alarm OPEL ASTRA J 2017 Gebruikershandleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: OPEL, Model Year: 2017, Model line: ASTRA J, Model: OPEL ASTRA J 2017Pages: 303, PDF Size: 8.18 MB
Page 178 of 303

176Rijden en bedieningInstellingen
Instellingen kunt u veranderen in het
menu Voorbereiding aanrijding in de
persoonlijke instellingen 3 108.
Frontaanrijdingswaarschuwing
met voorcamerasysteem
De frontaanrijdingswaarschuwing
gebruikt het camerasysteem in de
voorruit om voertuigen te vinden die
zich op een afstand van ong.
60 meter direct voor u bevinden.
Inschakelen
De frontaanrijdingswaarschuwing
werkt automatisch bij snelheden
boven 40 km/u, als deze niet is
gedeactiveerd via V; zie hieronder.
De gevoeligheid van het systeem
instellen
De gevoeligheid van het systeem kan
op kort, gemiddeld of ver worden
ingesteld.
Druk op V; de huidige instelling
verschijnt op het Driver Information
Center. Druk opnieuw op V om de
gevoeligheid van het systeem te wijzi‐
gen.
De bestuurder alarmeren
Een groene controlelamp voorligger
gedetecteerd A licht op in de instru‐
mentengroep wanneer het systeem
een voorligger heeft geconstateerd.
Wanneer de afstand tot een voorlig‐
ger te kort wordt of wanneer u een
ander voertuig te snel nadert en er een botsing dreigt, verschijnt het
botsingswaarschuwingssymbool op
het Driver Information Center.
Tegelijkertijd klinkt er een geluidssig‐ naal. Trap het rempedaal in als de
situatie dit vereist.
Page 189 of 303

Rijden en bediening187ongeveer één seconde op D om het
systeem naar een nieuwe parkeer‐
plek te laten zoeken.
Algemene opmerkingen over
parkeerhulpsystemen9 Waarschuwing
Onder bepaalde omstandigheden
kunnen reflecterende oppervlak‐
ken van uiteenlopende aard op
voorwerpen of kleding evenals
externe geluidsbronnen ertoe
leiden dat het systeem obstakels
niet waarneemt.
In het bijzonder moet gelet worden op lage obstakels die het onderstegedeelte van de bumper kunnen
beschadigen.
Voorzichtig
Het systeem werkt eventueel
minder goed wanneer de senso‐
ren zijn bedekt, bijv. met ijs of
sneeuw.
Het parkeerhulpsysteem werkt bij
een zware belading eventueel
minder goed.
Voor grotere auto's in de buurt
(bijv. off-roads, minivans, vans)
gelden speciale voorwaarden. De
objectherkenning en de juiste
afstandsindicatie in het bovenste
deel van deze voertuigen kan niet
worden gegarandeerd.
Objecten met een erg klein reflec‐ tievlak, bijv. smalle voorwerpen of
zachte materialen, herkent het
systeem mogelijkerwijs niet.
Parkeerhulpsystemen detecteren
geen voorwerpen buiten het
detectiebereik.
Let op
Het parkeerhulpsysteem kan
worden geactiveerd en gedeacti‐ veerd door de instellingen op hetInfo-display te veranderen. Als een
aanhangerkoppeling is bevestigd,
moet deze in het menu worden
geselecteerd.
Persoonlijke instellingen 3 108.
Let op
Het parkeerhulpsysteem herkent
automatisch een af fabriek gemon‐
teerde trekhaak. Het systeem wordt
gedeactiveerd zodra u de stekker
erin steekt.
Als gevolg van externe akoestische
of mechanische storingen is het
mogelijk dat de sensor een niet-
bestaand object (echostoring)
herkent.
De geavanceerde parkeerhulp
reageert eventueel niet op verande‐ ringen van de parkeerplek nadat u
met het parkeren bent begonnen.
Let op
Na gebruik moet de geavanceerde
parkeerhulp worden gekalibreerd.
Voor optimale begeleiding tijdens het parkeren is een rijafstand van
ten minste 35 km, inclusief een
aantal bochten, nodig.
Blindehoeksysteem
Het blindehoeksysteem detecteert en meldt objecten die zich, binnen een
specifieke blindehoekzone, aan
weerszijden van de auto bevinden.
Het systeem alarmeert visueel in elke
Page 210 of 303

