stop start OPEL ASTRA J 2014 Gebruikershandleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: OPEL, Model Year: 2014, Model line: ASTRA J, Model: OPEL ASTRA J 2014Pages: 339, PDF Size: 10.09 MB
Page 178 of 339

176Rijden en bedieningUitlaatgassen9Gevaar
Motoruitlaatgassen bevatten het
giftige en bovendien kleur- en
geurloze koolmonoxide dat bij in‐
ademen levensgevaarlijk kan zijn.
Wanneer uitlaatgassen in de pas‐
sagiersruimte dringen, de ruiten openen. Oorzaak van de storing
door een werkplaats laten verhel‐
pen.
Niet met een geopende achterklep
rijden, aangezien er dan uitlaat‐
gassen de passagiersruimte bin‐
nen kunnen dringen.
Roetfilter
Het dieselpartikelfilter verwijdert
schadelijke roetdeeltjes uit de uitlaat‐ gassen. Het systeem heeft een zelf‐
reinigende functie die tijdens het rij‐ den automatisch wordt geactiveerd,
zonder dat hier een melding over ver‐
schijnt. Het filter wordt geregenereerd door achtergebleven roetdeeltjes pe‐
riodiek bij een hoge temperatuur te
verbranden. Dit proces vindt onder
bepaalde rijomstandigheden automa‐
tisch plaats en kan tot 25 minuten du‐
ren. Doorgaans neemt dit tussen
7 en 12 minuten in beslag. Autostop
is niet beschikbaar en het brandstof‐
verbruik ligt mogelijk hoger. Enige
geur- en rookontwikkeling tijdens
deze procedure is normaal.
Onder bepaalde rijomstandigheden,
bijv. bij korte ritten, kan het systeem
zichzelf niet automatisch reinigen.
Wanneer het filter geregenereerd moet worden maar de recente rijom‐standigheden geen automatische re‐
generatie toelieten, knippert controle‐
lamp %. Tegelijkertijd verschijnt
Roetfilter is vol, rijd door of
waarschuwingscode 55 op het Driver
Information Centre.
% brandt wanneer het dieselpartikel‐
filter vol is. Start het regeneratiepro‐
ces zo spoedig mogelijk.
% knippert wanneer het maximale
vulniveau van het filter is bereikt. Start
het regeneratieproces onmiddellijk
om schade aan de motor te voorko‐
men.
Regeneratieproces
Blijf rijden om het regeneratieproces
te activeren en houd het motortoeren‐ tal boven 2000 1/min. Indien nodig te‐rugschakelen. De regeneratie van het
dieselpartikelfilter wordt dan gestart.
Als ook g gaat branden is regene‐
ratie niet mogelijk. Roep de hulp van
een werkplaats in.
Page 186 of 339

184Rijden en bediening
continu, zet de elektrische handremdan los en probeer deze weer aan te
trekken.
RemassistentieBij het snel en krachtig intrappen van
het rempedaal wordt automatisch met
de maximale remkracht (noodstop)
geremd.
De druk op het rempedaal niet ver‐
minderen, zolang er maximaal ge‐
remd moet worden. Bij het loslaten
van het rempedaal wordt de rem‐
kracht automatisch verminderd.
HellingremHet systeem voorkomt onbedoeld be‐ wegen bij het wegrijden op hellingen.
Wanneer u de voetrem loslaat nadat
u op een helling bent gestopt, blijft de rem nog gedurende 2 seconden in‐
geschakeld. Bij het optrekken van de
auto worden de remmen automatisch gelost.
De hellingrem werkt niet tijdens een
Autostop.Rijregelsystemen
Traction Control
De Traction Control (TC) is een on‐
derdeel van de elektronische stabili‐
teitsregeling (ESC) 3 185.
TC verhoogt zo nodig de stabiliteit,
ongeacht het type wegdek of de grip
van de banden, door te voorkomen
dat de aangedreven wielen door‐
slaan.
Zodra de aangedreven wielen begin‐
nen door te slaan, wordt het motor‐
vermogen verminderd en wordt het
wiel met de meeste slip afzonderlijk
afgeremd. Daardoor wordt de rijstabi‐ liteit van de auto op een glad wegdek
aanmerkelijk verbeterd.
TC werkt na elke motorstart zodra
controlelamp b dooft.
Wanneer TC werkt, knippert b.9 Waarschuwing
Laat u door dit speciale veilig‐
heidssysteem niet verleiden tot
een roekeloze rijstijl.
Snelheid aan de staat van het
wegdek aanpassen.
Controlelamp b 3 121.
Deactivering
Het is mogelijk de TC uit te schakelen wanneer de aandrijfwielen moeten
kunnen doorslaan:
Page 237 of 339

