USB OPEL AMPERA E 2019 Gebruikershandleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: OPEL, Model Year: 2019, Model line: AMPERA E, Model: OPEL AMPERA E 2019Pages: 285, PDF Size: 6.75 MB
Page 137 of 285

Infotainmentsysteem135
Raak het scherm aan om de menu‐
balk te verbergen. Raak het scherm
nogmaals aan om de menubalk weer te tonen.
Functietoetsen
Volgende of vorige afbeelding
bekijken
Raak j aan om de volgende afbeel‐
ding te bekijken.
Raak i aan om de vorige afbeelding
te bekijken.
Een afbeelding draaien
Selecteer v om de afbeelding te
draaien.
Inzoomen op een afbeelding
Druk op ½ om in te zoomen op een
afbeelding of om terug te keren naar
het oorspronkelijke formaat.
Een diavoorstelling bekijken
Selecteer r om de afbeeldingen op
het USB-apparaat als diavoorstelling
te bekijken.
Druk op het scherm om de diavoor‐
stelling te beëindigen.
Menu Afbeeldingen Selecteer Menu om Afbeeldingmenu
weer te geven.Tijd diavoorstelling
Selecteer Duur diavoorstelling om
een lijst met mogelijkheden voor het tijdsverloop weer te geven. Activeer
de gewenste tijd voor een afbeelding
in een diavoorstelling.
Klok- en temperatuurweergave
Activeer voor het weergeven van tijd
en temperatuur in de volledige-
schermmodus Weergave klok/
temperatuur .
Display-instellingen
Selecteer Displayinstellingen om een
submenu voor de helderheid en het
contrast te openen.
Druk op + of - om de instellingen aan
te passen.
Films afspelen
U kunt films bekijken vanaf een USB-
apparaat dat op de USB-poort is
aangesloten.
Let op
Voor uw eigen veiligheid werkt de
filmfunctie onderweg niet.
Page 138 of 285

136InfotainmentsysteemFilmfunctie activerenAls het apparaat nog niet met het info‐
tainmentsysteem verbonden is,
verbind het apparaat dan 3 130.
Druk op p en selecteer 1 linksboven
in het scherm om het overzichts‐
scherm met de applicaties op te
roepen.
Selecteer Galerie om het media‐
hoofdmenu te openen.
Selecteer z om het filmhoofdmenu
te openen en een lijst met opgeslagen items op het USB-apparaat weer te
geven. Selecteer de gewenste film.
Als deze in een map is opgeslagen,
moet u eerst de desbetreffende map
selecteren.
De film wordt afgespeeld.
Raak het scherm aan om de menu‐
balk te verbergen. Raak het scherm
nogmaals aan om de menubalk weer
te tonen.
Functietoetsen
Volledig scherm
Selecteer q om de film in de modus
Volledig scherm af te spelen. Druk
nogmaals op q om de modus Volle‐
dig scherm te verlaten.
Afspelen onderbreken en hervatten
Druk op = om het afspelen te onder‐
breken. De knop op het scherm
verandert in l.
Druk op l om het afspelen te hervat‐
ten.
Volgende of vorige track afspelen
Druk op v om het volgende filmbe‐
stand af te spelen.
Druk, zodra de film wordt afgespeeld,
binnen enkele seconden op t om
terug te gaan naar het vorige filmbe‐
stand.
Terug naar het begin van de huidige
film gaan
Druk, wanneer de film wordt afge‐
speeld, na enkele seconden op t.
Snel vooruit en achteruit gaan
Houd t of v ingedrukt. Laat de
toets los om naar de normale afspeel‐ modus terug te keren.
Filmmenu
Selecteer Menu om het filmmenu
weer te geven.
Page 139 of 285

