reset Lancia Flavia 2013 Instructieboek (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: LANCIA, Model Year: 2013, Model line: Flavia, Model: Lancia Flavia 2013Pages: 268, PDF Size: 2.79 MB
Page 28 of 268

van een portier wordt deze functie
uitgeschakeld. De tijdsduur van deze
functie is programmeerbaar. Raad-
pleeg de paragraaf "Elektronisch
voertuiginformatiecentrum (EVIC)/
Persoonlijke instellingen (door de
klant te programmeren functies)" in
het hoofdstuk "Het instrumentenpa-
neel" voor meer informatie hierover.
Resetten van Smart Glass-functie
voor openen/sluiten portier
Als de accu leeg is, werkt de Smart
Glass-functie voor het openen en slui-
ten van het portier niet meer. Als u de
Smart Glass-functie opnieuw wilt ac-
tiveren nadat de stroomvoorziening
van de auto is hersteld, gaat u als
volgt te werk.
1. Open alle vier de ramen volledig.
2. Houd de schakelaar voor de Power
Top ingedrukt in de stand voor slui-
ten. Als de Power Top volledig is ge-
sloten, worden alle vier de ramen ge-
sloten.
3. Houd de schakelaar voor de Power
Top nog twee seconden ingedrukt na-
dat alle ramen helemaal gesloten zijn.4. Druk alle raambedieningsschake-
laars goed in om alle ramen helemaal
te openen. Houd de schakelaars nog
twee seconden ingedrukt als de ramen
helemaal open zijn.
Raamblokkeerschakelaar
Met de raamblokkeerschakelaar in
het bekledingspaneel van de bestuur-
dersportier kunt u de raambediening
van het portier aan passagierszijde
blokkeren. Om de bediening van het
portierraam aan passagierszijde te
blokkeren, drukt u kort op de raam-
blokkeerschakelaar (u drukt de scha-
kelaar in). Als u de raambediening
wilt activeren, drukt u nogmaals kort
op de raamblokkeerschakelaar (zodat
deze weer omhoog komt).
WINDGERUIS
Windgeruis kan worden beschreven
als het gevoel van druk op de oren,
vergelijkbaar met het geluid van een
helikopter. Als u met één raam (ge-
deeltelijk) open rijdt, ervaart u moge-
lijk windgeruis. Dit is een normaal
verschijnsel, dat tot een minimum
kan worden beperkt. Als u last heeft
van windgeruis met één raam open,
open dan beide ramen om het wind-
geruis tot een minimum te beperken.
BAGAGERUIMTE
AFSLUITEN EN OPENEN
Om het kofferdeksel vanuit de auto te
openen, drukt u kort op de ontgren-
delknop voor de bagageruimte. Deze
bevindt zich op het instrumentenpa-
neel, links van het stuurwiel.
OPMERKING:
Het cabrioletdak moet gesloten
en vergrendeld zijn of open en
vergrendeld zijn om het koffer-
deksel te openen.
Raamblokkeerschakelaar
22
Page 45 of 268

uw ogen te knipperen. De airbags lo-
pen vervolgens snel leeg terwijl ze de
bestuurder en de voorpassagier be-
scherming bieden.
Het gas in de geavanceerde frontair-
bag wordt afgevoerd via de ventilatie-
openingen in de zijkanten van de air-
bag. Op deze wijze belemmeren de
airbags de besturing van de auto niet.
Opblaasmodules voor
aanvullende zijairbags in de
stoelen (SAB)
De aanvullende zijairbags in de stoe-
len worden uitsluitend bij bepaalde
zijdelingse botsingen geactiveerd.
De controller van het beveiligingssys-
teem voor inzittenden bepaalt op ba-
sis van de aard en ernst van een zijde-
lingse botsing of de zijairbags moeten
worden opgeblazen.
