alarm JEEP COMPASS 2018 Instructieboek (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: JEEP, Model Year: 2018, Model line: COMPASS, Model: JEEP COMPASS 2018Pages: 388, PDF Size: 5.92 MB
Page 208 of 388

WAARSCHUWINGSKNIP-
PERLICHTEN
Bediening
De schakelaar voor de waarschuwingsknipper-
lichten bevindt zich in het schakelaarpaneel
direct boven de klimaatregelknoppen.
Druk op de schakelaar om de alarmknipper-
lichten in te schakelen. Zodra u de schake-
laar indrukt, gaan alle richtingaanwijzers
knipperen om het verkeer achter u te waar-
schuwen voor een noodsituatie. Druk nog-
maals op de schakelaar om de waarschu-
wingsknipperlichten uit te zetten.
Dit is een waarschuwingssysteem voor nood-
situaties. Gebruik het systeem niet tijdens
het rijden. Gebruik het alleen bij autopech en
uw auto een gevaar vormt voor andere wegge-
bruikers.
Als u de auto moet verlaten om hulp op te
roepen, blijven de waarschuwingsknipper-
lichten ook werken wanneer de contactscha-
kelaar in de stand OFF is gezet.OPMERKING:
Bij langdurig gebruik van de waarschuwings-
knipperlichten kan de accu leegraken.
SOS-EMERGENCY CALL
(ALLEEN BESCHIKBAAR
VOOR EURAZIATISCHE
DOUANE-UNIE)
Uw voertuig is uitgerust met een ingebouwde
noodfunctie die is ontworpen om hulp te
bieden bij een ongeval en/of noodgeval. Deze
functie wordt automatisch ingeschakeld als
de airbag is geactiveerd, of kan handmatig
worden ingeschakeld door op de knop aan de
onderzijde van de achteruitkijkspiegel te
drukken.
OPMERKING:
SOS-Emergency Call werkt alleen met een
actieve netwerkprovider.Het SOS-Emergency Call-systeem neemt au-
tomatisch contact op met de hulpdiensten bij
een ongeval waarbij de airbag is geactiveerd,
mits het contact in de stand RUN staat en de
airbags werken. De handmatige noodoproep
is ook mogelijk wanneer het contact is uitge-
schakeld tot de achtergrondverlichting blijft
branden door op de SOS-knop aan de onder-
kant van de spiegel te drukken. Als de verbin-
ding tussen het voertuig en de alarmcentrale
is gemaakt, stuurt uw voertuig automatisch
uw locatie en voertuiginformatie naar de me-
dewerker van de alarmcentrale.Knop SOS-Emergency Call
IN GEVAL VAN NOOD/PECH
206
Page 209 of 388

Alleen de medewerker van de alarmcentrale
kan op afstand het gesprek beëindigen en,
indien nodig, de auto terugbellen via het
Emergency Call-systeem. Zodra het gesprek
is beëindigd, kunt u nog steeds contact op-
nemen met de alarmcentrale om extra infor-
matie te geven door nogmaals op de knop te
drukken.
SOS-Emergency Call gebruiken
Houd de SOS-Emergency Call-knop enkele
seconden ingedrukt. De LED naast de SOS-
knop knippert één keer en blijft dan branden
om aan te geven dat de oproep is geplaatst.
OPMERKING:
Er is een vertraging van 10 seconden voordat
het gesprek wordt geplaatst, voor het geval
dat de SOS-Emergency Call-knop per onge-
luk wordt ingedrukt. Het systeem zal een
gesproken waarschuwing geven dat een
noodoproep wordt gedaan. Om de oproep te
annuleren, drukt u de SOS-Emergency Call-
knop nogmaals in.Zodra er verbinding is tussen het voertuig en de
alarmcentrale zal het SOS-Emergency Call-
systeem de volgende belangrijke voertuiginfor-
matie doorgeven aan de alarmcentrale:
• Indicatie dat de inzittende een SOS-
Emergency Call heeft gedaan.
• Het chassisnummer (VIN).
• De laatst bekende GPS-coördinaten van het
voertuig.
U kunt vervolgens met de alarmcentrale spre-
ken om te bepalen of extra hulp nodig is.
De SOS-Emergency Call heeft voorrang boven
andere geluidsbronnen. Deze worden ge-
dempt. Als u een telefoon hebt verbonden via
Bluetooth wordt deze losgekoppeld en weer
gekoppeld aan het einde van de SOS-
Emergency Call. Gesproken aanwijzingen be-
geleiden u tijdens de SOS-Emergency Call.
