Controleer het brandstofniveau.
2. Zet het contact in stand LOCK/OFF en
controleer alle stekkerverbindingen
van de ontsteking, de bobine en de
bougies. Sluit een eventuele losse
stekker weer aan.
3. Controleer de brandstofleiding in de motorruimte.
4. Neem contact op met een officiële HYUNDAI Erkend Reparateur of eenhulpdienst als de motor nog steeds
niet gestart kan worden.
WAARSCHUWING
Probeer de auto niet aan te slepen
of aan te duwen. Hierdoor kan een
aanrijding of andere schade
ontstaan. Verder kan de katalysator
door overbelasting beschadigd
raken en brand veroorzaken als de
auto wordt aangesleept of
aangeduwd.
Page 361 of 409

757
Onderhoud
G210100AFD
Vervangen zekering zijpaneel
1. Zet het contact in stand LOCK en alleandere schakelaars uit.
2. Open het deksel van de zekeringkast. 3. Verwijder de verdachte zekering.
Gebruik het demontagegereedschap
dat zich in de zekeringkast in de
motorruimte bevindt.
4. Controleer de verwijderde zekering; vervangen indien deze is doorgebrand.
5. Plaats een nieuwe zekering met dezelfde stroomsterkte en controleer of
de zekering goed vastzit.
Neem contact op met een officiële
HYUNDAI Erkend Reparateur als de
zekering niet goed vastzit.
Als u geen reservezekering hebt, kunt u de zekering van een ander circuitgebruiken dat niet nodig is om te kunnen
rijden, bijvoorbeeld van de aansteker,mits de zekering dezelfde stroomsterkteheeft.
Controleer de zekeringkast in de
motorruimte wanneer de koplampen of
andere elektrische componenten niet
werken. Vervang een doorgebrande
zekering.
OCM054002OCM070021
Page 362 of 409

Onderhoud
58
7
G210101AXM
Backup-zekering
Uw auto is uitgerust met een backup-
zekering (shuntstekker), waarmee u kunt
voorkomen dat de accu leegraakt
wanneer de auto gedurende langere tijd
niet wordt gebruikt. Bereid de auto op de
volgende manier voor wanneer deze
voor langere tijd niet gebruikt wordt.
1. Zet de motor uit.
2. Schakel de verlichting uit.
3. Open het zijpaneel aan
bestuurderszijde en trek de backup-
zekering (shuntstekker) omhoog.
✽✽ AANWIJZING
Als de backup-zekering omhoog is gezet, werken de
waarschuwingszoemer, het
audiosysteem, de klok, de
interieurverlichting enz. niet meer.
Sommige systemen zullen na het
opnieuw inschakelen gereset moeten
worden. Zie "Accu" in dit hoofdstuk.
Zelfs als de backup-zekering omhoog
is gezet, kan de accu ontladen worden
door brandende verlichting of de
werking van andere elektrische
systemen.
G210200AFD
Vervangen zekering motorruimte
1. Zet het contact in stand LOCK (of OFF) en alle andere schakelaars uit.
2. Verwijder het deksel van de zekeringkast door de lippen in te
drukken en het deksel omhoog te
trekken.
OCM070022
OCM070023
OCM070024
Alleen dieselmotor