infotainment OPEL ASTRA J 2018 Handleiding Infotainment (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: OPEL, Model Year: 2018, Model line: ASTRA J, Model: OPEL ASTRA J 2018Pages: 165, PDF Size: 2.71 MB
Page 107 of 165

Radio107● Zolang een bepaalde DAB-ontvanger een signaal van een
zender op kan vangen (ook al is het signaal erg zwak), is de
geluidsweergave gewaarborgd.
● Er is fading (zwakker worden van
het geluid) dat typerend is voor
AM - of FM-ontvangst. Het DAB-
signaal wordt op een constant
volume weergegeven.
● Als het DAB-signaal te zwak is om door de radio te worden
opgevangen, wordt de weergave
geheel onderbroken. Dit
probleem kan worden vermeden
door in het menu DAB-instellin‐
gen Automatische groeplinks en/
of Automatische links DAB-FM te
activeren.
● Interferentie door zenders op naburige frequenties (een
verschijnsel dat typisch is voor
AM- en FM-ontvangst) doet zich
bij DAB niet voor.
● Als het DAB-signaal door natuur‐
lijke obstakels of door gebouwen
wordt weerkaatst, verbetert dit de
ontvangstkwaliteit van DAB,terwijl AM- en FM-ontvangst in die gevallen juist aanmerkelijk
verzwakt.
● Na het inschakelen van DAB- ontvangst blijft de FM-tuner van
het Infotainmentsysteem op de
achtergrond actief en zoekt
voortdurend naar de best
ontvangbare FM-zenders. Als TP 3 104 geactiveerd is, worden er
verkeersberichten doorgegeven
van de FM-zender die de beste
ontvangst heeft. Deactiveer TP
als u niet wilt dat de DAB-
ontvangst door FM-verkeersmel‐
dingen wordt onderbroken.DAB configureren
Druk op CONFIG .
Selecteer Radio-instellingen en
vervolgens DAB-instellingen .
In het configuratiemenu zijn de
volgende opties beschikbaar:
● Automatische groeplinks : als
deze functie ingeschakeld is,
schakelt het systeem over op
dezelfde service van een ander
DAB-ensemble (frequentie
indien beschikbaar) als het DAB- signaal te zwak is om door de
radio te worden opgevangen.
Page 108 of 165

108Radio●Automatische links DAB-FM : als
deze functie ingeschakeld is,
schakelt het systeem over naar
een overeenkomstige FM-
zender van de actieve DAB-
service (indien beschikbaar) als
het DAB-signaal te zwak is om
door de radio te worden opge‐
vangen.
● Dynamische geluidsaanpas. : als
deze functie geactiveerd is, wordt
het dynamische bereik van het
DAB-signaal gereduceerd. Dat houdt in dat het volume van hard geluid wel, maar dat van zacht
geluid niet wordt gereduceerd.
Daardoor kan het volume van het
Infotainment zo worden afgesteld dat zacht geluid goed hoorbaar is
zonder dat hard geluid te hard
klinkt.
● Frequentieband : na het selecte‐
ren van deze optie kan worden bepaald welke DAB-frequentie‐
bereiken door het Infotainment‐
systeem dienen te worden
ontvangen.
Page 109 of 165

Cd-speler109Cd-spelerAlgemene aanwijzingen.............109
Gebruik ...................................... 110Algemene aanwijzingen
De cd-speler van het Infotainment‐
systeem kan audio-cd's en mp3/
wma-cd's afspelen.
Belangrijke informatie over audio-
en mp3/wma-cd'sVoorzichtig
Plaats in geen geval dvd's, single- cd's met een diameter van 8 cm of speciaal vormgegeven cd's in de
audiospeler.
Plak nooit stickers op uw cd's. De
cd's kunnen in de speler vast blij‐
ven zitten en deze ernstig bescha‐
digen. Een vervanging van uw
toestel is dan noodzakelijk.
● De volgende CD-formaten kunnen worden gebruikt:
CD-ROM Mode 1 en Mode 2
CD-ROM XA CD-ROM XA
Mode 2, Form 1 en Form 2
● De volgende bestandsformaten kunnen worden gebruikt:
ISO9660 niveau 1, niveau 2
Romeo, Joliet
Het is mogelijk dat MP3- en
WMA-bestanden die in een
ander formaat zijn geschreven
dan hierboven vermeld niet
correct worden afgespeeld en dat hun bestands- en mapnamen
niet correct worden weergege‐
ven.
Let op
ISO 13346 wordt niet ondersteund.
Wellicht moet u handmatig
ISO 9660 selecteren bij het branden van een audio-cd, bijv. met Windows
7.
● Audio-cd's met kopieerbeveili‐ ging die niet voldoen aan de
audio-cd-standaard, worden
mogelijk niet correct of zelfs hele‐
maal niet afgespeeld.
● Zelfgebrande cd-r's en cd-rw's zijn kwetsbaarder dan voorbe‐
speelde cd's. Ga op een correcte manier met de cd's om. Dit geldt
vooral voor zelfgebrande cd-r's
en cd-rw's. Zie hieronder.
Page 114 of 165

