Radio Lancia Flavia 2012 Instructieboek (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: LANCIA, Model Year: 2012, Model line: Flavia, Model: Lancia Flavia 2012Pages: 257, PDF Size: 2.8 MB
Page 109 of 257

pen heeft uitgeschakeld. Gedurende
deze periode branden alleen de kop-
lampen.Het systeem heft de vertraging op zo-
dra u de koplampen, de parkeerlich-
ten of de contactschakelaar weer in-
schakelt.
Wanneer u de koplampen uitschakelt
voordat u de contactschakelaar in de
stand OFF zet, gaan de koplampen op
de normale manier uit.
De vertragingsduur van de koplamp-
verlichting is programmeerbaar op
auto's die zijn uitgerust met het elek-
tronisch voertuiginformatiecentrum
(EVIC). Raadpleeg de paragraaf
"Elektronisch voertuiginformatiecen-
trum (EVIC)/Door de klant te pro-
grammeren functies" in het hoofdstuk
"Het instrumentenpaneel" voor meer
informatie hierover.DIMMER
INSTRUMENTENPANEEL
Draai het middendeel van de hendel
geheel naar beneden om de verlich-
ting van het instrumentenpaneel vol-
ledig te dimmen en om te voorkomen
dat de interieurverlichting bij het ope-
nen van een portier gaat branden.
Draai het middendeel van de hendel
omhoog om de sterkte van de verlich-
ting van het instrumentenpaneel te
verhogen wanneer de parkeerlich-
tenof de koplampen zijn ingescha-
keld.
Draai het middendeel van de hendel
in de volgende stand naar boven om
de kilometerteller en de radio sterker
te verlichten wanneer de parkeerlich-
ten of de koplampen zijn ingescha-
keld.
Draai het middendeel van de hendel
in de laatste stand naar boven om de
interieurverlichting in te schakelen.
MISTLAMPEN
U schakelt de mistlampen vóór
in door de parkeerlichten, het
dimlicht of de automatische
koplampen in te schakelen en vervol-
gens het uiteinde van de multifuncti-
onele schakelaar naar buiten te trek-
ken.
Dimschakelaar
Schakelaar mistlampen vóór
102
Page 111 of 257

INTERIEURVERLICHTINGOnder aan de binnenspiegel bevinden
zich twee interieurlampen/leeslampen.
U kunt deze lampen in en uit schakelen
met behulp van de schakelaars in de
spiegel of met de dimschakelaar in de
multifunctionele hendel. Deze lampen
worden bovendien automatisch be-
diend door het instapverlichtingsys-
teem.Aan de achterzijde van de midden-
console bevindt zich ook een interi-
eurlamp. U kunt deze lamp in en uit
schakelen met de dimschakelaar in de
multifunctionele hendel. Deze lamp
wordt bovendien automatisch be-
diend door het instapverlichtingsys-
teem.Hoogteverstelling
koplampen
Met dit systeem zijn de koplampen
altijd correct afgesteld, ongeacht de
belading van de auto.
De schakelaar voor de hoogteverstel-
ling van de koplampen bevindt zich
onder de radio op het instrumenten-
paneel.
Bediening: duw op de scha-
kelaar voor de hoogtever-
stelling van de koplampen
totdat het nummer dat
overeenstemt met de belasting in on-
derstaande tabel oplicht op de scha-
kelaar.
0 Alleen bestuurder, of bestuurder plus voor-
passagier.
1 Alle zitplaatsen bezet.
2 Alle zitplaatsen bezet,
plus een gelijkmatig
verdeelde lading in de
bagageruimte. Het
totale gewicht van
passagiers plus lading
blijft onder het maxi-
male laadgewicht van
de auto.
3 Bestuurder, plus een
gelijkmatig verdeelde
lading in de bagage-
ruimte. Het totale ge-
wicht van bestuurder
plus lading blijft bene-
den het maximale
laadgewicht van de
auto.
Berekeningen gebaseerd op een per-
soonsgewicht van 75 kg.
Schakelaars voor
interieurverlichting/leeslampen
104
Page 123 of 257

