display OPEL ADAM 2017 Gebruikershandleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: OPEL, Model Year: 2017, Model line: ADAM, Model: OPEL ADAM 2017Pages: 249, PDF Size: 7.36 MB
Page 161 of 249

Rijden en bediening159
Het blindehoeksysteem werkt bij
snelheden van 10 km/u tot 140 km/u. Bij snelheden hoger dan 140 km/u
wordt het systeem inactief, aangege‐
ven door de verlichte waarschuwings‐ symbolen B in beide buitenspiegels.
Als de snelheid weer wordt verlaagd,
verdwijnen de waarschuwingssym‐
bolen. Als een auto dan in de blinde
zone wordt waargenomen, worden de
waarschuwingssymbolen B als
normaal verlicht aan de betreffende
zijde.
Als de auto wordt gestart, lichten beide displays in de buitenspiegels
kort op om aan te geven dat het
systeem operationeel is.
U kunt het systeem activeren of deac‐ tiveren op het Info-Display, Persoon‐
lijke instellingen 3 102.
De deactivering wordt aangegeven
met een tekst op het Driver Informa‐
tion Centre.
Detectiezones
De detectiezones beginnen bij de
achterbumper en strekken zich ong.
drie meter naar achteren en naar de
zijkanten uit. De zone is tussen onge‐
veer 0,5 meter en twee meter hoog,
vanaf de grond.
Het blindehoeksysteem is ontworpen om stilstaande voorwerpen, zoals
vangrails, lantaarnpalen, stoepran‐
den, muren en balken te negeren.
Geparkeerde voertuigen of tege‐
moetkomende voertuigen worden
niet gedetecteerd.
Storing
Het kan soms voorkomen dat het systeem geen signaal afgeeft, bij
natte weersomstandigheden zal dit
vaker optreden.Het blindehoeksysteem werkt niet als de bumper aan de linker- of rechter‐
zijde vervuild is met modder, vuil,
sneeuw, ijs, slijk, of tijdens hevige
regenval. Instructies voor reinigen
3 212.
Bij een storing in het systeem of als het systeem door tijdelijke omstan‐digheden niet operationeel is, dan
verschijnt er een melding in het Driver
Information Centre. De hulp van een
werkplaats inroepen.
Page 189 of 249

Verzorging van de auto187Zekeringenkast
instrumentenpaneel
De zekeringenkast zit achter de licht‐ schakelaar in het instrumentenpa‐
neel.
Pak de handgreep vast en trek de
lichtschakelaar omlaag.
Nr.Stroomkring1–2–3Elektrische ruitbedieningNr.Stroomkring4Spanningsomvormer5Carrosserieregelmodule 16Carrosserieregelmodule 27Carrosserieregelmodule 38Carrosserieregelmodule 49Carrosserieregelmodule 510Carrosserieregelmodule 611Carrosserieregelmodule 712Carrosserieregelmodule 813–14Achterklep15Diagnosestekker16Datalinkverbinding17Ontsteking18Airconditioning19Audioversterker20Parkeerhulp21Remschakelaar22Audiosysteem23Display
Page 217 of 249

Verzorging van de auto215OnderstelSommige delen van de bodemplaatzijn voorzien van een beschermende
pvc-laag, terwijl er op andere delen
een duurzame beschermende
waslaag is aangebracht.
De bodemplaat na het schoonspuiten
controleren en zo nodig een nieuwe
waslaag laten aanbrengen.
Bitumineuze/rubber materialen
kunnen de pvc-laag aantasten. Werk‐ zaamheden aan de bodemplaat door
een werkplaats laten uitvoeren.
De bodemplaat vóór en ná de winter
schoonspuiten en daarna de
beschermende waslaag laten contro‐
leren.
Vloeibaar-gassysteem9 Gevaar
Vloeibaar gas is zwaarder dan
lucht en kan zich op lage punten
verzamelen.
Wees voorzichtig wanneer u in
een werkkuil aan het chassis
werkt.
Voor lakwerk en bij gebruik van een
droogcabine bij een temperatuur
boven 60 °C moet de LPG-tank
worden verwijderd.
Breng geen wijzigingen aan het vloei‐
baar-gassysteem aan.
Draagsysteem achteraan Reinig minstens een keer per jaar het
draagsysteem achteraan met een
stoomlans of hogedrukreiniger.
Wanneer u het draagsysteem achter‐ aan niet regelmatig gebruikt, moet u
het vooral in de winter af en toe bedie‐ nen.
Verzorging interieur
Interieur en bekleding Interieur van de auto inclusief instru‐
mentenpaneel en bekleding alleen
met een droge doek of interieurreini‐
ger schoonmaken.
Reinig de lederen bekleding met
zuiver water en een zachte doek.
Gebruik een reinigingsmiddel voor leder als de bekleding erg vuil is.Instrumentengroep en de displays
alleen met een zachte, vochtige doek reinigen. Gebruik zo nodig water en
milde zeep.
Stoffen bekleding met een stofzuiger
en een borstel reinigen. Vlekken met
een bekledingreiniger verwijderen.
Het weefsel van de stof is wellicht niet
kleurvast. Dit kan zichtbare verkleu‐
ringen veroorzaken, met name op lichtgekleurde bekleding. Reinig
verwijderbare vlekken en verkleurin‐
gen zo spoedig mogelijk.
Veiligheidsgordels met lauw water of
een interieurreiniger schoonmaken.Voorzichtig
Klittenbandsluitingen sluiten
omdat geopende klittenbandslui‐
tingen schade aan de stoelbekle‐
ding kunnen toebrengen.
Hetzelfde geldt voor kledingstuk‐
ken met scherpe voorwerpen
zoals ritssluitingen, riemen of spij‐ kerbroeken met metalen accen‐
ten.
Page 219 of 249