114USB-poortUSB-poortAlgemene aanwijzingen.............114
Opgeslagen audiobestanden
afspelen ..................................... 114Algemene aanwijzingen
In de middenconsole bevindt zich een
USB-poort voor het aansluiten van
externe audiodatabronnen.
Apparaten die op de USB-poort zijn
aangesloten, worden bediend via de bedieningselementen en menu's van
het infotainmentsysteem.
Let op
Deze poort moet u altijd schoon- en
drooghouden.
Opgeslagen
audiobestanden afspelenDruk één of meerdere malen op
AUX om de modus USB te activeren.
Het afspelen van audiogegevens die
op het USB-apparaat zijn opgesla‐
gen, wordt gestart.
De bediening van de via USB aange‐
sloten gegevensbronnen is in het
algemeen hetzelfde als bij een audio
MP3 CD 3 110.
Op de volgende pagina's worden
alleen de afwijkende/aanvullende bedieningsaspecten beschreven.
Bedieningen en schermweergaven
worden alleen voor USB-opslagappa‐ raten beschreven. Andere apparaten
werken in het algemeen hetzelfde.
Page 116 of 165

116TrefwoordenlijstAAlgemene aanwijzingen....... 84, 109, 113, 114
Antidiefstalfunctie ........................85
Autostore-lijsten .......................... 100
B
BACK-toets ................................... 93
Basisbediening ............................. 93
C Cd afspelen starten ....................110
CD-speler activeren.................................. 110
belangrijke informatie ..............109
gebruik .................................... 110
CD-speler activeren ....................110
CD-speler gebruiken................... 110
D DAB ............................................ 106
DAB configureren .......................106
De AUX-ingang gebruiken ..........113
De radio gebruiken .......................99
De radio inschakelen ....................99
De USB-poort gebruiken ............114
Digital Audio Broadcasting .........106
E Enhanced Other Networks .........104
EON ............................................ 104F
Favorietenlijst ............................. 101
Frequentiebereikmenu's .............101
Frequentiebereik selecteren .........99
G
Gebruik ................... 92, 99, 110, 113
Geluidsinstellingen .......................96
H Het Infotainmentsysteem in- of uitschakelen .............................. 92
I Infotainment-systeem automatische aanpassing vanhet volume................................. 98
maximaal opstartvolume ...........98
tooninstellingen ......................... 96
volume voor verkeersberichten. 98
volume: instellingen ..................98
Infotainmentsysteem gebruiken ...92
M
Menubediening ............................. 93
Multifunctionele toets ....................93
Mute.............................................. 92
O Opgeslagen audiobestanden afspelen................................... 114
Overzicht bedieningselementen ...86
Page 120 of 165

