cruise control Lancia Thema 2013 Instructieboek (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: LANCIA, Model Year: 2013, Model line: Thema, Model: Lancia Thema 2013Pages: 380, PDF Size: 3.9 MB
Page 204 of 380

of de omstandigheden veranderen.
Als de cruisecontrol is ingeschakeld
en een waarschuwing of andere
functie zichtbaar is in het EVIC-
hoofdscherm, wordt de status van
de cruisecontrol weergegeven op de
plaats van de EVIC-kilometerteller.
Druk kort op de knop BACK (terug)
om terug te gaan naar het hoofdmenu.
VOERTUIGSNELHEID
Druk kort op de OMHOOG- of
OMLAAG-knop totdat de optie "Ve-
hicle Speed" (voertuigsnelheid) is ge-
markeerd. Druk op de selectieknop
om een digitale weergave te zien van
de huidige snelheid in km/u of mpu.
Door nogmaals op selectieknop te
drukken, verandert de maateenheid
van km/u in mpu of omgekeerd. Druk
op de knop BACK (terug) om terug te
keren naar het hoofdmenu.
OPMERKING: Als u de maateen-
heid wijzigt in het menu "Vehicle
Speed" (voertuigsnelheid), veran-
dert de maateenheid niet in het
EVIC. RITINFORMATIE
Druk kort op de OMHOOG- of
OMLAAG-knop totdat de optie "Trip
Info" (ritinformatie) is gemarkeerd.
Druk kort op de selectieknop om de
volgende ritinformatie te tonen in het
volgende scherm:
Trip A (Rit A)
Trip B (Rit B)
Elapsed Time (Verstreken tijd)
Druk op de OMHOOG-/OMLAAG-
knop om door alle functies van de
tripcomputer te bladeren of druk op
de knop BACK (terug) om terug te
keren naar het hoofdmenu.
In de tripfunctiemodus wordt de vol-
gende informatie weergegeven:
Trip A (Rit A)
Toont de totale afstand voor Trip A
die werd afgelegd sinds de laatste re-
set.
Trip B (Rit B)
Toont de totale afstand voor Trip B die
werd afgelegd sinds de laatste reset.
Elapsed Time (Verstreken tijd)
Toont de totale reistijd die is verstre-
ken sinds de laatste reset. De verstre-
ken tijd neemt toe wanneer de con-
tactschakelaar in de stand ON of
START staat.
Ritinformatie resetten
Om een van deze drie ritinformatie-
functies te resetten, selecteert u de
functie die u wilt resetten met de
OMHOOG- of OMLAAG-knop. Druk
op de selectieknop totdat de functie
het getal nul weergeeft.
BANDENSPANNING
Druk kort op de OMHOOG- of
OMLAAG-knop totdat de optie "Tire
BAR" (bandenspanning) is gemar-
keerd. Als u kort op de selectieknop
drukt, wordt het volgende weergege-
ven:
Als de spanning van alle banden
goed is, wordt een voertuigpicto-
gram getoond waarin in iedere
hoek de bandenspanning wordt
aangegeven.
198
Page 209 of 380

Time Format (Tijdnotatie)
In dit scherm kunt u de notatie van de
weergegeven tijd veranderen. Kies de
schermtoets "Time Format" (tijdno-
tatie) tot een vinkje naast 12-uurs of
24-uurs notatie verschijnt, wat aan-
geeft dat de instelling is gekozen. Kies
de schermtoets met de pijl naar links
om naar het vorige menu terug te
keren.
Show Time in Status Bar (Tijd
in statusbalk weergeven)
In dit scherm kunt u de digitale klok
in de statusbalk in- of uitschakelen.
Om de status van de tijdsaanduiding
te veranderen, kiest u de schermtoets
Show Time in Status Bar (tijd weerge-
ven in statusbalk) tot een vinkje naast
de instelling verschijnt, wat aangeeft
dat de instelling is gekozen. Kies de
schermtoets met de pijl naar links om
naar het vorige menu terug te keren.Safety / Assistance
(veiligheid/hulp)
Nadat u de schermtoets Safety / As-
sistance (veiligheid/hulp) hebt geko-
zen, zijn de volgende instellingen mo-
gelijk.
