ESP Hyundai Santa Fe 2011 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: HYUNDAI, Model Year: 2011, Model line: Santa Fe, Model: Hyundai Santa Fe 2011Pages: 410, PDF Size: 32.38 MB
Page 111 of 410

431
Kenmerken van uw auto
D110200AUN
Kantelen van het schuif- /kanteldak
Druk om het schuif-/kanteldak automatisch open te kantelen op de toetskantelen (2) in de dakconsole gedurende
meer dan 0,5 s.
Het schuif-/kanteldak zal volledig
omhoog kantelen. Druk op een van de
schakelaars om het omhoog kantelen
van het schuif-/kanteldak in een
willekeurige stand te onderbreken. Sluit het schuif-/kanteldak door de
schakelaar sluiten (3) in de dakconsole
ingedrukt te houden tot het dak volledig
gesloten is.
WAARSCHUWING -
Schuif-/kanteldak
Zorg ervoor dat er geen hoofden, handen of andere lichaamsdelen
tussen het schuif-/kanteldak en
de carrosserie bekneld kunnen
raken als het schuif-/kanteldak
gesloten wordt.
Steek tijdens het rijden de armen, het hoofd of andere
lichaamsdelen niet buiten deauto.
Zorg ervoor dat de handen en het hoofd zich op een veilige afstand
van het schuif-/kanteldak
bevinden, alvorens het schuif-/kanteldak te sluiten.OPMERKING
Verwijder van tijd tot tijd het vuil
dat zich verzameld heeft op de
geleiderail.
Wanneer u het schuif-/kanteldak probeert te openen bijtemperaturen onder het
vriespunt, of als het dak bedekt is met sneeuw of ijs, kan hetglaspaneel of de motor beschadigd raken.
Het zonnescherm schuift gelijktijdig met het schuif-/kanteldak open. Laat het zonnescherm niet dichtzitten als het schuif-/kanteldak geopend is.
OCM040030
Page 135 of 410

455
Kenmerken van uw auto
D150312ACM
Schakelstand-indicator (indien vantoepassing)
In het display wordt weergegeven welke
van de stand van de selectiehendel
geselecteerd is.
(P, R, N, D en sportstand)
Schakelstandindicator
handgeschakeldetransmissie (indien van toepassing)
Dit controlelampje geeft aan in welke
versnelling u het beste kunt rijden om
brandstof te besparen.
Bijvoorbeeld
: Geeft aan dat opschakelen naar de 3eversnelling wenselijk is.
(De selectiehendel staat in de 2e
versnelling.)
: Geeft aan dat terugschakelen naar de 3e versnelling wenselijk is.
(De selectiehendel staat in de 4e
versnelling.)
✽✽ AANWIJZING
Wanneer het systeem niet correct
functioneert, wordt er geen pijl omhoog,pijl omlaag of geselecteerde versnellingweergegeven.
D150313AFD
Waarschuwingslampje laadsysteem
Dit waarschuwingslampje duidt op een
storing in de dynamo of in hetlaadsysteem.
Handel als volgt als het lampje gaat
branden tijdens het rijden:
1. Rijd naar de dichtstbijzijnde veilige locatie.
2. Schakel de motor uit en controleer of de dynamoriem onvoldoende
spanning heeft of gebroken is.
3. Als de dynamoriem in orde is, bevindt het probleem zich in het laadsysteem.
Laat de auto zo snel mogelijk
repareren door een officiële HYUNDAI
Erkend Reparateur.
Page 138 of 410

