airbag MAZDA MODEL MX-5 RF 2017 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: MAZDA, Model Year: 2017, Model line: MODEL MX-5 RF, Model: MAZDA MODEL MX-5 RF 2017Pages: 663, PDF Size: 7.69 MB
Page 48 of 663

2–28
Belangrijke veiligheidsuitrusting
Kinderzitje
Installatiepositie van peuterzitje
Een peuterzitje wordt gebruikt in de
voorwaarts en achterwaarts gerichte
posities, afhankelijk van de leeftijd en
de grootte van het kind. Volg bij het
installeren de instructies van de fabrikant
in overeenstemming met de betreffende
leeftijd en grootte van het kind, alsmede
de richtingen voor het installeren van het
kinderzitje.
Zie de tabel “Geschiktheid van
kinderzitjes voor diverse zitposities” voor
de installatiepositie van een peuterzitje
(pagina 2-31 ).
Achterwaarts gericht type
WAARSCHUWING
Installeer een achterwaarts gericht
peuterzitje altijd op de juiste zitplaats:
Het installeren van een achterwaarts
gericht peuterzitje zonder eerst de tabel
“Geschiktheid van kinderzitjes voor
diverse zitposities” te raadplegen is
gevaarlijk. Een achterwaarts gericht
peuterzitje dat op de verkeerde zitting
wordt geïnstalleerd kan niet op de juiste
wijze worden bevestigd. Bij een botsing
zou het kind iets of iemand in de auto
kunnen raken en ernstig letsel kunnen
oplopen, mogelijk met dodelijke a À oop.
WAARSCHUWING
Gebruik dus nooit een achterwaarts
gericht kinderzitje op een
passagierszitting die door een airbag
beveiligd wordt:
Gebruik NOOIT een achterwaarts
gericht kinderzitje op een zitting die
aan de voorzijde door een ACTIEVE
AIRBAG beveiligd is. Dit kan
DODELIJK of ERNSTIG LETSEL
aan het KIND toebrengen.
Het kinderzitje kan door de in werking
tredende airbag met kracht geraakt
worden en van zijn plaats gedrukt
worden. Een kind dat zich in het zitje
bevindt zou dan ernstig gewond kunnen
raken of zelfs om het leven kunnen
komen. Als uw auto is uitgerust met een
inzittende passagier detectiesysteem,
altijd controleren dat het airbag-
uitgeschakeld OFF-indicatielampje
van de passagiersairbag brandt
als het installeren van een
achterwaarts gericht kinderzitje op de
passagierszitting niet te vermijden is.
Page 49 of 663

2–29
Belangrijke veiligheidsuitrusting
Kinderzitje
Voorwaarts gericht type
WAARSCHUWING
Nooit een voorwaarts gericht
peuterzitje op de verkeerde zitplaats
installeren:
Het installeren van een voorwaarts
gericht peuterzitje zonder eerst de
tabel “Geschiktheid van kinderzitjes
voor diverse zitposities” te raadplegen
is gevaarlijk. Een voorwaarts gericht
peuterzitje dat op de verkeerde zitting
wordt geïnstalleerd kan niet op de juiste
wijze worden bevestigd. Bij een botsing
zou het kind iets of iemand in de auto
kunnen raken en ernstig letsel kunnen
oplopen, mogelijk met dodelijke a À oop.
Controleer altijd dat het airbag-
uitgeschakeld OFF-indicatielampje van
de passagiersairbag brandt.
Alvorens u een kinderzitje op de
passagierszitting gaat installeren, de
passagierszitting zo ver mogelijk naar
achteren plaatsen:
Bij een botsing kan de kracht van een
airbag die wordt opgeblazen ernstig of
dodelijk letsel aan het kind toebrengen.
Controleer altijd dat het airbag-
uitgeschakeld OFF-indicatielampje van
de passagiersairbag brandt.
Installatiepositie van juniorenzitje
Een juniorenzitje wordt uitsluitend in de
voorwaarts gerichte positie gebruikt.
Zie de tabel “Geschiktheid van
kinderzitjes voor diverse zitposities” voor
de installatiepositie van een juniorenzitje
(pagina 2-31 ).
Page 50 of 663