208Verzorging van de autoAlgemene informatieAccessoires en modificatiesvan auto
Het wordt geadviseerd alleen gebruik te maken van originele onderdelen,
accessoires en andere uitdrukkelijk
door de fabriek voor uw autotype
goedgekeurde onderdelen. Voor
andere onderdelen kunnen wij – ook
als deze door autoriteiten of anders‐
zins zijn goedgekeurd – niet beoorde‐ len of deze betrouwbaar zijn en er
evenmin garant voor staan.
Bij eventuele aanpassingen, omzet‐
tingen of andere wijzigingen in de
standaard voertuigspecificaties
(waaronder, zonder beperkingen,
softwarematige aanpassingen,
aanpassingen in de elektronische
regeleenheden) wordt de door Opel
geboden garantie mogelijk ongeldig.
Bovendien kunnen dergelijke wijzi‐
gingen het brandstofverbruik, de
CO 2-uitstoot en andere uitstoot van
de auto nadelig beïnvloeden waar‐
door deze mogelijk niet meer voldoetaan de typegoedkeuring en de geldig‐
heid van uw kentekenbewijs in het
geding kan komen.Voorzichtig
Wanneer het voertuig getranspor‐
teerd wordt op een trein of een
takelwagen kunnen de spatlappen beschadigd worden.
Auto stallen
Langdurig stallen Wanneer u de auto meerdere maan‐
den moet stallen:
● Auto wassen en conserveren.
● Conservering van motorruimte en bodemplaat laten controleren.
● Afdichtrubbers reinigen en conserveren.
● Brandstoftank volledig vullen.
● Motorolie verversen.
● Sproeiervloeistofreservoir leeg‐ maken.
● Vorst- en corrosiebestendigheid koelvloeistof controleren.
● Bandenspanning instellen op dewaarde voor maximale belading.
● Auto in een droge en goed geventileerde ruimte parkeren.Eerste versnelling of achteruit‐
versnelling inschakelen of keuze‐ hendel in stand P zetten. Voor‐
komen dat auto kan wegrollen.
● Handrem niet aantrekken.
● Motorkap openen, alle portieren sluiten en auto vergrendelen.
● Poolklem van de minpool van de accu loskoppelen. Erop letten dat
geen van de systemen werkt,
bijv. het diefstalalarmsysteem.
Weer in gebruik nemen
Wanneer u de auto weer in gebruik
neemt:
● Poolklem op de minpool van de accu aansluiten. Elektronica voor
de elektrische ruitbediening
inschakelen.
● Bandenspanning controleren. ● Sproeiervloeistofreservoir vullen.
● Motoroliepeil controleren.
Page 216 of 303

214Verzorging van de autoDe accu ontkoppelen
Als de boordaccu moet worden losge‐ koppeld (bijv. voor onderhoudswerk‐
zaamheden), moet de alarmsirene
als volgt worden gedeactiveerd:
Schakel het contact in en uit en
ontkoppel de boordaccu binnen
15 seconden.
Accu vervangen Let op
Elke afwijking van de in dit hoofdstuk gegeven instructies kan leiden tot
een tijdelijke uitschakeling van het
stop- startsysteem.
Let er bij het vervangen van de accu
op dat er bij de pluspool geen lucht‐
roosters open zijn. Als er in dit gebied een ventilatieopening open is, moet
deze met een afdekkap worden afge‐ sloten en moet de ventilatie bij de
minpool worden geopend.
Uitsluitend accu's gebruiken waarbij
de zekeringenkast boven de accu kan
worden gemonteerd.
Vervang bij auto's met een AGM-accu
(Absorptive Glass Mat) de accu door
een andere AGM-accu.
U kunt een AGM-accu herkennen aan
het label op de accu. Wij bevelen het
gebruik aan van een originele Opel accu.
Let op
Als u een andere AGM-accu
gebruikt dan de originele Opel accu,
kunnen slechtere prestaties het
gevolg zijn.
Het wordt geadviseerd de accu door
een werkplaats te laten vervangen.
Stop/Start-systeem 3 145.
Accu opladen9 Waarschuwing
Bij auto's met een stop-startsys‐
teem moet u ervoor zorgen dat het oplaadvermogen geen 14,6 volt
overschrijdt wanneer u een accu-
oplader gebruikt. Anders kan de
accu beschadigd raken.
Starthulp gebruiken 3 255.
Waarschuwingssticker
Page 298 of 303

