airbag OPEL AMPERA E 2018.5 Gebruikershandleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: OPEL, Model Year: 2018.5, Model line: AMPERA E, Model: OPEL AMPERA E 2018.5Pages: 283, PDF Size: 6.65 MB
Page 107 of 283

Verlichting105KoplampverstellingHandmatige koplampverstelling
U kunt de lichtbundelhoogte aanpas‐
sen aan de belading om verblinding
te voorkomen: draai het kartelwiel‐
tje ? in de gewenste stand.
0:zitplaatsen voorin bezet1:alle zitplaatsen bezet2:alle zitplaatsen bezet en bagage
in de bagageruimte3:bestuurdersstoel bezet en
bagage in de bagageruimteDagrijlicht
Het dagrijlicht maakt de auto overdag
beter zichtbaar.
Als het dagrijlicht werkt, worden de
achterlichten en de stadslichten
uitgeschakeld.
Vergeet niet het dimlicht in te scha‐
kelen wanneer dat nodig is.
Alarmknipperlichten Om in te schakelen ¨ indrukken.
De alarmknipperlichten worden auto‐
matisch ingeschakeld wanneer de
airbags bij een ongeval in werking
treden.
Richtingaanwijzershendel omhoog:richtingaanwijzer
rechtshendel omlaag:richtingaanwijzer
links
Wanneer de hendel wordt verplaatst,
voelt u een weerstandspunt.
De richtingaanwijzer knippert onon‐
derbroken, wanneer de hendel voor‐
bij het weerstandspunt haalt. Het
knipperen stopt wanneer u het stuur‐
wiel in tegengestelde richting draait of
wanneer u de hendel met de hand
terugzet in de neutraalstand.
Page 160 of 283

158Rijden en bedieningAls de elektronische sleutel niet in de
auto ligt of de zender wordt geblok‐
keerd, verschijnt er een bericht op het Driver Information Center.
Er kan een gereed-lampje rechtson‐
der in de instrumentengroep oplich‐
ten wanneer er met de auto kan
worden gereden.
In de instrumentengroep verschijnt
tevens een actieve accumeter
wanneer er met de auto kan worden
gereden.
Er klinkt een geluidssignaal bij het
openen van het bestuurdersportier
tijdens het inschakelen van de auto.
Druk altijd op POWERm om de auto
uit te schakelen alvorens uit te stap‐
pen.
Als de auto vanwege een bijna lege
batterij in de elektronische sleutel niet
start, kan er nog steeds mee worden
gereden.
Bediening bij storing 3 155.
Opnieuw startenVoorzichtig
Als de auto onderweg opnieuw
moet worden gestart, zet dan de
keuzehendel in de stand N en druk
twee keer op POWERm zonder
het rempedaal in te trappen. Het aandrijvingssysteem start op geen enkele andere manier.
Uitschakelen in noodsituatie
tijdens het rijden
1. Rem stevig en gelijkmatig af. Rem
niet pompend. Hierdoor kan de
rembekrachtiging worden geredu‐ ceerd en moet u het rempedaal
krachtiger intrappen.
2. Zet de keuzehendel in N. U kunt
dit onderweg doen. Trap het
rempedaal na het overschakelen
naar N krachtig in en stuur de auto
naar een veilige locatie.
3. Zet de auto helemaal stil, schakel
over naar P en zet de auto uit door
op POWER m te drukken.
4. Zet de parkeerrem aan. Als u de auto niet aan de kant vande weg kunt zetten en u deze
tijdens het rijden moet uitschake‐
len, houdt u POWERm langer dan
2 seconden ingedrukt of drukt u
deze binnen 5 seconden twee
keer kort in.9 Gevaar
Als u tijdens het rijden de auto
uitschakelt, kunnen de airbags
worden gedeactiveerd. Schakel
het aandrijvingssysteem onder‐
weg alleen in noodsituaties uit.
De auto starten bij lage
temperaturen
Wanneer de buitentemperatuur lager
is dan 0 °C, wordt aangeraden de
auto op de contactdoos aan te sluiten om de levensduur van de hoogspan‐
ningsaccu te maximaliseren.
Page 230 of 283

