ABS Lancia Musa 2006 Instructieboek (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: LANCIA, Model Year: 2006, Model line: Musa, Model: Lancia Musa 2006Pages: 338, PDF Size: 5.29 MB
Page 203 of 338

202
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNI-
SCHE
GEGEVENS
ALFABE-
TISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN
BEDIENING
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
STORING ABS - SYSTEEM NIET
BESCHIKBAAR ..................................................... 230
STORING REGENSENSOR ................................... 230
STORING EBD - SYSTEEM NIET
BESCHIKBAAR ..................................................... 231
DEFECTE BUITENVERLICHTING ...................... 232
STORING ZEKERING REMLICHTEN ................. 234
STORING CONTROLESYSTEEM
VOOR BANDENSPANNING .................................. 234
STORING PARKEERSENSOREN.......................... 235
STORING ANTI-LETSELSENSOR RUITEN ........ 235
STORING AIRBAG ................................................ 236
STORING SCHEMERSENSOR .............................. 237
STORING IN INSPUITSYSTEEM ......................... 237
STORING MOTORMANAGEMENTSYSTEEM
(EOBD) ................................................................. 238
ALGEMENE STORINGSMELDING ...................... 239
STORING DUAL FUNCTION SYSTEM
VERSNELLINGSBAK ........................................... 240
STORING ESP-SYSTEEM NIET BESCHIKBAAR . 241
STORING HILL HOLDER .................................... 242
Page 231 of 338

230
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNI-
SCHE
GEGEVENS
ALFABE-
TISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN
BEDIENING
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
STORING ABS - Systeem niet beschikbaar
Als u de contactsleutel in stand MAR draait, gaat het lampje op het
instrumentenpaneel branden. Na enkele seconden moet het lampje
doven.
Het lampje gaat branden (er verschijnt ook een bericht op het
display) als het systeem niet goed werkt of niet beschikbaar is.
In dat geval blijft het remsysteem normaal werken, maar zonder de
mogelijkheden van het ABS. Rijd voorzichtig verder en wendt u zo
snel mogelijk tot de Lancia-dealer.
STORING REGENSENSOR
Het lampje op het instrumentenpaneel gaat branden (er verschijnt
ook een bericht op het display) als er storing is in de regensensor.
Wendt u tot de Lancia-dealer.
>
geel
oranje
geel
oranje
è
Lampje op
instr.paneelWeergave op het
multifunctionele display
Page 253 of 338

252
LAMPJES EN
BERICHTEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNI-
SCHE
GEGEVENS
ALFABE-
TISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN
BEDIENING
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
NOOD-
GEVALLEN
L0D0177m
Als u tijdens het herstellen van de bandenspanning er niet in slaagt de spanning
op ten minste 1,8 bar te brengen, mag niet verder worden gereden: wendt u tot de
Lancia-dealer.ATTENTIE
ATTENTIEPlaats de sticker op een voor de bestuurder goed zichtbare plek om aan te geven
dat de band behandeld is met Fix&Go. Rijd voorzichtig vooral in bochten. Rijd
niet sneller dan 80 km/h. Vermijd accelereren en bruusk remmen.
ATTENTIEAls de bandenspanning tot onder 1,3 bar is gedaald, mag niet verder worden
gereden; wendt u tot de Lancia-dealer. Als de bandenspanning ten minste 1,3 bar
bedraagt, moet de juiste bandenspanning worden hersteld (bij draaiende motor en
aangetrokken handrem). Rijd vervolgens zeer voorzichtig verder.❒als de band op de juiste spanning is gebracht, vertrek dan
onmiddellijk zodat de afdichtvloeistof gelijkmatig in de band
verdeeld wordt: stop na ongeveer 10 minuten, trek de handrem
aan en controleer opnieuw de bandenspanning;
❒rijd zeer voorzichtig naar de dichtstbijzijnde Lancia-dealer om de
band te laten controleren en te repareren of om de band te laten
vervangen; u moet dan absoluut aangeven dat de band is
gerepareerd met Fix&Go.
BELANGRIJK Banden die met Fix&Go behandeld zijn, kunnen
slechts tijdelijk worden gebruikt.
Page 254 of 338