Als er verbinding wordt gemaakt tussen de
alarmcentrale en uw auto, kan de medewer-
ker van de alarmcentrale gesprekken en ge-
luiden in uw voertuig opnemen zodra er ver-
binding is. Door gebruik te maken van de
dienst gaat u ermee akkoord dat deze infor-
matie wordt gedeeld.Beperkingen van het SOS-Emergency Call sys-
teem
Als het contact in de stand RUN wordt gezet,
voert het Emergency Call-systeem een routi-
necontrole uit. Tijdens deze controle brandt
gedurende ongeveer drie seconden een rood
lampje. Dit signaal moet niet worden verward
met een foutmelding. In geval van een storing
blijft het rode lampje branden. Als het SOS-
Emergency Call-systeem een storing detec-
teert, kan het volgende gebeuren op het mo-
ment dat de storing wordt gedetecteerd:
• De LED naast de knop SOS-knop blijft rood
branden.
• Het Emergency Call-systeem wordt gevoed
door zijn eigen niet-oplaadbare batterij om
ervoor te zorgen dat het blijft werken, zelfs
als de accu leeg is of losgekoppeld is.
Wanneer de systeembatterij leeg is, geeft
het display in de instrumentengroep een
speciaal bericht weer, anders dan berichten
met betrekking tot andere soorten storin-
gen. In dit geval werkt het systeem alleen
als het wordt gevoed door de accu van het
voertuig.
207
Page 210 of 388

• De instrumentengroep geeft een bericht
weer en een waarschuwingslampje om u
erop te attenderen contact op te nemen
met het servicenetwerk.
Zelfs als het SOS-Emergency Call-systeem
goed werkt, kunnen externe of onbeheersbare
factoren ervoor zorgen dat het systeem niet
werkt of stopt met werken. Dit kunnen de
volgende factoren zijn:
• De sleutelhouder is uit het voertuig verwij-
derd en de vertraagde accessoiremodus is
actief.
• De contactschakelaar staat in de stand
OFF.
• De elektrische systemen van het voertuig
zijn defect.
• De software en/of hardware van het SOS-
Emergency Call systeem is beschadigd tij-
dens een aanrijding.
• Er zijn netwerkproblemen die de werking
van het systeem kunnen beperken of be-
lemmeren (bijv. fout van de medewerker
van de alarmcentrale, druk netwerk, slecht
weer, enz.).Als de aansluiting van de accu niet werkt als
gevolg van een botsing of een ongeval, kan
het systeem gedurende een beperkte tijd een
SOS-Emergency Call ondersteunen. Als de
accu wordt losgekoppeld voor onderhoud,
wordt het systeem uitgeschakeld. In dit geval
kunt u alleen een SOS-Emergency Call plaat-
sen wanneer de accu opnieuw wordt aange-
sloten op het elektrische systeem van het
voertuig.
Systeemvereisten
• Deze functie is alleen beschikbaar voor
voertuigen die worden verkocht in de Eu-
raziatische douane-unie.
• Het voertuig moet een werkende 3G-
netwerkverbinding hebben.
• Het voertuig moet worden gevoed door een
goed functionerend elektrisch systeem.
• Het contact moet in de stand RUN of ACC
staan, of de stand OFF tot de achtergrond-
verlichting blijft branden.WAARSCHUWING!
• Plaats nooit voorwerpen op of in de
buurt van 3G- en GPS-antennes van het
voertuig. Dat zou de ontvangst van het
3G- en GPS-signaal kunnen verhinde-
ren, waardoor uw voertuig mogelijk geen
noodoproep meer kan plaatsen. Een wer-
kende 3G-netwerkverbinding en een
GPS-signaal zijn nodig voor de goede
werking van het SOS-Emergency Call-
systeem.
• Breng later geen elektrische apparatuur
aan in het elektrisch systeem van de
auto. Dit kan ertoe leiden dat uw auto
geen noodoproepsignaal meer kan uit-
zenden. Om storing te voorkomen die tot
uitval van het SOS-Emergency Call sys-
teem kan leiden, dient u nooit later
apparatuur (bijv. mobiele zend- en ont-
vangstapparatuur of CB-radio, datare-
corder, etc.) in het elektrisch systeem
van uw voertuig aan te brengen of de
antennes te veranderen. ALS UW VOER-
TUIG OM EEN OF ANDERE REDEN AC-
CUVOEDING VERLIEST (ZOALS ON-
IN GEVAL VAN NOOD/PECH
208
Page 211 of 388

WAARSCHUWING!
