cruise control OPEL AMPERA E 2018.5 Gebruikershandleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: OPEL, Model Year: 2018.5, Model line: AMPERA E, Model: OPEL AMPERA E 2018.5Pages: 283, PDF Size: 6.65 MB
Page 175 of 283

Rijden en bediening173De snelheidslimiet kan worden inge‐
steld op een snelheid hoger dan
25 km/u.
De bestuurder kan alleen accelereren
tot de vooraf ingestelde snelheid. Bij
het afrijden van hellingen zijn afwij‐
kingen van de snelheidslimiet moge‐
lijk.
Als het systeem geactiveerd is, wordt de ingestelde snelheidslimiet op het
Driver Information Center weergege‐
ven.
Functie activeren
L indrukken.
Als de cruise control eerder geacti‐
veerd was, wordt deze uitgeschakeld
als de snelheidsbegrenzer wordt
geactiveerd en de controlelamp m
dooft.
Ingestelde snelheidslimiet Accelereer tot de gewenste snelheid
en druk kort op SET/-: de huidige
snelheid wordt als de maximumsnel‐
heid opgeslagen.
De snelheidslimiet verschijnt op het Driver Information Center.Snelheidslimiet wijzigen
Druk bij een geactiveerde snelheids‐begrenzer op RES/+ om de gewenste
maximumsnelheid te verhogen of op
SET/- om deze te verlagen.
Snelheidslimiet overschrijden
Wanneer de maximumsnelheid wordt
overschreden zonder dat de bestuur‐
der dit heeft gedaan, knippert de snel‐ heid in het Driver Information Center
en klinkt er een waarschuwingstoon.
In noodgevallen is het mogelijk de
snelheidslimiet te overschrijden door
het gaspedaal stevig in te trappen, tot bijna tegen de aanslag. In dit geval
klinkt er geen waarschuwingstoon.
Gaspedaal loslaten en de functie
snelheidsbegrenzing wordt na het
bereiken van een lagere snelheid dan
de snelheidslimiet opnieuw geacti‐
veerd.
Page 176 of 283

174Rijden en bedieningFunctie deactiverenDe begrensde snelheid wordt opge‐
slagen en aangeduid tussen vier‐ kante haken op het Driver Information
Center. Ook verschijnt een bijbeho‐
rend bericht.
De snelheidsbegrenzer wordt
gedeactiveerd, maar niet uitgescha‐
keld. De laatst opgeslagen snelheid
blijft in het geheugen voor het later
hervatten van de snelheid.
Snelheidslimiet hervatten Druk op RES/+. De opgeslagen snel‐
heidslimiet wordt hervat.
Systeem uitschakelen
Druk op L, de snelheidslimiet in het
Driver Information Center dooft. De
opslagen snelheid wordt gewist.
Door via m de cruise control of adap‐
tieve cruise control te activeren wordt de snelheidsbegrenzer ook gedeacti‐veerd en de opgeslagen snelheid
gewist.Door de auto uit te schakelen wordt
de snelheidsbegrenzer ook gedeacti‐ veerd maar de snelheidslimiet wordt
opgeslagen voor de volgende active‐
ring van de snelheidsbegrenzer.
Frontaanrijdingswaarschu‐ wing
De frontaanrijdingswaarschuwing
kan helpen schade bij frontale aanrij‐
dingen te vermijden of beperken.
De frontaanrijdingswaarschuwing
gebruikt het camerasysteem in de
voorruit om voertuigen te detecteren
die zich op een afstand van ong. 60
m, direct voor u bevinden.
Een voorligger wordt aangegeven
door controlelamp A.
Als u een directe voorligger te snel
nadert, gaat er een waarschuwings‐
signaal af.
De bestuurder ziet tevens een knip‐
perend rode LED-streep die op de
voorruit in zijn gezichtsveld wordt
geprojecteerd.
Een voorwaarde is dat de frontaanrij‐
dingswaarschuwing niet onder de
Persoonlijke instellingen 3 93 is
geactiveerd.
Inschakelen
De frontaanrijdingswaarschuwing
werkt automatisch bij snelheden
boven 8 km/u als deze in het menu
Persoonlijke instellingen niet is
gedeactiveerd.
De bestuurder verwittigen
Het groene controlelampje voor 'voor‐
ligger gedetecteerd' A licht groen op
in de instrumentengroep wanneer het systeem een voorligger heeft waar‐
genomen.
De controlelamp A wordt geel
wanneer de afstand tot een voorligger
te kort wordt of wanneer u een ander
voertuig te snel nadert.
Page 183 of 283