228Verzorging van de autoAccu9Gevaar
Alleen een geschoolde onder‐
houdsmonteur met de juiste
kennis en gereedschappen mag
de hoogspanningsaccu inspecte‐
ren, testen of vervangen.
Raadpleeg een werkplaats als de
hoogspanningsaccu onderhoud
vergt.
Deze auto heeft een hoogspannings‐
accu en een standaard 12 V-auto‐
accu.
Na een botsing kan het sensorsys‐
teem het hoogspanningssysteem
afsluiten. In dit geval wordt de hoog‐
spanningsaccu ontkoppeld en start
de auto niet.
Er verschijnt een servicebericht op
het Driver Information Center
verschijnen.
Bied de auto bij een werkplaats aan
voor onderhoud voordat u deze weer
gebruikt.
Airbagsysteem 3 45.
Voor minder direct zonlicht op uw
auto en een langere levensduur van
de hoogspanningsaccu is er een
dekzeil bij uw Opel Ampera Service
Partner verkrijgbaar.
Uw erkende Opel Ampera reparatie‐
werkplaats kan u vertellen hoe u de
hoogspanningsaccu kunt recyclen.
Laat de auto op het stopcontact
aangesloten, ook na het volledig
opladen, om de hoogspanningsaccu
voor de volgende rit op temperatuur
te houden. Dit is met name bij
extreem hoge of lage temperaturen
van belang.
Vermeld het vervangingsnummer op
het label van de originele 12 V-auto‐
accu als u een nieuwe 12 V -autoaccu
nodig hebt. De auto heeft een Absor‐
bed Glass Mat (AGM) 12 V -autoaccu.
Als er een standaard 12 V-autoaccu wordt ingebouwd, is de levensduur
van de 12 V-autoaccu korter. Let op:
bij het gebruik van een 12 V-oplaad‐
apparaat op de 12 V-AGM-accu,
heeft het oplaadapparaat wellicht een stand voor AGM-accu's. Gebruik een
eventueel beschikbare AGM-standop het oplaadapparaat, om de
oplaadspanning te beperken tot
14,8 V.
Ga te werk volgens de instructies van
de fabrikant van de oplader.
Batterijen horen niet in het huisvuil
thuis. Ze moeten via speciale inza‐
melpunten gerecycled worden.
In de motorruimten zijn aansluitpun‐
ten aangebracht voor het starten met
hulpstartkabels.
Starthulp gebruiken 3 251.
Koppel de zwarte minkabel (-) van de
12 V-autoaccu los van de 12 V-auto‐
accu om te voorkomen dat de 12 V-
autoaccu wordt ontladen of sluit een
accudruppellader aan.
Sluit de 12 V-autoaccu alleen aan en
ontkoppel deze alleen wanneer de
auto is uitgeschakeld.
Auto stallen 3 222.
Page 273 of 283

Klantinformatie271De volgende informatie wordt,
bijvoorbeeld, opgeslagen:
● bedieningsstatus van systeem‐ componenten (bijv. vloeistofpeil,
bandenspanning, accustatus),
● ladingsgraad van de hoogspan‐ ningsaccu, geschatte actieradius(bij elektrische voertuigen),
● storingen en gebreken in belang‐
rijke systeemcomponenten (bijv. verlichting, remmen),
● systeemreacties in bepaalde rijs‐
ituaties (bijv. triggering van een
airbag, activering van de stabili‐ teitsregelingen),
● informatie over gebeurtenissen die tot schade aan de auto
hebben geleid.
In speciale gevallen (bijv. als de auto
een storing heeft gedetecteerd),
moeten mogelijk gegevens worden
opgeslagen die anders vluchtig van
aard zijn.
Wanneer u gebruikmaakt van dien‐
sten, zijn de bedieningsgegevens
samen met het chassisnummer uit te
lezen en indien nodig te gebruiken.
Personeel werkzaam binnen hetservicenetwerk (bijv. garages, fabri‐
kanten) of derde partijen (bijv. pech‐
hulpverleners) kunnen de gegevens
uitlezen aan de auto. Tot dergelijke
services worden gerekend reparatie‐ werkzaamheden, onderhoudsproce‐
dures, garantieafwikkeling en kwali‐
teitsborgingsmaatregelen.
Gegevens worden doorgaans uitge‐
lezen in de auto via de OBD-aanslui‐
ting (On-Board Diagnostics) zoals
wettelijk voorgeschreven. De uitgele‐
zen bedieningsgegevens documen‐
teren de technische conditie van de
auto of afzonderlijke componenten en helpen om storingen op te sporen, te
voldoen aan garantievoorwaarden en
de kwaliteit te verhogen. Deze gege‐ vens, in het bijzonder informatie over
de belasting van componenten, tech‐ nische gebeurtenissen, bedienings‐fouten en andere storingen, worden
samen met het chassisnummer door‐
gegeven aan de fabrikant, als dat
nodig mocht zijn. De fabrikant is
tevens onderworpen aan produc‐
taansprakelijkheid. De fabrikant heeft mogelijk ook bedieningsgegevens
van auto's nodig voor terugroepac‐
ties.Foutcodegeheugens in de auto zijn te
resetten door een servicebedrijf in het
kader van onderhoud of reparatie.
Comfort- en Infotainmentfuncties Comfortinstellingen en persoonlijke
instellingen zijn in de auto op te slaan
en op ieder gewenst moment te wijzi‐ gen.
Afhankelijk van het desbetreffende
uitrustingsniveau, zijn dergelijke
gegevens:
● instellingen voor de positie van stoelen en stuurwiel,
● instelling van het chassis en de airconditioning,
● persoonlijke instellingen zoals die voor de binnenverlichting.
U kunt uw eigen gegevens invoeren
in de Infotainmentfuncties van uw
auto bij het gebruik van bepaalde
functies.
Page 276 of 283

