service JEEP GRAND CHEROKEE 2021 Instructieboek (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: JEEP, Model Year: 2021, Model line: GRAND CHEROKEE, Model: JEEP GRAND CHEROKEE 2021Pages: 412, PDF Size: 7.51 MB
Page 300 of 412

Wij raden u aan de twee voorbanden of de
twee achterbanden gelijktijdig als paar te
laten vervangen. Het vervangen van slechts
één band kan het rijgedrag van uw auto sterk
beïnvloeden. Wanneer u een wiel vervangt,
moet u ervoor zorgen dat de specificaties van
het nieuwe wiel overeenkomen met die van
het originele wiel.
Wij raden u aan contact op te nemen met de
erkende bandenspecialist of dealer voor alle
vragen omtrent de juiste band. Wanneer u
een ander type band monteert, kan dat de
veiligheid, de wegligging en het rijgedrag van
uw auto nadelig beïnvloeden.
WAARSCHUWING!
• Gebruik geen band, bandenmaat of
band met een andere belastings- of snel-
heidsindex dan die voor uw voertuig is
voorgeschreven. Door sommige niet-
goedgekeurde banden en wielen gecom-
bineerd te gebruiken verandert u moge-
lijk de dimensies en eigenschappen van
de wielophanging, waardoor de bestu-
ring, het weggedrag en de remwerking
WAARSCHUWING!
veranderen. Dat kan onvoorspelbaar
weggedrag en extra belasting van de
stuurinrichting en de wielophanging ver-
oorzaken. U kunt dan de controle over de
auto verliezen en een ongeval met ern-
stig of zelfs dodelijk letsel veroorzaken.
Kies daarom uitsluitend banden en wiel-
maten met een belastingsindex die voor
uw auto is goedgekeurd.
• Gebruik nooit een band met een lagere
belastingsindex of capaciteit dan die
van de banden waarmee uw auto oor-
spronkelijk is uitgerust. Als u een band
met een lagere belastingsindex gebruikt,
kan de band te zwaar worden belast en
lek raken. U zou de macht over het stuur
kunnen verliezen en een aanrijding kun-
nen veroorzaken.
• Wanneer uw banden niet geschikt zijn
voor uw rijsnelheid, kan dat een klap-
band veroorzaken en kunt u de controle
over de auto verliezen.
LET OP!
Het monteren van een band met een afwij-
kende bandenmaat kan ervoor zorgen dat
de aanduiding van de snelheidsmeter en
de kilometerteller niet langer juist zijn.
Type banden
Allseasonbanden — indien aanwezig
Allseasonbanden bieden grip in alle seizoe-
nen (lente, zomer, herfst en winter). De hoe-
veelheid grip kan tussen verschillende all-
seasonbanden variëren. Allseasonbanden
zijn te herkennen aan de aanduiding M+S,
M&S, M/S of MS op de wang van de band.
Gebruik allseasonbanden altijd in sets van
vier, omdat anders de veiligheid en de be-
stuurbaarheid van de auto in het gedrang
kunnen komen.
Zomer- of drieseizoenenbanden — indien
aanwezig
Zomerbanden bieden grip onder zowel natte
als droge omstandigheden en zijn niet be-
doeld om in sneeuw of op ijs te gebruiken. Als
uw auto is uitgerust met zomerbanden, dient
SERVICE EN ONDERHOUD
298
Page 301 of 412

u er rekening mee te houden dat deze niet
zijn ontworpen voor rijden in de winter of in
koud weer. Breng winterbanden aan op uw
auto bij omgevingstemperaturen lager dan 5
°C (40 °F) of als de wegen bedekt zijn met ijs
of sneeuw. Neem voor meer informatie con-
tact op met een erkende dealer.
Zomerbanden zijn niet voorzien van de all
season-aanduiding of het berg/sneeuwvlok-
symbool op de wang van de band. Gebruik
zomerbanden altijd in sets van vier omdat
anders de veiligheid en de bestuurbaarheid
van de auto in het gedrang kunnen komen.
WAARSCHUWING!