120InleidingInleidingAlgemene aanwijzingen.............120
Antidiefstalfunctie ......................121
Overzicht bedieningselementen 122
Gebruik ...................................... 125
Basisbediening .......................... 126
Geluidsinstellingen ....................129
Volume-instellingen ...................130Algemene aanwijzingen
Het infotainmentsysteem biedt u
eersteklas infotainment voor in uw
auto.
Met de FM-, AM- of DAB-radiofunc‐
ties kunt u maximaal 36 zenders op
zes favorietenpagina's opslaan.
Met de ingebouwde audiospeler kunt u genieten van audio- en mp3/
wma-cd's.
U kunt externe gegevensopslagappa‐ raten als andere audiobronnen op het
Infotainmentsysteem aansluiten; via
kabel of via Bluetooth ®
.
Ook is het Infotainmentsysteem
uitgevoerd met een telefoonportal
waarmee u uw mobiele telefoon
comfortabel en veilig in de auto kunt
gebruiken.
Daarnaast kan het infotainmentsys‐ teem worden bediend met behulp van de bedieningstoetsen op het stuur‐
wiel.
Door het goeddoordachte design van
de bedieningselementen en de
heldere displays kunt u het systeem
gemakkelijk en intuïtief bedienen.Let op
Deze handleiding beschrijft alle voor
de diverse Infotainmentsystemen beschikbare opties en functies.
Bepaalde beschrijvingen, zoals die
voor display- en menufuncties,
gelden vanwege de modelvariant,
landspecifieke uitvoeringen, speci‐
ale uitrusting en toebehoren wellicht niet voor uw auto.
Belangrijke informatie over de
bediening en de
verkeersveiligheid9 Waarschuwing
Het Infotainmentsysteem moet
worden gebruikt zodat er te allen
tijde veilig met de auto kan worden gereden. Zet bij twijfel de auto aan de kant en bedien het Infotain‐
mentsysteem terwijl u stilstaat.
Page 121 of 165

Inleiding121Radio-ontvangst
Tijdens de radio-ontvangst kan gesis,
geruis, signaalvervorming of signaal‐
uitval optreden door:
● wijzigingen in de afstand tot de zender
● ontvangst van meerdere signa‐ len tegelijk door reflecties
● obstakels
Antidiefstalfunctie
Het Infotainmentsysteem is voorzien
van een elektronisch beveiligingssys‐ teem dat het systeem tegen diefstalbeveiligt.
De beveiliging houdt in dat het Info‐
tainmentsysteem alleen in uw auto
werkt en daarom voor een eventuele
dief waardeloos is.
Page 123 of 165

Inleiding1231 RADIO................................. 131
Radio inschakelen of van
frequentiebereik wisselen ...131
2 CD ....................................... 143
Cd/mp3/wma-weergave
starten ................................. 143
3 Achteruit zoeken .................131
Radio: achteruit zoeken ......131
Cd/mp3/wma: informatie
achteruit overslaan .............141
4 Radiozendertoetsen 1...6 ....132
Lang drukken: station
opslaan ............................... 132
Kort drukken: station
selecteren ........................... 132
5 m......................................... 125
Indrukken: uit- en
inschakelen ........................ 125
Infotainment-systeem ......... 125
Draaien: volume
aanpassen .......................... 1256Vooruit zoeken ....................131
Radio: vooruit zoeken .........131
Cd/mp3/wma: nummer
vooruit overslaan ................141
7 AS 1/2 ................................. 132
Automatische
geheugenniveaus
(voorkeuzezenders) ............132
Kort indrukken: autostore-
lijst selecteren .....................132
Lang indrukken: zenders
automatisch opslaan ...........132
8 FAV 1/2/3 ............................ 132
Favorietenlijst
(voorkeuzezenders) ............132
9 TP ....................................... 136
Activeren of deactiveren
verkeersberichten ...............136
Als het infotainment‐
systeem uitgeschakeld is:
weergave van tijd en datum 136
10 Cd uitwerpen ....................... 14111 CONFIG.............................. 130
Instellingenmenu openen ....130
12 INFO ................................... 122
Radio: informatie over de
momenteel afspelende
zender ................................. 131
CD/MP3/WMA: informatie
over de momenteel
geplaatste cd ...................... 141
13 Multifunctionele toets ..........126
Draaien: menu-opties
markeren of numerieke
waarden instellen ...............126
Indrukken: de
gemarkeerde optie
selecteren/inschakelen;
ingestelde waarde
bevestigen; functie uit-/
inschakelen ......................... 126
14 Cd-sleuf ............................... 141
15 BACK .................................. 126
Menu: een niveau terug ......126
Invoer: laatste teken of
complete invoer wissen ......126
Page 125 of 165

