airbag off MAZDA MODEL CX-5 2015 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: MAZDA, Model Year: 2015, Model line: MODEL CX-5, Model: MAZDA MODEL CX-5 2015Pages: 805, PDF Size: 8.95 MB
Page 56 of 805

Voorwaarts gericht type
WAARSCHUWING
Nooit een voorwaarts gericht
peuterzitje op de verkeerde zitplaats
installeren:
Het installeren van een voorwaarts
gericht peuterzitje zonder eerst de
tabel“Geschiktheid van kinderzitjes
voor diverse zitposities”te raadplegen
is gevaarlijk. Een voorwaarts gericht
peuterzitje dat op de verkeerde zitting
wordt geïnstalleerd kan niet op de
juiste wijze worden bevestigd. Bij een
botsing zou het kind iets of iemand in
de auto kunnen raken en ernstig letsel
kunnen oplopen, mogelijk met
dodelijke afloop.
WAARSCHUWING
Vermijd het installeren van een
voorwaarts gericht kinderzitje op de
voorpassagierszitting tenzij dit niet te
vermijden is:
Het plaatsen van een voorwaarts
gericht kinderzitje op de
voorpassagierszitting is gevaarlijk. In
het geval van een botsing kan de
kracht van een airbag die wordt
opgeblazen ernstig of dodelijk letsel
aan het kind toebrengen. Als het
installeren van een voorwaarts gericht
kinderzitje op de voorpassagierszitting
niet te vermijden is, de
voorpassagierszitting zover mogelijk
naar achteren schuiven en er voor
zorgen dat de deactiveringsschakelaar
van de voorpassagiersairbag in de
stand OFF staat. Zie
Deactiveringsschakelaar van
voorpassagiersairbag (pagina 2-53).
2-38
Belangrijke veiligheidsuitrusting
Kinderzitje
Page 57 of 805

qInstallatiepositie van juniorenzitje
Een juniorenzitje wordt uitsluitend in de
voorwaarts gerichte positie gebruikt.
Zie de tabel“Geschiktheid van
kinderzitjes voor diverse zitposities”voor
de installatiepositie van een juniorenzitje
(pagina 2-40).
WAARSCHUWING
Installeer altijd een juniorenzitje altijd
op de juiste zitplaats:
Het installeren van een juniorenzitje
zonder eerst de tabel“Geschiktheid
van kinderzitjes voor diverse
zitposities”te raadplegen is gevaarlijk.
Een juniorenzitje dat op de verkeerde
zitting wordt geïnstalleerd kan niet op
de juiste wijze worden bevestigd. Bij
een botsing zou het kind iets of iemand
in de auto kunnen raken en ernstig
letsel kunnen oplopen, mogelijk met
dodelijke afloop.
WAARSCHUWING
Vermijd het installeren van een
voorwaarts gericht kinderzitje op de
voorpassagierszitting tenzij dit niet te
vermijden is:
Het plaatsen van een voorwaarts
gericht kinderzitje op de
voorpassagierszitting is gevaarlijk. In
het geval van een botsing kan de
kracht van een airbag die wordt
opgeblazen ernstig of dodelijk letsel
aan het kind toebrengen. Als het
installeren van een voorwaarts gericht
kinderzitje op de voorpassagierszitting
niet te vermijden is, de
voorpassagierszitting zover mogelijk
naar achteren schuiven en er voor
zorgen dat de deactiveringsschakelaar
van de voorpassagiersairbag in de
stand OFF staat. Zie
Deactiveringsschakelaar van
voorpassagiersairbag (pagina 2-53).
Belangrijke veiligheidsuitrusting
Kinderzitje
2-39
Page 66 of 805