Gebruik zomerbanden niet in besneeuwde/
ijzige omstandigheden. U kunt de controle
over de auto verliezen, wat ernstig of do-
delijk letsel tot gevolg hebben. Te snel
rijden voor de omstandigheden zorgt ook
voor de kans op verlies van de macht over
het stuur.
Winterbanden
In sommige landen is het gebruik van winter-
banden in de winter verplicht. Winterbanden
zijn te herkennen aan het symbool van een
berg/sneeuwvlok op de wang van de band.
Wanneer u winterban-
den wilt gebruiken,
moeten deze van de-
zelfde maat en het-
zelfde type zijn als de
originele banden. Ge-
bruik winterbanden al-
tijd in sets van 4 om-
dat anders de veiligheid en de
bestuurbaarheid van de auto in het gedrang
kunnen komen.
Winterbanden zijn doorgaans niet geschikt
voor de hoge snelheden die voor de standaard
gemonteerde banden gelden. Rijd daarom
niet sneller dan 120 km/u (75 mph). Raad-
pleeg voor snelheden hoger dan 120 km/u
(75 mph) uw erkende dealer of een banden-
specialist voor informatie over veilige rijsnel-
heden, belasting en koude bandenspanning.Hoewel banden met spikes betere prestaties
leveren op ijs en een glad wegdek, kan de
tractie op natte of droge oppervlakken slech-
ter zijn dan die van banden zonder spikes. In
sommige landen is het gebruik van banden
met spikes verboden. Raadpleeg de lokale
wetgeving voordat u dit type banden gebruikt.
Reservewielen — indien aanwezig
OPMERKING:
Voor voertuigen die zijn uitgerust met een
bandenservicekit in plaats van een reserve-
wiel, raadpleeg de paragraaf "Bandenservice-
kit" in het hoofdstuk "In geval van nood/pech"
in het instructieboekje voor meer informatie.
LET OP!
Laat vanwege de verminderde grondspe-
ling uw auto niet in een automatische
wasstraat wassen wanneer een compact
reservewiel of een reservewiel voor beperkt
gebruik is gemonteerd. De auto kan
schade oplopen.
Raadpleeg de paragraaf "Vereisten voor het
trekken van een aanhanger - banden" in het
hoofdstuk "Starten en rijden" in de gebrui-
299
Page 302 of 412

kershandleiding voor beperkingen bij het sle-
pen met een reservewiel dat is bedoeld voor
tijdelijk gebruik in noodgevallen.
Reservewiel overeenkomend met de stan-
daard geleverde banden en velgen — in-
dien aanwezig
Uw voertuig kan zijn uitgerust met een reser-
veband en velg die zowel in uiterlijk als in
gebruik gelijk zijn aan de originele banden en
velgen op de voor- en achteras van uw voer-
tuig. Dit reservewiel mag worden gebruikt bij
het rouleren van banden voor uw auto. Als uw
voertuig beschikt over deze optie, kunt u een
erkende bandenleverancier raadplegen voor
het aanbevolen roulatieschema.
Compact reservewiel — indien aanwezig
Het compacte reservewiel mag slechts tijde-
lijk en alleen in noodgevallen worden ge-
bruikt. U kunt aan de beschrijving van het
reservewiel op de band- en beladingsinforma-
tiesticker op de portieropening aan bestuur-
derszijde of op de wang van de band zien of
uw auto is uitgerust met een compact reser-
vewiel. Beschrijvingen van compacte reserve-wielen beginnen met de letter "T" of "S" vóór
de aanduiding van de bandenmaat. Voor-
beeld: T145/80D18 103M.
T, S = reservewiel
Omdat het loopvlak van deze band een be-
perkte levensduur heeft, moet de originele
band zo snel mogelijk worden gerepareerd (of
vervangen) en weer gemonteerd worden.
Probeer nooit een wieldop aan te brengen of
een conventionele band te monteren op het
compacte reservewiel, omdat het wiel speci-
fiek voor de compacte reserveband is ge-
maakt. Monteer nooit meer dan één compact
reservewiel tegelijk op de auto.
WAARSCHUWING!