2–30
Belangrijke veiligheidsuitrusting
Kinderzitje
WAARSCHUWING
Installeer altijd een juniorenzitje altijd
op de juiste zitplaats:
Het installeren van een juniorenzitje
zonder eerst de tabel “Geschiktheid van
kinderzitjes voor diverse zitposities”
te raadplegen is gevaarlijk. Een
juniorenzitje dat op de verkeerde zitting
wordt geïnstalleerd kan niet op de juiste
wijze worden bevestigd. Bij een botsing
zou het kind iets of iemand in de auto
kunnen raken en ernstig letsel kunnen
oplopen, mogelijk met dodelijke a À oop.
Alvorens u een kinderzitje op de
passagierszitting gaat installeren, de
passagierszitting zo ver mogelijk naar
achteren plaatsen:
*1
Bij een botsing kan de kracht van een
airbag die wordt opgeblazen ernstig of
dodelijk letsel aan het kind toebrengen.
Controleer altijd dat het airbag-
uitgeschakeld OFF-indicatielampje van
de passagiersairbag brandt.
*1 De achterste stand is voor het
installeren van bepaalde kinderzitjes
mogelijk niet geschikt.
Page 53 of 663

2–33
Belangrijke veiligheidsuitrusting
Kinderzitje
Kinderzitjes met veiligheidsgordelbevestiging
Kinderzitjegroep Leeftijdsgroep Gewichtsgroep Ty p e
kinderzitje
Passagierszitting
Zonder een
inzittende
passagier
detectiesysteem Met een inzittende passagier
detectiesysteem
(Airbag
ingeschakeld)(Airbag
uitgeschakeld)
GROEP 0 Tot ongeveer
9 maanden
oud Minder dan
10 kg Babyzitje X X U
GROEP 0
Tot ongeveer
2 jaar oud Minder dan
13 kg Babyzitje X X U
GROEP 1 Ongeveer 8
maanden tot
4 jaar oud 9 kg — 18 kg Peuterzitje L UF U
GROEP 2 Ongeveer 3
tot 7 jaar oud 15 kg — 25 kg
Juniorenzitje L UF U
GROEP 3 Ongeveer 6
tot 12 jaar
oud 22 kg — 36 kg
Juniorenzitje L UF U
Betekenis van de letters die in bovenstaande tabel worden gebruikt:
U = Geschikt voor “universeel” categorie kinderzitjes goedgekeurd voor gebruik in deze gewichtsgroep.
UF = Geschikt voor voorwaarts gerichte “universeel” categorie kinderzitjes goedgekeurd voor gebruik in deze
gewichtsgroep.
L = Raadpleeg voor de kinderzitjes die gecategoriseerd zijn in deze gewichtsgroep een deskundige reparateur, bij
voorkeur een of ¿ ciële Mazda reparateur.
Zie de accessoirecatalogus voor kinderzitjes die geïnstalleerd kunnen worden.
X = Zitpositie niet geschikt voor kinderen in deze gewichtsgroep.
(Zie de “Accessoirecatalogus” voor het installeren van een origineel Mazda kinderzitje.)
Page 57 of 663

2–37
Belangrijke veiligheidsuitrusting
Kinderzitje
1. Open het vouwdak.
2. Controleer of het contact uitgeschakeld
is.
3. Schuif de passagierszitting zo ver
mogelijk naar achteren (pagina
2-5 ).
*1
*1 Wellicht dient u voor het passend
maken van bepaalde kinderzitjes
de zitting een weinig naar voren te
schuiven en de rugleuning van de
zitting achterover te verstellen.
4. Let er op dat de rugleuning stevig
vergrendeld is door de rugleuning naar
achteren te duwen totdat deze volledig
vergrendeld is.
5. Maak de ruimte tussen het zitkussen
en de rugleuning een weinig groter
om de plaatsen van de Iso ¿ x-ankers te
bepalen.
OPMERKING
De markeringen boven de Iso ¿ x-ankers
geven de plaatsen van de Iso ¿ x-ankers
aan voor de bevestiging van een
kinderzitje.
6. Bevestig het kinderzitje met behulp
van de Iso ¿ x-ankers en volg daarbij
de instructies van de fabrikant van het
kinderzitje.
7. Zet het contact op ON en controleer dat
na het installeren van het kinderzitje
op de passagierszitting het airbag-
uitgeschakeld OFF-indicatielampje van
de passagiersairbag gaat branden.
Als het airbag-uitgeschakeld OFF-
indicatielampje van de passagiersairbag
niet brandt, het kinderzitje verwijderen,
het contact op OFF zetten en
vervolgens het kinderzitje opnieuw
installeren (pagina 2-54 ).
8. Als uw kinderzitje uitgerust is met een
spanriem, betekent dit waarschijnlijk
dat het voor de veiligheid van het kind
van groot belang is de spanriem stevig
te bevestigen. Volg bij het bevestigen
van spanriemen steeds nauwkeurig de
instructies van de fabrikant van het
kinderzitje (pagina 2-34 ).
Page 59 of 663

