ABS Lancia Flavia 2013 Instructieboek (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: LANCIA, Model Year: 2013, Model line: Flavia, Model: Lancia Flavia 2013Pages: 268, PDF Size: 2.79 MB
Page 179 of 268

Het controle-/storingslampje ESP (in
de instrumentengroep) begint te
knipperen zodra de banden grip ver-
liezen en het ESP-systeem wordt ge-
activeerd. Het controle-/
storingslampje ESP knippert ook
wanneer het ASR-systeem actief is.
Als het controle-/storingslampje ESP
gaat knipperen tijdens het optrekken,
neem dan gas terug en rijd verder
terwijl u zo min mogelijk gas geeft.
Pas uw snelheid en rijstijl altijd aan de
toestand van het wegdek aan.
OPMERKING:
Het controle-/storingslampjeESP en het controlelampje "ESP
uit" gaan altijd kort branden
wanneer de contactschakelaar
in de stand ON wordt gezet.
Telkens wanneer de contact- schakelaar in de stand ON wordt
gezet, wordt het ESP-systeem in-
geschakeld, ook wanneer dit
eerder werd uitgeschakeld. Het ESP-systeem maakt zoe-
mende of klikkende geluiden
wanneer het actief is. Dit is nor-
maal. De geluiden houden op
wanneer ESP inactief wordt na
de manoeuvre die de activering
van het ESP-systeem heeft ver-
oorzaakt.
Het controlelampje "ESP
uit" geeft aan dat het elek-
tronische stabiliteitsregelsys-
teem (ESP) is uitgeschakeld.
BANDEN — ALGEMENE
INFORMATIE
BANDENSPANNING
Voor de veiligheid en goede rijeigen-
schappen is een juiste bandenspan-
ning absoluut noodzakelijk. Als de
bandenspanning niet juist is, heeft dit
de onderstaande gevolgen: Veiligheid
WAARSCHUWING!
Een onjuiste bandenspanning is
gevaarlijk en kan leiden tot onge-
lukken.
Bij een te lage bandenspanning veert de band te veel in en kan de
band te warm worden en lek ra-
ken.
Bij een te hoge bandenspanning
zal de band schokken op het wiel
minder goed opvangen. Voorwer-
pen op de weg en gaten in het
wegdek kunnen de banden be-
schadigen waardoor ze lek raken. Banden met een te hoge of te lage spanning kunnen het rijgedrag
van de auto beïnvloeden en kun-
nen een klapband veroorzaken
waardoor u de controle over de
auto kunt verliezen.
Als niet alle banden dezelfde spanning hebben, kunnen bestu-
ringsproblemen optreden. U kunt
de controle over de auto verlie-
zen.
(Vervolgd)
173
Page 236 of 268

LocatiePatroonzeke-
ring Minizekering Omschrijving
20 — 15 A lichtblauw Radio
21 — 10 A rood Sirene (voor bepaalde uitvoeringen/landen)
22 — 10 A rood Contact aan – Klimaatregeling/Verwarmde bekerhouder (voor bepaalde uitvoeringen/landen)
23 — 15 A lichtblauw Automatische uitschakeling (ASD), relais 3
24 — 25 A blanco Zonnedak (voor bepaalde uitvoeringen/landen)
25 — 10 A rood Contact aan — verwarmde buitenspiegels (voor bepaalde uitvoeringen/landen)
26 — 15 A lichtblauw Automatische uitschakeling (ASD), relais 2
27 — 10 A rood Contact aan – module inzittendenclassificatie / controller beveiligingssysteem voor inzittenden
28 — 10 A rood Contact aan — module inzittendenclassificatie / controller beveiligingssysteem voor inzittenden
29 — — Auto warm (geen zekering vereist)
30 — 20 A geel Contact aan — stoelverwarming (voor bepaalde uitvoeringen/landen)
31 — 10 A rood Koplampsproeier (voor bepaalde uitvoeringen/landen)
32 30 A roze — Automatische uitschakeling (ASD), relais 1
33 —10 A rood Rij schakelaars / diagnose-aansluiting / regelmodule aan-
drijflijn (PCM)
34 30 A roze — ABS-module (voor bepaalde uitvoeringen/landen)/
elektronisch stabiliteitsregelsysteem ESP (voor bepaalde
uitvoeringen/landen)
230
Page 237 of 268