Compacte en opvouwbare reservewielen
mogen slechts tijdelijk en alleen in nood-
gevallen worden gebruikt. U mag met een
deze reservewielen niet sneller rijden dan
80 km/u (50 mph). Het loopvlak van een
reservewiel heeft slechts een beperkte le-
vensduur. Als het loopvlak is versleten tot
op de bandenslijtage-indicatoren, dient u
het reservewiel te vervangen. Let op de
WAARSCHUWING!
waarschuwingen met betrekking tot het
reservewiel. Anders kan de band van het
reservewiel lek raken en kunt u de controle
over de auto verliezen.
Opvouwbaar reservewiel — indien aanwe-
zig
Het opvouwbare reservewiel mag slechts tij-
delijk en alleen in noodgevallen worden ge-
bruikt. U kunt aan de beschrijving van het
reservewiel op de band- en beladingsinforma-
tiesticker op de portieropening aan bestuur-
derszijde of op de wang van de band zien of
uw auto is uitgerust met een opvouwbaar
reservewiel.
Voorbeeld beschrijving opvouwbaar reserve-
wiel: 165/80-17 101P.
Omdat het loopvlak van deze band een be-
perkte levensduur heeft, moet de originele
band zo snel mogelijk worden gerepareerd (of
vervangen) en weer gemonteerd worden.
SERVICE EN ONDERHOUD
300
Page 304 of 412

Verzorging van velgen en wieldoppen
Alle velgen en wieldoppen moeten regelmatig
worden gereinigd met een milde (neutrale
Ph) zeep en water om corrosie tegen te gaan
en de glans te behouden. Dit geldt vooral
wanneer een coating van aluminium of
chroom is aangebracht. Was de wielen met
dezelfde zeepoplossing die wordt aanbevolen
voor de carrosserie van het voertuig en was
alleen wanneer de oppervlakken niet heet
aanvoelen.
Uw wielen kunnen worden aangetast door
zout, natriumchloride, magnesiumchloride,
calciumchloride, enz. , en andere chemica-
liën die op de weg worden gebruikt voor het
ontdooien van ijs, of de hoeveelheid stof op
zandwegen te beperken. Gebruik een zachte
doek of een spons en milde zeep om dit zo
snel mogelijk weg te vegen. Gebruik geen
bijtende chemicaliën of harde borstel. Ze
kunnen de beschermende coating van het
wiel aantasten die ze beschermt tegen corro-
sie en verkleuring.
LET OP!
Vermijd producten of automatische was-
straten waarin bijtende reinigingsproduc-
ten, sterk alkalische additieven of harde
borstels worden gebruikt. Veel
aftermarket-velgenreinigers en automati-
sche wasstraten kunnen de beschermlaag
van de velgen beschadigen. Dergelijke
schade wordt niet gedekt door de stan-
daardgarantie. Alleen autoshampoo wordt
aanbevolen.
Om sterk (met remstof) vervuilde wielen te
reinigen, moet u goed opletten bij de keuze
chemicaliën en uitrusting voor het reinigen
van banden en velgen, om schade aan de
wielen te voorkomen. Kies een niet-
schurend, niet-zuurhoudend reinigingsmid-
del voor aluminium of chromen wielen.
LET OP!
Gebruik geen schuursponsen, staalwol,
een harde borstel, metaalpoets of ovenrei-
niger. Deze producten kunnen de be-
schermlaag van de velgen beschadigen.
LET OP!
Dergelijke schade wordt niet gedekt door
de standaardgarantie. Alleen autosham-
poo wordt aanbevolen.
OPMERKING:
Als u van plan bent uw voertuig langere tijd te
parkeren of te stallen nadat u de velgen
gereinigd hebt met velgenreiniger, moet u
met het voertuig rijden en de remmen gebrui-
ken om de waterdruppels van de onderdelen
van het remsysteem te verwijderen. Deze ac-
tiviteit verwijdert de rode roest van de rem-
schijven en voorkomt trilling van het voertuig
tijdens het remmen.
