Sleutel OPEL AMPERA E 2019 Gebruikershandleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: OPEL, Model Year: 2019, Model line: AMPERA E, Model: OPEL AMPERA E 2019Pages: 285, PDF Size: 6.75 MB
Page 35 of 285

Sleutels, portieren en ruiten33Buitenspiegels
Bolle vorm
Door de vorm van de spiegel lijken
voorwerpen kleiner dan ze zijn, waar‐ door afstanden moeilijker zijn in te
schatten.
Dodehoekdetectiesysteem 3 189.
Elektrische verstelling1. Druk op í of ì om de relevante
buitenspiegel te selecteren. Druk
daarna op het bedieningspaneel
om de betreffende spiegel af te
stellen.
2. Druk opnieuw op í of ì om de
selectie van de spiegel ongedaan
te maken.
Inklapbare spiegels
Voor de veiligheid van voetgangers
klappen de buitenspiegels bij aansto‐
ten vanaf een bepaalde kracht weg uit de normale stand. Spiegel dan door
licht op de spiegelbehuizing te druk‐
ken terugduwen.
Elektrisch inklappen
Druk op n om beide buitenspiegels
in te klappen.
Druk nogmaals op n en beide buiten‐
spiegels nemen hun uitgangspositie
weer in.
Als u een elektrisch ingeklapte spie‐ gel met de hand uitklapt, wordt door
het indrukken van n alleen de andere
spiegel elektrisch uitgeklapt.
Page 36 of 285

34Sleutels, portieren en ruitenVerwarmde spiegels
Om in te schakelen Ü indrukken.
Het ledje in de toets geeft aan dat het
systeem geactiveerd is.
Verwarming werkt nadat de auto is
gestart en wordt na korte tijd automa‐
tisch uitgeschakeld.
Binnenspiegel
Automatische dimfunctie
Verblinding 's nachts door achterop‐
komend verkeer wordt automatisch
verminderd.
Ruiten
Voorruit
Voorruitstickers Plak geen stickers, zoals bijvoorbeeld
tolvignetten, rond de binnenspiegel
op de voorruit. Anders kunnen de
detectiezone van de sensor en het
zichtveld van de camera in de voor‐
ruitopstelling bij de binnenspiegel
kleiner worden.
Vervanging van voorruitVoorzichtig
Als de auto met een vooruitzicht‐
camera voor de bestuurderson‐
dersteuningssystemen uitgevoerd is, is het zeer belangrijk dat een
eventuele vervanging van de voor‐ ruit precies volgens de specifica‐
ties van Opel plaatsvindt. Anders
werken deze systemen wellicht
niet goed en bestaat het risico van
onverwacht gedrag en / of berich‐
ten van deze systemen.
Page 37 of 285

Sleutels, portieren en ruiten35Elektrisch bediende ruiten9Waarschuwing
Wees voorzichtig bij het gebruik
van de elektrische ruitbediening.
Er bestaat verwondingsgevaar,
met name voor kinderen.
Als er achterin kinderen zitten,
moet u de kinderbeveiliging van
de elektrische ruitbediening
inschakelen.
Ruiten tijdens het sluiten goed in
de gaten houden. Ervoor zorgen dat niets of niemand bekneld
raakt.
Schakel de auto in om de elektrisch
bediende ruiten te bedienen.
Behouden stroom uit 3 157.
Druk de schakelaar van de desbetref‐
fende ruit in om de ruit te openen of
trek aan de schakelaar om de ruit te
sluiten.
Alle ruiten: Als u rustig aan de scha‐
kelaar trekt of erop duwt, gaat de ruit
net zolang omlaag of omhoog tot u de
schakelaar weer loslaat.
De ruit in het bestuurdersportier gaat
automatisch open en dicht terwijl de
veiligheidsfunctie is ingeschakeld
wanneer de schakelaar # stevig
wordt ingedrukt of omhoog getrokken tot aan de tweede vergrendeling. U
stopt de ruit door de schakelaar
nogmaals in dezelfde richting te
bedienen. De ruit in het passagiers‐
portier gaat automatisch open
wanneer de betreffende schakelaar
stevig tot aan de tweede vergrende‐
ling wordt ingedrukt.
BeveiligingsfunctieStuit de ruit in het bestuurdersportier
tijdens het automatisch sluiten boven
de middelste stand op weerstand,
dan stopt het sluiten onmiddellijk en
beweegt de ruit weer omlaag.
Beveiligingsfunctie negeren
Zet bij een stroeve werking door
ijsvorming e.d. de auto aan en trek
vervolgens de schakelaar tot aan de
eerste vergrendeling en houd hem daar vast. De ruit gaat omhoog
zonder geactiveerde beveiligings‐
functie. Om de beweging te stoppen,
laat u de schakelaar los.
Page 38 of 285