Service en onderhoud217Service en
onderhoudAlgemene informatie ..................217
Service-informatie ...................217
Aanbevolen vloeistoffen, smeer‐ middelen en onderdelen ............218
Aanbevolen vloeistoffen en smeermiddelen .......................218Algemene informatie
Service-informatie
Het is voor de bedrijfs- en verkeers‐ veiligheid en voor het behoud van de
waarde van uw auto belangrijk dat
alle servicewerkzaamheden met de
voorgeschreven intervallen worden
uitgevoerd.
Het uitgebreide bijgewerkte service‐
schema voor uw auto is beschikbaar in de werkplaats.
Servicedisplay 3 84.
Europese service-intervallen
Aan het voertuig moet om de
30.000 km onderhoud gepleegd
worden, of na 1 jaar, wat het eerst
voorkomt, tenzij anders vermeld op
het service-display.
Bij een zwaardere belasting, bijv. bij taxi's en politievoertuigen, geldt
wellicht een korter onderhoudsinter‐
val.
De Europese service-intervallen
gelden voor de volgende landen:Andorra, België, Bosnië-Herzego‐ vina, Bulgarije, Cyprus, Denemarken,
Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Groenland, Groot-Brit‐
tannië, Hongarije, Ierland, IJsland,
Italië, Kroatië, Letland, Liechtenstein, Litouwen, Luxemburg, Macedonië,
Malta, Monaco, Montenegro, Neder‐
land, Noorwegen, Oostenrijk, Polen,
Portugal, Roemenië, San Marino,
Servië, Slovenië, Slowakije, Spanje,
Tsjechische Republiek, Zweden,
Zwitserland.
Servicedisplay 3 84.
Internationale service-intervallen
Aan het voertuig moet om de
15.000 km onderhoud gepleegd
worden, of na 1 jaar, wat het eerst
voorkomt, tenzij anders vermeld op
het service-display.
Er is sprake van zware bedrijfsom‐
standigheden als een of meer van de volgende situaties vaak voorkomt-/
en: Koude starts, vaak stoppen en
optrekken, rijden met een aanhanger,
rijden in de bergen, rijden op slechte
en rulle wegdekken, ernstige lucht‐
vervuiling, zand en veel stof in de
Page 220 of 249

218Service en onderhoudlucht, rijden op grote hoogtes en
aanzienlijke temperatuurwisselingen.
In deze zware omstandigheden
moeten bepaalde onderhoudswerk‐ zaamheden wellicht vaker dan met
het reguliere service-interval worden
verricht.
De internationale service-intervallen gelden voor de landen die niet tot de
groep behoren waarvoor de Euro‐
pese service-intervallen werden
opgesteld.
Servicedisplay 3 84.
Registraties Uitgevoerde service wordt geregi‐
streerd op de daarvoor bestemde
plaatsen in het Service- en garantie‐
boekje. De datum en afgelezen kilo‐
meterstand worden bevestigd met
stempel en handtekening van de
uitvoerende werkplaats.
Zorg ervoor dat het Service- en
garantieboekje correct wordt inge‐
vuld, omdat een sluitend bewijs van
service essentieel is bij aanspraken
op garantie of goodwill en tevens een
pluspunt is bij verkoop van de auto.Service-interval met resterende
levensduur van motorolie
De service-interval is gebaseerd op
diverse parameters afhankelijk van
het gebruik.
Het service-display meldt wanneer de motorolie moet worden ververst.
Servicedisplay 3 84.Aanbevolen
vloeistoffen,
smeermiddelen en onderdelen
Aanbevolen vloeistoffen en smeermiddelen
Gebruik uitsluitend producten die aan de aanbevolen specificaties voldoen.9 Waarschuwing
Bedrijfsvloeistoffen zijn gevaarlijk
en mogelijk giftig. Voorzichtig
hanteren. Informatie op de verpak‐ king in acht nemen.
Motorolie
Motorolie wordt ingedeeld op basis van de kwaliteit en de viscositeit. Bij
de keuze van motorolie is kwaliteit
belangrijker dan viscositeit. Door de
oliekwaliteit blijft o.a. de motor
schoon, is de slijtage minimaal en
veroudert de olie minder snel. De
Page 245 of 249

