display OPEL ASTRA K 2017.5 Gebruikershandleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: OPEL, Model Year: 2017.5, Model line: ASTRA K, Model: OPEL ASTRA K 2017.5Pages: 503, PDF Size: 11.43 MB
Page 409 of 503

Verzorging van de auto407
Selecteer de pagina
Bandenspanningcontrole in het menu
Informatiemenu voertuig ? op het
Driver Information Center 3 121.
Uplevel-display:Selecteer de pagina
Bandenspanningcontrole in het menu
Info op het Driver Information Center
3 121.
De systeemstatus en bandenspan‐
ningswaarschuwingen worden
samen met het betreffende wiel
aangegeven in een bericht op het
Driver Information Center.
Voor de waarschuwingen kijkt het
systeem ook naar de temperatuur
van de band.
Afhankelijkheid van temperatuur
3 405.
Bij het detecteren van een te lage
bandenspanning brandt het controle‐
lampje w 3 118.
Als w oplicht, stop dan bij de eerst‐
volgende gelegenheid en breng de
banden op de aanbevolen spannings‐
waarden 3 479.
Als w oplicht, stop dan bij de eerst‐
volgende gelegenheid en breng de
banden op de aanbevolen spannings‐ waarden 3 438.
Als w 60-90 seconden knippert en
daarna continu wordt verlicht, is er
een fout in het systeem. De hulp van
een werkplaats inroepen.
Na het op spanning brengen moet u
wellicht een stukje rijden om de
bandenspanningswaarden op het
Driver Information Center bij te
werken. Hierbij kan w oplichten.
Page 410 of 503

408Verzorging van de autoAls w bij lagere temperaturen oplicht
en na het rijden dooft, kan dit duiden
op een naderende te lage banden‐
spanning. Bandenspanning controle‐
ren.
Boordinformatie 3 129.
Schakel het contact uit wanneer de
bandenspanning moet worden
verhoogd of verlaagd.
Monteer alleen wielen met druksen‐
soren, anders wordt de bandenspan‐
ning niet weergegeven en brandt w
voortdurend.
Een reservewiel of tijdelijk reserve‐
wiel heeft geen spanningssensor. Het bandenspanningscontrolesysteem
werkt niet op deze banden. Het
controlelampje w brandt. Voor de
overige drie banden blijft het systeem
in werking.
Gebruik van standaard verkrijgbare
vloeibare bandenreparatiesets kan
de werking van het systeem nadelig
beïnvloeden. Gebruik bij voorkeur
door de fabriek goedgekeurde repa‐
ratiesets.Als u elektronische apparaten
gebruikt of zich in de buurt vindt van
voorzieningen die vergelijkbare
frequenties gebruiken, kan dit de
werking van het bandenspannings‐
controlesysteem verstoren.
Elke keer bij het verwisselen van de
banden moeten de sensoren van het
bandenspanningscontrolesysteem
worden gedemonteerd en onderhou‐
den. Bij opgeschroefde sensoren;
vervang het ventielelement en de
keerring. Bij opgeklikte sensoren moet de hele ventielsteel worden
vervangen.
Status belading van auto
Pas de bandenspanning volgens de
informatie op het etiket van de band
of in de tabel bandenspanningswaar‐ den aan op de belading van de auto
3 479 en selecteer de betreffende
instelling in het menu
Bandenbelasting op het Driver Infor‐
mation Center, Informatiemenu
voertuig 3 121. Deze instelling is de
referentie voor de bandenspannings‐
waarschuwingen.Pas de bandenspanning volgens de
informatie op het etiket van de band
of in de tabel bandenspanningswaar‐ den aan op de belading van de auto
3 438 en selecteer de betreffende
instelling in het menu
Bandenbelasting op het Driver Infor‐
mation Center, Informatiemenu
voertuig 3 121. Deze instelling is de
referentie voor de bandenspannings‐ waarschuwingen.
Het menu Bandbelasting verschijnt
wanneer de auto stilstaat en de hand‐ rem aangetrokken is. Bij auto's met
automatische versnellingsbak moet
de keuzehendel op P staan.
Midlevel-display:
Page 411 of 503