Infotainmentsysteem137
Klok- en temperatuurweergave
Activeer voor het weergeven van tijd
en temperatuur in de volledige-
schermmodus Weergave klok/
temperatuur .
Display-instellingen
Selecteer Displayinstellingen om een
submenu voor de helderheid en het
contrast te openen.
Druk op + of - om de instellingen aan
te passen.
Smartphone-applicaties
gebruiken
De smartphone-applicaties Apple
CarPlay™ en Android™ Auto geven de geselecteerde apps van uw smart‐ phone weer op het Info-Display. U
kunt ze bedienen met de bedienings‐
elementen van het Infotainmentsys‐
teem.
Controleer bij de fabrikant van het apparaat of deze functie op uw smart‐
phone kan worden gebruikt en of de
applicatie beschikbaar is in het land
waar u zich bevindt.
De smartphone voorbereiden
Android-telefoon: Download de
Android Auto-app naar uw smart‐
phone vanaf de Google Play ™ Store.
iPhone: Controleer of Siri ®
op uw
smartphone geactiveerd is.
Telefoonweergave activeren in
het instellingenmenu
Druk op p en selecteer 1 linksboven
in het scherm om het overzichts‐
scherm met de applicaties op te
roepen.Selecteer Instellingen .
Blader door de lijst naar
Apple CarPlay of Android Auto .
Zorg ervoor dat de desbetreffende
applicatie is geactiveerd.
Mobiele telefoon verbinden
Sluit de smartphone aan op de USB- poort 3 130.
Wanneer u een apparaat voor het
eerst aansluit, kan er een toestem‐
mingsbericht m.b.t. privacy worden
getoond. Bevestig het bericht om
verder te gaan met de verbindings‐
procedure.
Telefoonweergave starten
Druk op p en selecteer 1 linksboven
in het scherm om het overzichts‐
scherm met de applicaties op te
roepen.
Selecteer Projectie om de telefoon‐
weergavefunctie te starten.
Let op
Als de toepassing door het infotain‐
mentsysteem wordt herkend, kan
het toepassingspictogram wijzigen
in Apple CarPlay of Android Auto .
Page 140 of 285

138InfotainmentsysteemOf houd p ingedrukt.
Het getoonde telefoonweergave‐
scherm is afhankelijk van uw smart‐
phone en de softwareversie.
Teruggaan naar het startscherm p indrukken.Spraakherkenning
Algemene informatie Via de spraakdoorschakel-toepas‐
sing van het Infotainmentsysteem
hebt u toegang tot de spraakherken‐
ningscommando's op uw smart‐
phone. Raadpleeg de gebruiksaan‐
wijzing van uw smartphone om te
controleren of uw smartphone deze
functie ondersteunt.
Om de spraakdoorschakel-toepas‐
sing te kunnen gebruiken, moet de
smartphone op het infotainmentsys‐
teem zijn aangesloten via een USB-
kabel 3 130 of via Bluetooth 3 139.
Gebruik Spraakherkenning activeren Houd w op het stuurwiel ingedrukt om
een spraakherkenningssessie te star‐
ten. Er verschijnt een spraakbestu‐
ringsbericht op het scherm.
Zodra er een pieptoon heeft geklon‐
ken kunt u een commando uitspre‐
ken. Raadpleeg voor informatie overondersteunde commando's de
gebruiksaanwijzing van uw smart‐
phone.
Volume van gesproken commando's
aanpassen
Draai aan m op het bedieningspaneel
of druk op de volumetoetsen achter
op het stuurwiel om het volume van
de gesproken instructies hoger of
lager te zetten.
Spraakherkenning deactiveren Druk op n op het stuurwiel. Het
spraakbesturingsbericht verdwijnt en
de spraakherkenningssessie wordt
beëindigd.
Page 142 of 285

