lock Lancia Flavia 2013 Instructieboek (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: LANCIA, Model Year: 2013, Model line: Flavia, Model: Lancia Flavia 2013Pages: 268, PDF Size: 2.79 MB
Page 152 of 268

RecirculatietoetsHet systeem regelt automa-
tisch de recirculatie. Door
op de recirculatieknop te
drukken, wordt echter de
recirculatiestand ingeschakeld. Deze
stand kan worden gebruikt om te
voorkomen dat rook, vieze luchtjes,
stof of vocht van buitenaf binnendrin-
gen. Wanneer de recirculatiestand
wordt ingeschakeld, gaat de LED in
de knop branden.
OPMERKING:
Als de contactschakelaar in de
stand LOCK wordt gezet, wordt
de recirculatiestand uitgescha-
keld.
Bij koud weer kunnen de ruiten,
bij gebruik van de recirculatie-
stand, sneller beslaan. De
recirculatiestand is niet mogelijk
in de vloer-, ontdooi- of ontdooi/
vloermodus om het vrijmaken
van de ruiten te verbeteren. De
recirculatiestand wordt automa-
tisch geannuleerd zodra u deze
ventilatiestanden selecteert.
Langdurig gebruik van de recirculatiestand kan tot gevolg
hebben dat de ruiten beslaan.
Als de ruiten aan de binnenzijde
beginnen te beslaan, druk dan
de recirculatieknop in om bui-
tenlucht te laten binnenstromen.
Sommige combinaties van tem-
peratuur en vocht hebben tot ge-
volg dat de lucht in de auto de
ruiten laat beslaan waardoor
het zicht belemmerd wordt.
Daarom kan in de ontdooistand
de recirculatiestand niet worden
ingeschakeld. Als u de
recirculatiestand probeert in te
schakelen terwijl deze modus
actief is, gaat de LED in de be-
dieningsknop knipperen en ver-
volgens uit. Meestal kunt u door de recircu-
latieknop in de automatische
modus in te drukken tijdelijk de
recirculatiestand inschakelen.
Maar onder bepaalde omstan-
digheden blaast het systeem in
de automatische modus lucht uit
de ontdooiroosters. Wanneer
onder deze omstandigheden de
recirculatieknop wordt inge-
drukt, knippert het controle-
lampje en gaat dit vervolgens
uit. Dit duidt erop dat u op dit
moment niet de recirculatie-
stand kunt kiezen. Als u wilt dat
het systeem de recirculatiestand
kiest, dient u eerst de modus-
knop op Paneel, Twee niveaus of
Gemengd te zetten en vervolgens
op de recirculatieknop te druk-
ken. Deze functie verkleint de
kans dat de ruiten beslaan.
146
Page 160 of 268

STARTPROCEDURES
Doe het volgende voordat u uw auto
start: stel uw stoel in, stel de binnen-
en buitenspiegels in, doe uw veilig-
heidsgordel om en verzoek eventuele
passagiers ook hun veiligheidsgordel
om te doen.WAARSCHUWING!
Verwijder altijd uw sleutelhouderbij het uitstappen en sluit de auto
af.
Laat nooit kinderen alleen in een auto achter of in de buurt van een
auto die niet is afgesloten. Het
achterlaten van kinderen zonder
toezicht in een auto is om ver-
schillende redenen gevaarlijk.
Kinderen of derden lopen dan het
risico op ernstig of zelfs dodelijk
letsel. Waarschuw kinderen dat
ze niet aan de handrem, het rem-
pedaal of de schakelhendel mo-
gen komen.
(Vervolgd)
WAARSCHUWING! (Vervolgd)
Laat de sleutelhouder niet in of bij de auto achter en laat de con-
tactschakelaar niet in de stand
ACC of ON/RUN staan. Een kind
zou de knoppen van de elektri-
sche raambediening of andere
schakelaars kunnen bedienen of
de auto in beweging kunnen zet-
ten.
AUTOMATISCHE
VERSNELLINGSBAK
De schakelhendel moet in de stand
PARK of NEUTRAL staan voordat u
de motor kunt starten. Trap het rem-
pedaal in voordat u een rijstand in-
schakelt.