Verzorging van de auto2359Gevaar
Het ontstekingssysteem en de Xe‐
nonkoplampen werken met een
zeer hoge spanning. Niet aanra‐
ken.
Motorkap
Openen
Aan de ontgrendelingshendel trekkenen in de uitgangspositie terugduwen.
Leg de veiligheidsgrendel links opzijen open de motorkap.
Motorkapsteun vastzetten.
Als de motorkap wordt geopend tij‐
dens een Autostop, wordt de motor om veiligheidsredenen automatischherstart.
Sluiten
Steun vóór het sluiten van de motor‐
kap stevig in de houder duwen.
Laat de motorkap zakken en laat het
vanaf een lage hoogte (20-25 cm) in
het slot vallen. Controleer of de mo‐
torkap vergrendeld is.Voorzichtig
Druk de motorkap niet in het slot
om deuken te voorkomen.
Motorolie
Het motoroliepeil op gezette tijden
handmatig controleren om schade
aan de motor te voorkomen. Contro‐
leer of de gebruikte olie de juiste spe‐ cificatie heeft. Aanbevolen olie en
smeermiddelen 3 295.
Page 240 of 339

238Verzorging van de autoRemmen
Wanneer de remvoering een mini‐
male dikte heeft, hoort u een piepend geluid wanneer u remt.
Verder rijden is mogelijk maar laat de
remblokken zo spoedig mogelijk ver‐
vangen.
Na de montage van nieuwe remblok‐
ken de eerste paar ritten niet onnodig hard remmen.
Remvloeistof9 Waarschuwing
Remvloeistof is giftig en bijtend.
Contact met ogen, huid, textiel en
lakwerk vermijden.
De remvloeistof moet tussen merkte‐
kens MIN en MAX staan.
Bij het bijvullen schoon te werk gaan,
omdat verontreinigde remvloeistof
storingen in het remsysteem tot ge‐ volg kan hebben. Oorzaak van het
remvloeistofverlies door een werk‐
plaats laten verhelpen.
Gebruik alleen hoge prestatie-rem‐ vloeistof die voor de auto is goedge‐
keurd. Rem- en koppelingsvloeistof
3 295.
Accu
Auto's zonder stop-startsysteem zijn
uitgerust met een loodzuuraccu. Au‐
to's met stop-startsysteem zijn uitge‐
rust met een AGM-accu die geen
loodzuuraccu is.
De accu van de auto is onderhouds‐ vrij mits uw rijstijl zodanig is dat de accu voldoende wordt opgeladen. Bij
korte ritten en vaak starten kan de
accu ontladen raken. Gebruik bij
voorkeur geen onnodige elektrische
verbruikers.
Batterijen horen niet in het huisvuil
thuis. Ze moeten via speciale inza‐
melpunten gerecycled worden.
Wanneer de auto meer dan 4 weken
achtereen stilstaat, kan de accu ont‐
laden raken. Poolklem van de min‐
pool van de accu loskoppelen.
Page 241 of 339