LocatiePatroonzeke-
ring Minizekering Omschrijving
35 40 A groen — ABS-module (voor bepaalde uitvoeringen/landen)/
elektronisch stabiliteitsregelsysteem ESP (voor bepaalde
uitvoeringen/landen)
36 30 A roze — Module passagiersportier (PDM) / module bestuurderspor-
tier (DDM)
37 —25 A blanco Power Top-module (voor bepaalde uitvoeringen/landen)
LET OP!
Let erop dat de kap van de geïn
tegreerde voedingsmodule tijdens
het aanbrengen in de juiste stand
wordt geplaatst en volledig wordt
vergrendeld. Als dit wordt nage-
laten, kan er water in de geïnte
greerde voedingsmodule komen,
waardoor mogelijk storing in het
elektrische systeem optreedt.
(Vervolgd)
LET OP!(Vervolgd)
Vervang zekeringen uitsluitend door exemplaren met dezelfde
ampèrewaarde. Wanneer u een
zekering vervangt door een zeke-
ring met een hogere ampère-
waarde, kan het elektrische sys-
teem gevaarlijk overbelast raken.
Als nieuwe zekeringen met de
juiste ampèrewaarde meteen
doorbranden, is er een defect in
het circuit dat gerepareerd moet
worden.
STALLEN VAN DE AUTO
Als u meer dan 21 dagen geen ge-
bruikmaakt van uw auto, wilt u mo-
gelijk voorzorgsmaatregelen nemen
ter bescherming van de accu. Verwijder de minizekering met het
opschrift IOD (Ignition Off-Draw,
spanning bij uitgeschakeld contact)
in de stroomverdeelkast.
Of koppel de minkabel van de accu los. Zie “Voorbereiding voor het
starten met startkabels” bij “Star-
ten met startkabels” voor de locatie
van de minpool.
Wanneer u de auto twee weken hebt
gestald of niet hebt gebruikt (bijv. in
de vakantie), laat het aircosysteem
daarna dan gedurende vijf minuten
werken bij stationair toerental in de
buitenlucht en met een hoog aanja-
gertoerental. Zo wordt het systeem
voldoende gesmeerd en wordt de
kans op schade aan de aircocom-
pressor tot een minimum beperkt
wanneer u het systeem weer start.
231
Page 254 of 268

Aanhangwagen trekken. . . . . . . .186
Aanvullend veiligheidssysteem - Airbag . . . . . . . . . . . . . . . . . .34
ABS . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .166
ABS, waarschuwingslampje . . . . .166
Accu . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .211
Accu, locatie . . . . . . . . . . . . . . . . .211
van afstandsbediening
vervangen . . . . . . . . . . . . . . .19
Achterlichten . . . . . . . . . . . . . . .234
Achterruitontdooier . . . . . . . . . .118
Achterruitverwarming . . . . . . . . .118
Achterruitvoorzieningen . . . . . . .118
Achteruitrijlichten . . . . . . . . . . .234
Additieven, brandstof . . . . . . . . .184
Afstandsbediening, alarmsysteem . . . . . . . . . . . . .15
portiersloten . . . . . . . . . . . . . .17
Afstandsbediening autoradio . . . .140
Afstandsbediening kofferklep . . . . .22
Afstellen, koplampen . . . . . . . . .109
Afvoeren, antivries
(motorkoelvloeistof) . . . . . . .218
Airbag . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .34
Airbag, activering . . . . . . . . . . . . .40
Airbaglampje . . . . . .38, 41, 54, 124
Airbagonderhoud . . . . . . . . . . . . .41 Airbag, raam (zijgordijn)
. . . . . . . .37
Airbag, zij- . . . . . . . . . . .36, 37, 39
Airco, filter . . . . . . . . . . . .149, 212
Airco, koelmiddel . . . . . . . .211, 212
Airco, onderhoud . . . . . . . . . . . .211
Aircosysteem . . . . . . . . . . .142, 211
Airco, tips voor gebruik . . . . . . . .148
Alarm (beveiliging) . . . . . . . . . . .15
Alarminstallatie van het voertuig (beveiliging) . . . . . . . . . . . . . .15
Alarmsysteem (beveiliging) . . .15, 128
Alarmsysteem (diefstalbeveiliging) . . . . . . . . . .15
Algemeen onderhoud . . . . . . . . .208
Algemene informatie . . . . . . . . . . .15
Antiblokkeersysteem (ABS) . . . . .166
Antidiefstalalarm . . . . . . . . . . . . .15
Antivries (motorkoelvloeistof) . . . . .217, 235
Antivries (motorkoelvloeistof), afvoeren . . . . . . . . . . . . . . .218
Asbak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .116
Automatisch controlelampje Olie verversen . . . . . . . . .126, 134
Automatische koplampen . . . . . . .106
Automatische portiervergrendelingen . . . . . . . .20
Automatische temperatuurregeling (ATC) . . . . . . . . . . . . . . . . . .142 Automatische transaxle
. . . . .12, 154
Automatische versnellingsbak . . . . . . . .155, 222
Automatische versnellingsbak, schakelgroepen . . . . . . . . . . .158
soort vloeistof . . . . . . . . . . . .222
vloeistof bijvullen . . . . . . . . .222
vloeistof en filter vervangen . .223
vloeistofpeil controleren . . . . .222
Automatisch ontgrendelen, portieren . . . . . . . . . . . . . . . . .20
Autostick . . . . . . . . . . . . . . . . .162
Autowasserijen . . . . . . . . . . . . . .224
Banden . . . . . . . . . . . . . . . .55, 173
Banden, algemene informatie . . . . . . .173
bandenspanning . . . . . . . . . .173
controlesysteem voor
bandenspanning . . . . . . . . . .179
hoge snelheden . . . . . . . . . . .175
levensduur . . . . . . . . . . . . . .176
oppompdruk . . . . . . . . . . . .174
radiaal . . . . . . . . . . . . . . . .175
rotatie . . . . . . . . . . . . . . . . .178
slijtagemarkeringen . . . . . . . .176
sneeuwkettingen . . . . . . . . . .178
spinnen . . . . . . . . . . . . . . . .175
248
Page 259 of 268