Verzorging van de auto409Selecteer de pagina Bandbelasting in
het menu Informatiemenu
voertuig ? op het Driver Informa‐
tion Center 3 121.
Kies ● Licht voor een comfortabele
spanning tot drie inzittenden.
● Eco voor een Eco-spanning tot
drie inzittenden.
● Max voor volledige belading.
Uplevel-display:
Selecteer de pagina
Bandenbelasting in het menu Opties
op het Driver Information Center
3 121.
Kies
● Licht voor een comfortabele
spanning tot drie inzittenden.
● Eco voor een Eco-spanning tot
drie inzittenden.
● Max voor volledige belading.
Koppelingsprocedure
bandenspanningssensor
Elke bandenspanningsensor heeft
een unieke identificatiecode. De iden‐
tificatiecode moet aan de positie van
een nieuw wiel worden gekoppeld
nadat de wielen zijn geroteerd of alle
wielen zijn verwisseld en als een of
meer bandenspanningssensoren zijn
vervangen. De bandenspannings‐
sensoren moeten ook worden gekop‐ peld na het vervangen van een reser‐
vewiel door een reguliere band met
een bandenspanningssensor.
Bij de volgende contactcyclus moeten
de storingslamp w en het waarschu‐
wingsbericht doven/verdwijnen. De
sensoren worden met een inleerge‐
reedschap in de volgende volgorde
gekoppeld aan de wielposities: voor‐
wiel linkerzijde, voorwiel rechterzijde,achterwiel rechterzijde en achterwiel
linkerzijde. De richtingaanwijzer in de
huidige actieve stand wordt verlicht
totdat de sensor is gekoppeld.
Roep de hulp in van een werkplaats.
U hebt twee minuten voor het koppe‐ len van de positie van het eerste wiel
en vijf minuten voor het koppelen van
de positie van alle vier de wielen. Bij
het overschrijden van deze tijd stopt
het koppelen en moet u opnieuw
beginnen.
De koppelingsprocedure voor de bandenspanningssensoren is als
volgt:
1. Trek de handrem aan.
2. Schakel het contact in.
3. Op auto's met automatische versnellingsbak: zet de keuze‐
hendel in P.
Bij auto's met handgeschakelde
versnellingsbak: selecteer
Neutraalstand.
4. Midlevel-display: Gebruik MENU op de richtingaan‐
wijzerhendel om Informatiemenu
voertuig ? op het Driver Infor‐
mation Center te selecteren.
Page 412 of 503

410Verzorging van de autoUplevel-display:
Druk op p op het stuurwiel om de
hoofdmenupagina te openen.
Selecteer de pagina Info met Q of
P .
Bevestig met 9.
5. Selecteer het bandenspannin‐ genmenu.
Midlevel-display:
Uplevel-display:
6. Midlevel-display: Druk op SET/CLR om het koppe‐
len van de sensoren te starten. Er
moet een bericht met een vraag
om acceptatie van het proces
verschijnen.
Druk nogmaals op SET/CLR om
de selectie te bevestigen. De
claxon piept twee keer om aan te
geven dat de ontvanger in de
inleermodus staat.
Uplevel-display:
Druk op 9 om het koppelen van
de sensoren te starten. De claxon
piept twee keer om aan te geven
dat de ontvanger in de inleermo‐
dus staat.
7. Begin met de voorwiel aan de linkerzijde.
8. Zet de inleertool bij het ventiel tegen de wang van de band. Drukdaarna op de toets om de banden‐ spanningssensor te activeren. De
claxon piept ter bevestiging dat de sensoridentificatiecode aan depositie van dit wiel is gekoppeld.
9. Ga verder met het voorwiel rechts
en herhaal de procedure zoals
beschreven in stap 8.
10. Ga verder met het achterwiel rechts en herhaal de procedure
zoals beschreven in stap 8.
11. Ga verder met het achterwiel links
en herhaal de procedure zoals
beschreven in stap 8. De claxon
piept twee keer ter aanduiding dat de sensoridentificatiecode aanhet linkerachterwiel is gekoppeld
en dat de procedure voor het
koppelen van de bandenspan‐
ningssensoren afgesloten is.
12. Schakel het contact uit.
Page 429 of 503