2–39
Belangrijke veiligheidsuitrusting
SRS airbags
Voorzorgsmaatregelen betreffende het aanvullende
beveiligingssysteem (SRS)
De aanvullende beveiligingssystemen (SRS) van de voor- en zijkant omvatten verschillende
typen airbags. Ga na met welke soorten airbags uw auto is uitgerust door de plaatsen
met de aanduiding “SRS AIRBAG” op te zoeken. Deze indicators zijn zichtbaar op de
plaats waar de airbags ingebouwd zijn.
De airbags zijn op de volgende plaatsen ingebouwd:
De stuurwielnaaf (bestuurderszijde-airbag)
Het dashboard aan de passagierszijde (passagierszijde-airbag)
De buitenste zijden van de rugleuningen van de zittingen (zij-airbags)
De aanvullende beveiligingssystemen van de airbags zijn bestemd voor het verlenen van
aanvullende bescherming in bepaalde situaties, zodat het gebruik van de veiligheidsgordels
op de volgende manieren altijd van belang is:
Zonder gebruik van de veiligheidsgordels kunnen de airbags geen voldoende bescherming
bieden tijdens een aanrijding. Gebruik van de veiligheidsgordels is van belang voor:
De passagier van een zich opblazende airbag vandaan te houden.
De kans op letsel tijdens een aanrijding waarbij de airbag niet wordt opgeblazen te
verminderen, zoals bij: over de kop slaan of aanrijdingen vanaf de achterzijde.
De kans op letsel te verminderen tijdens frontale, bijna frontale botsingen of aanrijdingen
vanaf de zijkant die niet ernstig genoeg zijn om de airbags op te blazen.
De kans om uit het voertuig te worden geslingerd te verminderen.
Vermindering van de kans op letsel aan het onderlichaam en benen tijdens een aanrijding,
aangezien de airbags voor deze lichaamsdelen geen bescherming bieden.
De bestuurder in een positie te houden waarbij een betere controle over de auto mogelijk
is.
Page 60 of 663

2–40
Belangrijke veiligheidsuitrusting
SRS airbags
Als uw auto is ook uitgerust met een inzittende passagier detectiesysteem, zie voor
bijzonderheden Inzittende passagier detectiesysteem (pagina 2-54 ).
Als uw auto is uitgerust met een inzittende passagier detectiesysteem, gaat het airbag-
uitgeschakeld indicatielampje van de passagiersairbag gedurende een bepaalde tijd branden
nadat het contact op ON is gezet.
Een kind dat te klein is om gebruik te kunnen maken van een veiligheidsgordel dient op de
juiste wijze beveiligd te worden via het gebruik van een kinderzitje (pagina 2-19 ).
Bepaal nauwkeurig welk kinderzitje voor uw kind noodzakelijk is en volg zowel de
richtlijnen voor installatie in dit instructieboekje als de instructies van de fabrikant van het
kinderzitje.
WAARSCHUWING
In auto's uitgerust met airbags dienen veiligheidsgordels gedragen te worden:
Het uitsluitend vertrouwen op de airbags voor bescherming tijdens een aanrijding
is gevaarlijk. Airbags alleen kunnen geen ernstig letsel voorkomen. De betreffende
airbags worden uitsluitend opgeblazen bij het eerste ongeval, zoals een frontale, bijna
frontale of zijdelingse botsing met een gematigde of grotere kracht. De inzittenden
dienen dus altijd hun veiligheidsgordels te dragen.
Controleer bij gebruik van een kinderzitje altijd dat het airbag-uitgeschakeld
OFF-indicatielampje van de passagiersairbag brandt (Met inzittende passagier
detectiesysteem):
Het vervoeren van een kind in een kinderzitje dat op de passagierszitting is geïnstalleerd
terwijl het airbag-uitgeschakeld OFF-indicatielampje van de passagiersairbag niet
brandt is uiterst gevaarlijk. Bij een ongeluk bestaat de kans dat een airbag wordt
opgeblazen en ernstig letsel, mogelijk met dodelijk a À oop, aan het kind toebrengt dat
in het kinderzitje vervoerd wordt. Controleer altijd dat het airbag-uitgeschakeld OFF-
indicatielampje van de passagiersairbag brandt.
Zie Inzittende detectiesysteem op pagina 2-54 .
Page 61 of 663