Naargelang de ernst en de aard van de
botsing kan het opblaasmechanisme
van de zijairbag aan de zijde van de
botsing geactiveerd worden, waar-
door een hoeveelheid niet-giftig gas
vrijkomt. De geactiveerde aanvul-
lende zijairbag in de stoel komt via destoelnaad naar buiten in de ruimte
tussen de inzittende en het portier. De
aanvullende zijairbags in de stoelen
worden volledig opgeblazen in onge-
veer 10 milliseconden. De zijairbag
beweegt zo snel en krachtig dat deze
letsel kan veroorzaken wanneer de in-
zittende niet goed in de stoel zit, of
wanneer zich voorwerpen bevinden in
de ruimte waar de airbag wordt opge-
blazen. Dat geldt vooral voor kinde-
ren.
Sensoren voor frontale en
zijdelingse botsingen
Bij frontale en zijdelingse botsingen
kunnen de botsingsensoren de con-
troller van het beveiligingssysteem
voor inzittenden helpen bij het bepa-
len van de juiste reactie op de botsin-
gen.
Uitgebreid
ongelukkenresponssysteem
Bij een botsing die leidt tot het opbla-
zen van de airbags zal de controller
van het beveiligingssysteem voor in-
zittenden, als het communicatienet-
werk en de voeding intact blijven en
afhankelijk van de aard van de bot-
sing, bepalen of het uitgebreide onge-
lukkenresponssysteem de volgende
functies uitvoert:
De brandstoftoevoer naar de motor
afsluiten.
De waarschuwingsknipperlichten inschakelen zo lang de accu werkt
of totdat het contact wordt afgezet.
De interieurverlichting inschakelen zolang de accu werkt of totdat de
contactsleutel wordt verwijderd.
De portieren automatisch ontgren- delen.
Om de functies van het uitgebreide
ongelukkenresponssysteem na een in-
cident te resetten, moet u de contact-
schakelaar van de stand IGN ON in de
stand IGN OFF zetten.
39
Page 94 of 268

Wat u moet weten over uw
Uconnect™ Phone
Gebruiksaanwijzing Uconnect™
PhoneAls u een korte beschrijving van de
functies van Uconnect™ Phone wilt
horen, drukt u op de toets
en zegt
u "Uconnect™ Tutorial"
(Uconnect™ gebruiksaanwijzing).
Stemtraining
Als u bij het herkennen van uw ge-
sproken opdrachten of telefoonnum-
mers door Uconnect™ Phone proble-
men ondervindt, kunt u de functie
Stemtraining van Uconnect™ Phone
gebruiken. Om deze training te acti-
veren, volgt u een van de volgende
twee procedures:
Wanneer de Uconnect™ Phone mo-
dus niet actief is (maar bijvoorbeeld
de radiomodus)
Houd de toets
vijf seconden
lang ingedrukt tot de trainingsessie
begint of Druk op de toets
en spreek de
volgende opdracht in: "Voice Trai-
ning", "System Training", "Start
Voice Training" (Stemtraining,
Systeemtraining, Start stemtrai-
ning).
Herhaal de woorden en zinnen als
Uconnect™ Phone daarom vraagt. U
bereikt de beste resultaten wanneer de
stemtraining plaatsvindt terwijl de
auto is geparkeerd, de motor draait,
alle ramen zijn gesloten en de aanja-
ger is uitgeschakeld.
Deze procedure kan herhaald worden
met een nieuwe gebruiker. Het sys-
teem past zich alleen aan aan de laatst
getrainde stem.
Om de fabrieksinstellingen van het
spraakbedieningssysteem te herstel-
len, activeert u de stemtrainingssessie
via de bovenstaande procedure en
volgt u de aanwijzingen.
Resetten
Druk op de toets. Na de prompt "Ready" (Gereed) en
de daaropvolgende pieptoon zegt u
"Setup" (Instellen) en vervolgens
"Reset".
Hiermee verwijdert u alle telefoon-
koppelingen, telefoonboekvermeldin-
gen en overige instellingen in alle ta-
len. Het systeem zal u om een
bevestiging vragen voordat de fa-
brieksinstellingen worden hersteld.
Gesproken opdrachten
Voor de beste prestatie stelt u de achteruitkijkspiegel zo in dat er ten
minste 1 cm afstand is tussen het
dakpaneel (indien aanwezig) en de
spiegel.
Wacht altijd op de pieptoon voor u begint spreken.
