MPG OPEL AMPERA 2015 Gebruikershandleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: OPEL, Model Year: 2015, Model line: AMPERA, Model: OPEL AMPERA 2015Pages: 213, PDF Size: 5.25 MB
Page 97 of 213

Verlichting95
Het mistachterlicht werkt alleen als dekoplampen en de zijmarkeringslich‐
ten aan zijn.
Parkeerlichten
Bij het uitschakelen van het contact
kunnen de parkeerlichten aan één
kant worden ingeschakeld:
1. Schakel de auto uit.
2. Richtingaanwijzerhendel volledig omhoog- (parkeerlichten rechts)
of omlaaghalen (parkeerlichten
links).
Bevestiging door een geluidssignaal
en de bijbehorende controlelamp van
de richtingaanwijzer.
De parkeerlichten blijven branden tot‐ dat het contact wordt ingeschakeld of
totdat de hendel van de richtingaan‐
wijzers weer naar de neutrale stand
gaat.Achteruitrijlichten
Het achteruitrijlicht gaat branden
wanneer de ontsteking is ingescha‐
keld en de auto in de achteruitver‐
snelling staat.
Elektrische aandrijving 3 116.
Beslagen lampglazen De binnenkant van de lampenglazen
kan bij koud en vochtig weer, bij he‐
vige regen of na een wasbeurt korte
tijd beslaan. De condens verdwijnt na
korte tijd vanzelf, om dit te versnellen het dimlicht inschakelen.Binnenverlichting
Regelbare
instrumentenverlichting
Wanneer de rijverlichting aanstaat,
kunt u de lichtsterkte van de volgende lampen regelen:
■ Instrumentenpaneeldisplay
■ Infotainmentdisplay
■ Verlichte schakelaars en bedie‐ ningselementen
Draai het kartelwiel A omhoog of om‐
laag om de lampen helderder te zet‐
ten of te dimmen.
Page 190 of 213

188Verzorging van de auto
Laat alle portierscharnieren door een
werkplaats smeren.
Reinig de motorruimte niet met een
stoomcleaner of hogedrukreiniger.
Daarna de auto grondig afspoelen en afzemen. Zeemlap vaak uitspoelen.
Voor de carrosserie en de ruiten ver‐
schillende zeemlappen gebruiken:
wasresten op de ruiten belemmeren
het zicht.
Teervlekken niet met harde voorwer‐
pen verwijderen. Op gelakte opper‐
vlakken een spray voor het verwijde‐
ren van teervlekken gebruiken.
Buitenverlichting De afdekking van de koplampen en
de overige verlichting zijn gemaakt
van kunststof. Geen schurende, bij‐ tende of agressieve middelen of ijs‐
krabbers gebruiken en ze niet droog
reinigen.
Reinig de buitenverlichting, lampgla‐
zen, emblemen, stickers en sierstrip‐
pen alleen met lauw of koud water,
een zachte doek en milde zeep.Polijsten en in de was zetten
De auto regelmatig met was conser‐
veren (uiterlijk wanneer het water
geen parels meer vormt). Zo niet,
droogt de lak uit.
Polijsten is alleen nodig als de laklaag
mat geworden is of aanslag vertoont.
Autopolish met siliconen vormt een
vuilwerende laag, waardoor in de was
zetten overbodig is.
Kunststof carrosseriedelen mogen niet met autowas of polijstmiddelen
worden behandeld.
Ruiten en ruitenwisserbladen
Een zachte, pluisvrije doek of een
zeemleer en een ruitenreiniger en in‐
sectenverwijderaar gebruiken.
Wrijf bij het reinigen van de achterruit
van de binnenkant altijd parallel aan
het verwarmingselement om schade
te voorkomen.
Om handmatig ijs te verwijderen, een ijskrabber met een scherpe rand ge‐
bruiken. IJskrabber stevig tegen de
ruit drukken, zodat er geen vuil onder de krabber kan komen en er geenkrassen op de ruit worden gemaakt.Wisserbladen die strepen trekken,
met een zachte doek en een ruiten‐
reiniger reinigen.
Velgen en banden
Niet schoonmaken met hogedrukrei‐
nigers.
Velgen met een pH-neutrale velgen‐
reiniger reinigen.
Velgen zijn gelakt en kunnen met de‐
zelfde middelen worden behandeld
als de carrosserie.
Lakschade
Geringe lakschade voordat er roest‐
vorming optreedt met een lakstift her‐
stellen. Grotere lakschade of roest‐
vorming door een werkplaats laten
herstellen.
Onderstel Sommige delen van de bodemplaat
zijn voorzien van een beschermende
pvc-laag, terwijl er op andere delen
een duurzame beschermende was‐
laag is aangebracht.
Page 209 of 213

207
Beslagen lampglazen ..................95
Bestuurdersondersteuningssys‐ temen ...................................... 124
Beveiliging van de auto ................28
Binnenspiegels ............................. 33
Bolle vorm .................................... 32
Boordgereedschap .....................172
Boordinformatie ........................... 85
Brandstof .................................... 148
Brandstofmeter ............................ 71
Brandstofverbruik - CO 2-uitstoot. 149
Brandstof voor benzinemotoren 148
Buitenspiegels .............................. 32
Buitentemperatuur .......................68
Buitenverlichting ........................... 92
C Car Pass ...................................... 19
Centrale vergrendeling ................24
Claxon ................................... 13, 67
Colour-Info-Display .......................83
Conformiteitsverklaring ...............203
Controlelampen ......................70, 73
Controle over de auto ................108
Controles .................................... 152
Cruise control ...................... 80, 124
Customer Assistance Centers ....203D
Dagteller ...................................... 71
Diefstalalarmsysteem ..................29
Driepuntsgordel ........................... 43
Driver Information Center .............81
E Economisch rijden ......................107
Efficiencymeter ............................. 72
Elektrisch bediende ruiten ...........34
Elektrische aandrijving .........16, 116
Elektrische aansluitingen .............69
Elektrische handrem .............77, 119
Elektrische handrem defect ..........77
Elektrische modus ......................112
Elektrische vereisten ..................145
Elektrische verstelling ..................32
Elektrisch systeem...................... 163
Elektronische stabiliteitsregeling en Traction Control-systeem .....78
Elektronische stabiliteitsregeling (ESC) ...................................... 122
Elektronische stabiliteitsregeling UIT ...............78
Event Data Recorders (EDR) .....204
F
Frontaal airbagsysteem ...............49
Frontaanrijdingswaarschuwing ..
.......................................... 80, 126G
Gebruik van deze handleiding .......3
Geprogrammeerde onderdrukking opladen ...........143
Gereedschap ............................. 172
Gevaar, Waarschuwing en Voorzichtig ................................. 4
Gevarendriehoek .........................64
Gloeilamp vervangen ................160
Gordelverklikker ........................... 75
Gordijnairbagsysteem .................. 50
Grootlicht ............................... 80, 93
H
Halogeenkoplampen .................160
Halogeenlampen ........................160
Handmatige dimfunctie ................33
Handrem ............................. 118, 119
Handschoenenkastje ...................59
Handzender ................................. 20
Hold-modus .................................. 78
Hoofdsteunen .............................. 37
Hoofdsteunverstelling ....................8
Hoogspanningsapparaten en bedrading ............................... 163