Dark Vapor Chrome-, Black Satin Chrome- of
Low Gloss Clear Coat-wielen
LET OP!
Als uw voertuig is uitgerust met deze spe-
ciale wielen mag u GEEN wielreinigers,
schurende reinigingsmiddelen of poets-
middelen gebruiken. Deze zullen blijvende
schade aan de afwerking veroorzaken, die
niet wordt gedekt door de standaardgaran-
SERVICE EN ONDERHOUD
302
Page 306 of 412

• Sneeuwkettingen moeten qua maatvoering
geschikt zijn voor de auto, zoals aanbevolen
door de fabrikant van de sneeuwketting.
• Uitsluitend gebruiken op de achterwielen
• Vanwege de beperkte ruimte wordt RUD-
GRIP 4X4 of gelijkwaardig aanbevolen voor
295/45ZR20-banden.
WAARSCHUWING!
Het gebruik van verschillende bandenma-
ten en -typen (M+S, winterbanden) tussen
de voor- en achteras kan leiden tot onvoor-
spelbaar weggedrag. U zou de macht over
het stuur kunnen verliezen en een aanrij-
ding kunnen veroorzaken.
LET OP!
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen
in acht om schade aan de auto of de
banden te voorkomen:
• Door de beperkte ruimte voor sneeuw-
kettingen tussen de banden en andere
onderdelen van de wielophanging, is het
belangrijk uitsluitend kettingen te ge-
LET OP!
bruiken die in goede staat verkeren. Ge-
broken sneeuwkettingen kunnen ern-
stige schade veroorzaken. Zet de auto
onmiddellijk stil als u een geluid hoort
dat zou kunnen wijzen op kettingbreuk.
Verwijder eerst de beschadigde onderde-
len van de ketting voordat u deze weer
gebruikt.
• Breng de ketting zo strak mogelijk aan
en trek hem opnieuw strak nadat u
0,8 km (0,5 mijl) hebt gereden.
• Rijd niet sneller dan 48 km/u (30 mph).
• Rijd voorzichtig en vermijd scherpe
bochten en oneffenheden, vooral als de
auto zwaar beladen is.
• Rijd niet langdurig op een droog wegdek.
• Houd u aan de instructies van de fabri-
kant van de sneeuwketting voor de juiste
wijze van installatie, de rijsnelheid en de
gebruiksvoorwaarden. Houd u aan de
rijsnelheid die de fabrikant van de
sneeuwkettingen aanbeveelt, mits deze
lager is dan 48 km/u (30 mph).
• Gebruik geen sneeuwkettingen op een
compact reservewiel.
Aanbevelingen voor het rouleren van
banden
De voorbanden en de achterbanden van uw
voertuig werken onder verschillende belastin-
gen en vervullen verschillende stuur-,
stabiliteits- en remfuncties. Hierdoor slijten
de voor- en achterbanden onevenredig.
Dit effect kunt u verminderen door de banden
onderling te rouleren. De voordelen van rou-
leren zijn het grootst bij grove profielen, zoals
het profiel van on-/offroadbanden. Rouleren
zorgt voor een langere levensduur van de
banden en geeft langere tijd goede grip in
modder, sneeuw en op een nat wegdek. Bo-
vendien draagt rouleren bij aan de rijeigen-
schappen.
Raadpleeg het hoofdstuk "Onderhouds-
schema" voor de juiste onderhouds-
intervallen. Frequenter rouleren is toege-
staan indien dat gewenst is. De oorzaken van
snelle of ongewone slijtage moeten verholpen
worden voordat u de banden rouleert.
SERVICE EN ONDERHOUD
304
Page 308 of 412

LET OP!
Voorafgaand aan het verwijderen van de
positieve en negatieve aansluitingen op de
accu, wacht u ten minste een minuut met
de contactschakelaar in de stand OFF en
sluit u het bestuurdersportier. Bij het op-
nieuw aansluiten van de positieve en ne-
gatieve aansluitingen op de accu moet u
ervoor zorgen dat de contactschakelaar in
de stand OFF staat en het bestuurderspor-
tier gesloten is.