Spreek gewoon zonder te pauzeren, net alsof u een gesprek voert met
iemand die een meter of twee van u
vandaan zit.
Zorg ervoor dat u de enige bent die spreekt tijdens de
spraakherkenningstraining.
88
Page 132 of 268

13. Schakelstandindicatie
De schakelstand wordt apart weerge-
geven op de instrumentengroep. Hier-
mee wordt de gekozen versnelling van
de automatische versnellingsbak
weergegeven.
OPMERKING: U moet het rem-
pedaal intrappen voordat u uit de
stand PARK schakelt.
14. Scherm kilometerteller / scherm
dagteller
De kilometerteller geeft het aantal ki-
lometers aan dat de auto in totaal
heeft gereden.
De twee dagtellers geven de afstanden
van afzonderlijke ritten weer. Druk op
de dagtellerknop om van de kilome-
terteller naar de dagtellers te schake-
len. Om een dagteller op nul terug te
zetten, laat u de gewenste dagteller
weergeven en drukt u de knop ca. 2
seconden lang in tot het scherm het
getal nul weergeeft. Raadpleeg "Dag-
tellerknop" voor meer informatie
hierover.Berichten in kilometerteller
Wanneer de betreffende omstandig-
heden van kracht zijn, verschijnen de
volgende berichten op het scherm van
de dagteller:
LoW tirE
. . . Lage bandenspanning
HOTOIL . . . Temperatuur motorolie
overschrijdt veilige waarde
gASCAP . . . . . . . . . Storing vuldop
CHANgE OIL . . . . . Olieverversing
vereist
noFUSE . . . IOD zekering ontbreekt
no buS . . . Instrumentengroep heeft
geen verbinding met CAN BUS.
OPMERKING: Op het EVIC wor-
den waarschuwingen weergegeven
zoals ”Low Tire” (lage banden-
spanning), “Door Ajar” (portier
open) en “Trunk Ajar” (kofferdek-
sel open). (Raadpleeg het hoofd-
stuk "Elektronisch Voertuig Infor-
matie Centrum (EVIC)" voor
specifieke berichten).
LoW tirE
Bij een lage bandenspanning geeft de
kilometerteller driemaal afwisselend
de berichten LoW en tirE weer. HOTOIL
Wanneer dit bericht verschijnt, is de
temperatuur van de motorolie te
hoog. Wanneer dit het geval is, ver-
schijnt het bericht "HOTOIL” in de
kilometerteller en klinkt een geluids-
signaal.
Raadpleeg de paragraaf "Oververhit-
ting van de motor" in het hoofdstuk
"Wat doen in geval van nood" voor
meer informatie hierover.
CHAngE OIL
Uw auto is uitgerust met een indicator
voor olieverversing. Het bericht
"CHAngE OIL" knippert ongeveer 12
seconden op het scherm van de kilo-
meterteller na een geluidssignaal, om
de volgende geplande olieverversings-
beurt aan te geven. De indicator voor
olieverversing is gebaseerd op de be-
lasting van de motor, wat betekent dat
de periodieke oliebeurten afhankelijk
zijn van uw persoonlijke rijstijl.
Als dit bericht niet wordt gereset, ver-
schijnt dit bericht telkens wanneer u
de contactschakelaar in de stand ON/
RUN zet. Druk op de resetknop van de
126
Page 133 of 268

dagteller om dit bericht tijdelijk uit te
schakelen. Om de indicator voor olie-
verversing (na periodiek onderhoud)
te resetten, volgt u de volgende stap-
pen:1. Zet de contactschakelaar in de
stand ON/RUN (maar start de mo-
tor niet).
2. Trap binnen 10 seconden drie
keer langzaam het gaspedaal volle-
dig in.
3. Zet de contactschakelaar in de
stand LOCK.
OPMERKING: Als het indicatie-
bericht wordt weergegeven wan-
neer u de motor start, is de indica-
tor voor olieverversing niet
gereset. Herhaal deze procedure
indien nodig. 4. Voor auto's met elektronisch
voertuiginformatiecentrum
(EVIC): raadpleeg de paragraaf
"Elektronisch voertuiginformatie-
centrum (EVIC)" voor meer infor-
matie hierover. 15. Controlelampje cruisecontrol
Dit lampje geeft aan dat de
cruisecontrol is ingeschakeld.