36Sleutels, portieren en ruitenKinderbeveiliging voor
achterportierruiten
Druk V in om de achterste elektri‐
sche portierruiten te deactiveren. De
LED licht op.
Druk voor het activeren nogmaals op
V .
Overbelasting
Door herhaalde, snel opeenvolgende bediening wordt de stroomvoorzie‐
ning van de ruitbediening enige tijd
onderbroken.
Elektrisch bediende ruiten
initialiseren
Als u de ruit in het bestuurdersportier niet automatisch kunt sluiten (bijv. na
het loskoppelen van de accu),
verschijnt er een waarschuwingstekst
op het Driver Information Center.
Boordinformatie 3 92.
Activeer de ruitelektronica als volgt: 1. Portieren sluiten.
2. Schakel de auto in.
3. Duw tegen de schakelaar tot de ruit helemaal is geopend en blijf
nog 2 seconden duwen.
4. Trek aan de schakelaar totdat de ruit gesloten is en blijf nog
2 seconden eraan trekken.
5. Deze handeling uitvoeren voor alle ruiten.Achterruitverwarming
Om in te schakelen Ü indrukken.
Het ledje in de toets geeft aan dat het
systeem geactiveerd is.
Verwarming werkt nadat de auto is
gestart en wordt na korte tijd automa‐
tisch uitgeschakeld.
Page 39 of 285

Sleutels, portieren en ruiten37Zonnekleppen
Om verblinding te vermijden kunnen
de uitschuifbare zonnekleppen
worden neergeklapt en opzij worden
gedraaid.
Onderweg moeten de spiegelkappen
gesloten zijn.
Aan de achterkant van de zonneklep
zit een kaartjeshouder.
Page 53 of 285

Stoelen, veiligheidssystemen519Waarschuwing
Lichaamsdelen of voorwerpen uit
het werkingsgebied van de airbag
houden.
De haken aan de handgrepen van het dakframe zijn alleen geschikt
om lichte kledingstukken, zonder
kleerhangers, aan op te hangen.
Geen voorwerpen in de kleding‐
stukken bewaren.
Airbag deactiveren
Het passagiersairbagsysteem vóór moet voor een kinderveiligheidssys‐
teem op de passagiersstoel worden
gedeactiveerd volgens de instructies
in de tabel 3 55. Het zijairbag- en
het gordijnairbagsysteem, de gordel‐
voorspanners en alle airbagsystemen van de bestuurder blijven actief.U deactiveert het airbagsysteem vande voorpassagier met een slot aan de passagierszijde van het instrumen‐
tenpaneel.
Verander de positie met het sleutel‐
blad:
*
OFF:airbag van voorpassagier is
gedeactiveerd en gaat niet
af bij een aanrijding. Contro‐
lelampje OFF * brandt
voortdurend in de dakcon‐
soleV
ON:airbag van voorpassagier is
actief9 Gevaar
Deactiveer de passagiersairbag
uitsluitend bij gebruik van een
kinderveiligheidssystemen,
volgens de instructies en beper‐
kingen in de tabel 3 55.
Anders is er kans op dodelijk letsel voor een persoon op de passa‐
giersstoel met een gedeacti‐
veerde airbag.
Page 95 of 285