253
LAMPJES EN
BERICHTEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNI-
SCHE
GEGEVENS
ALFABE-
TISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN
BEDIENING
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
NOOD-
GEVALLEN
WIEL VERWISSELEN
ALGEMENE AANWIJZINGEN
Voor het verwisselen van het wiel en voor het juiste
gebruik van de krik en het reservewiel moeten de
onderstaande voorzorgsmaatregelen in acht worden
genomen.
BELANGRIJK Als de auto is uitgerust met “Fix&Go
(snelle bandenreparatieset)”, zie dan de betreffende
instructies in het vorige hoofdstuk.
ATTENTIEHet bijgeleverde noodreservewiel behoort bij de auto waarbij het geleverd is;
gebruik het reservewiel niet bij andere auto’s en monteer geen reservewielen van
andere auto’s. Het noodreservewiel mag alleen in noodgevallen worden gebruikt.
Het noodreservewiel moet zo kort mogelijk gebruikt worden en er mag niet sneller
dan 80 km/h mee worden gereden. Op het noodreservewiel is een oranje sticker
aangebracht waarop de belangrijkste aanwijzingen en de beperkingen staan
vermeld met betrekking tot het gebruik van het reservewiel. Deze sticker mag
absoluut niet worden verwijderd of afgedekt. Op het noodreservewiel mag nooit
een wieldeksel worden gemonteerd. Op de sticker staan de volgende aanwijzingen
in vier talen vermeld:
ATTENTIE! ALLEEN VOOR TIJDELIJK GEBRUIK! MAX. 80 KM/H!
VERVANG ZO SNEL MOGELIJK DOOR NORMALE BAND. BEDEK DEZE AANWIJZINGEN NIET. BELANGRIJK Als de auto is uitgerust met het
TPMS moeten bij het monteren/demonteren van de
banden en/of velgen speciale voorzorgsmaatregelen
in acht worden genomen. Om te voorkomen dat de
sensoren beschadigen of verkeerd gemonteerd
worden, mogen de banden en/of de velgen
uitsluitend door gespecialiseerd personeel vervangen
worden. Wendt u tot de Lancia-dealer.
BELANGRIJK Als de auto is uitgerust met het
TPMS moet bij het demonteren van een band, ook
het rubber van het ventiel vervangen worden.
Wendt u tot de Lancia-dealer.
Page 255 of 338

254
LAMPJES EN
BERICHTEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNI-
SCHE
GEGEVENS
ALFABE-
TISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN
BEDIENING
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
NOOD-
GEVALLEN
ATTENTIEDe krik dient uitsluitend voor het verwisselen van een wiel van de auto waarbij
de krik geleverd is of voor auto’s van hetzelfde model. Gebruik de krik niet voor
het opkrikken van andere auto’s. En beslist nooit voor het uitvoeren van
werkzaamheden onder de auto. Als de krik niet juist geplaatst wordt, kan de
opgekrikte auto van de krik vallen. Op een sticker op de krik is het maximum
hefvermogen aangegeven; de krik mag nooit voor een zwaardere last worden
gebruikt. Het noodreservewiel is niet geschikt voor de montage van
sneeuwkettingen. Als u een lekke voorband (aangedreven wiel) hebt en er moet
met sneeuwkettingen worden gereden, dan moet u een wiel van de achteras
afhalen en daarvoor in de plaats het noodreservewiel monteren. Zo hebt u op de
vooras twee normale wielen waarop uw sneeuwkettingen kunt monteren.
ATTENTIEBij een gemonteerd noodreservewiel veranderen de rij-eigenschappen van de
auto. Vermijd met vol gas optrekken, bruusk remmen en hoge snelheden in de
bochten. Het noodreservewiel heeft een levensduur van ongeveer 3000 km. Na
deze afstand moet de band van het noodreservewiel vervangen worden door een
nieuwe band van hetzelfde type. Monteer nooit een normale band op de velg van
het noodreservewiel. Laat het verwisselde wiel zo snel mogelijk repareren en
monteren. Gebruik nooit twee of meer noodreservewielen. Smeer de schroefdraad
van de wielbouten niet met vet in, voordat u ze monteert: de bouten kunnen
loslopen.
ATTENTIEDoor een verkeerde montage kan het wieldeksel tijdens het rijden loslaten. Maak
het ventiel absoluut niet open. Plaats geen enkel stuk gereedschap tussen velg en
band. Controleer regelmatig de spanning van de banden en van het
noodreservewiel en houdt u daarbij aan de waarden die beschreven staan in het
hoofdstuk “Technische gegevens”.
Page 276 of 338