Kenmerken van uw auto
58
4
Controlelampje ESP
(voertuigstabiliteitsregeling) (indien van toepassing)
Het controlelampje EPS gaat branden op het moment dat het contact in stand ON
wordt gezet en moet na ongeveer 3
seconden weer doven. Als de
voertuigstabiliteitsregeling is
ingeschakeld, registreert dit systeem de
rijomstandigheden. Zolang deze normaal
zijn, blijft het controlelampje ESP uit.
Zodra het systeem registreert dat de
wielen door willen gaan slippen, wordt de
voertuigstabiliteitsregeling geactiveerd engaat het controlelampje ESP knipperen.
Maar als het ESP-systeem defect is, gaat
het controlelampje branden en blijft aan. Laat de auto controleren door een
officiële HYUNDAI-dealer.
Controlelampje ESP OFF(indien van toepassing)
Het controlelampje EPS OFF gaat
branden op het moment dat het contact
in stand ON wordt gezet en moet na
ongeveer 3 seconden weer doven. Druk
op de schakelaar ESP OFF om de
voertuigstabiliteitsregeling uit te
schakelen. Het controlelampje ESP OFF
gaat branden om aan te geven dat het
systeem is uitgeschakeld.
OPMERKING - Dieselmotor
Wanneer het controlelampje motormanagement knippert, duidt
dit op een storing in de regeling vande inspuithoeveelheid hetgeen kanresulteren in teruglopend motorvermogen, motorlawaai en
schadelijke uitlaatgasemissies.
Laat het motorregelsysteem zo snelmogelijk controleren door eenofficiële HYUNDAI-dealer.
Page 147 of 410

467
Kenmerken van uw auto
D180000AUN
De alarmknipperlichten moeten worden
gebruikt als u door omstandigheden
gedwongen bent de auto op een
gevaarlijke plaats tot stilstand te
brengen. Zet, als u de auto innoodsituaties tot stilstand moet brengen,
de auto zo ver mogelijk naast de rijbaan.
De alarmknipperlichten worden
ingeschakeld door de schakelaar voor de
alarmknipperlichten in te drukken.
Hierdoor gaan alle richtingaanwijzers
tegelijk knipperen. De
alarmknipperlichten werken ook als desleutel niet in het contactslot zit.
Druk nogmaals op de schakelaar voor de
alarmknipperlichten om ze uit te
schakelen.D190100BUN
Energiebesparingsfunctie
Deze functie voorkomt dat de accu
ontladen raakt. Het systeem schakelt
automatisch de parkeerlichten uit
wanneer de contactsleutel verwijderd
wordt of wanneer het portier aan
bestuurderszijde wordt geopend.
De parkeerlichten worden automatisch uitgeschakeld als de auto in het donker
langs de kant van de weg geparkeerd
wordt.
Volg onderstaande procedure als de
parkeerlichten moeten blijven branden
wanneer de contactsleutel is
verwijderd:
1) Open het portier aan
bestuurderszijde.
2) Schakel de parkeerlichten UIT en AAN met de lichtschakelaar op de
stuurkolom. D190400AUN
Bediening verlichting
De lichtschakelaar heeft een stand voor
het dimlicht en het parkeerlicht.
Draai, om de verlichting te bedienen, de
knop op het uiteinde van de
combischakelaar naar een van de
volgende standen: (1) Stand UIT
(2) Stand parkeerlicht(3) Stand dimlicht(4)
Stand automatische verlichting
(indien van toepassing)
OCM040120OCM040111
ALARMKNIPPERLICHTEN VERLICHTING
OPMERKING
Wanneer de bestuurder het voertuig
via een ander portier dan hetbestuurdersportier verlaat, werkt deenergiebesparingsfunctie niet.
Hierdoor kan de accu ontladenraken. Schakel in dit geval delampen uit voordat u het voertuig verlaat.
Page 153 of 410

473
Kenmerken van uw auto
Koplampsproeier
(indien van toepassing)
Bedien de schakelaar voor de
koplampsproeiers om de
koplampsproeiers in te schakelen. De
sproeier werkt als de achterlichten of
koplampen branden en als het contact in
stand ON staat. De sproeiervloeistof
wordt op de koplampen gesproeid.
Als u de ruitenwisserhendel naar u toe
trekt, wanneer de koplampen aan zijn,
zal de koplampsproeier werken. (indien
van toepassing)
✽✽AANWIJZING
Page 156 of 410