Instrumenten en bedieningsorganen93●Wanneer een geprogrammeerde
snelheid of snelheidslimiet wordt
overschreden.
● Wanneer er een waarschuwings‐
bericht verschijnt op het Driver
Information Center.
● Als de elektronische sleutel zich niet in het interieur bevindt.
● Wanneer de parkeerhulp een obstakel herkent.
● Bij een onbedoelde rijstrookwis‐ sel.
● Als de veiligheidsfunctie van de elektrische achterklep voorwer‐
pen in de bewegingsrichting
detecteert.
Bij het parkeren van de auto en /
of het openen van het
bestuurdersportier
● Bij ingeschakelde rijverlichting.
Batterijspanning
Wanneer de spanning van de 12V-
accu laag is, verschijnt er een waar‐
schuwingsbericht op het Driver Infor‐
mation Center.1. Schakel alle elektrische verbrui‐ kers uit die niet nodig zijn voor eenveilige rit, bijvoorbeeld de stoel‐
verwarming, achterruitverwar‐
ming of andere grootverbruikers.
2. Laad de 12V-accu op door een tijdje te rijden of door een oplaad‐
apparaat te gebruiken.
Als de 12V-accu niet kan worden
opgeladen, moet u de oorzaak van de
storing in een werkplaats laten
verhelpen.Persoonlijke
instellingen
U kunt het gedrag van de auto naar
wens afstemmen door de instellingen
in het Info-Display aan te passen.
Afhankelijk van het uitrustingsniveau
en de specifieke regelgeving in uw
land, zijn sommige van de hieronder
beschreven functies eventueel niet
aanwezig.
Sommige functies worden alleen weergegeven of zijn alleen actief als
de auto is ingeschakeld.
Tik op p en daarna op 1.
Page 98 of 285

96Instrumenten en bedieningsorganenPassieve portierontgrendeling:
Verandert de configuratie om
alleen het bestuurdersportier of
de hele auto te ontgrendelen.
Vergr. op afstand ontgrendel portier. : Activeert of deactiveert
de passieve vergrendelingsfunc‐
tie. Met deze functie wordt de
auto na enkele seconden auto‐
matisch vergrendeld als alle
portieren zijn gesloten en een
elektronische sleutel uit de auto
is verwijderd.
Stoelverwarming starten op
afstand : Schakelt de stoelver‐
warmingen automatisch in of uit bij het starten op afstand.
Passieve portierontgrendeling :
Verandert de configuratie om
alleen het bestuurdersportier of
de hele auto te ontgrendelen.
Passieve portiervergrendeling :
Activeert of deactiveert de
passieve vergrendelingsfunctie.
Met deze functie wordt de auto
na enkele seconden automatisch vergrendeld als alle portieren zijn gesloten en een elektronische
sleutel uit de auto is verwijderd.Waarschuwing afstandsbedie‐
ning in voertuig : Activeert of
deactiveert de waarschuwings‐
geluid wanneer de elektronische
sleutel in de auto blijft.
Apparaten
Externe apparaten 3 130.
Externe toegang tot apparaat
Externe functie smartphone 3 28.
Apple CarPlay
Smartphone-applicaties gebruiken
3 137.
Android Auto
Smartphone-applicaties gebruiken 3 137.
KeyPass
Externe functie smartphone 3 28.
USB automatisch starten
Externe apparaten 3 130.
Wi-Fi
Systeeminstellingen 3 121.
Displayinstellingen
Systeeminstellingen 3 121.Camera achterzijde
Symbolen : Schakelt de symbolen in
of uit.
Richtlijnen : Activeert of deactiveert de
geleidelijnen.
Fabrieksinstellingen herstellen
Voertuiginstellingen resetten : stelt
alle functies opnieuw in op de stan‐ daardinstellingen.
Alle privégegevens wissen : Wist alle
persoonsgebonden gegevens uit de auto.
Radio-instellingen herstellen : Zet alle
radio-instellingen terug op de stan‐
daardwaarden.
Systeeminstellingen 3 121.
Akoestische feedback bij aanraking
Gebruik 3 113.
Tekst scrollen
Systeeminstellingen 3 121.
Software-informatie
Systeeminstellingen 3 121.
Page 110 of 285

