airbag OPEL AMPERA 2015 Gebruikershandleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: OPEL, Model Year: 2015, Model line: AMPERA, Model: OPEL AMPERA 2015Pages: 213, PDF Size: 5.25 MB
Page 160 of 213

158Verzorging van de auto
Wanneer de motor ten minste
1 minuut niet heeft gedraaid, is het
maximale vloeistofpeil bovenaan het
reservoirhuis. Wanneer de motor
draait, moet het vloeistofpeil binnen het juiste bereik tussen de merkjes
MIN en MAX staan. Laat het hydrau‐
lische systeem op lekkage inspecte‐
ren als dat niet het geval is.
Controleer na werkzaamheden aan
het hydraulische remsysteem of het
oliepeil bij een draaiende motor op
het juiste peil tussen de merkjes MIN
en MAX staat.
Gebruik uitsluitend hoogwaardige,
voor de auto goedgekeurde remvloei‐ stof. De hulp van een werkplaats in‐
roepen.
Remvloeistof 3 192.
Accu9 Gevaar
Alleen een geschoolde onder‐
houdsmonteur met de juiste ken‐
nis en gereedschappen mag de
hoogspanningsaccu inspecteren,
testen of vervangen.
Raadpleeg een werkplaats als de
hoogspanningsaccu onderhoud
vergt.
Deze auto heeft een hoogspannings‐
accu en een standaard 12 V-accu.
Na een botsing kan het sensorsys‐
teem het hoogspanningssysteem af‐
sluiten. In dit geval wordt de hoog‐
spanningsaccu ontkoppeld en start
de auto niet. Er verschijnt een onder‐ houdsmelding op het Driver Informa‐
tion Centre (DIC). Bied de auto bij eenwerkplaats aan voor onderhoud voor‐
dat u deze weer gebruikt.
Als eer een airbag geactiveerd is
3 203.
Voor minder direct zonlicht op uw
auto en een langere levensduur van
de hoogspanningsaccu is er een dek‐ zeil bij uw Opel Partner verkrijgbaar.
Uw Opel Ampera dealer kan u vertel‐ len hoe u de hoogspanningsaccu
kunt recyclen.
Laat de auto op het stopcontact aan‐
gesloten, ook na het volledig opladen,
om de hoogspanningsaccu voor de
volgende rit op temperatuur te hou‐
den. Dit is met name bij extreem hoge of lage temperaturen van belang.
Vermeld het vervangingsnummer op
het label van de originele accu als u
een nieuwe 12 V-accu nodig hebt. De
auto heeft een Absorbed Glass Mat
(AGM) 12 V -accu. Bij het gebruik van
een standaard 12 V-accu gaat de 12 V-accu minder lang mee. Let op:
bij het gebruik van een 12 V-accuo‐
plaadapparaat op de 12 V -AGM-accu
heeft het oplaadapparaat wellicht een
Page 168 of 213

166Verzorging van de auto
Minizeke‐
ringenGebruik1Motorregelmodule -
geschakeld
vermogen2Emissie3–4Bobines / verstui‐
vers5Kolomslot6–7–Minizeke‐
ringenGebruik8–9Verwarmde spie‐
gels10Regelmodule airco11Omzettermodule
tractievermogen -
accu12–13Cabineverwar‐
mingspomp en -klep14Diefstalalarm -
sirene15Omzettermodule
tractievermogen en
transmissieregel‐
module - accu17Motorregelmodule -
accu22Grootlicht links24–25–Minizeke‐
ringenGebruik26Diefstalalarm -
claxon31–32Ronddraaien -
sensor- en diagno‐
semodule, instru‐
mentengroep,
display passagiers‐
airbag, schakelaar
koplamphoogtere‐
geling, automatisch
dimmende achter‐
uitkijkspiegel33Ronddraaien -
regelmodule boord‐
integratie34Regelmodule
boordintegratie -
accu35–36Elektrische koel‐
vloeistofpomp elek‐
tronica
Page 171 of 213