Verzorging van de auto427VentilatieklepReinig het afschermsysteem in de
voorbumper om een goede werking
te behouden.
Verzorging interieur
Interieur en bekleding Interieur van de auto inclusief instru‐
mentenpaneel en bekleding alleen
met een droge doek of interieurreini‐
ger schoonmaken.
Reinig de lederen bekleding met
zuiver water en een zachte doek.
Gebruik een reinigingsmiddel voor leder als de bekleding erg vuil is.
Instrumentengroep en de displays
alleen met een zachte, vochtige doek reinigen. Gebruik zo nodig water en
milde zeep.
Stoffen bekleding met een stofzuiger
en een borstel reinigen. Vlekken met een bekledingreiniger verwijderen.
Het weefsel van de stof is wellicht niet
kleurvast. Dit kan zichtbare verkleu‐
ringen veroorzaken, met name oplichtgekleurde bekleding. Reinig
verwijderbare vlekken en verkleurin‐
gen zo spoedig mogelijk.
Veiligheidsgordels met lauw water of
een interieurreiniger schoonmaken.Voorzichtig
Klittenbandsluitingen sluiten
omdat geopende klittenbandslui‐
tingen schade aan de stoelbekle‐
ding kunnen toebrengen.
Hetzelfde geldt voor kledingstuk‐
ken met scherpe voorwerpen
zoals ritssluitingen, riemen of spij‐ kerbroeken met metalen accen‐
ten.
Kunststof en rubber onderdelen
Kunststof en rubberen onderdelen
mogen met dezelfde middelen
worden gereinigd als de carrosserie.
Zo nodig een interieurreiniger gebrui‐ ken. Geen andere middelen gebrui‐
ken. Vooral geen oplosmiddelen of
brandstof. Niet schoonmaken met
hogedrukreinigers.
Page 430 of 503

428Service en onderhoudService en
onderhoudAlgemene informatie ..................428
Service-informatie ...................428
Aanbevolen vloeistoffen, smeer‐ middelen en onderdelen ............429
Aanbevolen vloeistoffen en smeermiddelen .......................429Algemene informatie
Service-informatie
Het is voor de bedrijfs- en verkeers‐ veiligheid en voor het behoud van de
waarde van uw auto belangrijk dat
alle servicewerkzaamheden met de
voorgeschreven intervallen worden
uitgevoerd.
Neem voor het gedetailleerde, bijge‐
werkte onderhoudsschema contact
op met uw werkplaats.
Service-display 3 113.
Europese service-intervallen
Aan de auto moet om de 30.000 km
onderhoud gepleegd worden, of na
één jaar, wat het eerst voorkomt,
tenzij anders vermeld op het service-
display.
Bij een zwaardere belasting, bijv. bij
taxi's en politievoertuigen, geldt
wellicht een korter onderhoudsinter‐
val.
De Europese service-intervallen
gelden voor de volgende landen:Andorra, België, Bosnië-Herzego‐
vina, Bulgarije, Cyprus, Denemarken,
Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Groenland, Groot-Brit‐
tannië, Hongarije, Ierland, IJsland,
Italië, Kroatië, Letland, Liechtenstein,
Litouwen, Luxemburg, Macedonië,
Malta, Monaco, Montenegro, Neder‐
land, Noorwegen, Oostenrijk, Polen,
Portugal, Roemenië, San Marino,
Servië, Slovenië, Slowakije, Spanje,
Tsjechische Republiek, Zweden,
Zwitserland.
Service-display 3 113.
Internationale service-intervallen
Aan de auto moet om de 15.000 km
onderhoud gepleegd worden, of na
één jaar, wat het eerst voorkomt,
tenzij anders vermeld op het service-
display.
Er is sprake van zware bedrijfsom‐
standigheden als een of meer van de
volgende situaties vaak voorkomt-/
en: Koude starts, vaak stoppen en
optrekken, rijden met een aanhanger, rijden in de bergen, rijden op slechte
en rulle wegdekken, ernstige lucht‐
vervuiling, zand en veel stof in de
Page 431 of 503

Service en onderhoud429lucht, rijden op grote hoogtes en
aanzienlijke temperatuurwisselingen.
In deze zware omstandigheden
moeten bepaalde onderhoudswerk‐
zaamheden wellicht vaker dan met
het reguliere service-interval worden
verricht.
De internationale service-intervallen zijn geldig in de landen die niet tot de
groep behoren waarvoor de Euro‐
pese service-intervallen werden
opgesteld.
Service-display 3 113.
Registraties Uitgevoerde service wordt geregi‐
streerd op de daarvoor bestemde
plaatsen in het service- en garantie‐
boekje. De datum en afgelezen kilo‐
meterstand worden bevestigd met
stempel en handtekening van de
uitvoerende werkplaats.
Zorg ervoor dat het service- en garan‐
tieboekje correct wordt ingevuld,
omdat een sluitend bewijs van
service essentieel is bij aanspraken
op garantie of goodwill en tevens een pluspunt is bij verkoop van de auto.Service-interval met resterende
levensduur van motorolie
Het service-interval is gebaseerd op
diverse parameters afhankelijk van
het gebruik.
Het service-display meldt wanneer de
motorolie moet worden ververst.
Service-display 3 113.Aanbevolen
vloeistoffen,
smeermiddelen en
onderdelen
Aanbevolen vloeistoffen en smeermiddelen
Gebruik alleen producten die voldoen aan de aanbevolen specificaties.9 Waarschuwing
Bedrijfsvloeistoffen zijn gevaarlijk
en mogelijk giftig. Voorzichtig
hanteren. Informatie op de verpak‐ king in acht nemen.
Motorolie
Motorolie wordt ingedeeld op basis van kwaliteit en viscositeit. Bij de
keuze van motorolie is kwaliteit
belangrijker dan viscositeit. Door de
oliekwaliteit blijft o.a. de motor
schoon, is de slijtage minimaal en
veroudert de olie minder snel. De
Page 496 of 503