275
LAMPJES EN
BERICHTEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNI-
SCHE
GEGEVENS
ALFABE-
TISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN
BEDIENING
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
NOOD-
GEVALLEN
ZEKERINGENTABEL
Zekeringenkast dashboard
VERBRUIKERSZEKERING AMPÈRE
Dimlicht rechtsF12 15
Dimlicht links/hoogteverstelling koplampenF13 15
Achteruitrijlichten/relais regeleenheid motorruimte/body computer F31 7,5
+30 Regeleenheden portieren bestuurderszijde/passagierszijde (*) F32 15
Ruitbediening linksachterF33 20
Ruitbediening rechtsachterF34 20
+15 Cruise-control, signaal op rempedaalschakelaar voor regeleenheden (*) F35 7,5
+30 Inbouwvoorbereiding regeleenheid aanhanger, sloten achter en voor met regeleenheid voor ieder portier (*) F36 20
+15 Derde remlicht, instrumentenpaneel, remlichten (*) F37 10
Ontgrendeling achterklepF38 15
+30 Diagnosestekker EOBD, autoradio, navigatiesysteem, regeleenheid bandenspanning (*)F39 10
AchterruitverwarmingF40 30
SpiegelverwarmingF41 7,5
+15 Regeleenheid ABS/ESP (*)F42 7,5
Ruitenwissers/-sproeiersF43 30
Aansteker/stekkerdoos op tunnelconsoleF44 20
StoelverwarmingF45 15
Stekkerdoos bagageruimteF46 20
Voeding regeleenheid bestuurdersportier (ruitbediening, slot) F47 20
Voeding regeleenheid passagiersportier (ruitbediening, slot) F48 20
+15 Servizi (verlichting bedieningsknoppen op het dashboard links en in het midden, elektrisch verstelbare spiegels,
verlichting bedieningsknoppen stoelverwarming,inbouwvoorbereiding mobiele telefoon, navigatiesysteem, regen-/
schemersensor, regeleenheid parkeersensoren, verlichting bedieningsknoppen opendak) (*) F49 7,5
Regeleenheid airbagF50 7,5
+15 Regeleenheid bandenspanning, bediening ECO/Sport (*) F51 7,5
Ruitenwisser/-sproeier achterF52 15
+30 Richtingaanwijzers, waarschuwingsknipperlichten, instrumentenpaneel (*) F5 10
(*) +30 = voedingsspanning vanaf accu (niet via contactslot)
+15 = voedingsspanning geschakeld via contactslot
Page 277 of 338