Verzorging van de auto169
ZekeringenGebruikF6Airbag (sensor- en
diagnosemodule)F7Primaire datalinkcon‐
nector links (auto met
stuur links), secundaire
datalinkconnector links
(auto met stuur rechts)F8Kolomslot (auto met
stuur links)F9Telefoon met hand‐
sfreefunctieF10Carrosserieregelmo‐
dule 1/elektronica
carrosserieregelmo‐
dule/afstandsbedie‐
ning/vermogensmodus/
derde remlicht/ kente‐
kenverlichting/dagrij‐
licht links/contourver‐
lichting links/ relaisrege‐ ling ontgrendeling
achterklep/ relaisrege‐
ling sproeierpomp/
schakelaarverklikker‐
lichtjesZekeringenGebruikF11Carrosserieregelmo‐ dule 4/koplamp linksF12Aanjager (auto met
stuur links)F13–F14–F1512 V-aansluiting (vloer‐
console binnen/vloer‐
console achter)F16–F17–F18–
Bouw de klep opnieuw in door eerst
de onderste nok erin te steken en druk de klep terug op de oorspronke‐
lijke positie.
Zekeringenkast
instrumentenpaneel op het
rechter uiteinde
De rechter zekeringenkast instru‐
mentenpaneel bevindt zich op het
rechter uiteinde van het instrumen‐
tenpaneel. Trek de klep van de zeke‐ ringenkast eruit voor toegang tot de
zekeringen.
In de zekeringhouder in de motor‐
ruimte zit een zekeringtrekker.
Page 207 of 213

Klantinformatie205
■ Reacties van de auto in specifiekeverkeerssituaties (bijv. ontplooien
van een airbag, activeren van de
stabiliteitsregeling)
■ Omgevingscondities (bijv. tempe‐ ratuur)
Deze gegevens zijn uitsluitend tech‐ nisch en helpen bij het identificeren
en corrigeren van fouten en het opti‐
maliseren van boordfuncties.
Bewegingsprofielen die op afgelegde
routes duiden, kunnen niet met deze
gegevens worden aangemaakt.
Als er services worden gebruikt (bijv.
reparatiewerkzaamheden, onder‐
houdsprocessen, garantieclaims,
kwaliteitsborging), kunnen medewer‐
kers van het servicenetwerk (inclusief de fabrikant) deze technische infor‐
matie met speciale diagnoseappara‐
tuur uit de voorvaal- en foutgege‐
vensopslagmodules aflezen. Raad‐
pleeg desgewenst deze werkplaat‐
sen voor meer informatie. Na het cor‐
rigeren van een fout worden de ge‐
gevens gewist uit de foutopslagmo‐
dule of worden ze constant over‐ schreven.Bij het gebruik van deze auto kunnen
er zich situaties voordoen waarin
deze technische gegevens in ver‐
band met andere informatie (o.a. on‐
gevalmelding, schade aan de auto,
getuigenverklaringen) met een per‐
soon kunnen worden geassocieerd -
mogelijk met behulp van een expert.
Bij extra contractueel met de klant
overeengekomen functies (bijv. loka‐
liseren van de auto in noodgevallen)
mogen er bepaalde gegevens m.b.t.
de auto vanuit de auto worden ver‐
zonden.Radiofrequentie-
identificatie (RFID)
RFID-technologie wordt in sommige
voertuigen gebruikt voor functies
zoals de controle van de banden‐
spanning en beveiliging van het ont‐
stekingssysteem. Het wordt ook sa‐
men gebruikt met apparaten zoals
handzenders voor het vergrendelen/
ontgrendelen van de deuren en star‐
ten en zenders in de auto voor het
openen van garagedeuren. RFID-
technologie in Opel-voertuigen ge‐
bruikt geen persoonlijke informatie,
houdt ze niet bij of koppelt deze niet
aan andere Opel-systemen die per‐
soonlijke informatie bevatten.
Page 208 of 213