OPMERKING: De contactschake-
laar moet in de stand ON staan en
het rempedaal moet worden inge-
trapt voordat u uit de stand PARK
schakelt. NORMAAL STARTEN
OPMERKING: Bij normaal star-
ten van een koude of warme motor
hoeft u het gaspedaal niet te bedie-
nen.
Draai de contactschakelaar in de
stand "START" en laat deze los zodra
de startmotor inschakelt. De startmo-
tor blijft draaien en slaat automatisch
af als de motor begint te draaien. Als
de motor niet aanslaat, slaat de start-
motor automatisch binnen 10 secon-
den af. Als dit gebeurt, draai dan de
contactschakelaar in de vergrendel-
stand (LOCK), wacht 10 tot 15 se-
conden en herhaal dan de procedure
"Normaal starten".
154
Page 161 of 268

ALS DE MOTOR NIET
STARTWAARSCHUWING!
Giet nooit brandstof of anderebrandbare vloeistoffen in de
luchtinlaat van het gasklephuis
om de auto te starten. Hierdoor
kunnen steekvlammen ontstaan
die ernstig letsel kunnen veroor-
zaken.
Probeer niet de auto te starten door middel van aanduwen of sle-
pen. Onverbrande brandstof kan
de katalysator binnendringen, na
het starten ontbranden en zo de
katalysator en de auto beschadi-
gen. Wanneer de accu van de auto
leeg is, kunt u startkabels gebrui-
ken en de auto starten met een
hulpaccu of de accu van een an-
dere auto. Deze manier van star-
ten kan gevaarlijk zijn als dit niet
op de juiste manier wordt gedaan.
Raadpleeg voor meer informatie
"Starten met startkabels" in
"Noodgevallen". Als de motor niet is aangeslagen nadat
u de "Normale startprocedure" hebt
gevolgd, kan de motor "verzopen"
zijn. Om de overtollige brandstof af te
voeren, houdt u het gaspedaal hele-
maal ingedrukt op de vloer. Daarna
draait u de contactschakelaar in de
stand "START" en laat u deze los
zodra de startmotor aanslaat. De
startmotor slaat automatisch binnen
10 seconden af. Als dit gebeurt, laat
dan het gaspedaal los, draai de con-
tactschakelaar in de vergrendelstand
(LOCK), wacht 10 tot 15 seconden en
herhaal dan de procedure "Normaal
starten".
LET OP!
Om schade aan de startmotor te
voorkomen, wacht u 10 tot 15 se-
conden voordat u het nogmaals
probeert.
NA HET STARTEN
Het stationaire toerental neemt auto-
matisch af naarmate de motor war-
mer wordt. AUTOMATISCHE
VERSNELLINGSBAK
LET OP!
De versnellingsbak kan beschadigd
raken indien de volgende voor-
zorgsmaatregelen niet in acht geno-
men worden:
Schakel alleen naar PARK als de
auto volledig stilstaat.
Schakel alleen naar of uit RE- VERSE, als de auto volledig stil-
staat en de motor stationair
draait.
Schakel niet tussen PARK, RE- VERSE, NEUTRAL of DRIVE
bij een hoger motortoerental dan
stationair.
Druk, voordat u een rijstand in- schakelt, het rempedaal stevig in.
OPMERKING: Wanneer u uit
PARK schakelt, MOET u het rem-
pedaal ingetrapt houden.
155
Page 163 of 268

SLEUTELBLOKKERING
Omdat deze auto is uitgerust met een
sleutelblokkering, moet de keuzehen-
del in de stand PARK worden gezet
voordat de contactschakelaar naar de
stand LOCK/OFF kan worden ge-
draaid. De sleutelhouder kan alleen
worden verwijderd wanneer de con-
tactschakelaar in de stand LOCK/
OFF staat. Wanneer de sleutelhouder
eenmaal is verwijderd, is de schakel-
hendel vergrendeld in de stand PARK.