WAARSCHUWING
In auto's uitgerust met airbags dienen veiligheidsgordels gedragen te worden:
Het uitsluitend vertrouwen op de airbags voor bescherming tijdens een aanrijding is
gevaarlijk. Airbags alleen kunnen geen ernstig letsel voorkomen. De betreffende
airbags worden uitsluitend opgeblazen bij het eerste ongeval, zoals een frontale, bijna
frontale of zijdelingse botsing met een gematigde of grotere kracht. De inzittenden
dienen dus altijd hun veiligheidsgordels te dragen.
Kinderen mogen niet meerijden op de voorpassagierszitting:
Het plaatsen van een kind van 12 jaar of jonger op de voorzitting is gevaarlijk. In het
geval een airbag geactiveerd wordt, zou het kind ernstig of zelfs dodelijk letsel kunnen
oplopen. Een slapend kind is geneigd tegen een portier te leunen en loopt daardoor
meer risico bij een gematigde botsing aan de voorpassagierszijde van het voertuig door
de zij-airbag geraakt te worden. Bevestig een kind van 12 jaar of jonger voor zover
mogelijk steeds op de achterzittingen en maak daarvoor gebruik van het juiste
kinderzitje overeenkomstig de leeftijd en de grootte van het kind.
Uiterst gevaarlijk! Gebruik nooit een achterwaarts gericht kinderzitje op de
voorpassagierszitting welke voorzien is van een airbag die geactiveerd zou kunnen
worden:
Gebruik NOOIT een achterwaarts gericht kinderzitje op een zitting die aan de
voorzijde door een ACTIEVE AIRBAG beveiligd is. Dit kan DODELIJK of ERNSTIG
LETSEL aan het KIND toebrengen.
Zelfs bij een gematigde botsing kan het kinderzitje door een activerende airbag
geraakt worden en met kracht naar achteren verplaatst worden, waardoor het kind
ernstig of dodelijk letsel zou kunnen oplopen. Als uw auto uitgerust is met een
deactiveringsschakelaar voor de voorpassagiersairbag, bij het installeren van een
achterwaarts gericht kinderzitje op de voorpassagierszitting de schakelaar altijd in de
stand OFF zetten.
2-48
Belangrijke veiligheidsuitrusting
SRS airbags
Page 69 of 805

WAARSCHUWING
Breng geen wijzigingen aan in het aanvullend beveiligingssysteem:
Het aanbrengen van wijzigingen in de onderdelen of de bedrading van het aanvullend
beveiligingssysteem is gevaarlijk. U kunt het per ongeluk in werking stellen of buiten
gebruik stellen. Breng geen enkele wijziging aan in het aanvullend
beveiligingssysteem. Hieronder vallen het aanbrengen van stuurbekleding, etiketten of
wat dan ook op de airbagmodules. Hieronder valt ook het installeren van extra
elektrische apparatuur op of nabij de onderdelen en de bedrading van het systeem.
Een deskundige reparateur, bij voorkeur een officiële Mazda reparateur kan de
speciale aandacht besteden die bij het uitbouwen en inbouwen van de voorzittingen
nodig is. Het is van belang de bedrading en de aansluitingen van de airbag te
beschermen om er voor te zorgen dat de airbags niet per ongeluk in werking treden en
dat de airbag-aansluiting van de zittingen onbeschadigd blijft.
Plaatsen geen bagage of overige voorwerpen onder de voorzittingen:
Het plaatsen van bagage of overige voorwerpen onder de voorzittingen is gevaarlijk.
De kans bestaat dat onderdelen die essentieel zijn voor de werking van het aanvullend
beveiligingssysteem beschadigd worden en in het geval van een botsing aan de zijkant
is het mogelijk dat de bijbehorende airbags niet geactiveerd worden, hetgeen ernstig of
dodelijk letsel tot gevolg kan hebben. Om beschadiging van onderdelen die essentieel
zijn voor de werking van het aanvullend beveiligingssysteem te voorkomen, geen
bagage of andere voorwerpen onder de voorzittingen plaatsen.
Rijd niet met een auto met beschadigde onderdelen van airbag/
veiligheidsgordelvoorspannersysteem:
Geactiveerde of beschadigde componenten van het airbag/
veiligheidsgordelvoorspannersysteem dienen na elke botsing waarbij deze geactiveerd
of beschadigd werden te worden vernieuwd. Alleen een getrainde deskundige
reparateur, bij voorkeur een officiële Mazda reparateur kan deze systemen volledig
beoordelen om te zien of deze bij een volgend ongeval zullen functioneren. Rijden met
een geactiveerde of beschadigde airbag of voorspannermodule geeft u verminderde
beveiliging bij een volgend ongeval, waardoor de kans bestaat op ernstig of dodelijk
letsel.
De airbagonderdelen in het interieur niet verwijderen:
Het verwijderen van onderdelen zoals de voorzittingen, het voordashboard, het
stuurwiel of delen van de voorruit- en achterruitstijlen en langs de dakrand die
airbagonderdelen of sensoren bevatten is gevaarlijk. In deze onderdelen zijn
belangrijke airbagcomponenten ingebouwd. De airbag zou onvoorzien geactiveerd
kunnen worden en daardoor ernstig letsel kunnen veroorzaken. Laat deze onderdelen
altijd door een officiële Mazda reparateur verwijderen.
Belangrijke veiligheidsuitrusting
SRS airbags
2-51
Page 70 of 805