274TrefwoordenlijstAAan/Uit-knop ............................... 155
Aanbevolen vloeistoffen en smeermiddelen ....................... 258
Aanduidingen op banden ..........241
Accessoires en modificaties van auto ........................................ 221
Accu ........................................... 228
Accumeter .................................... 76
Achterlichten .............................. 231
Achterruitverwarming ................... 36
Achteruitkijkcamera ...................194
Achteruitrijlichten .......................106
Actieradius totaal ..........................79
Actieve noodrem......................... 177
Afbeeldingen weergeven ............134
Afbeeldingsbestanden ................130
Afbeelding via USB activeren .....134
Afmetingen auto ........................263
Airbag deactiveren ....................... 50 Airbag-deactivering ...................... 80
Airbag en gordelspanners ...........80
Airbaglabel.................................... 45
Airbagsysteem ............................. 45
Airconditioning regelmatig aanzetten ............................... 153
Alarmknipperlichten ...................105
Algemene aanwijzingen .............139
DAB ......................................... 128
Infotainment-systeem ..............109Algemene informatie ..130, 138, 219
AUX ......................................... 130
Bluetooth ................................. 130
Smartphone-applicaties ..........130
Telefoon .................................. 139
USB ......................................... 130
Algemene richtlijnen voor het rijden ............................... 154, 155
Andere auto slepen ...................254
Antiblokkeersysteem .................165
Antiblokkeersysteem (ABS) .........81
Antidiefstalfunctie ......................110
Armsteun ................................ 40, 42
Armsteun met opbergruimte ........59
Audio afspelen ............................ 132
Audiobedieningsknoppen aan stuurwiel .................................. 111
Audiobestanden ......................... 130
Audio via USB activeren .............132
Automatische dimfunctie .............33
Automatische verlichting ............ 103
Automatisch vergrendelen ...........26
Automatisch volume ...................119
Auto ontgrendelen .........................4
Auto optakelen ........................... 221
Auto slepen ................................ 253
Auto stallen ................................. 222
AUX Algemene informatie ...............130
Apparaat aansluiten ................130
Page 278 of 283