16. Resetknop kilometerteller/
dagteller
Dagkilometerteller
Druk deze knop kort in om te schake-
len van kilometerteller naar "Trip A".
Druk de knop een tweede maal kort in
om te schakelen naar "Trip B". Druk
de knop een derde maal kort in om
terug te gaan naar de kilometerteller.
Om de dagteller te resetten, laat u
eerst de dagteller weergeven die moet
worden gereset, "Trip A" of "Trip B".
Druk vervolgens de knop ongeveer 2
seconden in tot het 0 km wordt weer-
gegeven op het scherm. De kilometer-
teller moet in de dagtellermodus staan
om de dagteller te kunnen resetten.
17. Controlelampje elektronisch
gaspedaal (ETC)
Dit lampje wijst u op een
probleem met het elektroni-
sche gaspedaal (ETC). Als er een probleem wordt gedetecteerd,
gaat het lampje branden wanneer de
motor draait. Hoewel u, wanneer dit
lampje blijft branden, meestal nog
met de auto kunt rijden en niet ge-
sleept hoeft te worden, dient u toch zo
spoedig mogelijk uw erkende dealer te
bezoeken voor service.
Als het lampje bij draaiende motor
knippert, levert de motor mogelijk
minder vermogen, draait hij met een
verhoogd/onregelmatig stationair
toerental, moet meer kracht op het
rempedaal worden uitgeoefend en
moet uw auto mogelijk worden ge-
sleept. Raadpleeg dan onmiddellijk
uw dealer.
Het lampje gaat branden wanneer het
contact voor de eerste keer wordt in-
geschakeld en blijft ongeveer 15 se-
conden branden voor de gloeilamp-
controle. Dat is normaal. Als het
lampje niet gaat branden tijdens het
starten, moet u het systeem laten con-
troleren door een erkende dealer.
127
Page 139 of 268

SelectieknopDruk kort op selectieknop
om een keuze te bevestigen.
Met de selectieknop kunnen
ook diverse ritfuncties wor-
den gereset.
SCHERM VAN ELEKTRO-
NISCH VOERTUIGINFOR-
MATIECENTRUM (EVIC)
Onder bepaalde voorwaarden geeft
het EVIC de volgende berichten weer:
Turn Signal On (richtaanwijzers aan) (met een continu geluidssig-
naal nadat 1,5 km is afgelegd)
Left Front Turn Signal Light Out (richtingaanwijzer linksvoor de-
fect) (met één geluidssignaal)
Left Rear Turn Signal Light Out (richtingaanwijzer linksachter de-
fect) (met één geluidssignaal)
Right Front Turn Signal Light Out (richtingaanwijzer rechtsvoor de-
fect) (met één geluidssignaal) Right Rear Turn Signal Light Out
(richtingaanwijzer rechtsachter de-
fect) (met één geluidssignaal)
RKE (Remote Keyless Entry) Bat- tery Low (batterij van afstandsbe-
diening bijna leeg - met één
geluidssignaal)
Personal Settings Not Available – Vehicle Not in Park (persoonlijke
instellingen niet beschikbaar - auto
staat niet in PARK)
Personal Settings Not Avail – Vehi- cle in Motion (persoonlijke instel-
lingen niet beschikbaar - auto in
beweging)
Door Ajar (portier open - met af- beelding van geopende portier. Een
geluidssignaal klinkt wanneer de
auto in beweging is).
Doors Ajar (portieren open - met afbeelding van geopende portieren.
Een geluidssignaal klinkt wanneer
de auto in beweging is).