WAARSCHUWING
Ruim het airbagsysteem op de juiste wijze op:
Het op ondeskundige wijze opruimen van een airbag of slopen van een auto met
airbags die onder stroom staan, kan uiterst gevaarlijk zijn. Ernstig letsel kan het
gevolg zijn wanneer niet alle veiligheidsmaatregelen in acht worden genomen. Laat
een deskundige reparateur, bij voorkeur een officiële Mazda reparateur het
airbagsysteem veilig opruimen of een auto uitgerust met een airbagsysteem slopen.
OPMERKING
lDe activering van een airbag gaat gepaard met een hard opblaasgeluid en enige
rookontwikkeling. Beide veroorzaken echter geen letsel, alhoewel de weefselstructuur
van de airbags als gevolg van wrijving lichte huidverwondingen kan veroorzaken op
lichaamsdelen die niet door kleding beschermd zijn.
lIn het geval u uw Mazda gaat verkopen, dient u de nieuwe eigenaar te informeren
omtrent de aanwezigheid van de aanvullende beveiligingssystemen en hem/haar aan
te raden zich op de hoogte te stellen van de verband houdende instrukties, zoals
beschreven in het instruktieboekje.
lDit buitengewoon zichtbaar aangebracht label waarschuwt tegen het gebruik van
achterwaarts gerichte kinderzitjes op de voorpassagierszitting.
(Behalve Taiwan) (Taiwan)
2-52
Belangrijke veiligheidsuitrusting
SRS airbags
Page 71 of 805

Deactiveringsschakelaar van voorpassagiersairbagí
WAARSCHUWING
De voorpassagiersairbag niet onnodig deactiveren:
Onnodig uitschakelen van de voorpassagiersairbag is gevaarlijk. Als de airbag
onnodig wordt uitgeschakeld, zal de voorpassagier niet de extra beveiliging van de
airbag kunnen ontvangen. Dit kan ernstig letsel met mogelijk dodelijke afloop
veroorzaken. Behalve bij het installeren van een kinderzitje op de
voorpassagierszitting, de deactiveringsschakelaar van de airbag niet in de stand OFF
zetten.
Volautomatisch type airconditioning Handbediend type airconditioning
De deactiveringsschakelaar voor de voorpassagiersairbag dient gebruikt te worden wanneer
een kinderzitje op de voorpassagierszitting wordt geïnstalleerd om de voor- en zij-airbags
en ook het systeem van de veiligheidsgordelvoorspanner van de voorpassagierszitting
buiten werking stellen.
Belangrijke veiligheidsuitrusting
SRS airbags
2-53íBepaalde modellen.
Page 72 of 805

Wanneer het contact op ON wordt gezet, gaan beide indikatielampjes van de
deactiveringsschakelaar van de voorpassagiersairbag branden, ongeacht de stand van de
deactiveringsschakelaar van de voorpassagiersairbag. Het indikatielampje gaat na een
bepaalde periode uit en gaat vervolgens aan/uit afhankelijk van de condities zoals
aangegeven in onderstaande tabel.
Deactiveringsschakelaar van
voorpassagiersairbagWerkingstoestand van
voorpassagiersairbag/zij-airbag,
veiligheidsgordelvoorspanner van
voorpassagierszittingIndikatielampje van de
deactiveringsschakelaar van de
voorpassagiersairbag
OFF stand
Deactiveren
ON stand
Gereed
Deze worden na een korte periode
van tijd uitgeschakeld.
OPMERKING
Laat de deactiveringsschakelaar van de voorpassagiersairbag door een deskundige
reparateur, bij voorkeur een officiële Mazda reparateur inspecteren wanneer een van deze
gevallen zich voordoet:
lHet indikatielampje van de deactiveringsschakelaar van de voorpassagiersairbag gaat
niet gedurende een bepaalde periode branden wanneer het contact op ON gezet wordt.
lHet indikatielampje van de deactiveringsschakelaar van de voorpassagiersairbag gaat
niet na een korte periode van tijd uit wanneer het contact op ON gezet wordt
(deactiveringsschakelaar van de voorpassagiersairbag staat in de stand ON).
2-54
Belangrijke veiligheidsuitrusting
SRS airbags
Page 73 of 805