OPMERKING: Wanneer er een
storing optreedt, zal het systeem de
sleutel in het contactslot blokke-
ren, om u zo te waarschuwen dat
deze beveiliging niet meer werkt. U
kunt de motor starten en afzetten,
maar u kunt de sleutel niet uit het
contactslot nemen zolang u de
auto niet voor onderhoud heeft
aangeboden.
BLOKKEERSYSTEEM
REM/TRANSMISSIE
Deze auto is voorzien van rem-/
schakelblokkering (BTSI) die ervoor
zorgt dat de schakelhendel in de standPARK blijft tenzij het rempedaal
wordt ingetrapt. Om de schakelhen-
del uit de stand PARK te kunnen be-
wegen, moet de contactschakelaar in
de stand ON/RUN worden gezet (met
draaiende motor of niet) en moet het
rempedaal zijn ingetrapt.
ZESTRAPS
AUTOMATISCHE
TRANSMISSIE
De indicator voor de standen van de
schakelhendel (in de instrumenten-
groep) geeft de schakelgroep aan. U
moet het rempedaal ingetrapt houden
om de schakelhendel uit de stand
PARK te kunnen bewegen (raadpleeg
de paragraaf "Schakelblokkeersys-
teem" in dit hoofdstuk voor meer in-
formatie hierover). Om te gaan rijden
dient u de schakelhendel vanuit de
stand PARK of NEUTRAL in de stand
DRIVE te zetten.
De elektronisch geregelde versnel-
lingsbak zorgt voor een nauwkeurig
schakelpatroon. Het elektronisch sys-
teem van de versnellingsbak is zelf-
kalibrerend. Hierdoor kunnen de eer-
ste schakelingen bij een nieuwe autoin het begin wat abrupt zijn. Dat is
echter normaal. Het nauwkeurige
schakelpatroon ontwikkelt zich bin-
nen enkele honderden kilometers rij-
den.
U mag uitsluitend van DRIVE naar
PARK of REVERSE schakelen nadat
u het gaspedaal hebt losgelaten en de
auto tot stilstand is gekomen. Houd
altijd uw voet op het rempedaal als u
naar deze standen schakelt.
De schakelhendel heeft de standen
PARK, REVERSE, NEUTRAL,
DRIVE en AutoStick®. U kunt hand-
matig schakelen met behulp van het
AutoStick®schakelsysteem (raad-
pleeg "AutoStick®" in "Starten en rij-
den" voor meer informatie). Door de
schakelhendel naar links of rechts
(-/+) te bewegen terwijl deze in de
stand AutoStick® staat (onder de
stand DRIVE) kunt u handmatig de
versnelling selecteren en wordt de hui-
dige versnelling in de instrumenten-
groep weergegeven als 6, 5, 4, 3, 2, 1.
157
Page 165 of 268

WAARSCHUWING!(Vervolgd)
Ongewenste beweging van de auto kan lichamelijk letsel tot ge-
volg hebben van mensen in en bij
de auto. Net als bij alle andere
voertuigen, mag u een auto nooit
verlaten als de motor draait. Zet
voordat u de auto verlaat altijd de
schakelhendel in de stand PARK,
trek de handrem aan en neem de
contactschakelaar uit het con-
tactslot. Wanneer de sleutel is ver-
wijderd, wordt de schakelhendel
in de stand PARK vergrendeld
waardoor de auto niet ongewenst
in beweging kan komen.
Verwijder altijd uw sleutelhouder bij het uitstappen en sluit de auto
af.
(Vervolgd)
WAARSCHUWING! (Vervolgd)
Laat nooit kinderen alleen in een auto achter of in de buurt van een
auto die niet is afgesloten. Het
achterlaten van kinderen zonder
toezicht in een auto is om ver-
schillende redenen gevaarlijk.
Kinderen of derden lopen dan het
risico op ernstig of zelfs dodelijk
letsel. Waarschuw kinderen dat
ze niet aan de handrem, het rem-
pedaal of de schakelhendel mo-
gen komen.
Laat de sleutelhouder niet in of bij de auto achter en laat de con-
tactschakelaar niet in de stand
ACC of ON/RUN staan. Een kind
zou de knoppen van de elektri-
sche raambediening of andere
schakelaars kunnen bedienen of
de auto in beweging kunnen zet-
ten.