Trunk Open (bagageruimte open - met afbeelding van geopend koffer-
deksel en een geluidssignaal) Lights On (verlichting aan)
Key in ignition (sleutel in
contactslot)
Remote Start Aborted — Door Ajar (starten met afstandsbediening af-
gebroken — portier open)
Remote Start Aborted — Hood Ajar (starten met afstandsbediening af-
gebroken — motorkap open)
Remote Start Aborted — Trunk Ajar (starten met afstandsbedie-
ning afgebroken — kofferklep
open)
Remote Start Aborted — Fuel Low (starten met afstandsbediening af-
gebroken — brandstofpeil te laag)
Remote Start Aborted — System Fault (starten met afstandsbedie-
ning afgebroken — systeemstoring)
Convertible Top Not Secured (ca- brioletdak niet vastgezet) (met één
geluidssignaal)
Convertible Top Complete (cabrio- letdak voltooid) (met één
geluidssignaal)
133
Page 140 of 268

Secure Cargo Shield (bagage-scherm vastzetten) (met één
geluidssignaal)
Speed Too High (snelheid te hoog) (met één geluidssignaal)
Convertible Top Malfunction (sto- ring in cabrioletdak) (met één
geluidssignaal)
Oil Change Required (olie verver- sen - met een geluidssignaal)
Low Tire (bandenspanning laag -
met afbeelding van band(en) met te
lage spanning plus een geluidssig-
naal). Raadpleeg de paragraaf
"Bandenspanningscontrolesysteem"
in het hoofdstuk "Starten en rijden". Check TPM System (bandenspan- ningscontrolesysteem controleren -
met een geluidssignaal). Raadpleeg
de paragraaf "Bandenspannings-
controlesysteem" in het hoofdstuk
"Starten en rijden"..OLIEVERVERSING VEREISTUw auto is uitgerust met een indicator
voor olieverversing. Het bericht "Oil
Change Required"(olie verversen) knippert ongeveer vijf seconden in het
EVIC-scherm na één geluidsignaal
om de volgende oliebeurt aan te ge-
ven. De indicator voor olieverversing
is gebaseerd op de belasting van de
motor, wat betekent dat de periodieke
oliebeurten afhankelijk zijn van uw
persoonlijke rijstijl.
Als dit bericht niet wordt gereset, ver-
schijnt dit bericht telkens wanneer u
de contactschakelaar in de stand ON/
RUN zet.
EVIC HOOFDMENU
Druk eenmaal kort op de knop MENU
om een functie van het hoofdmenu te
kiezen. Na de laatste functie in de lijst
wordt de eerste functie in de lijst op-
nieuw weergegeven. Het hoofdmenu
bevat de volgende functies:
Kompas, Buitentemperatuur,
Weergave van audio-informatie
(indien radio is ingeschakeld)
Average Fuel Economy (Gemiddeld brandstofverbruik)
Afstand tot lege tank
Weergave status bandenspanning Elapsed Time (Verstreken tijd)
Keuze eenheden EVIC
Systeemstatus
Persoonlijke instellingen
OPMERKING: Voor functies van
het EVIC die kunnen worden gere-
set (gemiddeld brandstofverbruik
en verstreken tijd), geeft het EVIC
een reset aan met de afbeelding
van een selectieknop en het woord
RESET ernaast.
Wanneer de selectieknop wordt inge-
drukt, wordt de geselecteerde functie
gereset en verschijnt RESET ALL
naast de afbeelding van de selectie-
knop. Door een tweede maal op de
selectieknop te drukken, worden zo-
wel het gemiddeld brandstofverbruik
als de verstreken tijd gereset. Indien
gedurende drie seconden niet op SE-
LECT wordt gedrukt, wordt vanuit
RESET ALL teruggekeerd naar RE-
SET en wordt alleen de geselecteerde
functie gereset.
134
Page 143 of 268

Kompasafwijking wijzigen:
1. Draai de contactschakelaar in de
stand ON. Laat de schakelhendel in
de stand PARK staan.
2. Druk kort de knop MENU in tot
“Personal Settings” (persoonlijke in-
stellingen) in het EVIC verschijnt.
3. Druk de OMLAAG-knop kort in
tot “Compass Variance” (kompasaf-
wijking) verschijnt en de huidige
waarde van de afwijking in het EVIC
wordt weergegeven.
4. Druk kort op de selectieknop om
de waarde van de afwijking met een te
laten toenemen, (knop eenmaal in-
drukken per eenheid) tot de juiste af-
wijkingszone volgens de kaart is gese-
lecteerd.