Kenmerken van uw auto
76
4
D200200AFD
Ruitensproeier voorruit
Trek de hendel naar voren om de
ruitensproeier in te schakelen. Als de
ruitenwisser in stand O(OFF) staat, zal
deze 1-3 wisslagen maken.
Gebruik deze functie om de voorruit te reinigen. De ruitensproeier en de ruitenwissers
blijven werken tot u de hendel loslaat.
Controleer het peil van de
ruitensproeiervloeistof als de
ruitensproeiers niet werken. Vul het
reservoir met een geschikte, niet
schurende ruitensproeiervloeistof
wanneer het peil te laag is.
De vulpijp van het reservoir bevindt zich
vooraan in de motorruimte aan
passagierszijde.
OPMERKING
Zet de schakelaar tijdens het
wassen van de auto in stand
O(OFF) om te voorkomen dat deruitenwissers in dat gevalautomatisch worden ingeschakeld.
Als de ruitenwissers tijdens hetwassen worden ingeschakeld, raken ze mogelijk beschadigd.
Verwijder de behuizing van deregensensor bovenaan de voorruit aan passagierszijde niet. Eventuele
schade aan onderdelen diehierdoor kan ontstaan, valt nietonder de fabrieksgarantie.
Zet de ruitenwisserschakelaar 'swinters voor het starten van de
motor in stand O(OFF). Als de ruitenwissers worden ingeschakeldterwijl de wisserbladenvastgevroren zijn, kunnen deze
beschadigd raken. Verwijder allesneeuw en ijs van de voorruitvoordat de ruitenwissers wordeningeschakeld.
OPMERKING
Gebruik de ruitensproeiers niet
wanneer het reservoir leeg is, om beschadiging van de ruitensproeierpomp te voorkomen.
WAARSCHUWING
Gebruik de ruitensproeiers niet bij temperaturen onder het vriespunt
zonder eerst de voorruit met behulp
van de voorruitontwaseming te
hebben verwarmd; de vloeistof kan
anders op de voorruit bevriezen en
uw uitzicht belemmeren.
OCM040133
OCM040133L
Type B
Type A
Page 190 of 410

Kenmerken van uw auto
110
4
D280601ACM
UREN (1)
Door de toets H in te drukken wordt de
tijd 1 uur vooruit gezet
D280602ACM
MINUTEN (2)
Door de toets M in te drukken wordt de
tijd 1 minuut vooruit gezet.
D280603AUN
RESET (3, indien van toepassing)
Druk knop R in met uw vinger, een
potlood of een scherp voorwerp om de
klok op het hele uur gelijk te zetten. De
klok wordt op het hele uur gelijkgezet.
Als de knop R bijvoorbeeld wordt
ingedrukt bij een tijd tussen 9:01 en 9:29,
zal het display 9:00 aangeven.
9:01 - 9:29 display wijzigt in 9:00
9:30 - 9:59 display wijzigt in 10:00 D280604ACM
Wijziging weergave
Type A Houd toets R gedurende 4 s of langer
ingedrukt om van een 12-uursweergave
over te schakelen op een 24-uursweergave.
Als u toets R 4 s ingedrukt houdt als het
display om 10:15 u 's avonds 10:15
aangeeft, zal het display veranderen in22:15.
Type B
Houd de toets “H” ingedrukt en druk ten
minste 3 seconden op toets “M” om van
een 24-uursweergave over te schakelen
op een 12-uursweergave. Als de toetsen
“H” en “M” bijvoorbeeld meer dan 3
seconden worden ingedrukt terwijl de
aangegeven tijd 22:15 is, wordt de
weergegeven tijd gewijzigd in 10:15.
D281400AFD
Aux-, USB- en iPod-aansluiting
(indien van toepassing)
Als uw auto is uitgerust met een AUX- aansluiting, een USB-aansluiting
(Universal Serial Bus) en/of een iPod-
aansluiting kunt u deze aansluitingen
gebruiken voor het aansluiten van
respectievelijk een extern audioapparaat,
een apparaat met een USB-kabel of een
USB-stick en een iPod.
✽✽
AANWIJZING
Als er een draagbaar audioapparaat op de elektrische aansluiting wordt
aangesloten, is er tijdens het afspelen
mogelijk ruis hoorbaar. Gebruik in dat
geval de voedingsbron van het
draagbare apparaat.
OCM040177
Page 200 of 410