qSchakelaarstanden
Controleer alvorens te gaan rijden altijd met de hulpsleutel of de deactiveringsschakelaar
van de voorpassagiersairbag in de juiste stand staat al naargelang uw vereisten.
WAARSCHUWING
Laat de sleutel niet in de deactiveringsschakelaar van de voorpassagiersairbag zitten:
Onbedoeld uitschakelen van de deactiveringsschakelaar van de voorpassagiersairbag
is gevaarlijk. Bij een ongeluk zal de voorpassagier niet goed beveiligd zijn. Dit kan
ernstig letsel met mogelijk dodelijke afloop veroorzaken. Gebruik om onbedoeld
uitschakelen te voorkomen voor het bedienen van de deactiveringsschakelaar van de
voorpassagiersairbag altijd de hulpsleutel die bewaard wordt in de zenderbehuizing
die op dat moment gebruikt wordt. Plaats na het deactiveren van de airbag de
hulpsleutel terug in de zenderbehuizing. Op deze manier blijft de sleutel niet in de
deactiveringsschakelaar van de voorpassagiersairbag zitten.
OPMERKING
Plaats na het bedienen van deactiveringsschakelaar van de voorpassagiersairbag de
hulpsleutel terug in de zenderbehuizing.
OFF
De voorpassagiersvoorairbag, zij-airbag en veiligheidsgordelvoorspanner van
voorpassagierszitting zijn buiten werking.
Overschakelen naar de OFF positie
1. Steek de sleutel in de deactiveringsschakelaar van de voorpassagiersairbag en draai de
sleutel rechtsom totdat de sleutel naar OFF wijst.
2. Verwijder de sleutel.
3. Kijk of het airbag-uitgeschakeld indikatielampje blijft branden wanneer het contact op
ON staat.
De voor- en zij-airbags van de voorpassagierszitting en ook het voorspannersysteem van de
veiligheidsgordels blijven uitgeschakeld totdat de deactiveringsschakelaar van de
voorpassagiersairbag naar de stand ON gedraaid wordt.
ON
De voorpassagiersvoorairbag, zij-airbag en veiligheidsgordelvoorspanner van
voorpassagierszitting zijn in werking. Activeer het systeem enkel wanneer op de
voorpassagierszitting geen kinderzitje is geïnstalleerd.
Belangrijke veiligheidsuitrusting
SRS airbags
2-55
Page 205 of 805

Signaal Waarschuwings/indikatielampjes Pagina
Waarschuwingslampje elektrische handrem 4-49
Laadsysteemwaarschuwingsindikatie/waarschuwingslampje 4-50
Motoroliewaarschuwingslampje 4-50
Motorwaarschuwingslampje 4-51
Waarschuwingslampje voor hoge motorkoelvloeistoftemperatuur (Rood) 4-52
i-stop waarschuwingslampje (Oranje)/indikatielampje (Groen) 4-52
Rijstrookassistentindikatie 4-54
Rijstrookassistent OFF indikatie 4-55
Rijstrookafwijkingwaarschuwingssysteem (LDWS) indikatie 4-76
Rijstrookafwijkingwaarschuwingssysteem (LDWS) OFF indikatie 4-55
4WD waarschuwingsindikatie 4-56
Waarschuwingsindikatie voor automatische transmissie 4-57
Stuurbekrachtiging defect indikatie 4-57
Waarschuwingslampje voor systeem van airbag/voorspanners van voorste
veiligheidsgordels4-58
Waarschuwingslampje voor laag brandstofpeil 4-59
Veiligheidsgordelwaarschuwingslampje 4-59
Tijdens het rijden
Instrumentengroep en display
4-41
Page 209 of 805

Signaal Waarschuwings/indikatielampjes Pagina
Motorwaarschuwingslampje 4-51
Waarschuwingslampje voor hoge motorkoelvloeistoftemperatuur (Rood) 4-52
i-stop waarschuwingslampje (Oranje)/indikatielampje (Groen) 4-52
Waarschuwingslampje van rijstrookafwijkingwaarschuwingssysteem
(LDWS)4-54
Indikatielampje van rijstrookafwijkingwaarschuwingssysteem (LDWS) OFF 4-55
4WD waarschuwingslampje 4-56
Waarschuwingslampje voor automatische transmissie 4-57
Indikatielampje voor defecte stuurbekrachtiging 4-57
Waarschuwingslampje voor systeem van airbag/voorspanners van voorste
veiligheidsgordels4-58
Waarschuwingslampje voor laag brandstofpeil 4-59
Veiligheidsgordelwaarschuwingslampje 4-59
Open-portier waarschuwingslampje 4-61
120 km/h waarschuwingslampje 4-61
Rijsnelheidwaarschuwingsindikatie 4-31
Waarschuwingslampje voor laag sproeiervloeistofniveau 4-62
Waarschuwingslampje van bandenspanningcontrolesysteem 4-62
Tijdens het rijden
Instrumentengroep en display
4-45