DER MEER TIJDENS OF NA EEN ON-
GEVAL), ZULLEN OOK DE MTC+ FUNC-
TIES, APPS EN SERVICES NIET WER-
KEN.
• De controller van het beveiligingssys-
teem voor inzittenden schakelt het waar-
schuwingslampje voor het airbagsys-
teem in de instrumentengroep in als er
een storing wordt gedetecteerd in een
van de onderdelen van het airbagsys-
teem. Als het waarschuwingslampje voor
het airbagsysteem brandt, werkt het air-
bagsysteem mogelijk niet goed en kan
het SOS-Emergency Call-systeem moge-
lijk geen signaal naar de alarmcentrale
zenden. Als het waarschuwingslampje
voor het airbagsysteem brandt, dient u
contact op te nemen met het servicenet-
werk om het airbagsysteem onmiddellijk
te laten controleren.
• Als u de LED op de SOS-Emergency
Call-knop negeert, kan dit betekenen
dat u mogelijk geen gebruik kunt maken
van SOS-Emergency Call wanneer dat
nodig is. Als de LED op de SOS-
WAARSCHUWING!
Emergency Call-knop rood brandt, dient
u contact op te nemen met het service-
netwerk om het SOS-Emergency Call-
systeem onmiddellijk te laten controle-
ren.
• Als een inzittende mogelijk in gevaar is
(bijv. als er vuur of rook zichtbaar is, bij
gevaarlijke verkeersomstandigheden of
een gevaarlijke locatie), wacht dan niet
tot u spraakcontact met een centralist
van de alarmcentrale hebt. Alle inzitten-
den dienen de auto onmiddellijk te ver-
laten en zich naar een veilige plek te
begeven.
• Het niet uitvoeren van periodiek onder-
houd en regelmatige controles aan uw
voertuig kan leiden tot schade aan uw
voertuig, een ongeval of ernstig letsel.Veelgestelde vragen:
Wat gebeurt er als ik per ongeluk op de SOS-
Emergency Call-knop druk?
• U hebt na het indrukken van de noodknop
10 seconden de tijd om de oproep te annu-
leren. Om de oproep te annuleren, drukt u
nogmaals op de knop.
Wat voor soort informatie wordt verzonden wan-
neer ik een SOS-Emergency Call doe vanuit mijn
voertuig?
• Bepaalde voertuiginformatie, zoals het VIN,
wordt doorgegeven samen met de laatst
bekende GPS-locatie. De medewerker van
de alarmcentrale kan gesprekken en gelui-
den in uw voertuig opnemen zodra er ver-
binding is. Door gebruik te maken van de
dienst gaat u ermee akkoord dat deze infor-
matie wordt gedeeld.
Wanneer kan ik de SOS-Emergency Call-knop
gebruiken?
• U kuntALLEENgebruikmaken van de SOS-
Emergency Call-knop om een oproep te
plaatsen als u of iemand anders noodhulp
nodig heeft.
209
Page 377 of 388

Aanhangergewicht..............201
Aanhangwagen trekken...........199
Aansluiting voor randapparatuur......64
Aanvullend veiligheidssysteem -
Airbag...................117
ABS, waarschuwingslampje......73, 77
Accessoires..................297
Mopar...................297
Accu...................71, 267
Accu,
laadsysteemlampje...........71
Achterbank, neerklapbaar..........27
Achterklep...................61
Achterligger..................96
Achterruitwisser/-sproeier.......41, 44
Achteruitrijcamera.............195
Achteruitrijden................195
Activeringssysteem (alarmsysteem)....22
Adaptieve cruisecontrol (ACC)
Aan .................181, 182
Uit .................181, 182
Adaptieve cruisecontrol (ACC)
(cruisecontrol)..............181
aan.....................183
uit .....................183Additieven, brandstof............288
Afstandsbediening,
startsysteem...............22
Afstellen, koplampen.............41
Airbag.....................117
Airbagwaarschuwingslampje.....115
Airbag,
als een airbag wordt opgeblazen . . .128
Airbag
Event Data Recorder (EDR)......248
Airbag,
kniebescherming............124
onderhoud................131
onderhoud van uw airbagsysteem . .131
Airbag
Redundant waarschuwingslampje
airbag..................117
Airbag,
uitgebreide ongelukkenrespons. . . .129
Airbag
Versnelde ongevalreactie........248
Vervoer van huisdieren.........147
Werking airbag.............