OPMERKING: De waarde van
de afwijking varieert van 15 tot 1.
De standaard afwijking is zone 8.
GEMIDDELD
BRANDSTOFVERBRUIK
(L/100KM)
Geeft het gemiddelde brandstofver-
bruik sinds de laatste reset weer. Hetgemiddelde brandstofverbruik kan
worden gereset door de selectieknop
in te drukken en ingedrukt te houden
(zoals weergegeven in het EVIC dis-
play). Na het resetten worden de his-
torische gegevens gewist en wordt het
nieuwe gemiddelde berekend op basis
van het laatste gemiddelde brandstof-
verbruik van voor de reset.
BEREIK TOT LEGE TANK
Geeft de geschatte afstand weer die
nog kan worden afgelegd met de
brandstof die in de tank aanwezig is.
Deze geschatte afstand wordt bepaald
door een gewogen gemiddelde van het
huidige en gemiddelde brandstofver-
bruik in relatie tot het huidige brand-
stofpeil in de tank. Bereik tot lege
tank kan niet worden gereset.
OPMERKING:
Aanmerkelijke ver-
anderingen in de rijstijl of de bela-
ding van de auto zullen een groot
effect hebben op de afstand die de
auto kan afleggen, ongeacht het
weergegeven bereik tot lege tank.
Wanneer het bereik tot lege tank min-
der is dan een rijafstand van 48 km, verandert de tekst op het display in
"LOW FUEL” (laag brandstofpeil).
Dit bericht wordt continu getoond
totdat brandstoftank leeg is. De tekst
LOW FUEL (laag brandstofpeil) ver-
dwijnt en er verschijnt een nieuwe
waarde voor bereik tot lege tank na-
dat voldoende brandstof is getankt.
BANDENSPANNING
Druk kort op de knop MENU tot "Tire
BAR" (bandenspanning) wordt weer-
gegeven.
De informatie over de bandenspan-
ning wordt als volgt weergegeven:
Als de bandenspanning van alle
banden OK is, wordt TIRE en een
afbeelding van de auto met de
spanningswaarden in elke hoek van
de afbeelding weergegeven.
Als een of meer banden een lage spanning hebben, verschijnen
LOW TIRE (bandenspanning laag)
en een afbeelding met de span-
ningswaarden in elke hoek van de
afbeelding. Te lage bandenspan-
ningswaarden worden knipperend
weergegeven.
137
Page 144 of 268

Als het bandenspanningscontrole-systeem onderhoud nodig heeft,
wordt "Check TPM System" (ban-
denspanningscontrolesysteem con-
troleren) weergegeven. De banden-
spanningswaarden ("Tire BAR")
dienen ter informatie en kunnen
niet worden gereset.
VERSTREKEN TIJD
Toont de totale reistijd die is verstre-
ken sinds de laatste reset. De verstre-
ken tijd wordt aangepast wanneer de
contactschakelaar in de stand RUN of
START staat.
De verstreken tijd wordt als volgt
weergegeven:
uren:minuten:seconden
De verstreken tijd kan worden gereset
door de selectieknop in te drukken en
ingedrukt te houden (zoals weergege-
ven in het EVIC display). Tijdens het
resetten veranderen alle cijfers in nul-
len en de tijd neemt weer toe zodra de
contactschakelaar in de stand RUN of
START wordt gezet. DISPLAY UNITS IN
(MAATEENHEDEN
DISPLAY IN)
De eenheden die worden gebruikt voor
de buitentemperatuur, het gemiddelde
brandstofverbruik, de actieradius en
de bandenspanning worden weergege-
ven. Druk de selectieknop kort in om
tussen de eenheden "U.S." en "ME-
TRIC" te kiezen.SYSTEEMSTATUS
Geeft SYSTEM OK (systeem OK)
weer als er geen actieve waarschu-
wingsberichten zijn opgeslagen.
Drukken op de OMLAAG-knop wan-
neer SYSTEM OK (systeem OK-
)wordt weergegeven heeft geen gevol-
gen. Geeft SYSTEM WARNINGS
PRESENT (systeemwaarschuwingen
aanwezig) weer als er actieve waar-
schuwingsberichten zijn opgeslagen.