Verzorging van de auto239
Accu van de auto alleen bij uitgescha‐
kelde ontsteking aansluiten en los‐
koppelen.
Ontlaadbeveiliging accu 3 158.
Accu vervangen Let op
Elke afwijking van de in dit hoofdstuk gegeven instructies kan leiden tot
een tijdelijke uitschakeling van het
stop- startsysteem.
Let er bij het vervangen van de accu
op dat er bij de pluspool geen lucht‐
roosters open zijn. Als er in dit gebied een uitstroomkanaal open is, moet dit met een afdekkap worden afgeslotenen moet de ventilatie bij de minpool
worden geopend.
Uitsluitend accu's gebruiken waarbij
de zekeringenkast boven de accu kan
worden gemonteerd.
Zorg bij auto's met een Stop/Start-
systeem dat de AGM-accu (Absorp‐
tive Glass Mat) weer wordt vervangen
door een AGM-accu.
U kunt een AGM-accu herkennen aan
het label op de accu. Wij bevelen het
gebruik aan van een originele Opel accu.
Let op
Als u een andere AGM-accu ge‐
bruikt dan de originele Opel accu is
het mogelijk dat het Stop/Start-sys‐
teem slechter presteert.
Het wordt geadviseerd de accu door
een werkplaats te laten vervangen.
Stop/Start-systeem 3 173.
Accu opladen9 Waarschuwing
Bij auto's met een stop-startsys‐
teem moet u ervoor zorgen dat het oplaadvermogen geen 14,6 volt
overschrijdt wanneer u een accu-
oplader gebruikt. Anders kan de
accu beschadigd raken.
Starthulp gebruiken 3 287.
Waarschuwingssticker
Page 265 of 339

Verzorging van de auto263
Nr.Stroomkring1Motorregelmodule2Lambdasonde3Brandstofinspuiting, ontste‐
kingssysteem4Brandstofinspuiting, ontste‐
kingssysteem5–6Spiegelverwarming, diefstala‐
larmsysteem7Aanjagerregeling, motorregel‐
module, transmissieregelmo‐
dule8Lambdasonde, motorkoeling9Achterruitsensor10Accusensor11Ontgrendeling kofferruimte12Adaptief rijlicht (AFL), automati‐
sche verlichting13ABS14Achterruitwisser15MotorregelmoduleNr.Stroomkring16Startmotor17Transmissieregelmodule18Verwarmbare achterruit19Elektrische ruitbediening voorin20Elektrische ruitbediening
achterin21Centrale elektrische eenheid,
achter22Grootlicht links (halogeen)23Koplampsproeiers24Rechter dimlicht (xenon)25Linker dimlicht (xenon)26Mistlampen27Verwarming dieselbrandstof28Start-stopsysteem29Elektrische handrem30ABS31Adaptieve cruise control32AirbagNr.Stroomkring33Adaptief rijlicht (AFL), automati‐
sche verlichting34Uitlaatgasrecirculatie35Buitenspiegel, regensensor36Verwarming en ventilatie37Magneetklep koolstofreservoir38Vacuümpomp39Centrale regelmodule40Voorruitsproeier, achterruits‐
proeier41Grootlicht rechts (halogeen)42Koelventilator43Voorruitwissers44Voorruitwissers45Koelventilator46–47Claxon48Koelventilator49Brandstofpomp
Page 320 of 339
![OPEL ASTRA J 2014 Gebruikershandleiding (in Dutch) 318Technische gegevensInhoudenMotorolieMotorA14XEL,
A14XERA14NEL,
A14NETA16LET,
A16XERA16XHTA18XERA20NFTinclusief filter [l]4,04,04,55,54,56,0tussen MIN en MAX [l]1,01,01,01,01,01,0MotorA13DTE
ecoFlex OPEL ASTRA J 2014 Gebruikershandleiding (in Dutch) 318Technische gegevensInhoudenMotorolieMotorA14XEL,
A14XERA14NEL,
A14NETA16LET,
A16XERA16XHTA18XERA20NFTinclusief filter [l]4,04,04,55,54,56,0tussen MIN en MAX [l]1,01,01,01,01,01,0MotorA13DTE
ecoFlex](/img/37/21472/w960_21472-319.png)
318Technische gegevensInhoudenMotorolieMotorA14XEL,
A14XERA14NEL,
A14NETA16LET,
A16XERA16XHTA18XERA20NFTinclusief filter [l]4,04,04,55,54,56,0tussen MIN en MAX [l]1,01,01,01,01,01,0MotorA13DTE
ecoFlexA17DTE,
A17DTCA17DTF,
A17DTSA20DTH,
A20DTRinclusief filter [l]3,55,45,44,5tussen MIN en MAX [l]1,01,01,01,0
Brandstoftank
Benzine/diesel, tankinhoud [I]56 6)LPG, tankinhoud [I]38 7)6)
A13 DTE dieselmotor met Stop/Start-systeem gereduceerde tankinhoud: 46 liter.
7) Sports tourer: 36.
Page 337 of 339