LET OP!
Voordat u de schakelhendel uit destand PARK beweegt, moet u de
contactschakelaar van de stand
LOCK/OFF in de stand ON/RUN
zetten en tevens het rempedaal
ingetrapt houden. Anders kan de
schakelhendel beschadigd raken.
Laat de motor NOOIT met hoge toerentallen draaien als u vanuit
de standen PARK of NEUTRAL
naar een andere versnelling scha-
kelt. Anders kan schade aan de
aandrijflijn ontstaan.
U kunt aan de hand van de volgende
indicatoren controleren of u de scha-
kelhendel in de stand PARK hebt ge-
zet:
Wanneer u naar de stand PARK schakelt, beweeg de versnellings-
pook dan krachtig helemaal naar
voren en naar links totdat de pook
stopt en volledig op zijn plaats zit.
Controleer de versnellingsindicator en kijk of de stand PARK wordt
aangegeven.
159
Page 205 of 268

WAARSCHUWING!
Probeer de auto niet met startka-
bels te starten wanneer de accu be-
vroren is. De accu kan hierdoor
openscheuren of exploderen, met
kans op persoonlijk letsel.
VOORBEREIDING VOOR
HET STARTEN MET
STARTKABELSDe accu in uw auto bevindt zich tussen
de linker koplampeenheid en het spat-
scherm van het linker voorwiel. Om de
motor met startkabels te kunnen star-
ten, bevinden zich links in het motor-
compartiment externe accupolen.
WAARSCHUWING!
Pas op voor de radiateurventila- tor wanneer de motorkap is ge-
opend. Als de contactschakelaar
in de stand ON staat, kan deze
ventilator op elk moment gaan
draaien. Er bestaat gevaar voor
letsel door draaiende ventilator-
bladen.
Verwijder alle metalen sieraden zoals horloges of armbanden die
onbedoeld elektrisch contact
kunnen maken. Dit kan ernstig
letsel veroorzaken.
Accu's bevatten zwavelzuur dat in uw huid en ogen kan branden
en ze produceren waterstofgas
dat ontvlambaar en explosief is.
Houd open vuur of vonken
daarom altijd uit de buurt van de
accu.
1. Trek de handrem aan, zet de auto-
matische versnellingsbak in de stand
PARK en zet de contactschakelaar in
de stand LOCK. 2. Schakel de verwarming, de radio
en alle overbodige stroomverbruikers
uit.
3. Verwijder de beschermkap van de
positieve
(+)accupool. Druk, om de
beschermkap te verwijderen, de borg-
lip in en trek de kap naar boven.
4. Wanneer u de accu van een ander
voertuig gebruikt voor het starten met
startkabels, parkeer de auto dan zo,
dat accu met de startkabels bereik-
baar is, trek de handrem aan en zorg
ervoor dat de contactschakelaar in de
stand OFF staat.
Externe accupolen
1 — Externe pluspool (+)(afgedekt
met beschermdop)
2 — Externe minpool (-)
Vergrendellip
199
Page 210 of 268

LET OP!
Gebruik geen takelsysteem metsleeplus om de auto te slepen. Dit
kan het bumperpaneel beschadi-
gen.
Bij het vastmaken van de auto op een autoambulance mogen de on-
derdelen in de wielophanging
vóór of achter niet worden vast-
gemaakt. Door een foutieve sleep-
wijze kan uw auto worden be-
schadigd.
Duw of sleep deze auto niet met een ander voertuig, omdat anders
het bumperpaneel en de versnel-
lingsbak beschadigd kan raken.
AUTOMATISCHE
VERSNELLINGSBAK
De fabrikant raadt aan de auto op een
autoambulance te vervoeren (alle
wielen VAN de grond).
Als geen autoambulance beschikbaar
is en de versnellingsbak nog werkt,
kan de auto onder de volgende voor-
waarden met alle wielen op de grond
worden gesleept: De schakelhendel moet in de stand
NEUTRAL staan.
De sleepafstand mag niet langer zijn dan 24 km.
De rijsnelheid mag niet hoger dan 40 km/u zijn.