276
LAMPJES EN
BERICHTEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNI-
SCHE
GEGEVENS
ALFABE-
TISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN
BEDIENING
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
NOOD-
GEVALLEN
Zekeringenkast in motorruimte
VERBRUIKERSZEKERING AMPÈRE
Regeleenheid dashboard 1F1 70
Regeleenheid elektrische stuurbekrachtigingF2 70
Start-/contactslotF3 20
Regeleenheid dashboard 2F4 50
Regeleenheid ABS / ESPF5 60
Elektroventilateur van motorkoelsysteem (lage snelheid) (alle uitvoeringen) F6 30
Elektroventilateur van motorkoelsysteem (hoge snelheid) (alle uitvoeringen behalve 1.4 16V met verwarming) F7 40
AanjagerF8 30
KoplampsproeiersF9 20
ClaxonF10 15
Secundaire verbruikers elektronische inspuitingF11 15
Grootlicht rechtsF14 10
Grootlicht linksF15 10
Primaire verbruikers elektronische inspuitingF17 10
+30 Regeleenheid motormanagementsysteem/ relais elektroventilateur motorkoelsysteem (1.9 JTD) (*) F18 7,5
CompressorF19 7,5
Verwarmd brandstoffilter (JTD)F20 30
BrandstofpompF21 15
Primaire verbruikers elektronische inspuiting (1.4 16V) F22 15
Primaire verbruikers elektronische inspuiting (JTD)F22 20
+30 Regeleenheid Dual FuNction System versnellingsbak (*) F23 15
+15 Regeleenheid Dual FuNction System versnellingsbak (*) F16 7,5
+15 Elektrische stuurbekrachtiging (*)F24 10
Mistlampen voorF30 15
(*) +30 = voedingsspanning vanaf accu (niet via contactslot)
+15 = voedingsspanning geschakeld via contactslot
Page 294 of 338

KOELVLOEISTOF VAN HET MOTORKOELSYSTEEM
Het niveau van de koelvloeistof moet gecontroleerd worden bij een
koude motor en moet tussen het MIN- en MAX-merkteken op het
expansiereservoir staan.
Een te laag niveau bijvullen door een mengsel van 50% gedeminera-
liseerd water en PARAFLU UP van FL Selenia, langzaam via de
vulopening van het expansiereservoir te gieten.
Een mengsel van PARAFLU UP en gedemineraliseerd water in een
mengverhouding van 50% beveiligt tot een temperatuur van –35°C.
BELANGRIJK Draai bij een warme motor de dop van het expansie-
reservoir nooit los: gevaar voor verbranding.
293
LAMPJES EN
BERICHTEN
TECHNI-
SCHE
GEGEVENS
ALFABE-
TISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN
BEDIENING
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
L0D0210m
L0D0211m
uitvoeringen 1.4 8V(indien aanwezig)
1.4 16V
uitvoeringen 1.3 JTD en 1.9 JTD
ATTENTIE
ATTENTIEHet motorkoelsysteem gebruikt PARAFLU UP-koelvloeistof. Als eventueel moet
worden bijgevuld, gebruik dan vloeistof met dezelfde specificaties als waarmee
het motorkoelsysteem is gevuld. PARAFLU UP-koelvloeistof kan niet worden
gemengd met welke andere koelvloeistof dan ook. Als dit toch gebeurt, mag de
motor absoluut niet worden gestart en moet u zich tot de Lancia-dealer wenden. OLIE VOOR HYDRAULISCH SCHAKELMECHANISME VAN
DUAL FUNCTION SYSTEM VERSNELLINGSBAK
Wendt u voor controle van het oliepeil uitsluitend tot de Lancia-
dealer.
Vervang de dop zonodig alleen door een exemplaar van hetzelfde type, anders
kan de werking van het systeem in gevaar worden gebracht.
Page 296 of 338