296TrefwoordenlijstAAanbevolen vloeistoffen en smeermiddelen ..............264, 269
Aanduidingen op banden ..........238
Aangeslagen lampenglazen ......128
Aanhangerstabilisatie ................205
Aanhanger trekken ....................201
Aansteker .................................... 82
Accessoires en modificaties van auto ........................................ 208
Accu ........................................... 213
Achterlichten .............................. 225
Achterruitverwarming ................... 36
Achteruitrijlichten .......................128
Actieve hoofdsteunen ..................40
Actieve noodrem......................... 178
Adaptief rijlicht (AFL) .........123, 220
Adaptieve cruise control .......95, 167
Adaptive Forward Lighting ...........94
Afmetingen auto ........................278
Afslagverlichting ......................... 123
Airbag deactiveren ....................... 54 Airbag-deactivering ...................... 89
Airbag en gordelspanners ...........89
Airbagsysteem ............................. 52
Airconditioning ........................... 133
Airconditioning regelmatig aanzetten ............................... 141
Alarmknipperlichten ...................126
Algemene informatie .................. 201Algemene richtlijnen voor het rijden ....................................... 143
Andere auto slepen ...................258
Antiblokkeersysteem .................155
Antiblokkeersysteem (ABS) .........91
Armsteun ..................................... 48
Armsteun met opbergruimte ........64
Asbakken ..................................... 82
Autogegevens ............................ 269
Automatische antiverblinding ......33
Automatische verlichting ............ 120
Automatische versnellingsbak ...151
Automatisch vergrendelen ...........25
Auto ontgrendelen .........................6
Auto slepen ................................ 257
Auto stallen ................................. 208
Autostop ..................................... 145
B Bagageruimte ........................ 26, 66
Bagageruimte-afdekking .............68
Banden- en velgmaat veranderen ............................. 243
Bandenreparatieset ...................245
Bandenspanning .......................238
Bandenspanningscontrolesys‐ teem .................................. 93, 239
Bandenspanningswaarden ........281
Batterijspanning .........................105
Bedieningsorganen ......................76
Page 299 of 303

297Bekerhouders .............................. 62
Bekleding .................................... 261
Beladingsinformatie .....................73
Bestuurdersondersteuningssys‐ temen ...................................... 163
Beveiliging van de auto ................28
Binnenspiegels ............................. 32
Binnenverlichting .......................129
Blindehoeksysteem ....................187
Bolle vorm .................................... 31
Boordgereedschap .....................236
Boordinformatie .........................102
Brandstof .................................... 194
Brandstofkeuzeschakelaar ..........84
Brandstofmeter ............................ 84
Brandstofverbruik - CO 2-uitstoot. 200
Brandstof voor benzinemotoren 194
Brandstof voor dieselmotoren ...194
Brandstof voor rijden op LPG .....195
Buitenspiegels .............................. 31
Buitentemperatuur .......................79
C
Car Pass ...................................... 22
Centrale vergrendeling ................24
Claxon ................................... 15, 77
Code ........................................... 102
Conformiteitsverklaring ...............287
Contactslotstanden ....................144
Controlelampen ......................83, 86Controle over de auto ................143
Controles .................................... 209
Cruise control ...................... 95, 163
D
Dagrijlicht ................................... 122
Dagteller ...................................... 83
Dak ............................................... 36
Dakbelasting ................................. 73
Dakdrager .................................... 72
Diefstalalarmsysteem ..................28
Dieselbrandstofsysteem ontluchten .............................. 215
Dimlicht of grootlicht ...................119
Driepuntsgordel ........................... 50
Driver Information Center .............95
E EHBO ........................................... 71
Elektrisch bediende ruiten ...........34
Elektrische aansluitingen .............81
Elektrische handrem .............91, 156
Elektrische handrem defect ..........91
Elektrische stoelverstelling ..........46
Elektrische verstelling ..................31
Elektrisch systeem...................... 230
Elektronische rijprogramma's ....153
Elektronische stabiliteitsregeling en Traction Control-systeem .....92
Elektronische stabiliteitsregeling (ESC) ...................................... 159Elektronische
stabiliteitsregeling UIT ..............92
Elektronisch klimaatregelsysteem ..............135
ERA GLONASS .......................... 116
Erkenning van software ..............290
Event Data Recorders (EDR) .....294
F
Frontaal airbagsysteem ...............52
Frontaanrijdingswaarschuwing ...174
G
Gebruik van deze handleiding .......3
Gedeponeerde handelsmerken ..293
Geluidssignalen .........................104
Gereedschap ............................. 236
Gevaar, Waarschuwing en Voorzichtig ................................. 4
Gevarendriehoek .........................71
Gloeilamp vervangen ................216
Gordels ......................................... 49
Gordelverklikker ........................... 89
Gordijnairbagsysteem .................. 54
Graphic-Info-Display, Color-Info-Display ...................100
Grootlicht ............................. 94, 121
Grootlichtassistentie .............94, 121