Inleiding1255xn
Kort indrukken: gesprek
beëindigen/weigeren ...........152
of gesprekslijst sluiten .........152
of mute in-/uitschakelen ......125Gebruik
Bedieningselementen
Het Infotainmentsysteem wordt
bediend met behulp van functietoet‐
sen, een multifunctionele knop en
menu's op het display.
Invoer kan naar keuze plaatsvinden
via:
● het bedieningspaneel op het Info‐
tainmentsysteem 3 122
● audioknoppen op het stuurwiel 3 122
Het Infotainmentsysteem in- of
uitschakelen
Druk kortstondig op X. Na het inscha‐
kelen wordt de laatst geselecteerde Infotainmentbron actief.
Druk opnieuw op X om het systeem
uit te schakelen.
Automatisch uitschakelen
Wanneer u het Infotainmentsysteem,
terwijl het contact uitgeschakeld is,
met behulp van X inschakelt, danwordt het 10 minuten na de laatste
invoer automatisch weer uitgescha‐
keld.
Volume instellen Draai m. De actuele instelling
verschijnt op het display.
Bij het inschakelen van het Infotain‐
mentsysteem wordt automatisch het
laatst geselecteerde volume inge‐
steld mits deze instelling het maxi‐
male volume bij het starten niet over‐ schrijdt (zie onderstaand).
U kunt het volgende afzonderlijk invoeren:
● het maximale inschakelvolume 3 130
● het volume van verkeersberich‐ ten 3 130
Voor snelheid gecompenseerd
volume
Na inschakelen van het voor snelheid
gecompenseerd volume 3 130 wordt
het volume automatisch zodanig
aangepast dat u geen geluid van het
wegdek of van de rijwind hoort.
Page 126 of 165

126InleidingStiltefunctie
Druk op PHONE (als het telefoonpor‐
taal beschikbaar is: enkele seconden
indrukken) om het geluid van audio‐
bronnen te onderdrukken.
Mutefunctie annuleren: draai aan m of
druk op PHONE (indien telefoonpor‐
taal beschikbaar: enkele seconden indrukken).
Volumebegrenzing bij hoge
temperaturen
Bij erg hoge temperaturen binnen de
auto beperkt het infotainmentsys‐
teem het maximaal instelbare
volume. Indien nodig wordt het maxi‐
male volume automatisch verlaagd.
Bedieningsstanden
Radio
Druk op RADIO om het radiohoofd‐
menu te openen of te wisselen tussen de verschillende frequentiebereiken.
Druk op de multifunctionele knop om naar de frequentiebereikmenu's met
opties voor zenderselectie te gaan.
Voor een gedetailleerde beschrijving
van de radiofuncties 3 131.Audiospelers
Druk één of meerdere keren op CD of
AUX om naar het hoofdmenu USB,
iPod ®
of AUX (indien beschikbaar) te
gaan of om tussen deze menu's te
wisselen.
Druk op de multifunctionele knop om
naar de betreffende menu's met
opties voor trackselectie te gaan.
Voor een gedetailleerde beschrijving
van CD-spelerfuncties 3 140, AUX-
functies 3 143, USB-poortfuncties
3 144 en functies voor streaming
audio via Bluetooth 3 147.
Telefoon
Druk kort op PHONE om het telefoon‐
menu te openen.
Druk op de multifunctionele knop om
naar het telefoonmenu met opties
voor het invoeren en selecteren van
nummers te gaan.
Voor een gedetailleerde beschrijving
van de telefoonportal 3 149.Systeeminstellingen
De taal aanpassen
De menuteksten op het display van
het infotainmentsysteem zijn beschik‐
baar in diverse talen.
Druk op CONFIG om het menu
Instellingen te openen.
Selecteer Talen (Languages) in het
menu Instellingen om het betreffende
menu weer te geven.
Kies de gewenste taal voor de menu‐ teksten.
Let op
Voor een gedetailleerde beschrij‐ ving van de menubediening 3 126.
Tijd- en datuminstellingen
Raadpleeg het Instructieboekje voor
een gedetailleerde beschrijving.
Basisbediening
Multifunctionele toets De multifunctionele knop is het
centrale bedieningselement voor de
menu's.