PERSOONLIJKE INSTELLINGEN (DOORDE KLANT TE PROGRAMMEREN
FUNCTIES) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 135
AUDIOSYSTEMEN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 137
ANALOGE KLOK INSTELLEN . . . . . . . . . . . . . . 137
STUURBEDIENING VOOR AUDIO . . . . . . . . . . . 137 BEDIENING VAN DE RADIO . . . . . . . . . . . . . 137
CD-SPELER . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 138
WERKING VAN DE RADIO EN MOBIELE TELEFOONS . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 138
KLIMAATREGELING . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 138 AUTOMATISCHETEMPERATUURREGELING . . . . . . . . . . . . . . 138
AANWIJZINGEN VOOR BEDIENING . . . . . . . 142
116
Page 124 of 257

FUNCTIES VAN HET INSTRUMENTENPANEEL1 — Luchtrooster6 — Radio11 — Opbergvak
2 — Opening voor zijraamontwase-
ming 7 — Airbag passagierszijde
12 — Klimaatregeling
3 — Instrumentengroep 8 — Handschoenenkastje13 — Ontgrendelknop voor bagage-
ruimte
4 — Contactschakelaar 9 — Schakelaar stoelverwarming 14 — Aansluitcontact
5 — Analoge klok 10 — Schakelaar waarschuwingsknip-
perlichten
117
Page 136 of 257

OMLAAG-knopDruk kort op de OMLAAG-
knop om de verschillende
ritfuncties of persoonlijke
instellingen op het scherm
te laten weergeven.
Kompasknop
Druk kort op de kompas-
knop om het kompas, de
buitentemperatuur en de
audio-info (bij ingescha-
kelde radio) weer te laten geven, wan-
neer het huidige scherm niet het kom-
pas, de buitentemperatuur en de
audio-info weergeeft.
Selectieknop
Druk kort op selectieknop
om een keuze te bevestigen.
Met de selectieknop kunnen
ook diverse ritfuncties wor-
den gereset.
SCHERM VAN
ELEKTRONISCH
VOERTUIGINFORMATIE-
CENTRUM (EVIC)
Onder bepaalde voorwaarden geeft
het EVIC de volgende berichten weer: Turn Signal On (richtaanwijzers
aan) (met een continu geluidssig-
naal nadat 1,5 km is afgelegd)
Left Front Turn Signal Light Out (richtingaanwijzer linksvoor de-
fect) (met één geluidssignaal)
Left Rear Turn Signal Light Out (richtingaanwijzer linksachter de-
fect) (met één geluidssignaal)
Right Front Turn Signal Light Out (richtingaanwijzer rechtsvoor de-
fect) (met één geluidssignaal)
Right Rear Turn Signal Light Out (richtingaanwijzer rechtsachter de-
fect) (met één geluidssignaal)
RKE (Remote Keyless Entry) Bat- tery Low (batterij van afstandsbe-
diening bijna leeg - met één ge-
luidssignaal)
Personal Settings Not Available – Vehicle Not in Park (persoonlijke
instellingen niet beschikbaar - auto
staat niet in PARK)
Personal Settings Not Avail – Vehi- cle in Motion (persoonlijke instel-
lingen niet beschikbaar - auto in
beweging) Door Ajar (portier open - met af-
beelding van geopende portier. Een
geluidssignaal klinkt wanneer de
auto in beweging is).
Doors Ajar (portieren open - met afbeelding van geopende portieren.
Een geluidssignaal klinkt wanneer
de auto in beweging is).
Trunk Open (bagageruimte open - met afbeelding van geopend koffer-
deksel en een geluidssignaal)
Lights On (verlichting aan)
Key in ignition (sleutel in contact- slot)
Remote Start Aborted — Door Ajar (starten met afstandsbediening af-
gebroken — portier open)
Remote Start Aborted — Hood Ajar (starten met afstandsbediening af-
gebroken — motorkap open)
Remote Start Aborted — Trunk Ajar (starten met afstandsbedie-
ning afgebroken — kofferklep
open)
Remote Start Aborted — Fuel Low (starten met afstandsbediening af-
gebroken — brandstofpeil te laag)
129
Page 137 of 257