243Brandstof.................................... 160
Brandstofkeuzeschakelaar ..........83
Brandstofmeter ............................ 83
Brandstofverbruik - CO 2-uitstoot. 165
Brandstof voor benzinemotoren 160
Brandstof voor rijden op LPG .....160
Buitenspiegels .............................. 28
Buitentemperatuur .......................77
Buitenverlichting .........................110
C Car Pass ...................................... 21
Centrale vergrendeling ................22
Claxon ................................... 13, 75
Code ............................................. 99
Colour-Info-Display .......................98
Conformiteitsverklaring ...............233
Contactslotstanden ....................129
Controlelampen ......................82, 85
Controle over de auto ................128
Controles .................................... 169
Cruise control ...................... 92, 145
D Dagrijlicht ................................... 112
Dagteller ...................................... 82
Dakbelasting ................................. 71
Dakdrager .................................... 70
Diefstalalarmsysteem ..................26
Dimlicht of grootlicht ...................110
Draagsysteem achterzijde ............55Driepuntsgordel ........................... 40
Driver Information Center .............92
E Eerste hulp ................................... 70
Elektrisch bediende ruiten ...........30
Elektrische aansluitingen .............80
Elektrische verstelling ..................28
Elektrisch systeem...................... 184
Elektronische rijprogramma's ....139
Elektronische stabiliteitsregeling en Traction Control-systeem .....90
Elektronische stabiliteitsregeling (ESC) ...................................... 143
Elektronische stabiliteitsregeling UIT ...............90
Elektronisch klimaatregelsysteem ..............121
Erkenning van software ..............235
Event Data Recorders (EDR) .....239
F
Fietsendrager ............................... 55
Flex-Fix-systeem .......................... 55
Frontaal airbagsysteem ...............45
G Geautomatiseerde versnellingsbak .......................136
Gebruik van deze handleiding .......3
Gedeponeerde handelsmerken ..238Geluidssignalen .........................101
Gereedschap ............................. 188
Gevaar, Waarschuwing en Voorzichtig ................................. 4
Gevarendriehoek .........................69
Gloeilamp vervangen ................175
Gordels ......................................... 39
Gordelverklikker ........................... 87
Gordijnairbagsysteem .................. 46
Graphic-Info-Display .....................98
Grootlicht ............................. 92, 111
H Halogeenkoplampen .................175
Handgeschakelde modus ..........139
Handgeschakelde versnellingsbak ......................135
Handmatige dimfunctie ................29
Handrem ............................. 140, 141
Handschoenenkastje ...................53
Handzender ................................. 21
Hellingrem ................................. 141
Hoofdsteunen .............................. 34
Hoofdsteunverstelling ....................8
I Inbouwposities kinderveilig‐ heidssystemen ......................... 49
Inductief opladen ..........................80
Info-Displays ................................. 92
Inhouden ................................... 231
Page 246 of 249