140InfotainmentsysteemEen apparaat koppelenOpmerkingen ● U kunt maximaal tien apparaten met het systeem koppelen.
● Er kan slechts één gekoppeld apparaat tegelijk met het Infotain‐
mentsysteem worden verbon‐
den.
● Koppelen is slechts één keer noodzakelijk, tenzij het apparaat
van de lijst met gekoppelde
apparaten wordt gewist. Als het
apparaat eerder verbonden was,
brengt het Infotainmentsysteem de verbinding automatisch tot
stand.
● Bij werken via Bluetooth wordt de
accu van het apparaat aanzienlijk
belast. Sluit het apparaat daarom
aan op een USB-poort, zodat het wordt opgeladen.
Een nieuw apparaat koppelen 1. Activeer de Bluetooth-functie van het Bluetooth-apparaat. Voor
nadere informatie verwijzen we u naar de gebruiksaanwijzing van
het Bluetooth-apparaat.2. Druk op p en selecteer 1 links‐
boven in het scherm om het over‐ zichtsscherm met de applicaties
op te roepen.
Selecteer Telefoon op het display
van het infotainmentsysteem. Het
menu Apparaten wordt weerge‐
geven.
Let op
Het menu Apparaten kan ook via het
instellingenmenu worden geopend:
Druk op p en selecteer 1 linksbo‐
ven in het scherm om het overzichts‐
scherm van de applicatie op te
roepen. Selecteer Instellingen.
Blader door de lijst en selecteer Apparaten .
3. Druk op App. toev.. Alle detec‐
teerbare Bluetooth-apparaten in
de omgeving verschijnen in een
nieuwe zoekresultatenlijst.
4. Selecteer de apparaatnaam van het Bluetooth-apparaat dat u wilt
koppelen.
5. Bevestig de berichten op het Bluetooth-apparaat en het info‐
tainmentsysteem.
6. Het Infotainmentsysteem en het apparaat zijn gekoppeld.
Page 147 of 285

Infotainmentsysteem145Snelkiesnummers gebruiken
Snelkiesnummers die op de mobiele
telefoon zijn opgeslagen, kunt u ook
met het toetsenblok van het hoofd‐
menu telefoon kiezen.
Druk op p en selecteer 1 linksboven
in het scherm om het overzichts‐
scherm met de applicaties op te
roepen.
Selecteer Telefoon.
Houd het desbetreffende getal op het toetsenblok ingedrukt om de oproep
te starten. Voor tweecijferige snel‐
kiestoetsen, selecteert u het eerste cijfer en houd u vervolgens het
tweede cijfer ingedrukt.
Inkomend telefoongesprek
Een oproep aannemen
Als er bij een inkomende oproep een
audiomodus, bijv. de radio- of USB-
modus, actief is, wordt het geluid van
de audiobron onderdrukt en blijft dit
zo tot de oproep is beëindigd.
U beantwoordt de oproep door v in
het bericht bovenop het scherm te
selecteren of door op w op het stuur‐
wiel te drukken.Het tabblad Z verschijnt, met daarop
informatie over de oproep.
Een oproep weigeren
U weigert de oproep door @ in het
bericht bovenop het scherm te selec‐
teren of door op n op het stuurwiel
te drukken.
Privacy-instellingen
Wanneer er een oproep binnenkomt,
verschijnt er een bericht op het Info-
Display met de naam en het nummer van de beller (indien beschikbaar).
Als Privacy is geactiveerd, verschijnt
informatie over de beller alleen in de
instrumentengroep.
Druk op p en selecteer 1 linksboven
in het scherm om het overzichts‐
scherm met de applicaties op te
roepen.
Selecteer Instellingen en vervolgens
Bluetooth telefoon . Activeer of deac‐
tiveer Privacy .
Functies tijdens het gesprek Tijdens een telefoongesprek
verschijnt het hoofdmenu op het
display.Handsfree-modus tijdelijk
deactiveren
Activeer m om het gesprek via de
mobiele telefoon te vervolgen.
Deactiveer m om terug te keren naar
de handsfree-modus.
Microfoon tijdelijk deactiveren
Activeer n om de microfoon uit te
schakelen.
Deactiveer n om de microfoon weer
te activeren.
Een oproep in de wacht zetten
Tijdens een actieve telefoonoproep
verandert de schermtoets t in
Wacht. .
Selecteer Wacht. om de oproep in de
wacht te zetten.
Telefoongesprek beëindigen
Selecteer @ om het gesprek te
beëindigen.
Voicemailbox U kunt uw voicemailbox via het Info‐
tainmentsysteem bedienen.
Page 242 of 285