Als de transmissie niet werkt of de
auto moet worden gesleept met een
snelheid van meer dan 40 km/u of
over een afstand van meer dan
24 km, mogen de voorwielen tij-
dens het slepen niet de weg raken
(gebruik een flatbed-truck, dolly
of hefapparatuur die de voorwie-
len omhoog houdt).
LET OP!
Als met een snelheid van meer dan
40 km/u of over een afstand van
meer dan 24 km wordt gesleept met
de voorwielen op de weg, kan zware
schade aan de versnellingsbak ont-
staan. Dergelijke schade wordt niet
gedekt door de standaardgarantie. ZONDER
CONTACTSLEUTEL
Er moeten speciale voorzorgsmaatre-
gelen worden genomen wanneer de
auto wordt gesleept met het contact in
de stand LOCK/OFF. De beste me-
thode om uw auto te vervoeren is op
een trailer of dieplader. Als deze ech-
ter niet beschikbaar is, mag uw auto
met een takelwagen met een "bril"
worden gesleept. Het achterwaarts
slepen (met de voorwielen op de
grond) is niet toegestaan, omdat de
transmissie dan wordt beschadigd.
Als het achterwaarts slepen het enige
alternatief is, moeten de voorwielen
op een dolly worden geplaatst. Om
schade aan uw auto te voorkomen is
de juiste sleepuitrusting vereist.
LET OP!
Als u deze sleepmethoden niet
volgt, kan dit ernstige schade aan
de versnellingsbak tot gevolg heb-
ben. Dergelijke schade wordt niet
gedekt door de standaardgarantie.
204
Page 222 of 268

OPMERKING: Opzettelijk
knoeien aan het uitlaatgasregel-
systeem is strafbaar en kan leiden
tot strafrechtelijke vervolging.
In uitzonderlijke situaties (bij zeer
ernstige motorschade) kan een door-
dringende geur duiden op een ernstige
en abnormale oververhitting van de
katalysator. Als dit zich voordoet,
breng dan de auto tot stilstand, zet de
motor af en laat hem afkoelen. Laat
onmiddellijk daarna onderhouds-
werkzaamheden uitvoeren, met inbe-
grip van het afstellen van de motor
volgens specificaties van de fabrikant.
Houd rekening met het volgende om
mogelijke schade aan de katalysator
tot een minimum te beperken:
U mag nooit de motor uitzetten ofhet contact uitschakelen tijdens het
rijden en wanneer de versnellings-
bak in een versnelling is gescha-
keld.
Probeer de auto niet te starten door deze te duwen of te slepen. Laat de motor niet stationair
draaien als een of meerdere bougies
zijn losgekoppeld of verwijderd,
bijvoorbeeld tijdens diagnosetests,
of gedurende langere perioden
waarbij de motor zeer onregelmatig
stationair draait of sprake is van
afwijkende bedrijfsomstandighe-
den.
KOELSYSTEEM
WAARSCHUWING!
Als u werkzaamheden gaat ver- richten in de buurt van de radia-
torventilator, moet u de ventila-
tormotor loskoppelen of de
contactschakelaar in de stand
LOCK zetten. De ventilator is
temperatuurgeregeld en kan op
elk moment gaan draaien als de
contactschakelaar in de stand ON
staat.
(Vervolgd)
WAARSCHUWING! (Vervolgd)
Hete koelvloeistof (antivries) en stoom uit de radiateur kunnen
ernstige brandwonden veroorza-
ken. Als u stoom van onder de
motorkap hoort of ziet komen,
mag u de motorkap pas openen
nadat de radiateur voldoende is
afgekoeld. Open nooit de vuldop
van het koelsysteem als de radi-
ateur heet is.LET OP!
Laat het onderhoud van uw auto
over aan een LANCIA-dealer. Voor
routine-onderhoud en klein onder-
houd dat u zelf wilt uitvoeren, ra-
den wij u aan om het juiste gereed-
schap, originele reserveonderdelen
van LANCIA en de vereiste vloei-
stoffen te gebruiken. Voer geen on-
derhoud uit als u geen ervaring
hebt.