Front Collision Sensitivity (ge-
voeligheid FCW) (voor bepaalde
uitvoeringen/landen)
De functie Front Collision Warning
(FCW) kan worden ingesteld op Far
(veraf), Near (dichtbij) of Off (uitge-
schakeld). De standaardinstelling van
het FCW-systeem is Far (veraf). Hier-
bij waarschuwt het systeem u voor een
mogelijke aanrijding met een voertuig
vóór u terwijl u nog op een relatief
grote afstand van dit voertuig rijdt.
Dit geeft u de langste reactietijd. Voor
een meer dynamische rijervaring kiest
u de instelling Near (dichtbij). Het
systeem waarschuwt u dan voor een
mogelijk aanrijding wanneer de af-
stand tot uw voorligger veel kleiner.
Hierdoor is een meer dynamische rij-
ervaring mogelijk. Om de FCW-status
te wijzigen kiest u de schermtoetsOFF (uit), Near (dichtbij) of Far
(veraf). Kies vervolgens de scherm-
toets met de pijl naar links.
Raadpleeg de paragraaf "Adaptieve
cruisecontrol (ACC)" in het hoofd-
stuk "De functies van uw auto" voor
meer informatie hierover.
Park Assist (Parkeerhulp)
De parkeersensoren achter tasten het
gebied achter de auto af op obstakels
indien de versnellingspook in de ach-
teruitversnelling staat en de snelheid
lager is dan 18 km/u. Het systeem kan
worden ingesteld met Sound Only (al-
leen geluid), Sound and Display
(beeld en geluid) of worden uitge-
schakeld. Als u de parkeerhulpstatus
wilt wijzigen, kiest u de schermtoets
OFF (uit), Sound Only (alleen geluid)
of Sound and Display (beeld en ge-
luid). Kies vervolgens de schermtoets
met de pijl naar links. Raadpleeg de
paragraaf "ParkSense® parkeer-
hulp" in het hoofdstuk "De functies
van uw auto" voor meer informatie
hierover.
203
Page 251 of 380

U kunt vanuit stilstand of in deeerste of tweede versnelling wegrij-
den. Als u kort op (+) drukt (bij
stilstand) kunt u wegrijden in de
tweede versnelling. Wegrijden in de
tweede versnelling is zinvol als het
wegdek glad is door sneeuw of ijs.
Wanneer de voertuigsnelheid te laag is, negeert het systeem alle
opschakelpogingen.
Maak geen gebruik van de cruise- control als AutoStick® is
ingeschakeld.
Het schakelen van de transmissie valt meer op als AutoStick® is
ingeschakeld.
U kunt de stand AutoStick® uitscha-
kelen door de schakelhendel naar
rechts te houden of schakelflipper (+)
ingedrukt te houden (voor bepaalde
uitvoeringen/landen) totdat de indi-
catie "D" weer wordt getoond in de
instrumentengroep. U kunt
AutoStick® op elk moment in of uit-
schakelen zonder dat u uw voet van
het gaspedaal hoeft te nemen.
WAARSCHUWING!
Schakel op gladde wegen niet terug
om te remmen op de motor. De
aangedreven wielen kunnen hun
grip verliezen, waardoor de auto in
een slip kan raken, wat een aanrij-
ding of persoonlijk letsel tot gevolg
kan hebben.
AANDRIJVING OP ALLE
WIELEN (AWD) (voor
bepaalde uitvoeringen/
landen)
Deze auto is uitgerust met een "active
on-demand"-systeem voor aandrij-
ving op alle wielen (AWD), dat zorgt
voor optimale grip bij uiteenlopende
weg- en rijomstandigheden. Het sys-
teem beperkt de wielslip tot een mini-
mum door automatisch koppel naar
de voor- en achterwielen over te
brengen wanneer dat nodig is.