335
O
Olie, motor .......................... 295, 299
Ontlaadbeveiliging accu ............158
Opbergruimte................................ 63
Opbergruimte achter..................... 90
Opbergruimte voorin .....................64
Opbergvakken .............................. 63
Opbergvak middenconsole ..........66
Opbergvak onder passagiersstoel 65
Opgeslagen instellingen ...............25
Opschakelen............................... 120
Overzicht instrumentenpaneel .....12
P Panoramadak .............................. 40
Parkeerhulp ............................... 206
Parkeerlichten ............................ 155
Parkeren .............................. 21, 175
Park pilot met ultrasoonsensoren 206
Partikelfilter ................................. 176
Pech ........................................... 288
Persoonlijke instellingen ............138
Pollenfilter .................................. 169
Portieren ....................................... 28
Portier open ............................... 124
Prestaties ................................... 305
Profieldiepte ............................... 273
Q Quickheat ................................... 168R
Radiofrequentie-identificatie (RFID) .................................... 330
Regelbare instrumentenverlichting ...........155
Regeleenheid smartphone .........131
Registreren van autogegevens en privacy ................................ 329
Remassistentie .......................... 184
Rem- en koppelingssysteem .....119
Rem- en koppelingsvloeistof ......295
Remmen ............................ 181, 238
Remvloeistof .............................. 238
Reservewiel ............................... 282
Richtingaanwijzer ......................118
Richtingaanwijzers ..................... 153
Richtingaanwijzers vooraan ......248
Roetfilter ............................. 122, 176
Rugleuning neerklappen .............46
Ruiten ........................................... 35
Rijgedrag en aanhangertips ......228
Rijverlichting ................14, 123, 146
S
Service ............................... 169, 294
Service-display .......................... 115
Service-indicatie ........................119
Service-informatie ...................... 294
Sjorogen ...................................... 95Slepen................................ 228, 288
Sleutel, opgeslagen instellingen ...25
Sleutels ........................................ 23
Sleutels, sloten ............................. 23
Sneeuwkettingen .......................275
Snelheidsbegrenzer ...................191
Snelheidsmeter .......................... 112
Spiegelverstelling ........................10
Sproeiervloeistof ........................237
Startbeveiliging ....................33, 123
Starten en bediening ..................171
Starthulp gebruiken ...................287
Stoelpositie .................................. 43
Stoelverstelling ........................7, 43
Stop/Start-systeem .....................173
Storing ....................................... 179
Storing elektrische handrem .......120
Storingsindicatielamp ................119
Stroomonderbreking ..................180
Sturen ......................................... 170
Stuurbedieningsknoppen ...........105
Stuurbekrachtiging .....................121
Stuurwiel instellen ........................ 11
Stuurwielverstelling .................... 105
Symbolen ....................................... 4
T
Tanken ....................................... 224
Te laag brandstofpeil .................123
Toerenteller ............................... 113