244Inklapbare spiegels .....................29
Inleiding ......................................... 3
Instapverlichting ......................... 116
Instrumentengroep ......................82
Instrumentenverlichting .............183
Interieurverlichting ......................114
ISOFIX- kinderveiligheidssystemen ........52
K Katalysator ................................. 134
Kentekenverlichting ...................182
Keuzehendel ............................. 137
Kilometerteller .............................. 82
Kinderveiligheids-systemen ..........48
Klimaatregeling ............................ 15
Klimaatregelsystemen ................118
Klok .............................................. 78
Koelvloeistof .............................. 171
Koelvloeistof en antivries ............218
Koelvloeistoftemperatuurmeter ...83
Koplampinstelling in het buitenland .............................. 112
Koplampverstelling ....................112
L
Laadsysteem ............................... 88
Lekke band ................................. 201
Lichtschakelaar .......................... 110
Lichtsignaal ................................ 111
Luchtinlaat ................................. 127M
Meters........................................... 82
Midlevel-display ............................ 92
Mistachterlicht .............................. 92
Mistachterlichten ........................ 113
Motorgegevens .......................... 226
Motor-ID...................................... 222
Motorkap .................................... 169
Motorolie .................... 170, 218, 223
Motoroliedruk ............................... 91
Motor starten ..................... 130, 136
N Nieuwe auto inrijden ..................129
O
Obstakeldetectiesystemen .........148
Olie, motor .......................... 218, 223
OnStar ........................................ 105
Ontlaadbeveiliging accu ............117
Opbergruimte................................ 53
Opbergruimte achter..................... 66
Opbergruimte voor........................ 54
Opbergvakken .............................. 53
Opgeslagen instellingen ...............22
Opschakelen................................. 90 Overzicht instrumentenpaneel .....10
P Panne ......................................... 210
Panoramadak .............................. 33Parkeerhulp ............................... 148
Parkeerlichten ............................ 113
Parkeren .............................. 18, 133
Park pilot met ultrasoonsensoren 148
Pedaal intrappen .......................... 89
Persoonlijke instellingen ............102
Pollenfilter .................................. 127
Portieren ....................................... 25
Portier open ................................. 92
Prestaties ................................... 228
Profieldiepte ............................... 195
R Radiofrequentie-identificatie (RFID) ..................................... 240
Regelbare instrumentenverlichting ...........114
Registratie van voertuigdata en privacy ..................................... 239
Remassistentie .......................... 141
Rem- en koppelingssysteem .......89
Rem- en koppelingsvloeistof ......218
Remmen ............................ 140, 172
Remvloeistof .............................. 172
Reparatie ongevalschade ...........235
Reservewiel ............................... 204
Richtingaanwijzer ........................87
Richtingaanwijzers ..................... 113
Richtingaanwijzers vooraan ......177
Rugleuning neerklappen .............37
Page 247 of 249

245Ruiten........................................... 30
Rijregelsystemen ........................142
Rijverlichting .......................... 12, 92
S
Service ....................................... 127
Service-display ............................ 84
Service-indicatie .......................... 89
Service-informatie ...................... 217
Sjorogen ...................................... 69
Sleutel, opgeslagen instellingen ...22
Sleutels ........................................ 20
Sleutels, sloten ............................. 20
Sneeuwkettingen .......................196
Snelheidsbegrenzer ...................147
Snelheidsmeter ............................ 82 Spiegelverstelling ..........................8
Sproeiervloeistof ........................171
Stadsmodus................................ 144
Startbeveiliging ......................28, 92
Starten en bedienen ...................129
Starthulp gebruiken ...................208
Stoelpositie .................................. 35
Stoelverstelling ........................7, 36
Stoelverwarming ........................... 39
Stop/Start-systeem .....................131
Storing ....................................... 139
Storingsindicatielamp ..................89
Sturen ......................................... 129
Stuurbedieningsknoppen .............74Stuurbekrachtiging........................ 90
Stuurwiel instellen .......................... 9
Stuurwielverstelling ...................... 74
Symbolen ....................................... 4
T
Tanken ....................................... 162
Te laag brandstofpeil ...................91
Toerenteller ................................. 82
Top-Tether-bevestigingsogen ......52
Traction Control .........................142
Trekken....................................... 210
Typeplaatje ................................ 222
U Uitlaatgassen ............................. 134
Uitrol-brandstofafsluiter .............130
Uitstapverlichting .......................116
Ultrasoonparkeerhulp ..................90
Uplevel-display ............................. 92
Uw autogegevens ..........................3
V Van banden- en velgmaat veranderen ............................. 196
Vaste luchtroosters ....................126
Veiligheidsgordel ...........................8
Veiligheidsgordels .......................39
Velgen en banden .....................189
Ventilatie ..................................... 118
Ventilatieopeningen ....................126Verbanddoos ............................... 70
Vergrendelingssysteem ...............26
Versnellingsbak ........................... 16
Versnellingsbakdisplay ..............136
Verstelbare luchtroosters ........... 126
Vertraagde uitschakeling stroom 129
Verwarmde spiegels ....................29
Verwarmd stuurwiel .....................74
Verwarming ................................. 39
Verwarmings- en ventilatiesysteem .................... 118
Verwerking van sloopauto .........168
Verzorging .................................. 212
Verzorging exterieur ..................212
Verzorging interieur ...................215
Vloerafdekking bagageruimte ......67
Voertuiggewicht .........................229
Voertuigidentificatienummer ......221
Voordat u wegrijdt ........................ 17 Voorruit ......................................... 30
Voorstoelen .................................. 35
W
Waarschuwingslichten ..................82
Werkzaamheden uitvoeren .......169
Wieldoppen ................................ 196
Wiel verwisselen ........................201
Winterbanden ............................ 189
Wis-/wasinstallatie .......................14
Wis-/wasinstallatie achterruit .......77