240Verzorging van de auto
Het zekeringenblok van het instru‐
mentenpaneel bevindt zich links van
het instrumentenpaneel. Trek de klep van de zekeringenkast eruit voor
toegang tot de zekeringen.
NummerGebruik1Videoverwerkingsmodule2Lampje zonnelichtsensor3Dodehoekdetectiesys‐
teem4Passieve ontgrendeling,
passieve start5Centrale gateway-module6Carrosserieregelmodule 47Carrosserieregelmodule 38Carrosserieregelmodule 29Carrosserieregelmodule 110Interfacemodule
aanhanger 111Versterker12Carrosserieregelmodule 813Datalinkconnector 114Automatische parkeerhulp15–16Enkele voedingsomkeer‐
module 117Carrosserieregelmodule 6NummerGebruik18Carrosserieregelmodule 519–20–21–22–23USB24Draadloze oplaadmodule25Gereflecteerd led-waar‐
schuwingsdisplay26Automatisch verwarmd stuurwiel27–28Instrumentengroep 229Interfacemodule
aanhanger 230Koplamphoogte-instel‐
lingsapparaat31OnStar32–33Module voor verwarming,
ventilatie en airconditio‐
ning
Page 276 of 285

274KlantinformatieAfhankelijk van het desbetreffende
uitrustingsniveau, zijn dergelijke
gegevens:
● instellingen voor de positie van stoelen en stuurwiel
● instelling van het chassis en de airconditioning
● persoonlijke instellingen zoals die voor de interieurverlichting
U kunt uw eigen gegevens invoeren
in de Infotainmentfuncties van uw
auto bij het gebruik van bepaalde
functies.
Afhankelijk van het desbetreffende
uitrustingsniveau, zijn dergelijke
gegevens:
● multimediagegevens zoals weer te geven tracks, video's of foto's
in een geïntegreerd multimedia‐ systeem
● adresboekgegevens voor gebruik in combinatie met een
handsfree-systeem of een geïn‐
tegreerd navigatiesysteem
● ingevoerde bestemmingen
● gegevens over het gebruik van online-servicesDeze gegevens voor comfort- en Info‐
tainmentfuncties worden mogelijk
lokaal in de auto opgeslagen of
bewaard op een apparaat dat u hebt
aangesloten op de auto (bijv. een
smartphone, USB-stick of mp3-
speler). Gegevens die u zelf hebt
ingevoerd zijn op ieder gewenst
moment te verwijderen.
Deze gegevens zijn alleen op uw
verzoek door te geven tot buiten het
bereik van de auto, in het bijzonder bij het gebruik van online services
afhankelijk van de door u geselec‐
teerde instellingen.
Integratie met smartphones, bijv.
Android Auto of Apple CarPlay
Als uw auto is uitgerust met een van
de genoemde systemen, kunt uw
smartphone of een ander mobiel
apparaat verbinden met de auto
waarna u de smartphone of het appa‐ raat kunt bedienen via de bedienings‐
elementen in de auto. De beelden en
het geluid van de smartphone zijn in
het gegeven geval weer te geven via
het multimediasysteem in de auto. Er
wordt tegelijkertijd specifieke infor‐matie naar uw smartphone gestuurd.
Afhankelijk van het type integratie,
bestaat dergelijke informatie uit posi‐
tiegegevens, dag-/nachtmodus en
andere algemene informatie over de
auto. Zie voor meer informatie de
bedieningsinstructies van de auto /
het Infotainmentsysteem.
De integratie maakt het gebruik van
bepaalde smartphone-apps mogelijk,
zoals navigatie of het spelen van muziek. Er is geen verdere integratie
mogelijk tussen een smartphone en
de auto, in het bijzonder geen actieve
toegang tot autogegevens. De aard
van verdere gegevensverwerking
hangt af van de aanbieder van de
gebruikte app. Of u instellingen kunt
verrichten, en zo ja, welke, hangt af van de desbetreffende app en van het besturingssysteem van uw smart‐
phone.
Page 278 of 285