Voor optimale brandstofzuinigheid
schakelt de auto automatisch van
aandrijving op alle wielen (AWD)
naar standaard achterwielaandrijving (RWD) wanneer de weg- en omge-
vingsomstandigheden nagenoeg geen
wielslip zullen veroorzaken. Als speci-
fieke weg- en omgevingsomstandig-
heden meer grip vereisen, schakelt de
auto automatisch naar aandrijving op
alle wielen (AWD). De aandrijving op
alle wielen (AWD) wordt automatisch
ingeschakeld afhankelijk van de bui-
tentemperatuur, wielslip of andere
vooraf bepaalde omstandigheden (bij
wielslip wordt de aandrijving op alle
wielen (AWD) mogelijk enigszins ver-
traagd ingeschakeld). De aandrijving
op alle wielen (AWD) kan ook hand-
matig worden gekozen door de scha-
kelhendel in de modus AutoStick®
(+/-) (voor bepaalde uitvoeringen/
landen) te zetten of door de ruitenwis-
sers langdurig in te schakelen. De
aandrijfmodus, RWD of AWD, wordt
tijdelijk weergegeven in het meterge-
deelte van het scherm van het elektro-
nische voertuiginformatiecentrum
(EVIC) wanneer voor het eerst naar
een versnelling wordt geschakeld. De
aandrijfmodus verandert tijdens het
rijden.
245
Page 297 of 380

OPMERKING: Het kiezen van een
lagere versnelling bij gebruik van
de auto onder zware belasting zal
de prestaties verbeteren en de le-
vensduur van de transmissie ver-
lengen, doordat overmatig schake-
len en het opbouwen van hitte
worden beperkt. Hierdoor zal ook
de motorremwerking worden ver-
beterd.
Indien u REGELMATIG met een aan-
hanger rijdt gedurende langer dan 45
minuten, ververs dan de transmissie-
vloeistof en vervang het filter van de
automatische versnellingsbak zoals
voorgeschreven voor politieauto's,
taxi's, bedrijfswagens of frequent rij-
den met een aanhanger. Raadpleeg
het "Onderhoudsschema" voor de
juiste onderhoudsintervallen.
Cruisecontrol
Gebruik de cruisecontrol niet inheuvelachtig terrein of met een
zware belading. Als de rijsnelheid bij gebruik van de
cruisecontrol afneemt met meer
dan 16 km/u, schakel het systeem
dan uit totdat u weer de kruissnel-
heid kunt aanhouden.
Gebruik de cruisecontrol in vlak terrein en bij lichte belading om de
brandstofzuinigheid te verbeteren.
AutoStick® (voor bepaalde
uitvoeringen/landen)
– Selecteer bij het gebruik van het AutoStick® schakelsysteem de
hoogste versnelling die voldoende
vermogen oplevert en waarmee
veelvuldig terugschakelen wordt
voorkomen. Selecteer bijvoorbeeld
"4" als de gewenste snelheid kan
worden aangehouden. Selecteer in-
dien nodig "3" of "2" om de ge-
wenste snelheid aan te houden.
– Vermijd lang rijden bij hoge toeren- tallen om oververhitting te voorko-
men. Verlaag, indien nodig, de
snelheid om lang rijden met hoge toerentallen te voorkomen. U kunt
opschakelen of de rijsnelheid weer
verhogen wanneer de helling en het
verkeer dit toelaat.
Koelsysteem
Doe het volgende om het risico op
oververhitting van de motor of de ver-
snellingsbak te beperken:
Rijden in stadsverkeer
Als u regelmatig kort stilstaat, zet dan
de versnellingsbak in de stand NEU-
TRAL en verhoog het stationaire mo-
tortoerental.
Rijden op de grote weg
Minder snelheid.
Airconditioning
Schakel deze tijdelijk uit.