206TrefwoordenlijstAAan/Uit-knop ............................... 108
Aanbevolen vloeistoffen en smeermiddelen ..............192, 196
Aanduidingen op banden ..........172
Accessoires en modificaties van auto ........................................ 150
Accu ........................................... 158
Accumeter .................................... 71
Achterbank de rugleuning neerklappen .......62
Achterlichten .............................. 161
Achterruitverwarming ................... 36
Achteruitkijkcamera ...................131
Achteruitrijlichten .................95, 161
Actieradius totaal ..........................72
Afmetingen auto ........................200
Airbag deactiveren ....................... 51
Airbag-deactivering ...................... 76
Airbag en gordelspanners ...........75
Airbagsysteem ............................. 46
Alarmknipperlichten .....................94
Algemene informatie .................. 149
Algemene richtlijnen voor het rijden ....................................... 107
Andere auto slepen ...................187
Antiblokkeersysteem .................118
Antiblokkeersysteem (ABS) .........78
Armsteun ...................................... 61Armsteun met opbergruimte ........60
Autogegevens ............................ 196
Automatische dimfunctie .............33
Automatische verlichting .............. 92
Automatisch geregelde airconditioning .......................... 98
Automatisch vergrendelen ...........26
Auto ontgrendelen .........................6
Auto optakelen ........................... 150
Auto slepen ................................ 186
Auto stallen ................................. 151
AUX-ingang .................................. 60
B Bagageruimte ........................ 27, 62
Bagageruimte-afdekking .............63
Banden ...................................... 172
Bandenreparatieset ...................178
Bandenspanning .......................173
Bandenspanningscontrolesys‐ teem .................................. 79, 174
Bandenspanningswaarden ........202
Bediening ........................... 112, 116
Bedieningsorganen ......................66
Bedrijfsmodi elektrisch voertuig. .......................................... 17, 112
Bekerhouders .............................. 59
Bekleding .................................... 189
Beladingsinformatie .....................65
Bergmodus ................................... 78
Page 209 of 213

207
Beslagen lampglazen ..................95
Bestuurdersondersteuningssys‐ temen ...................................... 124
Beveiliging van de auto ................28
Binnenspiegels ............................. 33
Bolle vorm .................................... 32
Boordgereedschap .....................172
Boordinformatie ........................... 85
Brandstof .................................... 148
Brandstofmeter ............................ 71
Brandstofverbruik - CO 2-uitstoot. 149
Brandstof voor benzinemotoren 148
Buitenspiegels .............................. 32
Buitentemperatuur .......................68
Buitenverlichting ........................... 92
C Car Pass ...................................... 19
Centrale vergrendeling ................24
Claxon ................................... 13, 67
Colour-Info-Display .......................83
Conformiteitsverklaring ...............203
Controlelampen ......................70, 73
Controle over de auto ................108
Controles .................................... 152
Cruise control ...................... 80, 124
Customer Assistance Centers ....203D
Dagteller ...................................... 71
Diefstalalarmsysteem ..................29
Driepuntsgordel ........................... 43
Driver Information Center .............81
E Economisch rijden ......................107
Efficiencymeter ............................. 72
Elektrisch bediende ruiten ...........34
Elektrische aandrijving .........16, 116
Elektrische aansluitingen .............69
Elektrische handrem .............77, 119
Elektrische handrem defect ..........77
Elektrische modus ......................112
Elektrische vereisten ..................145
Elektrische verstelling ..................32
Elektrisch systeem...................... 163
Elektronische stabiliteitsregeling en Traction Control-systeem .....78
Elektronische stabiliteitsregeling (ESC) ...................................... 122
Elektronische stabiliteitsregeling UIT ...............78
Event Data Recorders (EDR) .....204
F
Frontaal airbagsysteem ...............49
Frontaanrijdingswaarschuwing ..
.......................................... 80, 126G
Gebruik van deze handleiding .......3
Geprogrammeerde onderdrukking opladen ...........143
Gereedschap ............................. 172
Gevaar, Waarschuwing en Voorzichtig ................................. 4
Gevarendriehoek .........................64
Gloeilamp vervangen ................160
Gordelverklikker ........................... 75
Gordijnairbagsysteem .................. 50
Grootlicht ............................... 80, 93
H
Halogeenkoplampen .................160
Halogeenlampen ........................160
Handmatige dimfunctie ................33
Handrem ............................. 118, 119
Handschoenenkastje ...................59
Handzender ................................. 20
Hold-modus .................................. 78
Hoofdsteunen .............................. 37
Hoofdsteunverstelling ....................8
Hoogspanningsapparaten en bedrading ............................... 163
Page 210 of 213