Radio (geluidssystemen). . . . . . .140
Ramen, elektrisch bediend . . . . . . . . . .21
Reinigen van glasoppervlakken . . .225
Reiniging, ruitenwisserbladen . . . . . . . .214
wielen . . . . . . . . . . . . . . . . .224
Rembekrachtiging . . . . . . . . . . .170
Remmen . . . . . . . . . . . . . . . . . .220
Rem, parkeer- . . . . . . . . . . . . . .165
Remsysteem . . . . . . . . . . . . . . .220
Remsysteem, antiblokkeersysteem (ABS) . . .166
handrem . . . . . . . . . . . . . . .165
hoofdremcilinder . . . . . . . . . .220
remvloeistofpeil controleren . .220
waarschuwingslampje . . . . . .125
Reserveonderdelen . . . . . . . . . . .208
Resetten controlelampje olie verversen . . . . . . . . . . . .126, 134
Richtingaanwijzers . . . . . . . . . . .55,
105, 108, 128, 233, 234
Rijden, door stromend, opkomend, of
ondiep stilstaand water . . . . .164
Rijden met caravan . . . . . . . . . . .187
Roosters voor zijruitontwaseming (ontdooiers) . . . . . . . . . . . . . .147
Rotatie, banden . . . . . . . . . . . . .178 Rugleuning bestuurdersstoel
kantelen . . . . . . . . . . . . . . . .102
Ruitensproeier, reservoir vullen . . . . . . . . . . .214
Ruitensproeiers . . . . . . . . . .110, 111
Ruitensproeiers, vloeistof . . . . . . . . . . . . . . . .214
Ruitensproeiers voorruit . . . . . . . . .110, 111, 214
Ruitenwisserbladen . . . . . . . . . . .214
Ruitenwisserinterval . . . . . . . . . .111
Ruitenwissers, intervalschakeling . . . . . . . . . .111
Ruitenwissers vóór . . . . . . . . . . .110
Ruitenwissers, wisbladen vervangen . . . . . . . . . . . . . . .214
Ruitontdooier . . . . . . . . . . . .54, 145
Schakelhendel ontgrendelen . . . . .202
Schema, onderhoud . . . . . . . . . .242
Schone benzine . . . . . . . . . . . . .183
Schone brandstof . . . . . . . . . . . .183
Schoudergordels . . . . . . . . . . . . . .26
Sentry Key, programmeren . . . . . .15
Sentry Key (startonderbreker) . . . .14
Sigarettenaansteker . . . . . . . . . .116
Slepen . . . . . . . . . . . . . . . . . . .186
Slepen, voertuig met pech . . . . . . . . .203 vouwwagen of caravan
. . . . . .187
Slepen van een voertuig met pech . . . . . . . . . . . . . . . .203
Sleutel, programmering . . . . . . . . .15
Sleutels . . . . . . . . . . . . . . . . . . .12
Sleutels, Sentry Key (startonderbreking) . . . . . . . . . .14
Sleutel, vervanging . . . . . . . . . . . .15
Slijtagemarkeringen . . . . . . . . . .176
Sloten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .19
Sloten, automatische portiersloten . . . .20
automatisch ontgrendelen . . . . .20
elektrische portiersloten . . . . . .20
Smering, carosserie . . . . . . . . . . .213
Sneeuwkettingen . . . . . . . . . . . .178
Snelheidsmeter . . . . . . . . . . . . .123
Snelheidsregeling (cruisecontrol) . . . . . . . .112, 127
Specificaties, brandstof (benzine) . . . . . . . .236
olie . . . . . . . . . . . . . . . . . . .236
Spiegels . . . . . . . . . . . . . . . . . . .72
Spiegels, elektrisch bediend . . . . . . . . . .73
make-upspiegel . . . . . . . . . . .74
Stallen van het voertuig . . . . . . . .147
Starten . . . . . . . . . . . . . . . . . . .154
253