291
Page 346 of 380

LocatiePatroonzeke-
ring Minizekering Omschrijving
35 —10 A rood Accusensor
36 —20 A geel Verlichting aanhangwagenmodule
37 —15 A blauw Radio
38 —20 A geel Aansluitcontact console
40 —— Reserve
41 —— Reserve
42 30 A roze — Ontdooien achter (EBL-voeding)
43 —25 A blanco Stoelverwarming achter/stuurverwarming
44 —10 A rood Sensor parkeerhulp/dode hoek/camera/
aanhangwagenmodule
45 —15 A blauw Sensor groep/binnenspiegel/kompas/vochtigheid
46 —10 A rood Adaptieve cruisecontrol
47 —10 A rood Adaptieve verlichting vóór
48 —20 A geel Actieve vering — indien aanwezig
49 —— Reserve
50 —— Reserve
51 —20 A geel Stoelverwarming vóór
52 —10 A rood Verwarmde bekerhouders/schakelaars stoelverwarming
achter
53 —10 A rood Verwarming- en aircomodule/binnentemperatuursensor
54 —— Reserve
55 —— Reserve
56 —— Reserve
340
Page 368 of 380

Aandrijving op alle wielen(AWD) . . . . . . . . . . . . . .245, 331
Aanhangergewicht . . . . . . . . . . .284
Aanhangwagen trekken . . . . . . . .281
Aanvullend veiligheidssysteem - Airbag . . . . . . . . . . . . . . . . . .41
ABS . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .250
ABS-lampje . . . . . . . . . . . . . . . .188
ABS, waarschuwingslampje . . . . .188
Accu . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .318
Accu, locatie . . . . . . . . . . . . . . . . .318
van afstandsbediening
vervangen . . . . . . . . . . . . . . .20
Achteras (differentieel) . . . . . . . .331
Achtermistlamp . . . . . . . . . . . . .130
Achtermistlampen . . . . . . . . . . .130
Achterruitontdooier . . . . . . . . . .175
Achterruitverwarming . . . . . . . . .175
Achterruitvoorzieningen . . . . . . .175
Adaptieve cruisecontrol (ACC) (cruisecontrol) . . . . . . . . . . . .142
Additieven, brandstof . . . . . . . . .279
Afstandsbediening autoradio . . . .213
Afstandsbediening kofferklep . . . . .29
Afvoeren,antivries (motorkoelvloeistof)
. .326
motorolie . . . . . . . . . . . . . . .317
Airbag . . . . . . . . . . . . . . . . .41, 49 Airbag, activering
. . . . . . . . . . . . .50
Airbaglampje . . . . . .47, 51, 64, 187
Airbagonderhoud . . . . . . . . . . . . .51
Airbag, raam (zijgordijn) . .43, 46, 49
Airbag, zij- . . . . . . . . .43, 46, 48, 49
Airco, filter . . . . . . . . . . . .221, 320
Airco, koelmiddel . . . . . . . .319, 320
Airco, onderhoud . . . . . . . . . . . .319
Aircosysteem . . . . . . . . . . .219, 319
Alarmknipperlichten . . . . . . . . . .295
Alarmlampje . . . . . . . . . . . . . . .188
Alarmlichten . . . . . . . . . . . . . . .188
Alarmsysteem (beveiliging) . . .15, 16
Algemeen onderhoud . . . . . . . . .315
Algemene informatie . . . .15, 21, 104
Antiblokkeersysteem (ABS) . . . . . . . . . . . . . .250, 252
Anti-ongevalsysteem FCW (Forward Collision Warning) . . . . . .154, 193
Antivries (motorkoelvloeistof) . . . . .325, 346
Antivries (motorkoelvloeistof), afvoeren . . . . . . . . . . . . . . .326
Asolie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .348
Assmeermiddel (asolie) . . . . . . . .348
Audiosysteem Kicker . . . . . . . . . . . . . . . . .212
Audiosysteem Kicker . . . . . . . . . .212 Automatisch controlelampje Olie
verversen . . . . . . . . . . . . . . . .195
Automatische koplampen . . . . . . .127
Automatische portiervergrendelingen . . . . .22, 23
Automatische temperatuurregeling (ATC) . . . . . . . . . . . . . . . . . .219
Automatische versnellingsbak . . .233,
238, 329, 331
Automatische versnellingsbak,
Autostick . . . . . . . . . . . . . . .243