REMVLOEISTOF
Controleer of het remvloeistofniveau nog op het maximum niveau
staat.
Voor het bijvullen mag uitsluitend remvloeistof worden gebruikt die
voldoet aan de DOT 4-specificaties. Het verdient aanbeveling TUTE-
LA TOP 4 remvloeistof te gebruiken; dezelfde remvloeistof, waarmee
het remsysteem door de fabriek is gevuld.
BELANGRIJK De remvloeistof is hygroscopisch (trekt water aan).
Daarom verdient het aanbeveling, als de auto overwegend wordt
gebruikt in gebieden met een hoge luchtvochtigheid, de vloeistof
vaker te vervangen dan in het “Onderhoudsschema” staat aangege-
ven.
295
LAMPJES EN
BERICHTEN
TECHNI-
SCHE
GEGEVENS
ALFABE-
TISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN
BEDIENING
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
L0D0213m
Voorkom, als u de dop losdraait, contact tussen de zeer corrosieve vloeistof en de lak. Als rem-
vloeistof wordt gemorst, moet de lak onmiddellijk met water worden afgespoeld.
Het symbool πop het reservoir geeft aan dat synthetische remvloeistof en
geen minerale vloeistof moet worden gebruikt. Het gebruik van minerale
vloeistoffen moet absoluut worden vermeden, omdat de rubbers in het rem-
systeem door deze vloeistoffen worden beschadigd.ATTENTIE
ATTENTIEDe remvloeistof is giftig en zeer corrosief. Als per ongeluk remvloeistof wordt
gemorst, moeten de betreffende delen onmiddellijk worden gewassen met water
en neutrale zeep en daarna met veel water worden afgespoeld. Bij inslikken
dient onmiddellijk een arts te worden geraadpleegd.
Page 330 of 338

329
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNI-
SCHE
GEGEVENS
ALFABE-
TISCH
REGISTERDASHBOARD
EN
BEDIENING
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
ALFABETISCH REGISTER
Aansteker (rokerskit) . . . . . .115
ABS (systeem) . . . . . . . . . . .130
Accu
-acculading controleren . . . .297
-opladen . . . . . . . . . . . . . . .278
-starten met een hulpaccu . .246
-vervangen . . . . . . . . . . . . . .298
Achterruitsproeier
-bediening . . . . . . . . . . . . . .100
-vloeistofniveau . . . . . . . . . .294
Achterruitverwarming . . . .78-89
Achterruitwisser
-bediening . . . . . . . . . . . . . . .96
-intelligente wis-/wasregeling .97
-sproeiermond . . . . . . . . . . .305
-wisserblad . . . . . . . . . . . . .303
Achteruitrijlicht
-gloeilamp vervangen . . . . . .267
Afmetingen . . . . . . . . . . . . . .321
Asbak (rokerskit) . . . . . . . . .115
ASR (systeem) . . . . . . . . . . .134
Auto langere tijd stallen . . . .200Autoradio
-autoradio inbouwen . . . . . .139
-inbouwvoorbereiding . . . . .139
Bagageruimte . . . . . . . . . . . .121
Bagageruimte vergroten . . . .124
Bagageruimteverlichting . . . .271
Banden
-controlesysteem bandenspanning
(TPMS) . . . . . . . . . . . . . . . .137
-standaard . . . . . . . . . . . . . .319
-verklaring van banden-
codering . . . . . . . . . . . . . . . .317
-winterbanden . . . . . . . . . . .319
Bedieningsknoppen
multifunctioneel display . . . . .30
Bedieningsknoppen
verlichting . . . . . . . . . . . . . .107
Bekerhouder . . . . . . . . . . . . .112
Bescherming van het milieu .148
Blikjeshouder . . . . . . . . . . . .112
Bougies . . . . . . . . . . . . . . . . .314
Brandstof-brandstofmeter . . . . . . . . . . .27
-brandstofnoodschakelaar . .109
-verbruik . . . . . . . . . . . . . . .327
Brandstofnoodschakelaar
(FPS) . . . . . . . . . . . . . . . . . .109
Buitenverlichting
-bediening . . . . . . . . . . . . . . .91
-gloeilampen vervangen 266-267
Carrosserie
-carrosserie-uitvoeringen . . .313
-onderhoud . . . . . . . . . . . . .306
CD-opbergvak met
blikjeshouder . . . . . . . . . . . .112
CO2-emissie . . . . . . . . . . . . .328
Contactslot . . . . . . . . . . . . . . .20
Controlesysteem bandenspanning
(TPMS) . . . . . . . . . . . . . . . .137
Cruise-control . . . . . . . . . . . .101
Dakrails . . . . . . . . . . . . . . . .128
Dashboard . . . . . . . . . . . . . . .23