208
I
Identificatielabel gebruiksonderdelen ................195
Inbouwposities kinderveilig‐ heidssystemen ......................... 54
Indicatie afstand tot voorligger ...128
Info-Displays ................................. 81
Informatie-etiket banden en belading .................................. 173
Inhouden ................................... 201
Inklapbare spiegels .....................32
Inleiding ......................................... 3
Instapverlichting ........................... 97
Instrumentenpaneeldisplay ..........83
Interieurverlichting ........................95
ISOFIX- kinderveiligheidssystemen ........57
K Kentekenverlichting ...................162
Kilometerteller .............................. 70
Kindersloten ................................. 26
Kinderveiligheids-systemen ..........52
Klimaatregeling ............................ 15
Klimaatregelsystemen ..................98
Klok............................................... 68
Knieairbagsysteem .......................50
Koelsysteem ............................... 154
Koelvloeistof ............................... 154Koelvloeistoftemperatuur .............79
Koplampafstelling .......................160
Koplampverstelling ......................93
L
Laadsysteem ............................... 76
Lane Departure Warning ......78, 132
Leeslampen ................................. 96
Lichtschakelaar ............................ 92
Lichtsignaal .................................. 93
Luchtinlaat ................................. 106
Luchtroosters ............................. 105
M Meters........................................... 70
Mistachterlicht ................ 80, 94, 162 Motorgegevens .......................... 199
Motorkap .................................... 152
Motorkoelvloeistof en antivries ...192
Motorolie .................... 153, 192, 196
Motoroliedruk ............................... 79
My Ampera hulplijn .....................203
N Nieuwe auto inrijden ..................108
O Olie, motor .......................... 192, 196
Onderhoudsmodi ........................114
Ontlaadbeveiliging accu ..............97Opbergruimte achter..................... 63
Opbergruimte portierbekleding .....59
Opbergvakken .............................. 58
Opbergvakken instrumentenpaneel ..................58
Opbergvak middenconsole ..........61
Open&Start-systeem ...................23
Oplaadkabel ............................... 144
Oplaadmodus selecteren ...........134
Oplaadniveau selecteren ............134
Oplaadstatus .............................. 143
Oplaadtarief selecteren ..............134
Opladen ...................................... 134
Opladen negeren ........................134
Overbelasting elektrisch systeem .................................. 163
Oververhitting motor ...................156
Overzicht instrumentenpaneel .....10
P Parkeerlichten .............................. 95
Parkeren .............................. 18, 111
Pech ........................................... 186
Persoonlijke instellingen ..............86
Plafondverlichting ........................96
Pollenfilter .................................. 106
Portieren ....................................... 27
Portier open ................................. 80
Prestaties ................................... 200
Page 212 of 213

210
Voertuiggewicht .........................200
Voertuigidentificatienummer ......194
Voertuig starten en stoppen .......110
Voordat u wegrijdt ........................ 16
Voorligger gedetecteerd ...............80
Voorruit ......................................... 33
Voorstoelen .................................. 38
W
Waarschuwingslampen ................70
Waarschuwing voetgangersveiligheid .........14, 67
Werkzaamheden uitvoeren .......152
Winterbanden ............................ 173
Wis-/wasinstallatie .......................14
Wis-/wasinstallatie voorruit ..........67
Wisserblad vervangen ...............159
Z
Zekeringen ................................. 164
Zekeringenkast in bagageruimte 171
Zekeringenkast in motorruimte ..165
Zekeringenkast instrumentenpaneel ...............168
Zitrijen achterin ............................. 61
Zonnekleppen .............................. 36
Zwangerschap, gebruik van veiligheidsgordels .....................43
Zijdelings airbagsysteem .............49
Zijrichtingaanwijzers ..................161