Remote Start Aborted — SystemFault (starten met afstandsbedie-
ning afgebroken — systeemstoring)
Convertible Top Not Secured (ca- brioletdak niet vastgezet) (met één
geluidssignaal)
Convertible Top Complete (cabrio- letdak voltooid) (met één geluids-
signaal)
Secure Cargo Shield (bagage- scherm vastzetten) (met één ge-
luidssignaal)
Speed Too High (snelheid te hoog) (met één geluidssignaal)
Convertible Top Malfunction (sto- ring in cabrioletdak) (met één ge-
luidssignaal)
Oil Change Required (olie verver- sen - met een geluidssignaal)
Low Tire (bandenspanning laag - met afbeelding van band(en) met te
lage spanning plus een geluidssig-
naal). Raadpleeg de paragraaf
"Bandenspanningscontrolesys-
teem" in het hoofdstuk "Starten en
rijden". Check TPM System (controleer
bandenspanningscontrolesysteem -
met een geluidssignaal). Raadpleeg
de paragraaf "Bandenspannings-
controlesysteem" in het hoofdstuk
"Starten en rijden"..
OLIEVERVERSING
VEREIST
Uw auto is uitgerust met een indicator
voor olieverversing. Na één geluidsig-
naal knippert het bericht "Olie ver-
versen" gedurende vijf seconden in
het EVIC-scherm om aan te geven dat
het tijd is voor de volgende oliebeurt.
De indicator voor olieverversing is ge-
baseerd op de belasting van de motor,
wat betekent dat de periodieke olie-
beurten afhankelijk zijn van uw per-
soonlijke rijstijl.
Als dit bericht niet wordt gereset, ver-
schijnt dit bericht telkens wanneer u
de contactschakelaar in de stand ON/
RUN zet.
EVIC HOOFDMENU
Druk eenmaal kort op de knop MENU
om een functie van het hoofdmenu te
kiezen. Na de laatste functie in de lijst
wordt de eerste functie in de lijst op- nieuw weergegeven. Het hoofdmenu
bevat de volgende functies:
Kompas, Buitentemperatuur,
Weergave van audio-informatie
(indien radio is ingeschakeld)
Average Fuel Economy (Gemiddeld brandstofverbruik)
Afstand tot lege tank
Weergave status bandenspanning
Elapsed Time (Verstreken tijd)
Keuze eenheden EVIC
Systeemstatus
Persoonlijke instellingen
OPMERKING:
Voor functies van het EVIC die
kunnen worden gereset (gemid-
deld brandstofverbruik en verstre-
ken tijd), geeft het EVIC een reset
aan met de afbeelding van een se-
lectieknop en het woord RESET
ernaast.
Wanneer de selectieknop wordt
ingedrukt, wordt de geselecteerde
functie gereset en verschijnt RE-
SET ALL naast de afbeelding van
de selectieknop. Door een tweede
130
Page 138 of 257

maal op de selectieknop te druk-
ken, worden zowel het gemiddeld
brandstofverbruik als de verstre-
ken tijd gereset. Indien gedurende
drie seconden niet op SELECT
wordt gedrukt, wordt vanuit RE-
SET ALL teruggekeerd naar RE-
SET en wordt alleen de geselec-
teerde functie gereset.
WEERGAVE KOMPAS
KompasknopDe weergegeven kompas-
richting geeft aan in welke
richting de auto staat. Druk
kort op de kompasknop om
een van de acht kompasrichtingen, de
buitentemperatuur en de audio-
informatie (als de radio aanstaat)
weer te geven, als het EVIC display
niet dit scherm al weergeeft. OPMERKING:
Bij het starten geeft het systeem de
laatst bekende buitentemperatuur
weer. Het systeem heeft mogelijk
meerdere minuten rijtijd nodig
voordat de werkelijke buitentem-
peratuur weergegeven wordt. De
temperatuur van de motor kan van
invloed zijn op de weergave van de
buitentemperatuur, daarom wordt
de weergegeven temperatuur niet
geüpdate wanneer het voertuig stil
staat.
Als de auto is uitgerust met het GPS-
systeem van de fabrikant (navigatie-
radio) dan geeft het navigatiesysteem
de kompasrichting en zijn de menu's
Kompasafwijking en Kompaskalibra-
tie niet beschikbaar. Het kompas
werkt nauwkeurig op basis van de
GPS-signalen in plaats van het aard-
magnetisch veld.Automatische kompaskalibratie
Dit kompas kalibreert zichzelf. Het
kompas hoeft niet met de hand te
worden gekalibreerd. Mogelijk geeft
het kompas onjuiste waarden weer
wanneer de auto nieuw is. In dat geval
geeft het EVIC de aanduiding CAL
knipperend weer totdat het kompas is
gekalibreerd. U kunt het kompas ka-
libreren door één of meerdere keren
360° rond te rijden (op een plaats
zonder grote metalen voorwerpen),
tot de aanduiding "CAL" in het EVIC
verdwijnt. Het kompas werkt dan
normaal.
OPMERKING:
Voor juiste ijking is een vlak weg-
dek en een omgeving zonder grote
metalen voorwerpen zoals gebou-
wen, bruggen, ondergrondse ka-
bels, spoorrails enz. vereist.
131
Page 144 of 257