Rijden en bediening181Voetganger vóór gedetecteerd
Een voetganger vóór de auto wordt
tot op een afstand van circa 40 m
aangegeven door het controlelampje
7 in de instrumentengroep.
Waarschuwing voetganger vóór
Wanneer de auto te snel op een waar‐ genomen voetganger afrijdt, wordt er
een rood knipperende LED op de
voorruit in het gezichtsveld van de
bestuurder geprojecteerd en klinkt er
een waarschuwingssignaal. Het
remsysteem kan zich voorbereiden
op sneller remmen door de bestuur‐
der, waardoor de auto korte tijd iets
kan vertragen. Blijf het rempedaal zo
nodig intrappen.
De cruise control kan ontkoppeld
worden wanneer het voetgangersbe‐
schermingssysteem vóór afgaat.
Automatisch remmen Als een botsing met een voetganger
aan de voorkant van de auto dreigt en
het rempedaal is niet ingetrapt, wordt de remkracht automatisch aange‐
past. Mogelijk worden hierdoor
botsingen met voetgangers met een
zeer lage snelheid voorkomen of
loopt de voetganger minder letsel op.
De mate van automatisch remmen
kan in bepaalde situaties minder zijn, zoals bij hogere snelheden.
Als dit gebeurt, schakelt het automa‐ tische remsysteem mogelijk de elek‐
trische handrem in om de auto op zijn plaats te houden. Zet de elektrische
handrem los. Bij krachtig intrappenvan het gaspedaal worden ook auto‐
matisch remmen en de elektrische
handrem losgezet 3 166.
Dit systeem omvat ook de intelligente
remassistentie en het noodremsys‐
teem reageert mogelijk ook op voet‐
gangers.
Actieve noodrem 3 177.
Automatisch remmen kan onder
Persoonlijke instellingen 3 93 worden
uitgeschakeld.
Algemene informatie9 Waarschuwing
De bestuurder moet altijd gereed
zijn om actie te ondernemen en te remmen en sturen om aanrijdin‐
gen te voorkomen.
9 Waarschuwing
Het remsysteem voor voetgan‐
gers vóór waarschuwt of remt
mogelijk de auto plotseling in situ‐ aties waarin dit onverwacht en
ongewenst is. Het kan abusievelijk
Page 277 of 283

275BBagageruimte ........................ 29, 60
Bagageruimte-afdekking .............61
Banden ...................................... 241
Bandenreparatieset ...................247
Bandenspanning .......................242
Bandenspanningscontrolesys‐ teem .................................. 82, 243
Bandenspanningswaarden ........263
Basisbediening ........................... 117
Batterijspanning ........................... 93
Bediening ................... 142, 160, 161
Externe apparaten ..................130
Menu ....................................... 117
Radio ....................................... 124
Telefoon .................................. 142
Bedieningselementen Infotainment-systeem ..............111
Stuurwiel ................................. 111
Bedieningsorganen ......................67
Bedieningspaneel Infotainment ..111
Bedrijfsmodi elektrisch voertuig ..160
Beginmenu ................................. 117
Bekerhouders .............................. 58
Bekleding .................................... 256
Bel Beltoon .................................... 142
Functies tijdens het gesprek ...142
Inkomend gesprek ..................142
Telefoongesprek initiëren ........142Beladingsinformatie .....................64
Beltoon Beltoon wijzigen ......................142
Beltoonvolume ........................ 119
Beslagen lampglazen ................106
Bestandsindelingen Afbeeldingsbestanden ............130
Audiobestanden ......................130
Filmbestanden......................... 130
Bestuurdersondersteuningssys‐ temen ...................................... 171
Beveiliging van de auto ................30
Binnenverlichting .......................107
Bluetooth Algemene informatie ...............130
Apparaat aansluiten ................130
Bluetooth-verbinding ...............139
Koppelen ................................. 139
Menu Streaming audio via
Bluetooth ................................. 132
Telefoon .................................. 142
Bluetooth-verbinding ..................139
Bolle vorm .................................... 32
Boordgereedschap .....................240
Boordinformatie ........................... 92
BringGo ...................................... 137
Buitenspiegels .............................. 32
Buitentemperatuur .......................70
Buitenverlichting .........................102C
Centrale vergrendeling ................21
Claxon ................................... 11, 68
Conformiteitsverklaring ...............264
Controlelampen ......................76, 79
Controle over de auto ................155
Controles .................................... 223
Cruise control ...................... 83, 171
D DAB ............................................ 128
Dagrijlicht ................................... 105
Dakbelasting ................................. 64
Dakdrager .................................... 63
De botsingssticker ......................159
Diefstalalarmsysteem ..................30
Digital Audio Broadcasting .........128
Dimlicht of grootlicht ...................102
Display-instellingen ............134, 135
Dodehoekdetectiesysteem .........189
Draairichtingsgebonden banden 241
Driepuntsgordel ........................... 44
Driver Information Center .............84
E Economisch rijden ......................154
Efficiencymeter ............................. 76
Elektrisch bediende ruiten ...........34
Elektrische aandrijving .........14, 161
Elektrische aansluitingen .............71
Elektrische handrem .............81, 166