2–41
Belangrijke veiligheidsuitrusting
SRS airbags
WAARSCHUWING
Uiterst gevaarlijk! Gebruik nooit een achterwaarts gericht kinderzitje op de
passagierszitting welke voorzien is van een airbag die geactiveerd zou kunnen worden:
Gebruik NOOIT een achterwaarts gericht kinderzitje op een zitting die aan de voorzijde
door een ACTIEVE AIRBAG beveiligd is. Dit kan DODELIJK of ERNSTIG LETSEL
aan het KIND toebrengen.
Zelfs bij een gematigde botsing kan het kinderzitje door een activerende airbag geraakt
worden en met kracht naar achteren verplaatst worden, waardoor het kind ernstig
of dodelijk letsel zou kunnen oplopen. Als uw auto is uitgerust met een inzittende
passagier detectiesysteem, altijd controleren dat het airbag-uitgeschakeld OFF-
indicatielampje van de passagiersairbag brandt.
Ga niet te dichtbij de airbags van bestuurder en passagier zitten:
Het te dichtbij de airbagmodules van bestuurder en passagier zitten of er handen
of voeten op plaatsen is uiterst gevaarlijk. De airbags van bestuurder en passagier
worden met grote kracht en snelheid opgeblazen. Als iemand er zich te dichtbij bevindt
kan dit ernstig letsel veroorzaken. De bestuurder dient altijd alleen de rand van het
stuurwiel vast te houden. De passagier dient beide voeten op de vloer te houden. De
inzittenden dienen hun zittingen zover mogelijk naar achteren af te stellen en altijd
rechtop tegen de rugleuningen te zitten en op de juiste wijze gebruik te maken van de
veiligheidsgordels.
Bij auto's met zij-airbags niet te dicht bij een portier gaan zitten of tegen de portieren
leunen:
Het te dichtbij de zij-airbagmodules zitten of er handen op plaatsen is uiterst gevaarlijk.
Een zij-airbags wordt met grote kracht en snelheid rechtstreeks vanuit de buitenste
schouder van de rugleuning van de voorzitting opgeblazen en breidt zich uit langs het
voorportier aan de zijde waar de auto geraakt is. Ernstig letsel kan worden veroorzaakt
als iemand in de zittingen te dicht bij het portier zit of tegen een raam leunt. Ook
kan door tegen het portier in slaap te vallen of tijdens het rijden uit het raam van het
bestuurdersportier te hangen de zij-airbag geblokkeerd worden, waardoor de voordelen
van de aanvullende beveiliging ongedaan gemaakt worden. Geef de zij-airbags
voldoende ruimte om te functioneren door tijdens het rijden in het midden van de zitting
plaats te nemen en de veiligheidsgordels op de juiste wijze te dragen.
Page 62 of 663

2–42
Belangrijke veiligheidsuitrusting
SRS airbags
WAARSCHUWING
Ga in het midden van de zitting zitten en draag de veiligheidsgordels op de juiste wijze:
Het te dichtbij de zij-airbagmodules zitten of er handen op plaatsen of tegen het portier
geleund slapen of uit de ramen hangen is uiterst gevaarlijk. De zij-airbags worden
met grote kracht en snelheid direct langs het portier aan de zijde waar de auto geraakt
is opgeblazen. Als iemand zich te dicht bij het portier bevindt, kan dit ernstig letsel
veroorzaken. Geef de zij-airbags voldoende ruimte om te functioneren door tijdens het
rijden in het midden van de zitting plaats te nemen en de veiligheidsgordels op de juiste
wijze te dragen.
Bevestig geen voorwerpen op of in de buurt van de plaats waar de airbags van
bestuurder en passagier geactiveerd worden:
Het bevestigen van een voorwerp aan de airbagmodules van bestuurder en passagier
of iets voor de modules plaatsen is gevaarlijk. Bij een aanrijding zou het voorwerp de
activering van de voor-airbag kunnen hinderen en aan de inzittenden letsel kunnen
toebrengen.
Bevestig geen voorwerpen op of in de buurt van de plaats waar een zij-airbag
geactiveerd wordt:
Het bevestigen van voorwerpen aan de zitting op zodanige manier dat de buitenste zijde
van de zitting op enigerlei wijze wordt afgedekt, is gevaarlijk. Bij een aanrijding zou het
voorwerp de werking van de zij-airbag welke vanuit de buitenste zijde van de zittingen
wordt opgeblazen kunnen hinderen, waardoor de aanvullende beveiliging van het zij-
airbagsysteem ongedaan gemaakt wordt of de airbag in een richting kunnen sturen die
gevaarlijk is. Verder bestaat de kans dat de airbag opengesneden wordt en dat het gas
ontsnapt.
Hang geen opbergnetten, kaartzakjes of rugzakken met riemen aan de zittingen.
Gebruik nooit zittinghoezen op de zittingen. Houd de zij-airbagmodules in uw
zittingen steeds vrij van obstakels, zodat de zij-airbags bij een botsing vanaf de zijkant
ongehinderd in werking kunnen treden.
Raak nadat de airbags zijn opgeblazen de onderdelen van het aanvullend
beveiligingssysteem niet aan:
Aanraken van de onderdelen van het aanvullend beveiligingssysteem nadat de airbags
zijn opgeblazen is gevaarlijk. Onmiddellijk na het opblazen zijn deze bijzonder heet.
Hierdoor bestaat de kans op brandwonden.
Page 63 of 663