494Bluetooth-verbinding...............258
Koppelen ................................. 258
Menu Streaming audio via
Bluetooth ................................. 252
Telefoon .................................. 261
Bluetooth-muziek ................187, 281
Bluetooth-verbinding ..217, 258, 285
Bolle vorm .................................... 41
Boordgereedschap .....................403
Boordinformatie .........................129
Brandstof .................................... 366
Brandstofkeuzeschakelaar ........111
Brandstofmeter .......................... 111
Brandstofverbruik - CO 2-uitstoot. 370
Brandstof voor benzinemotoren 366
Brandstof voor dieselmotoren ...367
Brandstof voor het rijden op aardgas .................................. 367
BringGo ...................................... 256
Buitenspiegels .............................. 41
Buitentemperatuur .....................100
Buitenverlichting .........................142
C Categorielijst ....................... 180, 277
CD-speler ................................... 184
Cd-speler activeren ....................185
Centrale vergrendeling ................25
Claxon ................................... 13, 97
Conformiteitsverklaring ...............483Contacten ........................... 171, 200
Aanpassen .............................. 171
Opslaan ................................... 171
Opvragen ................................ 171
Contactslotstanden ....................304
Controlelampen ..................109, 114
Controle over de auto ................304
Controles .................................... 378
Cruise control ....................120, 329
D DAB ............................ 183, 247, 280
DAB-koppeling ...................183, 280
Dagrijlicht ................................... 144
Dagteller .................................... 110
Dak ............................................... 46
Dakbelasting ................................. 93
Dakdrager .................................... 92
Datum ......................................... 176
Diakritische tekens .....................165
Diefstalalarmsysteem ..................38
Dieselbrandstofsysteem ontluchten .............................. 384
Digital Audio Broadcasting 183, 247, 280
Dimlicht of grootlicht ...................142
Display-instellingen ............253, 254
Displaymodus ............................. 176
Driepuntsgordel ........................... 61
Driver Information Center ...........121E
Elektriciteitsstekker .....................103
Elektrisch bediende ruiten ...........43
Elektrische aansluitingen ...........102
Elektrische handrem ...........116, 324
Elektrische handrem defect ........116
Elektrische stoelverstelling ..........53
Elektrische verstelling ..................41
Elektrisch systeem...................... 396
Elektronische rijprogramma's ...
........................................ 318, 322
Elektronische stabiliteitsregeling en Traction Control-systeem ...117
Elektronische stabiliteitsregeling (ESC) ...................................... 327
Elektronische stabiliteitsregeling UIT .............117
Elektronisch klimaatregelsysteem ..............295
Elektronisch sleutelsysteem .........22
EQ .............................................. 175
Equalizer..................................... 175 Erkenning van software ..............485
Event Data Recorders (EDR) .....490
F
Fabrieksinstellingen terugzetten ........................................ 176, 275
Fader .......................................... 175
Page 497 of 503