CAROSSERIE
Behoud van de carosserie
Wassen
• Was uw auto regelmatig. Was uw auto altijd
in de schaduw en gebruik een milde auto-
shampoo. Spoel de auto zorgvuldig af met
schoon water.
• Als insecten, teer of andere kleine veront-
reinigingen zich op uw auto hebben verza-
meld, gebruik dan een speciaal reinigings-
middel om deze te verwijderen.• Gebruik een hoogwaardige was om olieaan-
slag en vlekken te verwijderen en de laklaag
te beschermen. Zorg dat u geen krassen
maakt op de lak.
• Gebruik geen schurende producten en po-
lijstmiddelen die de glans of de dikte van
de laklaag kunnen aantasten.
LET OP!
• Gebruik nooit schurende of sterke reini-
gingsmiddelen zoals staalwol of schuur-
poeder. Deze veroorzaken krassen op het
metaal en de lak.
• Het gebruik van een hogedrukreiniger
met een druk van meer dan 1.200 psi
(8.274 kPa) kan de lak en eventuele
stickers beschadigen.
Speciale verzorging
• Spuit de onderzijde van de auto regelmatig
schoon (minstens één keer per maand)
wanneer u op bepekelde of stoffige wegen
of in kuststreken rijdt.• Het is belangrijk dat de afvoeropeningen
onder in de portieren, in de dorpellijsten en
in de bagageruimte open worden gehou-
den.
• Als u steenslag of krassen in de lak be-
speurt, werk dergelijke plekken dan meteen
bij. Voor de kosten van dergelijke reparaties
is de eigenaar van de auto verantwoordelijk.
• Wanneer de auto door bijvoorbeeld een
aanrijding schade heeft opgelopen aan de
lak en de beschermende coating, moet u
deze zo spoedig mogelijk laten repareren.
Voor de kosten van dergelijke reparaties is
de eigenaar van de auto verantwoordelijk.
• Wanneer u speciale ladingen met chemica-
liën, kunstmest, zout, enz., vervoert, let
dan goed op of alles goed is verpakt en
afgesloten.
• Wanneer u vaak op grindwegen rijdt, raden
wij u aan spatlappen bij ieder wiel te laten
aanbrengen.
• Werk de krassen zo snel mogelijk bij. Een
erkende dealer heeft de lakstift die over-
eenkomt bij uw lakkleur.
SERVICE EN ONDERHOUD
306
Page 310 of 412

Kunststof- en gelakte onderdelen
Gebruik een speciaal product om vinylbekle-
ding te reinigen.
LET OP!
• Direct contact van luchtverfrissers, in-
sectenwerende middelen, zonnecrème
of handcrème met de kunststofopper-
vlakken, of gelakte of gedecoreerde op-
pervlakken in het interieur kan blijvende
schade veroorzaken. Veeg deze onmid-
dellijk af.
• Schade veroorzaakt door dit type pro-
ducten wordt mogelijk niet gedekt door
de standaardgarantie van een nieuw
voertuig.
Kunststoflenzen van instrumentengroep
reinigen
De lenzen voor de instrumenten in deze auto
zijn gemaakt van doorzichtige kunststof.
Wees bij het reinigen van deze lenzen extra
voorzichtig om krassen te voorkomen.
1. Reinig met een vochtige, zachte doek.
Eventueel kan een zachte zeepoplossingworden gebruikt, maar gebruik in geen
geval reinigingsalcohol of bijtende of
schurende reinigingsmiddelen. Verwijder
de zeep met een schone, vochtige doek.
2. Drogen met een zachte doek.
Lederen onderdelen
De kwaliteit van lederen bekleding blijft het
best behouden door deze te reinigen met een
zachte, vochtige doek. Stofdeeltjes of vuil
kunnen een schurend effect hebben en de
lederen bekleding beschadigen. Verwijder
deze daarom direct met een vochtige doek.
Voorkom dat lederen bekleding wordt door-
drenkt met welke vloeistof dan ook. Reinig
uw lederen bekleding nooit met polish, olie,
reinigingsvloeistoffen, oplosmiddelen, af-
wasmiddelen of schoonmaakmiddelen op
ammoniakbasis. Het gebruik van speciale
onderhoudsmiddelen voor leder is niet vereist
om de originele kwaliteit te behouden.