276TrefwoordenlijstAAan/Uit-knop ............................... 156
Aanbevolen vloeistoffen en smeermiddelen ....................... 260
Aanduidingen op banden ..........242
Accessoires en modificaties van auto ........................................ 222
Accu ........................................... 229
Accumeter .................................... 76
Achterlichten .............................. 232
Achterruitverwarming ................... 36
Achteruitkijkcamera ...................194
Achteruitrijlichten .......................107
Actieradius totaal ..........................79
Actieve noodrem......................... 176
Afbeeldingen weergeven ............134
Afbeeldingsbestanden ................130
Afbeelding via USB activeren .....134
Afmetingen auto ........................265
Airbag deactiveren ....................... 51 Airbag-deactivering ...................... 80
Airbag en gordelspanners ...........80
Airbaglabel.................................... 46
Airbagsysteem ............................. 46
Airconditioning regelmatig aanzetten ............................... 153
Alarmknipperlichten ...................105
Algemene aanwijzingen .............139
DAB ......................................... 128
Infotainment-systeem ..............109Algemene informatie ..........130, 138
AUX ......................................... 130
Bluetooth ................................. 130
Smartphone-applicaties ..........130
Telefoon .................................. 139
USB ......................................... 130
Algemene richtlijnen voor het rijden ............................... 154, 155
Andere auto slepen ...................255
Antiblokkeersysteem .................165
Antiblokkeersysteem (ABS) .........81
Antidiefstalfunctie ......................110
Armsteun ................................ 41, 43
Armsteun met opbergruimte ........60
Audio afspelen ............................ 132
Audiobedieningsknoppen aan stuurwiel .................................. 111
Audiobestanden ......................... 130
Audio via USB activeren .............132
Automatische dimfunctie .............34
Automatische verlichting ............ 103
Automatisch vergrendelen ...........26
Automatisch volume ...................119
Auto ontgrendelen .........................4
Auto optakelen ........................... 222
Auto slepen ................................ 254
Auto stallen ................................. 223
AUX Algemene informatie ...............130
Apparaat aansluiten ................130
Page 280 of 285

278Elektrische aansluitingen .............71
Elektrische handrem .............81, 166
Elektrische handrem defect ..........81
Elektrische vereisten ..................219
Elektrische verstelling ..................33
Elektrisch systeem...................... 234
Elektronische stabiliteitsregeling en Traction Control-systeem .....82
Elektronische stabiliteitsregeling (ESC) ...................................... 169
Elektronische stabiliteitsregeling UIT ............................................ 82
Elektronisch klimaatregelsysteem ..............148
Elektronisch sleutelsysteem .........19
Energiemeter ................................ 78
Erkenning van software ..............268
Event Data Recorders (EDR) .....272
Externe functie smartphone .........28
F
Filmbestanden ............................ 130
Films afspelen ............................ 135
Film via USB activeren ...............135
Frontaal airbagsysteem ...............49
Frontaanrijdingswaarschuwing ...174
G Gebruik ....................... 113, 124, 138
AUX ......................................... 130
Bluetooth ................................. 130iPod......................................... 130
Menu ....................................... 117
Radio ....................................... 124
Telefoon .................................. 142
USB ......................................... 130
Gebruik van deze handleiding .......2
Gedeponeerde handelsmerken ..271
Gegevens aandrijvingssysteem. 264
Geluidsinstellingen .....................119
Geluidssignalen ........................... 92
Geprogrammeerde onderdrukking opladen ...........214
Gereedschap ............................. 241
Gevaar, Waarschuwing en Voorzichtig ................................. 2
Gevarendriehoek .........................63
Gloeilamp vervangen ................231
Gordels ......................................... 43
Gordelverklikker ........................... 79
Gordijnairbagsysteem .................. 50
Groot licht ............................ 83, 103
Grootlichtassistentie .............83, 103
H Halogeenlampen ........................231
Handmatige stoelverstelling .........40
Handrem ............................. 165, 166
Handschoenenkastje ...................59
Handzender ................................. 17
Hoofdsteunen .............................. 38Hoofdsteunverstelling ....................6
Hoogspanningsapparaten en bedrading ............................... 234
I
Inbouwposities kinderveilig‐ heidssystemen ......................... 55
Indicatie afstand tot voorligger ...176
Inductief opladen ..........................72
Info-Display................................... 87
Info-Displays ................................. 84
Infotainmentsysteem inschakelen ............................. 113
Inklapbare spiegels .....................33
Inleiding .................................... 0
Instapverlichting ......................... 108
Instrumentengroep ......................74
Intellitext ..................................... 128
Interieurverlichting ......................107
iPod ............................................ 130
Apparaat aansluiten ................130
K Kentekenverlichting ...................233
KeyPass ....................................... 28
Kilometerteller .............................. 76
Kindersloten ................................. 27 Kinderveiligheids-systemen ..........52
Klimaatregeling ............................ 13
Klok............................................... 71
Koelsysteem ............................... 225