108VerlichtingLeeslampen
Deze worden bediend door de knop‐
pen aan de voorkant in te drukken.
Verlichting zonneklep Brandt wanneer u het klepje opent.
Verlichtingsfuncties
Instapverlichting Bij het indrukken van ( op de elek‐
tronische sleutel gaan het dimlicht en
de binnenverlichting kort branden. Bij het indrukken van POWERm doven
de lichten meteen of automatisch na
een korte tijd.
Uitstapverlichting U schakelt het dimlicht en het achter‐
uitrijlicht als volgt in:
1. Schakel de auto uit.
2. Open het bestuurdersportier.
3. Trek even aan de hendel en laat deze los.
Soms gaat er bij het uitschakelen van de auto binnenverlichting branden.
De rijverlichting en de binnenverlich‐ ting blijven na het sluiten van het
portier korte tijd branden en gaan dan
uit.
Activeren, deactiveren en duur van
deze functie kunnen worden gewij‐
zigd op het Info-Display.
Persoonlijke instellingen 3 93.Ontlaadbeveiliging accu
Oplaadfunctie afgestemd op accu De spaarstand van de auto-accu is
bedoeld ter bescherming van de 12
V-accu van de auto. Als er nog interi‐
eurverlichting brandt en de auto wordt
uitgeschakeld, schakelt het accu-
ontlaadbeveiliging de verlichting na
ongeveer 10 minuten automatisch uit.
Als de rijverlichting aan is, gaat deze
bij het uitschakelen van de auto uit. Bij het inschakelen van de zijmarkerings‐
lichten als de auto wordt uitgescha‐
keld, blijven de zijmarkeringslichten
branden totdat ze handmatig worden
uitgeschakeld.
Page 153 of 285

Klimaatregeling151Luchtverdeling V, B en C
Druk op de desbetreffende toets voor
de gewenste afstelling. Het ledje in de knop brandt om activering aan te
geven.
B:naar hoofdhoogte via de
verstelbare luchtroostersC:naar de voetenruimte en voor‐
ruith:naar voorruit
Er zijn ook combinaties mogelijk.
Druk om de automatische luchtverde‐
ling opnieuw in te schakelen op
AUTO .
Handmatig bediende
luchtrecirculatie 4
Tik op 4 om de luchtrecirculatiemo‐
dus in te schakelen.
Tik opnieuw op 4 om de recircula‐
tiemodus uit te schakelen.
Bij deze optie licht de toets op het
aanraakscherm op ter aanduiding dat er lucht wordt gerecirculeerd. Zowordt de lucht in de auto snel gekoeld
en wordt het binnendringen van
buitenlucht of luchtjes voorkomen.
Tik op 4 om de luchtrecirculatie uit
te schakelen. Druk op AUTO om
terug naar automatische bediening te
gaan. De recirculatie werkt wanneer
nodig automatisch.9 Waarschuwing
Als het luchtrecirculatiesysteem is
ingeschakeld, vermindert de lucht‐verversing. Bij het gebruik zonder
koeling neemt de luchtvochtigheid
toe waardoor de ruiten van
binnenuit kunnen aandampen. De kwaliteit van de binnenlucht neemt
na verloop van tijd af, wat tot
vermoeidheidsverschijnselen bij de inzittenden kan leiden.
Externe verwarming en koeling
Wordt bediend door op de toets O op
de elektronische sleutel te drukken.
De klimaatregeling schakelt stan‐
daard over op een goede verwar‐
mings- of koelmodus en de achter‐
ruitverwarming schakelt bij lage
buitentemperaturen in.
Starten op afstand 3 17.