OPMERKING:
Lichtgekleurde lederen bekleding is besmet-
telijker voor vreemd materiaal, vuil en afge-
ven van weefselkleurstof dan donkere kleu-ren. Het leer is ontworpen voor eenvoudige
reiniging.
LET OP!
Gebruik geen alcohol en reinigingsmidde-
len op basis van alcohol of keton om lede-
ren bekleding te reinigen omdat dergelijke
middelen de bekleding kunnen beschadi-
gen.
Ruitoppervlakken
Alle ruiten behoren regelmatig met een nor-
male glasreiniger te worden gereinigd. Ge-
bruik nooit schurende reinigingsmiddelen.
Wees voorzichtig bij het reinigen van de bin-
nenkant van de achterruit, die is voorzien van
achterruitverwarming of ruiten die zijn voor-
zien van een radioantenne. Gebruik geen
schrapers of andere scherpe voorwerpen die
de elementen kunnen beschadigen.
Wanneer u de binnenspiegel schoonmaakt,
moet u reinigingsmiddel op de gebruikte
doek spuiten. Spuit de reinigingsvloeistof
niet rechtstreeks op de spiegel.SERVICE EN ONDERHOUD
308
Page 312 of 412

AANHAALMOMENTEN
VOOR VELGEN EN BANDEN
Het juiste aanhaalmoment voor de
wielmoeren/bouten is van het grootste belang
om te verzekeren dat het wiel juist is gemon-
teerd op het voertuig. Telkens wanneer een
wiel wordt verwijderd en teruggeplaatst op
het voertuig, moeten de wielmoeren/bouten
worden aangehaald met een juist gekali-
breerde momentsleutel met een lange zes-
kantdop van hoge kwaliteit.
Voorgeschreven aanhaalmomenten
Standaard voertuigmodel
Aanhaalmo-
ment moer/
bout** moer-/
boutmaatSleutelmaat
moer/bout
130 Ft-Lbs
(176 Nm)M14 x 1,50 22 mm
SRT-voertuigmodel
Aanhaalmo-
ment moer/
bout** moer-/
boutmaatSleutelmaat
moer/bout
110 Ft-Lbs
(149 Nm)M14 x 1,50 22 mm
** Gebruik alleen door uw erkende dealer
aanbevolen wielmoeren/bouten en reinig of
verwijder eventueel vuil of olie voordat u deze
aanhaalt.
Inspecteer het wielmontagevlak voordat u de
band monteert en verwijder eventuele roest-
of losse deeltjes.
Trek de wielmoeren/-bouten in stervolgorde
aan totdat iedere moer/bout twee keer aange-
trokken is. Zorg ervoor dat de dop volledig
over de wielmoer/-bout zit (niet half plaat-
sen).
OPMERKING:
Als u twijfelt of de moeren goed zijn vastge-
zet, laat dit dan bij uw dealer of een banden-
servicebedrijf nog eens controleren met een
momentsleutel.Controleer na 25 mijl (40 km) het aanhaal-
moment van de wielmoeren/-bouten om er
zeker van te zijn dat alle wielmoeren/-bouten
goed tegen het wiel aanliggen.
WAARSCHUWING!
Om te voorkomen dat de auto door de op
de krik uitgeoefende kracht verschuift,
mogen de wielmoeren/-bouten pas defini-
tief worden vastgezet als de auto weer vast
op de grond staat. Als u deze waarschu-
wing niet opvolgt, kan dit ernstig letsel tot
gevolg hebben.
AanhaalpatroonTECHNISCHE SPECIFICATIES
310
Page 314 of 412

Minimale bodemvrijheid (zie A)
De bodemvrijheidswaarde wordt gemeten
naast de onderste rand van het differentieel.
Deze waarde bepaalt ook de waarden voor de
"naderingshoek" de "afloophoek" en de "over-
loophoek".