schakelgroepen . . . . . . . . . . .234
soort vloeistof . . . . . . . .329, 348
speciale additieven . . . . . . . .329
vloeistof bijvullen . . . . . .331, 348
vloeistof en filter vervangen . .331
vloeistofpeil controleren . . . . .330
vloeistof verversen . . . . . . . . .331
Automatische versnellingsbak, noodloopmodus . . . . . . . . . . .237
Automatisch ontgrendelen, portieren . . . . . . . . . . . . . . . . .23
Autostick . . . . . . . . . . . . . . . . .243
Bagageruimte . . . . . . . . . . . . . .175
Bagageruimte, voorzieningen . . . .175
Banden . . . . . . . . . . . . . . . .65, 265
Banden, algemene informatie . . . . . . .265
362
Page 369 of 380

bandenmaten. . . . . . . . . . . .259
bandenspanning . . . . . . . . . .265
belastbaarheid . . . . . . . . . . .262
compacte thuiskomer . . . . . . .267
controlesysteem voor bandenspan-
ning . . . . . . . . . . . . . . . . . .272
hoge snelheden . . . . . . . . . . .266
levensduur . . . . . . . . . . . . . .269
oppompdruk . . . . . . . . . . . .265
radiaal . . . . . . . . . . . . . . . .267
rijden met aanhangwagen . . . .287
rotatie . . . . . . . . . . . . . . . . .272
slijtagemarkeringen . . . . . . . .269
sneeuwkettingen . . . . . . . . . .270
spinnen . . . . . . . . . . . . . . . .268
veiligheid . . . . . . . . . . .258, 265
veroudering (levensduur van de
banden) . . . . . . . . . . . . . . . .269
vervangen . . . . . . . . . . . . . .269
waarschuwingslampje bandenspan-
ning . . . . . . . . . . . . . . . . . .185
Band- en beladingsinformatiesticker . . . .262
Bandenspanning . . . . . . . . . . . .265
Bandenspanningssysteem . . . . . . .272
Bandenveiligheidsinformatie . . . .258
Bandmarkeringen . . . . . . . . . . . .258
Batterij van de afstandsbediening vervangen . . . . . . . . . . . . . . . .20 Bediening van de radio
. . . . . . . .215
Bekerhouder achterin . . . . . . . . .172
Bekerhouders . . . . . . . . . . .171, 335
Benzine (brandstof) . . . . . . . . . .277
Benzine (brandstof), besparen . . . . . . . . . . . . . . .196
Bevestigingssysteem voor kinderzitjes (LATCH) . . . . . . . . . . . . . .58, 59
Bewaking, bandenspanningssysteem . . . . .272
Binnenspiegel met automatische dimstand . . . . . . . . . . . . . . . . .75
Boordcomputer . . . . . . . . . . . . .198
Bougies . . . . . . . . . . . . . . . . . . .346
Brandstof . . . . . . . . . . . . .277, 279
Brandstof, additieven . . . . . . . . . . . . . .279
benzine . . . . . . . . . . . . . . . .277
besparingsmodus . . . . . . . . . .196
diesel . . . . . . . . . . . . . . . . .279
octaangehalte . . . . . . . .277, 346
specificaties . . . . . . . . . . . . .346
tankinhoud . . . . . . . . . . . . .346
vulklep (gasdop) . . . . . . . . . .186
Brandstof besparen . . . . . . . . . . .196
Brandstofbesparing . . . . . . . . . . .196
Brandstoflampje . . . . . . . . . . . . .193
Brandstofmeter . . . . . . . . . . . . .186
Brandstofoptimalisering . . . . . . .196Brandstof tanken
. . . . . . . . . . . .280
B-stijl . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .262
Buitenspiegels, elektrisch bediend . . . . . . . . . .76
inklapbaar . . . . . . . . . . . . . . .75
Buitenspiegels instellen . . . . . . . . .75
Buitenste achteruitkijkspiegel . . . . .75
buitenverlichting . . . . . . . . .65, 127
Buitenverlichting . . . . . . . . . . . . .65
Camera, achter . . . . . . . . . . . . .161
Camera achter . . . . . . . . . . . . . .161
Capaciteiten, vloeistof . . . . . . . . .346
Carrosserie, smering van mechanismen . . . . . . . . . . . . .321