495Favoriete lijstenZenders ophalen .....................278
Zenders opslaan .....................278
Favorieten................................... 167 Clusterdisplay.......................... 167
Naam wijzigen ......................... 167
Opslaan ................................... 167
Opvragen ................................ 167
Weergave ................................ 167
Wissen .................................... 167
Favorietenlijst ..................... 246, 278
Favorietenlijsten Zenders ophalen .....................246
Zenders opslaan .....................246
Favorieten opslaan .....................167
Favorieten opvragen ..................167
Favorieten weergeven ................167
Filmbestanden ....................187, 250
Films ........................................... 189
Films afspelen ....................189, 254
Film via USB activeren ...............254
FlexOrganizer .............................. 87
Frequentielijst .....................180, 277
Frontaal airbagsysteem ...............65
Frontaanrijdingswaarschuwing ...341G
Geautomatiseerde versnellingsbak .......................320
Gebruik ......161, 180, 185, 193,
214, 235, 244, 257, 273, 277, 284
Aanraakscherm .......................162
Bluetooth ................................. 250
Bluetooth-muziek ............188, 283
Cd............................................ 185
Infotainmentsysteem .......161, 273
Menu ............................... 238, 274
Navigatiesysteem ....................193
Radio ....................................... 244
Telefoon .................. 220, 261, 287
USB ................. 188, 189, 250, 283
Gebruik van deze handleiding .......4
Gedeponeerde handelsmerken ..489
Geluidsinstellingen .....175, 240, 274
Geluidssignalen .........................130
Gereedschap ............................. 403
Geurverspreider.......................... 103
Gevaar, Waarschuwing en Voorzichtig ................................. 5
Gevarendriehoek .........................91
Gloeilamp vervangen ................385
Gordels ......................................... 59
Gordelverklikker ......................... 114
Gordijnairbagsysteem .................. 66
Grootlicht ........................... 119, 143
Grootlichtassistentie ...................119H
Halogeenkoplampen .................385
Handbediende ruiten ...................43
Handgeschakelde modus ..........322
Handgeschakelde versnellingsbak ......................319
Handmatige dimfunctie ................42
Handmatige modus ...................317
Handmatige stoelverstelling .........51
Handrem ............................. 323, 324
Handschoenenkastje ...................75
Handzender ................................. 21
Hellingrem ................................. 326
Het infotainmentsysteem activeren ......................... 161, 273
Het navigatiesysteem activeren. 193
Hoge ton ..................................... 175
Home-toets ................................. 164
Hoofdsteunen .............................. 48
Hoofdsteunverstelling ....................8
Hulpverwarming.......................... 300
I
Inbouwposities kinderveilig‐ heidssystemen ......................... 71
Indicatie afstand tot voorligger ...344
Info-Display................................. 127
Info-Displays ............................... 121
Infotainmentsysteem inschakelen .............161, 235, 273
Page 498 of 503

496Inhouden ................................... 478
Inklapbare spiegels .....................41
Inleiding ......................................... 4
Instapverlichting ......................... 152 Instrumentengroep ....................106
Instrumentenverlichting .............395
Intellitext ..................... 183, 247, 280
Interactieve selectiebalk .............164
Interieurverlichting ......................150
Invoer van de bestemming ........200
K Kaarten ....................................... 193
Kalibratie van het aanraakscherm .......................176
Katalysator ................................. 315
Kentekenverlichting ...................395
Keuzehendel ..................... 316, 320
Kilometerteller ............................ 110
Kindersloten ................................. 31
Kinderveiligheids-systemen ..........68
Klimaatregeling ............................ 15
Klimaatregelsystemen ................292
Klok............................................. 100
Klokdisplay ................................. 176
Koelvloeistof .............................. 380
Koelvloeistof en antivries ............429
Koelvloeistoftemperatuurmeter . 112
Koplampinstelling in het buitenland .............................. 144Koplampverstelling ....................144
Koppelen .................... 217, 258, 285
L
Laadsysteem ............................. 116
Lane keep assist ................117, 363
L-Band ................................ 183, 280
Led-koplampen ........................... 144
LED-koplampen .......................... 119
Leeslampen ............................... 151
Lekke band ................................. 416
Lettertekenherkenningsveld .......165
Lichtschakelaar .......................... 142
Lichtsignaal ................................ 143
Luchtinlaat ................................. 301
Luchtroosters .............................. 300
Lijst met afslagen........................ 206
M
Massage ....................................... 58
Maximaal inschakelvolume 176, 241, 275
Meldingen ................................... 164
Menubediening ...................238, 274
MENU-knop ................................ 274
Meters......................................... 109
Middenbereik .............................. 175
Midlevel-display .......................... 121
Mistachterlicht .................... 119, 149
Mistlamp .................................... 119
Mistlampen ................................ 387Mistlampen voor ........................149
Mobiele telefoons en CB-zendapparatuur. 227, 266, 290
Motorgegevens .......................... 471
Motor-ID...................................... 433
Motorkap .................................... 378
Motorolie .................... 379, 429, 434
Motoroliedruk ............................. 118
Motor starten ............................. 307
Mute ........................... 161, 235, 273
N Navigatie..................................... 206 Bestemmingsinvoer................. 200
Contacten ........................ 171, 200
Favorieten ............................... 167
Gesproken instructies .............206
Huidige locatie ........................ 193
Kaart manipuleren ...................193
Kaartupdate ............................ 192
Kaartvenster ............................ 193
Lijst met afslagen ....................206
Persoonlijke POI's ...................193
Recente bestemmingen ..........200
Routebegeleiding ....................206
Routebegeleidingsmenu .........206
Routelijst ................................. 206
Schermtoets OVERZICHT ......193
TMC-zenders ..................192, 206