Afmetingen zijn uitgedrukt in inches (mm) en
hebben betrekking op het voertuig dat is
uitgerust met de originele banden.
Naderingshoek (zie B)
De naderingshoek wordt bepaald door de ho-
rizontale lijn van het wegoppervlak en de
raaklijn die tussen het voorwiel en het voorste
lage punt van het voertuig loopt.
Hoe groter de hoek, hoe lager de kans dat de
carrosserie of het onderstel een obstakel
raakt bij het beklimmen van een steile helling
of het rijden over een obstakel.Afloophoek (zie C)
De afloophoek wordt bepaald door dezelfde
lijnen als de "naderingshoek" en heeft betrek-
king op de achterkant van het voertuig.
Overloophoek (zie D)
De waarde van de "overloophoek" is gekop-
peld aan de bodemvrijheid van het voertuig
en geeft het gedrag van het voertuig weer bij
het rijden over min of meer steile obstakels,
waarbij wordt voorkomen dat het voertuig met
de carrosserie of het onderstel op de grond
rust nadat het onderste deel (meestal de
bodem) het obstakel raakt, omdat dit de
wielgrip aanzienlijk zou beperken.
De wielen zouden anders onvoldoende grip
op de grond hebben om het voertuig in bewe-
ging te brengen en zouden doorslippen.Hoe hoger de bodemvrijheid, hoe breder de
overloophoek. Houd er altijd rekening mee
dat bij een grotere bodemvrijheid de stabili-
teit afneemt vanwege een hoger zwaartepunt
waardoor de zijdelingse kantelhoek afneemt.
WIELEN
Raadpleeg de bandenspanningstabel op de
dorpel van het voertuig of het registratiedo-
cument voor de bandenmaat en -druk. Raad-
pleeg de paragraaf "Banden" in het hoofdstuk
"Service en onderhoud" voor meer informatie.
Bodemvrijheid / algemene hoekmetingen
TECHNISCHE SPECIFICATIES
312
Page 321 of 412

Gebruik voor deze auto uitsluitend hoogwaar-
dige diesel welke voldoet aan de richtlijnen van
EN 590. Ook biodieselmengsels tot 7% welke
voldoen aan EN 590 mogen worden gebruikt.
WAARSCHUWING!
Meng de dieselbrandstof niet met alcohol
of benzine. Deze stoffen kunnen onstabiel
zijn onder bepaalde omstandigheden en
gevaarlijk of explosief wanneer ze worden
gemengd met dieselbrandstof.
Dieselbrandstof bevat vrijwel altijd een kleine
hoeveelheid water. Om problemen met het
brandstofsysteem te voorkomen, dient het
water dat is verzameld in de waterafscheiderop het brandstoffilterhuis, te worden afge-
tapt. Als u hoogwaardige brandstof gebruikt
en het bovenstaande advies bij koud weer
opvolgt, zijn er geen brandstofadditieven voor
de auto nodig. Een "premium" dieselbrand-
stof met een hoog cetaangetal (indien ver-
krijgbaar) kan het koud starten en warm-
draaien verbeteren.
LET OP!
Als het controlelampje "Water in brand-
stof" blijft branden, START de motor NIET
alvorens het water uit het/de brandstoffil-
ter(s) af te tappen om schade aan de motor
te voorkomen. Raadpleeg de paragraaf
LET OP!
"Brandstof aftappen/waterscheidingsfil-
ter" in het hoofdstuk "Service en onder-
houd" in uw gebruikershandleiding voor
meer informatie.
Brandstoflabel voldoet aan EN16942
De volgende symbolen maken het gemakke-
lijker om te herkennen welke soort brandstof
correct is voor gebruik in uw voertuig. Voordat
u begint met tanken, controleert u de symbo-
len in de brandstofvulklep (indien aanwezig)
en vergelijkt u deze met het symbool op de
brandstofpomp (indien aanwezig).
BrandstoflabelsBetekenis
E5Loodvrije brandstof met maximaal 2,7% (m/m) zuurstof en een maximum ethanolgehalte van 5,0% (V/V), brandstof con-
formEN228
319