.118
Zijairbags.................124
Airbag Lampje..........69, 115, 149Airco, filter...............54, 269
Airco, koelmiddel..............268
Aircosysteem..............52, 268
Airco, tips voor gebruik...........53
Alarm
Het systeem inschakelen........23
Het systeem uitschakelen........23
Alarm (beveiliging)...........22, 73
Alarmknipperlichten............206
Alarmsysteem...............22, 73
Alarm inschakelen............23
Alarm uitschakelen............23
Alarmsysteem (beveiliging).........22
Antiblokkeersysteem (ABS).........86
Anti-ongevalsysteem FCW
(Forward Collision Warning).......98
Antivries (motorkoelvloeistof).......293
Asolie.....................295
assistentie..................206
Assmering..................295
Audio-aansluiting...........313, 321
Audiosystemen (radio)...........306
Automatische koplampen..........39
Automatische portiervergrendelingen . . .27
INDEX
375
Page 381 of 388

Noodgevallen,
starten met startkabels........238
waarschuwingsknipperlichten. . . .206
Octaangetal, benzine
(brandstof)..........287, 288, 294
Olie, motor..................294
Omvormer, voeding..............66
Onderhoudsschema.........250, 254
Onderhoudsvrije accu............267
Onderhoud van de airconditioning. . . .268
Ontgrendeling, motorkap..........60
Ontwarringsprocedure, autogordel. . . .111
Ontwasemen..................53
Openen van de motorkap..........60
Opslag van het voertuig...........53
Oververhitting van de motor........241
ParkSense, parkeersensoren........190
ParkSense-systeem achter.........185
ParkSense-systeem, achter.....185, 188
ParkSense-systeem achter.....188, 195
ParkSense-systeem vóór..........188
ParkSense-systeem, vóór en achter . . .188
ParkSense-systeem vóór en achter. . . .188
Passagiersairbag uitschakelen AAN . . .119
Passagiersairbag uitschakelen UIT. . . .119Pechhulp,...................206
Peilstokken,
(motor)olie................267
Portierontgrendeling met
afstandsbediening
Alarm inschakelen............23
Alarm uitschakelen............23
Portier open................71, 72
Radiaalbanden................274
Radio,
voorkeurzenders......306, 312, 320
Radio Bediening...............306
Radioschermen............309, 318
Ramen,
elektrisch bediend............54
Ramen
Omhoog...................54
Omlaag...................54
Openen...................54
Sluiten...................54
Regeling afdaling...............92
Reinigen van glasoppervlakken......283
Reiniging,
ruitenwisserbladen...........269
Rembekrachtiging...............87
Remregelsysteem, elektronisch.......87Remsysteem.................270
Remsysteem,
handrem.................159
hoofdremcilinder............270
remvloeistofpeil controleren . .270, 295
Remvloeistof.................295
Reservebanden............278, 279
Reservewiel..................278
Richtingaanwijzers......37, 40, 81, 150
Rotatie, banden...............280
Rugleuning bestuurdersstoel kantelen . .27
Ruitensproeier,
achter.................41, 44
Ruitensproeiers..........41, 42, 267
Ruitensproeiers,
vloeistof.................267
Ruitensproeiers voorruit.....41, 42, 267
Ruitenwisserbladen.............269
Ruitenwissers, achter..........41, 44
Ruitenwisser/sproeier achterruit. . . .41, 44
Ruitenwissers vóór............41, 42
Ruitenwissers, wisbladen vervangen . . .269
Ruitenwissersysteem met
regensensor............41, 42, 43
Ruitontdooier.................149
379
Page 382 of 388

Schakelen,
automatische versnellingsbak. . . .168
handgeschakelde versnellingsbak . .162
Schakelflippers...............172
Schakelhendel onderdrukken.......242
Schakelhendel ontgrendelen.......242
Schema, onderhoud.........250, 254
Schoudergordels...............109
Sentry Key, vervangen............18
Servicehulp..................358
Siri.......................353
Sleephaken..................246
Sleepogen..................247
Slepen.....................199
Slepen,
handleiding...............201
trekgewicht...............201
voertuig met pech...........244
vouwwagen of caravan.........203
Slepen achter een camper.........203
Slepen van een voertuig met pech. . . .244
Sleutelhouder.................17
Alarm inschakelen............23
Alarm uitschakelen............23