2–43
Belangrijke veiligheidsuitrusting
SRS airbags
WAARSCHUWING
Monteer dus nooit uitrusting aan de voorzijde van uw wagen:
Monteren van uitrusting aan de voorzijde van de wagen, zoals een frontale crashbar
(kangaroe crashbar, vee crashbar, aanduwstang, of dergelijke), sneeuwploeg of lieren
is gevaarlijk. Dit kan een nadelige invloed hebben op het systeem van de airbag crash
sensoren. Hierdoor zouden de airbags onvoorzien geactiveerd kunnen worden of wordt
verhinderd dat de airbags tijdens een aanrijding worden opgeblazen. De inzittenden
zouden als gevolg hiervan ernstig letsel kunnen oplopen.
Geen wijzigingen aan de vering aanbrengen:
Wijzigen van de vering van de wagen is gevaarlijk. Als de hoogte van de wagen of de
vering veranderd wordt, zal de wagen een botsing niet meer correct kunnen registreren,
hetgeen een onjuiste of onverwachte activering van de airbag tot gevolg kan hebben
waarbij de kans bestaat op ernstig letsel.
Breng geen wijzigingen aan een portier aan en laat geen beschadigingen onhersteld.
Laat een beschadigd portier altijd door een deskundige reparateur, bij voorkeur een
of ¿ ciële Mazda reparateur inspecteren:
Het aanbrengen van wijzigingen aan een portier of het niet herstellen van
beschadigingen is gevaarlijk. Elk van de portieren is voorzien van een zij-impactsensor
welke onderdeel vormt van het aanvullend beveiligingssysteem. Als gaten worden
geboord in een portier, een portierluidspreker blijvend wordt verwijderd, of een
beschadigd portier niet wordt hersteld, kan de werking van de sensor nadelig beïnvloed
worden zodat deze de druk van de impact van een zijdelingse botsing niet meer correct
kan bespeuren. Als een sensor een zijdelingse botsing niet correct kan bespeuren,
bestaat de kans dat de zij-airbags en de voorspanner van de veiligheidsgordel niet
normaal functioneren waardoor de inzittenden ernstig letsel kunnen oplopen.
Breng geen wijzigingen aan in het aanvullend beveiligingssysteem:
Het aanbrengen van wijzigingen in de onderdelen of de bedrading van het aanvullend
beveiligingssysteem is gevaarlijk. U kunt het per ongeluk in werking stellen of buiten
gebruik stellen. Breng geen enkele wijziging aan in het aanvullend beveiligingssysteem.
Hieronder vallen het aanbrengen van stuurbekleding, etiketten of wat dan ook op de
airbagmodules. Hieronder valt ook het installeren van extra elektrische apparatuur op
of nabij de onderdelen en de bedrading van het systeem. Een deskundige reparateur, bij
voorkeur een of ¿ ciële Mazda reparateur kan de speciale aandacht besteden die bij het
uitbouwen en inbouwen van de zittingen nodig is. Het is van belang de bedrading en
de aansluitingen van de airbag te beschermen om er voor te zorgen dat de airbags niet
per ongeluk in werking treden en dat de airbag-aansluiting van het inzittende passagier
detectiesysteem en de zittingen onbeschadigd blijft.