airbag OPEL ADAM 2015 Gebruikershandleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: OPEL, Model Year: 2015, Model line: ADAM, Model: OPEL ADAM 2015Pages: 229, PDF Size: 6.87 MB
Page 112 of 229

110Verlichting
Let op
Bij een ongeval waarbij de airbags geactiveerd worden gaat de vloer‐
verlichting automatisch aan.
Plafondverlichting
De spot in de binnenverlichting gaat
aan wanneer de koplampen worden
ingeschakeld.
De plafondverlichting verlicht de
schakelconsole indirect.
Sfeerverlichting
De sfeerverlichting bestaat uit indi‐
recte verlichting in de portieren, in het dashboard onder de verwarmings- en ventilatiemodule en in de voeten‐
ruimte van de passagier. 8 kleuren
kunnen worden geselecteerd via een
toets in de dakconsole.
Toets indrukken met ingeschakeld contact:
m één keer
kort indrukken=aan of uitS herhaalde‐
lijk kort
indrukken=de kleuren veran‐
deren stapsgewijsS lang
indrukken=kleuren verande‐
ren voortdurend
De sfeerverlichting kan met het kar‐
telwieltje A samen met de instrumen‐
tenverlichting worden gedimd 3 109.
De geselecteerde kleur blijft bij de vol‐
gende keer inschakelen van het con‐
tact.
De sfeerverlichting licht bij het uit‐
schakelen van het contact automa‐
tisch op en dooft na het openen van een portier. Toets m indrukken na uit‐
schakelen van het contact, de sfeer‐ verlichting blijft gedurende
60 minuten aan.
SterrenhemelDe sterrenhemel bestaat uit ongeveer
64 LED's. De intensiteit ervan kan
worden gedimd met een toets in de
dakconsole.
Page 130 of 229

128Rijden en bediening
■ Vergrendel de auto.
■ Diefstalalarmsysteem inschakelen.
■ Koelventilatoren kunnen ook na het
afzetten van de motor in werking treden 3 156.
■ Na een rit waarbij met hoge motor‐ toerentallen of met hoge motorbe‐
lasting werd gereden, de motor
vóór het afzetten gedurende een
korte tijd met lage belasting laten
draaien of gedurende ca.
30 seconden stationair laten
draaien om de turbolader te be‐
schermen.
Let op
Bij een ongeval waarbij airbags wor‐
den geactiveerd, wordt de motor au‐ tomatisch uitgeschakeld als het
voertuig binnen een bepaalde tijd tot
stilstand komt.Uitlaatgassen9 Gevaar
Motoruitlaatgassen bevatten het
giftige en bovendien kleur- en
geurloze koolmonoxide dat bij in‐
ademen levensgevaarlijk kan zijn.
Wanneer uitlaatgassen in de pas‐
sagiersruimte dringen, de ruiten openen. Oorzaak van de storing
door een werkplaats laten verhel‐
pen.
Niet met een geopende achterklep
rijden, aangezien er dan uitlaat‐
gassen de passagiersruimte bin‐
nen kunnen dringen.
Katalysator
De katalysator vermindert de hoe‐
veelheid schadelijke stoffen in de uit‐
laatgassen.
Voorzichtig
Het gebruik van andere brandstof‐ kwaliteiten dan die genoemd op
pagina 3 148, 3 213 kan aanlei‐
ding geven tot schade aan de ka‐
talysator en elektronische onder‐
delen.
Onverbrande benzine kan leiden
tot oververhitting van en schade
aan de katalysator. Daarom de startmotor niet onnodig lang laten
draaien, de tank niet leegrijden en
de motor niet door duwen of sle‐
pen proberen te starten.
Bij overslag, een onregelmatige mo‐
torloop, beperkingen van het motor‐
vermogen of andere ongewone sto‐
ringen, de oorzaak van de storing
meteen door een werkplaats laten
verhelpen. In noodgevallen kan er
korte tijd met matige snelheid en laag
motortoerental verder worden gere‐
den.
Page 222 of 229

220KlantinformatieRegistratie van
voertuigdata en privacy
Event Data Recorders
(EDR)
Gegevensopslagmodules in de
auto Een groot aantal elektronische com‐
ponenten van uw auto bevat gege‐
vensopslagnodules waarin techni‐
sche gegevens over de conditie van
de auto, gebeurtenissen en fouten tij‐ delijk of permanent worden opgesla‐
gen. Over het algemeen documen‐
teert de technische onformatie de
conditie van onderdelen, modules,
systemen of de omgeving:
■ Bedrijfsomstandigheden van sys‐ teemcomponenten (bv. vulniveaus)
■ Statusberichten van de auto en de componenten ervan (bv. aantal
wielomwentelingen / rotatiesnel‐
heid, afremming, dwarsacceleratie)
■ Storingen en defecten in belang‐ rijke systeemcomponenten■ Reacties van de auto in bepaalde rijsituaties (bv. afgaan van airbag,
activering van stabiliteitsregelsys‐
teem)
■ Omgevingsomstandigheden (bv. temperatuur)
Deze gegevens zijn uitsluitend tech‐
nisch en helpen fouten identificeren
en corrigeren alsook de functies van
de auto optimaliseren.
Bewegingsprofielen die afgelegde
routes aangeven, kunnen niet met deze gegevens worden gemaakt.
Als diensten worden gebruikt (bv. re‐
paraties, serviceprocessen, garantie‐
gevallen, kwaliteitsborging) kunnen
medewerkers van het servicenetwerk (met inbegrip van de fabrikant) deze
technische informatie lezen in de ge‐
beurtenis- en foutgegevensopslag‐
modules waarbij speciale diagnosti‐
sche apparaten worden gebruikt. Zo
nodig ontvangt u verdere informatie
bij deze werkplaatsen. Nadat een fout gecorrigeerd is, worden de gegevens uit de foutopslagmodule verwijderd of
worden ze constant overschreven.Bij gebruik van de auto kunnen zich
situaties voordoen waarin deze tech‐
nische gegevens die samenhangen
met andere informatie (rapport over
aanrijding, schade aan de auto, ver‐
klaring van getuigen enz.) in verband kunnen worden gebracht met een
specifieke persoon - mogelijk met de
hulp van een expert.
Extra functies die contractueel zijn overeengekomen met de klant (bv.
plaats van auto in noodgevallen) ma‐
ken de overdracht van bepaalde au‐
togegevens uit de auto mogelijk.
Page 224 of 229