AUDIOSYSTEMEN
Raadpleeg de handleiding van uw au-
diosysteem.
ANALOGE KLOK
INSTELLEN
Om de analoge klok midden boven op
het instrumentenpaneel in te stellen,
drukt u op de knop en houdt u deze
ingedrukt tot de instelling juist is. De
klok wordt in het begin langzaam ver-
steld en gaat daarna sneller wanneer
de knop langer wordt ingedrukt.STUURBEDIENING
VOOR AUDIO
De afstandsbediening voor het audio-
systeem bevindt zich achter op het
stuurwiel, in de standen 3 uur en 9
uur.
De rechter tuimelschakelaar heeft een
drukknop in het midden en regelt het
volume en de modus van het audio-
systeem. Als u de bovenzijde van de
tuimelschakelaar indrukt, neemt het
geluidsvolume toe. Als u de onder-
zijde van de tuimelschakelaar in-
drukt, neemt het geluidsvolume af.
Als u de knop in het midden indrukt,
schakelt de radio van MW naar LW, of
naar de cd-modus, afhankelijk van de
in de auto aanwezige radio.De linker tuimelschakelaar heeft een
drukknop in het midden. De functie
van de linker knop is afhankelijk van
de modus waarin het audiosysteem
zich bevindt.
Hieronder wordt de werking van de
linker tuimelschakelaar voor elke mo-
dus beschreven.
BEDIENING VAN DE
RADIO
Als u de bovenzijde van de schakelaar
indrukt, wordt omhoog gezocht naar
de volgende goed te ontvangen zen-
der. Als u de onderzijde van de scha-
kelaar indrukt, wordt omlaag gezocht
naar de volgende goed te ontvangen
zender.
Als u op de drukknop midden op de
schakelaar aan uw linkerkant drukt,
stemt de radio af op de volgende
vooraf ingestelde zender die u hebt
geprogrammeerd onder de drukknop
voor radiovoorinstellingen.
Analoge klok instellen
Afstandsbediening geluidssysteem
(achteraanzicht stuurwiel)
137
Page 145 of 257

CD-SPELER
Als u één keer drukt op de bovenzijde
van de schakelaar, wordt het volgende
nummer op de cd gekozen. Als u één
keer op de onderkant van de schake-
laar drukt, wordt het begin van het
huidige nummer of het begin van het
vorige nummer gekozen wanneer het
nieuwe nummer korter dan één se-
conde is gespeeld.
Wanneer u de schakelaar tweemaal
naar boven of naar beneden drukt,
wordt het tweede nummer afgespeeld;
bij driemaal het derde, enz.
De knop midden op de linkerschake-
laar heeft bij deze stand geen functie.
WERKING VAN DE
RADIO EN MOBIELE
TELEFOONS
Onder bepaalde omstandigheden kan
een ingeschakelde mobiele telefoon in
uw auto de radio storen. Deze situatie
kunt u verhelpen door de antenne van
de mobiele telefoon te verplaatsen.
Dit probleem is niet schadelijk voor de
radio. Wanneer de radio nog steeds
niet naar tevredenheid werkt nadat deantenne is verplaatst, is het raadzaam
de radio zachter of uit te zetten wan-
neer de mobiele telefoon in gebruik is.
KLIMAATREGELING
Het systeem voor airconditioning en
verwarming is ontworpen voor een
optimaal interieurcomfort onder alle
weersomstandigheden.
AUTOMATISCHE
TEMPERATUURREGELING
Automatische werking
De automatische temperatuurrege-
ling handhaaft automatisch het kli-
maat in de cabine op de niveaus zoals
die door de bestuurder en passagier
zijn gewenst.
De bediening van het systeem is vrij
eenvoudig.
1. Draai de modusregelknop (rechts)
en de aanjagerschakelaar (links) in de
stand AUTO.
OPMERKING:
De stand AUTO levert alleen voor
de inzittenden voorin de beste re-
sultaten.
2. Stel de ge-
wenste tempera-
tuur met de tempe-
ratuurregelknop
in. Wanneer het
comfortniveau is
ingesteld, hand-
haaft het systeem dat niveau automa-
tisch met behulp van het verwar-
mingssysteem. Mocht het gewenste
comfortniveau de inschakeling van de
airconditioning vereisen, dan past het
systeem zich automatisch aan.
U ervaart het meeste gebruiksgemak
wanneer u het systeem automatisch
laat werken. Door de aanjagerschake-
laar in de stand “O” (uit) te zetten,
wordt het systeem geheel uitgescha-
keld en de luchtinlaat voor buiten-
lucht gesloten.
Automatische temperatuurregeling
138
Page 170 of 257