Cd, onderhoud . . . . . . . . . . . . . .214
Chassisnummer (VIN) . . . . . . . . . .8
Clock (klok) . . . . . . . . . . . . . . .212
Compacte reserveband . . . . . . . .267
Connector UCI . . . . . . . . . . . . . . . . . .212
universele verbruiksinterface
(UCI) . . . . . . . . . . . . . . . . .212
Console, dak . . . . . . . . . . . . . . .162
Console, vloer . . . . . . . . . . . . . .173
Contactsleutel . . . . . . . . . . . . . . .12
Corrosiebescherming . . . . . . . . . .332
Cruisecontrol (snelheidsregeling) . .142
363
Page 370 of 380

Dagkilometerteller. . . . . . . . . . .184
Dakconsole . . . . . . . . . . . . . . . .162
Datarecorder . . . . . . . . . . . . . . . .52
Datarecorder, gebeurtenis . . . . . . .52
Diagnosesysteem . . . . . . . . . . . .315
Diagnosesysteem, onboard . . . . . .315
Dieren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .62
Dieselbrandstof . . . . . . . . . . . . .279
Dimlichtschakelaar, koplamp . . . .131
Disselgewicht / Gewicht aanhangwagen . . . . . . . . . . . .285
Driepuntsgordels . . . . . . . . . . . . .32
Elektrisch bediende buitenspiegels . . . . . . . . . . . . . .76
Elektrisch bediende ramen . . . . . . .26
Elektrisch bediende ramen, automa- tisch openen . . . . . . . . . . . . . . .27
Elektrisch bediende ramen, automa- tisch sluiten . . . . . . . . . . . . . . .27
Elektrisch bediende stoelen . . . . .117
Elektrische aansluitingen . . . . . . .169
Elektrische achterruitontdooiing . .175
Elektrische bediende spiegels . . . . .76
Elektrische kofferdekselontgrendeling . . . . .29
Elektrische portiervergrendeling . . .22
Elektrische spiegels, buiten . . . . . . . . . . . . . . . . . .75 Elektrisch instelbare/telescopische
stuurkolom . . . . . . . . . . . . . .137
Elektrisch zonnedak . . . . . .163, 166
Elektronische snelheidsregeling (cruisecontrol) . . . . . . . .140, 142
Elektronisch remregelsysteem . . . .252
Elektronisch remregelsysteem, antiblokkeerysteem . . . . . . . .252
rembekrachtiging . . . . . . . . .252
tractieregeling . . . . . . . . . . . .252
Elektronisch stabiliteitsregelsysteem (ESP) . . . . . . . . . . . . . . . . . .253
Elektronisch voertuiginformatiecen- trum (EVIC) . . . . . . . . . .161, 190
Ethanol . . . . . . . . . . . . . . . . . .278
Filters, airco . . . . . . . . . . . . . .221, 320
luchtfilter . . . . . . . . . . . . . . .318
motorolie . . . . . . . . . . .317, 346
Gebruiksaanwijzing (instructieboekje) . . . . . . . . . . . .7
Geheugen (stoel met geheugenfunctie) . . . . . . . . . .123
Geluidsinstallatie (radio) . . . . . . .212
Geluidsinstallaties . . . . . . . . . . .212
Gevaar, rijden door stromend, opkomend, of
ondiep stilstaand water . . . . .247Gevarenknipperlichten
. . . . . . . .295
Geïntegreerde voedingsmodule (zekeringen) . . . . . . . . . . . . . .335
Gordelsystemen . . . . . . . .30, 46, 50
Gordelsystemen (sedan) . . .43, 46, 49
Gordelverankering, kinderzitje . . . .58
Grip . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .246
Grootlichtschakelaar/ dimlichtschakelaar . . . . . . . . .131
Handleiding voor het trekken van een aanhangwagen . . . . . . . . . . . .284
Handrem . . . . . . . . . . . . . . . . .249
Helderheid, interieurverlichting . .133
Helderheid overdag, interieurverlichting . . . . . . . . .133
Hill Start Assist . . . . . . . . . . . . .254
Hill Start Assist (Wegrijhulp op hellingen) . . . . . . . . . . . . . . .254
Hoofdcilinder (remmen) . . . . . . .328
Hoofdsteunen . . . . . . . . . . . . . .122