Kenmerken van uw auto
120
4
Onderhoud van CD's
(indien van toepassing)
Als de temperatuur in de auto te hoog
is opgelopen, open dan eerst de ruiten
voordat u het audiosysteem van uw
auto aanzet.
Het is verboden om MP3/WMA/ AAC/WAVE-bestanden zonder
toestemming te kopiëren en te
gebruiken. Gebruik uitsluitend legale
CD's.
Breng geen vluchtige stoffen zoals alcohol, thinner, reguliereschoonmaakmiddelen en antistatische
spray aan op CD's.
Voorkom dat het oppervlak van de CD beschadigd raakt en pak CD's alleen
bij de randen of de opening in het
midden vast.
Reinig het oppervlak van de CD vóór het afspelen met een zachte doek.
Beweeg de doek van binnen naar
buiten. Zorg dat het oppervlak van de CD niet
beschadigd raakt en plak er niets op.
Steek geen voorwerpen anders dan CD's in de CD-speler. (Steek niet meer
dan één CD tegelijk in de CD-speler.)
Berg CD's na gebruik altijd op in hun doosje om ze te beschermen tegen
krassen en stof.
Sommige CD's kunnen wellicht niet worden afgespeeld. Dit is afhankelijk
van het CD-R/CDRW, deproductiemaatschappij en de
fabricage- en opnamemethode. Als u
deze CD's toch gebruikt, dan kan dat
wellicht storingen veroorzaken in het
audiosysteem van uw auto.✽✽ AANWIJZING - Het afspelen
van niet-compatibele audio-CD's
met kopieerbeveiliging CD's met kopieerbeveiliging die niet compatibel zijn met internationale
standaarden voor audio-CD's (RedBook) kunnen wellicht niet wordenafgespeeld op het audiosysteem van uw
auto. Als u deze toch probeert af te
spelen en uw CD-speler werkt niet naar
behoren, dan ligt dat waarschijnlijk aan
de desbetreffende CD en niet aan de
CD-speler.
Page 206 of 410

Kenmerken van uw auto
126
4
1. Opening CD-speler
Plaats de CD met het etiket naar boven
gericht en duw deze voorzichtig in de
opening. Wanneer het contact in stand
ACC of ON staat en het audiosysteem uit
staat, wordt het automatisch ingeschakeld
wanneer de CD wordt geplaatst. Deze
CD-speler kan uitsluitend CD's van 12cm
afspelen. Maar als VCD's, data-CD's of
DVD's worden geplaatst, verschijnt er een
foutmelding ("Reading Error") en wordt de
CD uitgeworpen.
2. Uitwerptoets
Druk gedurende maximaal 0,8 seconden op de toets om de CD tijdens
het afspelen uit te werpen. Deze toets is
actief wanneer het contact uit is.
ALLE CD'S UITWERPEN (ALLEEN
CDC)
Druk gedurende ten minste 0,8 seconden
op de toets om achtereenvolgens alle
CD's in de speler uit te werpen. 3. Toets INFO
Telkens wanneer op de toets wordt
gedrukt, wordt informatie weergegeven
over het huidige muziekstuk (bestand).
CDDA : DISC TITLE
➟DISC ARTIST ➟
TRACK TITLE ➟TRACK ARTIST ➟
TOTAL TRACK...
MP3/WMA : FILE NAME ➟TITLE ➟
ARTIST ➟ALBUME ➟FOLDER NAME
➟ TOTAL FILE... (dit wordt niet
weergegeven als de informatie niet op
de disc beschikbaar is.)
4. Toets automatische muziekstukkeuze
Druk maximaal 0,8 seconden op de toets [TRACK ] om het huidige
muziekstuk vanaf het begin af tespelen.
Druk maximaal 0,8 seconden op de toets [TRACK ] en druk vervolgensbinnen 1 seconde nogmaals op de
toets om het vorige muziekstuk af tespelen.
Druk ten minste 0,8 seconden op de toets [TRACK ] om het huidige
muziekstuk versneld terug te spoelen. Druk maximaal 0,8 seconden op de
toets [SEEK ] om het volgende
muziekstuk af te spelen.
Druk ten minste 0,8 seconden op de toets [SEEK ] om het huidige
muziekstuk versneld af te spelen.
5. Toets RANDOM
Druk deze toets maximaal 0,8 seconden
in om de RDM-modus te activeren en
druk deze toets ten minste 0,8 seconden
in om de ALL RDM-modus te activeren.
RDM : Alleen de bestanden in een map of op een disc worden in willekeurige
volgorde afgespeeld.
ALL RDM (alleen MP3/WMA) : Alle bestanden op een disc worden in
willekeurige volgorde afgespeeld.
6. Toets REPEAT
Druk deze toets maximaal 0,8 seconden
in om de RPT-modus te activeren en
druk deze toets ten minste 0,8 seconden
in om de FLD RPT-modus te activeren.
RPT : Alleen een muziekstuk (bestand) wordt herhaaldelijk afgespeeld.
FLD RPT (alleen MP3/WMA) : Alleen bestanden in een map worden herhaaldelijk afgespeeld.
Page 207 of 410