Sleutels.....................17
Sleutel, vervanging..............18Sloten,
automatisch ontgrendelen.......27
kindersloten................27
Sloten
Stuurslot..................21
Sneeuwkettingen..............279
Snelheidsregeling,
Accel/Decel............179, 181
Accel/Decel (alleen ACC) . . .181, 182
annuleren................179
annuleren.................181
modusinstelling (alleen ACC) .181, 183
volgafstand (alleen ACC). . . .181, 183
voortzetten................179
voortzetten................181
Snelheidsregeling (cruisecontrol).....179
Specificaties,
brandstof (benzine)..........294
olie
....................294
Spiegels....................36
Spiegels,
automatisch dimmen..........36
binnenspiegel...............36
buiten...................36
verwarmd...............36, 37Spraakbedieningsopdracht........342
Spraakherkenningssysteem
(VR)..........342, 343, 346, 353
Stabilisatie-inrichting aanhanger (TSC) . .95
Stabilisatieregeling, aanhanger (TSC) . . .95
Stallen van het voertuig...........53
Starten..................22, 155
Starten,
automatische versnellingsbak. . . .155
met afstandsbediening.........22
Starten en rijden..............155
Starten met startkabels..........238
Startprocedures...............155
Startsysteem met afstandsbediening . . .22
Steunen, hoofdsteun.............33
Stoelen..................27, 30
Stoelen,
geheugen..................27
geheugen.................28
gekoeld...................27
gekoeld..................31
Stoelen
Geventileerd................31
Stoelen,
hoofdsteunen...............33
INDEX
380
Page 384 of 388

verstelbare schouderriem.......111
voorstoel.................107
voorstoel.............109, 110
zwangere vrouwen............114
Veiligheidstips................148
Veiligheid, uitlaatgassen..........148
Veiligheid van auto controleren......148
Vergrendelingen...............151
Vergrendelingen,
motorkap..................60
motorkap.................60
Vergrendeling rem/versnellingsbak. . . .168
Verlichting,
accubesparing............37, 41
airbag...................69
airbag...................115
airbag..................149
alarmsysteem...............73
automatische koplampen........39
bandenspanningscontrole.....76, 99
controlelampje afdalingsregeling . . .92
cruisecontrol.......79, 80, 81, 82
dagrijverlichting...........37, 38
dimlichtschakelaar, koplamp . . .37, 39
exterieur.................150
grootlicht...............37, 39
grootlicht/dimlicht kiezen.....37, 39indicatielampje tractiecontrole.....92
instrumentenpaneel...........37
koplampen................37
koplampschakelaar...........37
koplampverstelling............41
lampen vervangen............210
lichtsignaal................37
lichtsignaal................39
lichtverklikker...............37
lichtverklikker..............37
lichtverklikker...............40
lichtverklikker..............40
mistlampen................79
onderhoud................210
parkeerlichten...............81
richtingaanwijzers.37, 39, 40, 81, 150
storingslampje motorcontrole.....75
waarschuwing (beschrijving instrumen-
tenpaneel)..............71, 81
waarschuwingsknipperlichten. . . .206
waarschuwingslampje laag
brandstofniveau.............74
waarschuwingslampje
motortemperatuur............71
waarschuwingslampje
rembekrachtiging.............92waarschuwingslampje
veiligheidsgordels............72
Versnelde ongevalreactie......129, 248
Versnellingen.............163, 169
Versnellingsbak...............168
Versnellingsbak,
automatisch...............168
automatisch...............271
handgeschakeld............162
onderhoud................271
vloeistof.................295
Vertraging, koplampen.........37, 38
Vervangende banden............276
Vervangende sleutels.............18
Vervoer van huisdieren...........147
Verwarmde buitenspiegels.......36, 37
Verzorging van veiligheidsgordels.....282
Vloeistoffen en smeermiddelen......294
Vloeistoffen, vulhoeveelheden......293
Vloeistoflekkage...............151
Vloeistofpeil controleren,
motorolie.................267
remmen.................270
Vloeistof, rem................295
Voorbereidingen voor opkrikken......226
Voorruitontdooier..............149
Voorzorgsmaatregelen voor gebruik....82
INDEX
382