Als u op de OMLAAG-knop drukt
wanneer SYSTEM WARNINGS PRE-
SENT (systeemwaarschuwingen aan-
wezig) wordt weergegeven, worden
telkens de opgeslagen waarschu-
wingsberichten weergegeven. Druk
op de knop MENU en laat hem los om
naar het hoofdmenu terug te keren.PERSOONLIJKE
INSTELLINGEN (DOOR DE
KLANT TE
PROGRAMMEREN
FUNCTIES)
Met Persoonlijke instellingen kan de
bestuurder functies instellen en weer
oproepen wanneer de automatische
transmissie in de stand PARK staat.
Druk kort de knop MENU in tot “Per-
sonal Settings” (persoonlijke instel-
lingen) in het EVIC verschijnt.
Druk kort op de OMLAAG-knop om
de volgende te programmeren func-
ties weer te geven:
Taal
In dit display kunt u verschillende
talen voor alle terminologie, inclusief
die van de tripfuncties, instellen. Door
in dit display op de selectieknop te
drukken, kan Engels, Spaans, Frans,
Duits, Italiaans of Nederlands, afhan-
kelijk van de beschikbaarheid, wor-
den gekozen. Als u doorgaat, wordt de
informatie in de gekozen taal weerge-
geven.
138
Page 167 of 268

Noodloopmodus van de
versnellingsbak
De werking van de versnellingsbak
wordt elektronisch gecontroleerd op
abnormale situaties. Als een situatie
wordt gedetecteerd die schade aan de
versnellingsbak kan veroorzaken,
wordt de noodloopmodus van de ver-
snellingsbak geactiveerd. In deze mo-
dus blijft de transmissie in de 3e ver-
snelling, ongeacht welke
vooruitversnelling is gekozen. PARK,
REVERSE en NEUTRAL blijven wel
werken. Het is mogelijk dat het sto-
ringslampje brandt. In de noodloop-
modus kan de auto voor reparatie
naar een erkende dealer worden gere-
den zonder dat de versnellingsbak be-
schadigd raakt.
In het geval van een kortstondig pro-
bleem kan de versnellingsbak, door
de volgende stappen uit te voeren,
worden gereset om weer alle vooruit-
versnellingen te kunnen gebruiken:
1. Stop de auto.
2. Schakel naar PARK.
3. Zet de motor af.4. Wacht ongeveer 10 seconden.
5. Start de motor opnieuw.
6. Schakel naar de gewenste versnel-
ling. Als het probleem niet langer
wordt gedetecteerd, werkt de versnel-
lingsbak weer op de normale manier.
OPMERKING: Ook al kan de ver-
snellingsbak worden gereset, we
raden u toch aan zo spoedig moge-
lijk een bezoek te brengen aan uw
erkende dealer. Uw erkende dea-
ler kan met speciale diagnoseap-
paratuur vaststellen of het pro-
bleem zich nogmaals kan
voordoen.
Als geen reset van de versnellingsbak
mogelijk is, is service door de erkende
dealer noodzakelijk.
Werking van de overdrive
De automatische transmissie is voor-
zien van een elektronisch geregelde
overdrive (6e versnelling). De ver-
snellingsbak schakelt automatisch
naar de overdrive-versnelling als aan
de volgende voorwaarden wordt vol-
daan:
de schakelhendel staat in de stand
DRIVE,
de transmissievloeistof is heeft de juiste temperatuur bereikt,
de koelvloeistof heeft de juiste tem- peratuur bereikt,
de rijsnelheid is voldoende hoog en
de bestuurder trapt het gaspedaal niet diep in.
Koppelomvormerkoppeling
De automatische transmissie in deze
auto beschikt over een functie die het
brandstofverbruik helpt beperken. Bij
gekalibreerde toerentallen grijpt au-
tomatisch een koppeling in de kop-
pelomvormer aan. Dit kan een iets
ander gevoel of respons geven tijdens
normale werking in de hogere ver-
snellingen. Wanneer de rijsnelheid af-
neemt of soms tijdens het accelereren,
ontkoppelt de koppeling automatisch.
161