4127
Kenmerken van uw auto
7. Toets CD/AUX
Als er een extern apparaat is
aangesloten, wordt hiermee de AUX-
modus ingeschakeld en wordt het geluid
van dat apparaat afgespeeld. Als er een
CD in de CD-speler wordt geplaatst,
wordt de CD-modus ingeschakeld. Als er
een extern apparaat wordt aangesloten
op de AUX-aansluiting, wordt dit
ingeschakeld. CD ➟
AUX ➟CD... telkens
wanneer de toets wordt ingedrukt (AUX
wordt niet ingeschakeld wanneer er geen
extern apparaat is aangesloten). Als er
geen CD geplaatst is of geen extern
apparaat is aangesloten, wordtgedurende 3 seconden "NO Media"
weergegeven en keert het systeem terug
naar de vorige modus.
8. Controlelampje CD
(alleen CDP)
Wanneer het contact in stand ACC of ON
staat en er een cd wordt geplaatst, gaat
dit controlelampje branden. Wanneer de
CD wordt uitgeworpen, dooft het
controlelampje. 9. Toets FLDR
Als op de toets [FOLDER ] wordt
gedrukt, gaat het systeem naar de
submap van de huidige map en geeft
het het eerste muziekstuk in de map
weer. Druk op de knop TUNE/ENTER
om naar de weergegeven map te
gaan. Het eerste muziekstuk in de map
zal worden afgespeeld.
Als op de toets [CAT ], [PTY ], [FOLDER ] wordt gedrukt, gaat hetsysteem naar de hoofdmap en geeft
het het eerste muziekstuk in de map
weer. Druk op de knop TUNE/ENTER
om naar de weergegeven map te gaan.
10. Knop SEARCH/ENTER
Draai deze knop rechtsom om de
muziekstukken na het muziekstuk dat
wordt afgespeeld weer te geven.
Draai deze knop linksom om de
muziekstukken vóór het muziekstuk dat
wordt afgespeeld weer te geven. Druk op
de knop om een muziekstuk over te
slaan en het gekozen muziekstuk af tespelen. 11. Toets SCAN
Hiermee worden de eerste 10 seconden
van elk muziekstuk op de CD
afgespeeld. Druk opnieuw op de toets
om de functie te annuleren.
12. Keuzetoets DISC
Toets [DISC ] om naar de vorige
disc te gaan.
Toets [DISC ] om naar de volgende disc te gaan.
13. Toets CD LOAD
Druk op de toets [LOAD] om de CD's in de beschikbare sleuf (1 - 6) te plaatsen.
Druk gedurende ten minste 2 seconden
op de toets [LOAD] om de CD's in de
beschikbare sleuf te plaatsen. De
laatstgeplaatste CD zal worden
afgespeeld. Wanneer de CD-speler 10
seconden niet wordt gebruikt, wordt het
laden onderbroken.