Hulpversnellingsbak, vloeistof . . . . . . . . . . . . . . . .331
Indicatielampje, Elektronisch Stabiliteitsprogramma
(ESP) . . . . . . . . . . . . . . . . .256
tractiecontrole . . . . . . . . . . .256
wachten met starten . . . . . . .193
364
Page 374 of 380

Ruitenwissers, regensensor. . . . . .135
Ruitenwissers vóór . . . . . . . . . . .133
Ruitenwissers, wisbladen vervangen . . . . . . . . . . . . . . .321
Ruitenwissersysteem met regensensor . . . . . . . . . . . . . .135
Ruitontdooier . . . . . . . . . . . . . . .64
Schakelen . . . . . . . . . . . . . . . . .231
Schakelen,automatische versnellingsbak
. .231
Schakelhendel ontgrendelen . . . . .306
Schema, onderhoud . . . . . . .354, 357
Schone benzine . . . . . . . . . . . . .278
Schone brandstof . . . . . . . . . . . .278
Schoudergordelgesp . . . . . . . . . . .35
Schoudergordels . . . . . . . . . . . . . .32
Sentry Key, programmeren . . . . . .15
Sentry Key (startonderbreker) . . . .14
Sentry Key, vervangen . . . . . . . . . .14
Sleepogen . . . . . . . . . . . . . . . . .305
Slepen . . . . . . . . . . . . . . . . . . .281
Slepen, achter een camper . . . . . . . . .292
handleiding . . . . . . . . . . . . .284
voertuig met pech . . . . . . . . .308
vouwwagen of caravan . . . . . .292
Slepen achter een camper . . . . . .292
Sleutel, programmering . . . . . . . . .15Sleutels
. . . . . . . . . . . . . . . . . . .12
Sleutels, Sentry Key (startonderbreking) . . . . . . . . . .14
Sleutel, vervanging . . . . . . . . . . . .14
Slijtagemarkeringen . . . . . . . . . .269
Sloten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .21
Sloten, automatische portiersloten . . . .22
automatisch ontgrendelen . . . . .23
elektrische portiersloten . . . . . .22
SmartBeams . . . . . . . . . . . . . . .129
Smering, carosserie . . . . . . . . . . .321
Sneeuwkettingen . . . . . . . . . . . .270
Snelheidsmeter . . . . . . . . . . . . .186
Snelheidsregeling (cruisecontrol) . . . . . . . .140, 142
Specificaties, brandstof (benzine) . . . .277, 346
olie . . . . . . . . . . . . . . .317, 346
Spiegels . . . . . . . . . . . . . . . . . . .75
Spiegels, automatisch dimmen . . . . . . . .75
elektrisch bediend . . . . . . . . . .76
make-upspiegel . . . . . . . . . . .78
verwarmd . . . . . . . . . . . . . . .77
Sproeiers, koplamp . . . . . . . . . . .136
Stallen van het voertuig . . . .220, 342
Starten . . . . . . . . . . . . . . . . . . .227 Starten,
bij lage temperaturen . . . . . . .228
motor start niet . . . . . . . . . . .229
Starten en rijden . . . . . . . . . . . .227
Starten met startkabels . . . . . . . .302
Startonderbreking (Sentry Key) . . .14
Startprocedures . . . . . . . . . . . . .227
Steun, hoofdsteun . . . . . . . . . . . .122
Sticker, band- en beladingsinformatie . . . . . . . . .262
Stoelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . .117
Stoelen, elektrische bediend . . . . . . . .117
geheugen . . . . . . . . . . . . . . .123
hoofdsteunen . . . . . . . . . . . .122
hoogteregeling . . . . . . . . . . .117
instaphulp . . . . . . . . . . . . . .125
kantelen . . . . . . . . . . . . . . .117
neerklapbare achterbank . . . .123
ontgrendeling rugleuning . . . .123
verstellen . . . . . . . . . . . . . . .117
Stoelen met geheugenfunctie en autoradio . . . . . . . . . . . . . . . .123
Stoel met geheugenfunctie . . . . . .123
Storingslampje, motorcontrole . . . . . . . . . . . .186
Storingslampje (motorcontrole) . . .186
Stroomverdeelkast (zekeringen) . .338
368