216
Page 255 of 268

veiligheid. . . . . . . . . . . . . . .173
veroudering
(levensduur van de banden) . .176
vervangen . . . . . . . . . . . . . .176
waarschuwingslampje
bandenspanning . . . . . . . . . .129
Bandenspanning . . . . . . . . . . . .174
Bandenspanningssysteem . . . . . . .179
Batterij van de afstandsbediening vervangen . . . . . . . . . . . . . . . .19
Bediening van de radio . . . . . . . .141
Bekerhouder achterin . . . . . . . . .117
Bekerhouders . . . . . . . . . . .116, 226
Benzine (brandstof) . . . . . . . . . .182
Bevestigingssysteem voor kinderzitjes (LATCH) . . . . . . . . . . . . . .48, 49
Bewaking, bandenspanningssysteem . . . . .179
Boordcomputer . . . . . . . . . . .17, 134
Bougies . . . . . . . . . . . . . . . . . . .236
Brandstof . . . . . . . . . . . . . . . . .182
Brandstof, additieven . . . . . . . . . . . . . .184
benzine . . . . . . . . . . . . . . . .182
diesel . . . . . . . . . . . . . . . . .236
ethanol . . . . . . . . . . . . . . . .182
octaangehalte . . . . . . . .182, 236
specificaties . . . . . . . . . . . . .236
tanken . . . . . . . . . . . . . . . . .185 tankinhoud
. . . . . . . . . . . . .235
vereisten . . . . . . . . . . . .182, 235
vuldop (gasdop) . . . . . .123, 185
vulklep (gasdop) . . . . . . . . . .123
Brandstoflampje . . . . . . . . . . . . .123
Brandstofmeter . . . . . . . . . . . . .123
Brandstofsysteem, waarschuwing . . . . . . . . . . . .185
Brandstof tanken . . . . . . . . . . . .185
Brandstofvuldop . . . . . . . . . . . . .185
Buitenspiegels, elektrisch bediend . . . . . . . . . .73
Buitenspiegels instellen . . . . . . . . .73
Buitenste achteruitkijkspiegel . . . . .73
buitenverlichting . . . . . . . . . . . . .55
Buitenverlichting . . . . . . . . . . . . .55
Cabriolet . . . . . . . . . . . . . . . . . .61
Cabrioletkap . . . . . . . . . . . . . . . .61
Capaciteiten, antivries (motorkoelvloeistof) . . . . . . . . .17
Capaciteiten, vloeistof . . . . . . . . .235
Carrosserie, smering van mechanismen . . . . . . . . . . . . .213
Carterontluchtingsmodule . . . . . . .17
Chassisnummer (VIN) . . . . . . . . . .8
Clock (klok) . . . . . . . . . . . . . . .140
Console . . . . . . . . . . . . . . . . . .117
Console, vloer . . . . . . . . . . . . . .117 Contactsleutel
. . . . . . . . . . . . . . .12
Contactsleutel verwijderen . . . . . . .12
Contactslot . . . . . . . . . . . . . . . . .12
Corrosiebescherming . . . . . . . . . .223
Dagkilometerteller . . . . . . . . . . .126
Dagkilometerteller, op nul zetten . .127
Datarecorder . . . . . . . . . . . . . . . .42
Datarecorder, gebeurtenis . . . . . . .42
Dekzeil . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .61
Diagnosesysteem . . . . . . . . . . . .208
Diagnosesysteem, onboard . . . . . .208
Diefstalalarm (beveiliging) . . . . . . .15
Diefstalbeveiliging . . . . . . . . . . . .15
Dieren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .52
Dieselbrandstof . . . . . . . . . . . . .236
Dimlichtschakelaar, koplamp . . . .108
Door de klant programmeerbare functies . . . . . . . . . . . . . . . . .138
Driepuntsgordels . . . . . . . . . . . . .26
Elektrisch bediende buitenspiegels . . . . . . . . . . . . . .73
Elektrisch bediende ramen . . . . . . .21
Elektrisch bediende ramen, automatisch openen . . . . . . . . .21
Elektrisch bediende stoelen . . . . . .99
Elektrische aansluitingen . . . . . . .114
Elektrische achterruitontdooiing . .118
249