het rempedaal daalt iets of kan ietsverder ingetrapt worden nadat de
auto tot stilstand is gekomen.
Dit zijn normale kenmerken van het
ABS-systeem.WAARSCHUWING!
Het antiblokkeersysteem bevat ge-
avanceerde elektronische compo-
nenten die gevoelig is voor storingen
door verkeerd gemonteerde of zeer
krachtige radiozendapparatuur.
Dergelijke storingen kunnen ertoe
leiden dat de werking van het ABS-
systeem volledig uitvalt. Dergelijke
apparatuur mag uitsluitend door be-
voegde vakmensen worden geïnstal
leerd.
Alle wielen en banden van de auto
moeten van dezelfde maat en het-
zelfde type zijn en de bandenspanning
moet correct zijn, zodat de regeleen-
heid correcte signalen ontvangt.
ELEKTRONISCHE
REMREGELING
Uw auto kan zijn uitgerust met een
optionele geavanceerde elektronische
remregeling die bestaat uit: ABS, ASR (tractieregelsysteem), BAS (remassis-
tent) en ESP (elektronisch stabili-
teitsregelsysteem). Alle systemen wer-
ken samen om onder verschillende
rijomstandigheden de stabiliteit en de
controle over de auto te verbeteren en
wordt gewoonlijk aangeduid als
"ESP".
ABS-SYSTEEM
Dit systeem helpt de bestuurder het
voertuig onder controle te houden in
ongunstige remomstandigheden. Het
systeem regelt de hydraulische rem-
druk om het blokkeren van de wielen
te voorkomen. Bovendien helpt het bij
het voorkomen van slippen tijdens het
remmen op een glad wegoppervlak.
Raadpleeg de paragraaf "ABS-
systeem" in het hoofdstuk "Starten en
rijden" voor meer informatie hierover.
Tractieregelsysteem (ASR)
Dit systeem bewaakt de mate van het
doorslippen van elk van de aangedre-
ven wielen. Als het doorslippen van
een of meer wielen wordt gedetec-
teerd, worden de doorslippende wie-
len afgeremd en wordt het motorver-
mogen verminderd voor een betere
acceleratie en stabiliteit. Een voorzie-
ning van het ASR-systeem functio-
neert op dezelfde wijze als een limited
slipdifferentieel en regelt de wielspin
van een aangedreven as. Als één wiel
van een aangedreven as sneller draait
dan het andere, wordt het doorslip-
pende wiel afgeremd. Hierdoor kan er
meer motorkoppel naar het niet-
doorslippende wiel gaan. Deze functie
blijft ook actief als ASR en ESP in de
modus "Gedeeltelijk uit" staan.
Raadpleeg “Elektronisch stabiliteits-
regelsysteem (ESP)” in dit hoofdstuk
van deze handleiding.
REMASSISTENT (BAS)
De remassistent (BAS) is ontworpen
om de remwerking van de auto te
optimaliseren tijdens noodremsitua-
ties. Het systeem herkent een nood-
remsituatie aan de hand van de snel-
heid en kracht waarmee het
rempedaal wordt ingetrapt en opti-
maliseert de remdruk dienovereen-
komstig. Dit draagt bij aan een ver-
korting van de remweg. Het BAS vult
het ABS aan. Wanneer u het rempe-
daal zeer snel intrapt, is de assistentie
van het BAS-systeem optimaal. Om
163