222TrefwoordenlijstAAanbevolen vloeistoffen en smeermiddelen ..............206, 210
Aanduidingen op banden ..........179
Aansteker .................................... 79
Accessoires en modificaties van auto ........................................ 155
Accu ........................................... 160
Achterlichten .............................. 167
Achterruitverwarming ................... 30
Achteruitrijlichten .......................109
Afmetingen auto ........................216
Airbag deactiveren ....................... 45 Airbag-deactivering ...................... 86
Airbag en gordelspanners ...........86
Airbaglabel.................................... 40
Airbagsysteem ............................. 40
Airconditioning ........................... 114
Airconditioning regelmatig aanzetten ............................... 122
Alarmknipperlichten ...................107
Algemene richtlijnen voor het rijden ....................................... 123
Andere auto slepen ...................200
Antiblokkeersysteem .................129
Antiblokkeersysteem (ABS) .........87
Asbakken ..................................... 79
Autogegevens ............................ 210
Autokrik....................................... 177Automatische dimfunctie .............28
Automatische verlichting ............ 106
Automatisch vergrendelen ...........23
Auto ontgrendelen .........................6
Auto slepen ................................ 198
Auto stallen ................................. 155
B Bagageruimte ........................ 24, 64
Bagageruimte-afdekking .............65
Bandenreparatieset ...................185
Bandenspanning .......................179
Bandenspanningscontrolesys‐ teem .................................. 88, 180
Bandenspanningswaarden ........218
Batterijspanning .........................100
Bedieningsorganen ......................72
Bekerhouders .............................. 52
Bekleding .................................... 204
Beladingsinformatie .....................70
Beslagen lampglazen ................109
Bestuurdersondersteuningssys‐ temen ...................................... 134
Beveiliging van de auto ................25
Binnenspiegels ............................. 28
Binnenverlichting ...............109, 171
Blindehoeksysteem ....................146
Bolle vorm .................................... 27
Boordgereedschap .....................177
Boordinformatie ........................... 97
Page 225 of 229

223
Brandstof.................................... 148
Brandstofkeuzeschakelaar ..........81
Brandstofmeter ............................ 81
Brandstofverbruik - CO 2-uitstoot 154
Brandstof voor benzinemotoren 148
Brandstof voor rijden op LPG .....148
Buitenspiegels .............................. 27
Buitentemperatuur .......................76
Buitenverlichting .........................105
C Car Pass ...................................... 19
Centrale vergrendeling ................21
Claxon ................................... 13, 73
Code ............................................. 97
Colour-Info-Display .......................95
Conformiteitsverklaring ...............219
Contactslotstanden ....................124
Controlelampen ......................80, 83
Controle over de auto ................123
Controles .................................... 156
Cruise control ...................... 89, 134
D Dagrijlicht ................................... 107
Dagteller ...................................... 80
Dakbelasting ................................. 70
Dakdrager .................................... 69
Diefstalalarmsysteem ..................25
Dimlicht of grootlicht ...................105Draagsysteem achterzijde ............54
Driepuntsgordel ........................... 39
Driver Information Center .............90
E Eerste hulp ................................... 69
Elektrisch bediende ruiten ...........28
Elektrische aansluitingen .............79
Elektrische verstelling ..................27
Elektrisch systeem...................... 172
Elektronische stabiliteitsregeling en Traction Control-systeem .....88
Elektronische stabiliteitsregeling (ESC) ...................................... 132
Elektronisch klimaatregelsysteem ..............116
Event Data Recorders (EDR) .....220
F
Fietsendrager ............................... 54
Flex-Fix-systeem .......................... 54
Frontaal airbagsysteem ...............43
G
Gebruik van deze handleiding .......3
Geluidssignalen ........................... 99
Gereedschap ............................. 177
Gevaar, Waarschuwing en Voorzichtig ................................. 4
Gevarendriehoek .........................68Gloeilamp vervangen ................162
Gordels ......................................... 37
Gordelverklikker ........................... 85
Gordijnairbagsysteem .................. 44
Graphic-Info-Display .....................96
Grootlicht ............................. 89, 106
H Halogeenkoplampen .................162
Handgeschakelde versnellingsbak ......................129
Handmatige dimfunctie ................28
Handrem ............................. 129, 130
Handschoenenkastje ...................52
Handzender ................................. 20
Hellingrem ................................. 131
Hoofdsteunen .............................. 33
Hoofdsteunverstelling ....................8
I
Inbouwposities kinderveilig‐ heidssystemen ......................... 48
Info-Displays ................................. 90
Inhouden ................................... 217
Inklapbare spiegels .....................27
Inleiding ......................................... 3
Instapverlichting ......................... 111
Instrumentengroep ......................80
Instrumentenverlichting .............172
Page 228 of 229

226
Zekeringenkastinstrumentenpaneel ...............175
Zonnedak ..................................... 31 Zonnekleppen .............................. 30
Zijdelings airbagsysteem .............44
Zijmarkeringslichten.................... 105 Zijrichtingaanwijzers ..................170