276Elektrische handrem defect..........81
Elektrische vereisten ..................218
Elektrische verstelling ..................32
Elektrisch systeem...................... 233
Elektronische stabiliteitsregeling en Traction Control-systeem .....82
Elektronische stabiliteitsregeling (ESC) ...................................... 170
Elektronische stabiliteitsregeling UIT ............................................ 82
Elektronisch klimaatregelsysteem ..............148
Elektronisch sleutelsysteem .........19
Energiemeter ................................ 78
Erkenning van software ..............266
Event Data Recorders (EDR) .....270
Externe functie smartphone .........27
F
Filmbestanden ............................ 130
Films afspelen ............................ 135
Film via USB activeren ...............135
Frontaal airbagsysteem ...............48
Frontaanrijdingswaarschuwing ...174
G
Gebruik ....................... 113, 124, 138
AUX ......................................... 130
Bluetooth ................................. 130
iPod ......................................... 130
Menu ....................................... 117Radio....................................... 124
Telefoon .................................. 142
USB ......................................... 130
Gebruik van deze handleiding .......2
Gedeponeerde handelsmerken ..269
Gegevens aandrijvingssysteem. 262
Geluidsinstellingen .....................119
Geluidssignalen ........................... 92
Geprogrammeerde onderdrukking opladen ...........213
Gereedschap ............................. 240
Gevaar, Waarschuwing en Voorzichtig ................................. 2
Gevarendriehoek .........................62
Gloeilamp vervangen ................230
Gordels ......................................... 42
Gordelverklikker ........................... 79
Gordijnairbagsysteem .................. 49
Grootlicht ............................. 83, 103
Grootlichtassistentie .............83, 103
H Halogeenlampen ........................230
Handmatige stoelverstelling .........39
Handrem ............................. 165, 166
Handschoenenkastje ...................58
Handzender ................................. 17
Hoofdsteunen .............................. 37Hoofdsteunverstelling ....................6
Hoogspanningsapparaten en bedrading ............................... 233
I Inbouwposities kinderveilig‐ heidssystemen ......................... 54
Indicatie afstand tot voorligger ...176
Inductief opladen ..........................72
Info-Display................................... 87
Info-Displays ................................. 84
Infotainmentsysteem inschakelen ............................. 113
Inklapbare spiegels .....................32
Inleiding .................................... 0
Instapverlichting ......................... 108 Instrumentengroep ......................74
Intellitext ..................................... 128
Interieurverlichting ......................107
iPod ............................................ 130
Apparaat aansluiten ................130
K Kentekenverlichting ...................232
KeyPass ....................................... 27
Kilometerteller .............................. 76
Kindersloten ................................. 27 Kinderveiligheids-systemen ..........51
Klimaatregeling ............................ 13
Klok............................................... 71
Koelsysteem ............................... 224
Page 281 of 283

279UUitstapverlichting .......................108
USB Afbeeldingenmenu USB ..........134
Algemene informatie ...............130
Apparaat aansluiten ................130
Audiomenu USB .....................132
Filmmenu USB ........................ 135
V Van banden- en velgmaat veranderen ............................. 246
Vaste luchtroosters ....................152
Veiligheidsgordel ...........................6
Veiligheidsgordels .......................42
Velgen en banden .....................241
Ventilatieopeningen ....................152
Verbanddoos ............................... 63
Vergrendelingssysteem ...............30
Verkeersbordherkenning ......84, 197
Verlichting zonneklep ................107
Verstelbare luchtroosters ........... 152
Vertraagde uitschakeling stroom 157
Vertraagde vergrendeling .............25
Verwarmde spiegels ....................33
Verwarmd stuurwiel .....................67
Verwarming ........................... 41, 42
Verwerking van sloopauto .........223
Verzorging .................................. 254
Verzorging exterieur ..................254Verzorging interieur ...................256
Vloerafdekking bagageruimte ......61
Voertuig gereed ............................ 83
Voertuiggewicht .........................262
Voertuigidentificatienummer ......260
Voertuig starten en stoppen .......157
Voetgangersbescherming voor ..180
Voetgangersdetectie ....................83
Volume Automatisch volume ................119
Beltoonvolume ........................ 119
Maximaal opstartvolume .........119
Stiltefunctie.............................. 113
Volume aanraakpiep ...............119
Volume instellen ......................113
Volume TP .............................. 119
Volumebegrenzing bij hoge
temperaturen ........................... 113
Voor snelheid
gecompenseerd volume ..........119
Volume aanraakpiep ..................119
Volume-instellingen ....................119
Volume TP .................................. 119
Voordat u wegrijdt ........................ 14
Voorligger gedetecteerd ...............83
Voorruit ......................................... 34
Voorstoelen .................................. 38W
Waarschuwing kruisend verkeer achter ...................................... 196
Waarschuwingslampen ................76
Waarschuwing voetgangersvei‐ ligheid .................................. 11, 68
Waarschuwing wisselen van rijstrook.................................... 191
Wasstraatmodus......................... 161
Werkzaamheden uitvoeren .......223
Wieldoppen ................................ 246
Winterbanden ............................ 241
Wis-/wasinstallatie .......................12
Wis- en wasinstallatie achterruit ..70
Wis- en wasinstallatie voorruit .....68
Wisserblad vervangen ...............229
X Xenonkoplampen ......................231
Z
Zekeringen ................................. 234 Zekeringenkast in motorruimte ..235
Zekeringenkast instrumentenpaneel ...............238
Zelfdichtende banden .................241
Zender zoeken............................ 124
Zitrijen achterin ............................. 42
Zonnekleppen .............................. 36
Zijdelings airbagsysteem .............49