cruise control OPEL ASTRA K 2017.5 Gebruikershandleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: OPEL, Model Year: 2017.5, Model line: ASTRA K, Model: OPEL ASTRA K 2017.5Pages: 503, PDF Size: 11.43 MB
Page 340 of 503

338Rijden en bedieningDaarnaast wordt het systeem auto‐
matisch gedeactiveerd bij auto's met
een automatische versnellingsbak
(adaptieve cruise control met volledig
snelheidsbereik) wanneer:
● de elektrische handrem wordt aangetrokken.
● het systeem de auto langer dan vijf minuten stopt.
● de auto stopt, de veiligheidsgor‐ del van de bestuurder is losge‐daan en het bestuurdersportier is geopend.
Wanneer adaptieve cruise control
wordt gedeactiveerd, verandert
controlelamp m van groen in wit en
verschijnt er een pop-upbericht op het
Driver Information Center.
De opslagen snelheid wordt aange‐
houden.Bij het Midlevel-display verschijnt de
opgeslagen snelheid tussen haakjes
op het Driver Information Center
wanneer het systeem wordt gedeac‐
tiveerd maar niet wordt uitgescha‐
keld.
Bij het Uplevel-display verandert het
symbool van de adaptieve cruise
control C van groen in wit wanneer
het systeem wordt gedeactiveerd maar niet wordt uitgeschakeld.9 Waarschuwing
Na het deactiveren van de adap‐
tieve cruise control moet de
bestuurder de controle over het
remmen en gas geven overne‐
men.
Uitschakelen
Druk op C om adaptieve cruise
control uit te schakelen. C op het
Driver Information Center dooft. De
opslagen snelheid wordt gewist.
Door het uitschakelen van het
contact, wordt ook de adaptieve
cruise control uitgeschakeld en wordt
de opgeslagen snelheid gewist.
Aandacht van de bestuurder
● Let op met de adaptieve cruise control in bochten of op heuvel‐
achtige wegen, het systeem kan
contact met de voorligger verlie‐
zen en heeft de tijd nodig om
deze opnieuw te detecteren.
● Gebruik het systeem niet op gladde wegen omdat het snelle
veranderingen in de tractie (door‐ slaan) van de banden kan
veroorzaken, waardoor u de
macht over het stuur zou kunnen verliezen.
● Gebruik de adaptieve cruise control niet bij regen, sneeuw of
modder, omdat de radarsensor
door waterfilm, stof, ijs of sneeuw
bedekt kan worden. Het zicht
wordt dan geheel of gedeeltelijk
onderdrukt. Bij een vervuilde
sensor, de sensorafdekking reini‐ gen.
Page 341 of 503

Rijden en bediening339Systeembeperkingen● Het automatische remsysteem kan niet krachtig remmen en de
remkracht kan onvoldoende zijn om een een aanrijding te voorko‐ men.
● Na aan plotselinge rijstrookwis‐ sel, heeft het systeem enige tijd
nodig om de volgende voorligger te detecteren. Als dus een
nieuwe voorligger wordt gedetec‐
teerd, kan het systeem de snel‐
heid verhogen in plaats van te
remmen.
● De adaptieve cruise control negeert tegemoetkomend
verkeer.
● Adaptieve cruise control houdt voor het remmen en wegrijden
geen rekening met voetgangers
en dieren.
● Adaptieve cruise control houdt alleen bij een lage snelheid reke‐
ning met gestopte voertuigen.● Gebruik de adaptieve cruise control niet bij het trekken van
een aanhanger.
● Gebruik adaptieve cruise control niet op wegen met een stijgings‐
percentage van meer dan 10%.
Bochten
De adaptieve cruise control berekent
aan de hand van de centrifugale
kracht een voorspelde koers. Deze voorspelde koers neemt de kenmer‐
ken van de huidige bocht in aanmer‐
king, maar kan geen veranderingen
incalculeren. Het systeem kan de
huidige voorligger verliezen of zich op
een voertuig in een andere rijstrook
richten. Dit kan gebeuren tijdens het
inzetten of uitrijden van een bocht ofals de bocht scherper of minder
scherp wordt. Als het systeem geen
voorligger meer detecteert, dooft de
controlelamp A.
Als de centrifugale kracht in een
bocht te groot is, zal het systeem de rijsnelheid enigszins verlagen. Deze
remactie is niet ontworpen om te
voorkomen dat de auto uit de bocht
vliegt. De bestuurder is verantwoor‐
delijk voor het verlagen van de snel‐
heid bij het ingaan van een bocht en
in het algemeen voor het aanpassen
van de snelheid aan het wegtype en
de geldende maximumsnelheid.
Snelwegen
Op snelwegen moet u de ingestelde
snelheid aanpassen aan de omstan‐
digheden en het weer. Bedenk altijd
dat de adaptieve cruise control een
beperkt zichtbereik, een beperkte
remkracht en een bepaalde reactietijd
heeft waarin wordt geverifieerd of een voertuig zich al dan niet voor u
bevindt. De adaptieve cruise control
is mogelijk niet in staat om de auto
tijdig af te remmen, om aanrijdingen
Page 342 of 503

340Rijden en bedieningte vermijden met veel langzamer
rijdende voorliggers of na een rijst‐
rookwissel. Dit geldt met name bij
hoge snelheden of als het zicht door
de weersomstandigheden beperkt is.
Bij het oprijden of verlaten van een
snelweg kan de adaptieve cruise
control de voorligger uit het zicht
verliezen en naar de instelde snelheid
accelereren. Verlaag daarom de snel‐ heid voor het oprijden of verlaten van
de snelweg.
Koersveranderingen
Als een ander voertuig voor u invoegt, zal de adaptieve cruise control dit
voertuig pas incalculeren op het
moment dat deze zich volledig op uw
pad bevindt. Wees alert en gereed
om te remmen als sneller remmen
noodzakelijk is.
Bij heuvels en aanhangers9 Waarschuwing
Gebruik adaptieve cruise control
niet op steile heuvelachtige
wegen.
De systeemprestaties onder heuvel‐ achtige omstandigheden hangen afvan de rijsnelheid, de belading, de
verkeersomstandigheden en het
hellingspercentage. In heuvelachtige
omstandigheden worden voorliggers
mogelijk niet gedetecteerd. Op steile
hellingen moet u mogelijk gas bijge‐
ven om de rijsnelheid te behouden.
Bij het naar beneden rijden kan het
nodig zijn om te remmen om uw snel‐ heid te behouden of te verlagen.
Let op: door te remmen deactiveert u
het systeem.
Radareenheid
De radareenheid bevindt zich achter
de radiateurgrille achter of onder het
embleem.
9 Waarschuwing
De radareenheid is tijdens de
fabricage zorgvuldig uitgelijnd. Na een frontale aanrijding het
systeem daarom niet gebruiken.
De voorbumper kan nog intact
lijken, maar de sensor die erachter ligt, kan verschoven zijn en onjuist reageren. Na een aanrijding een
werkplaats raadplegen om de
Page 343 of 503

Rijden en bediening341positie van de adaptieve cruise
control sensor te controleren en
corrigeren.
Instellingen
Instellingen kunnen in het menu
Persoonlijke instellingen op het
Colour-Info-Display worden gewij‐
zigd.
Selecteer de betreffende instelling in
Instellingen , I Voertuig op het Colour-
Info-Display.
Info-Display 3 127.
Persoonlijke instellingen 3 131.
Storing
Als de adaptieve cruise control door
tijdelijke omstandigheden (bijv. door
ijsafzetting, oververhitte remmen of
manoeuvres bij lage snelheden) niet
werkt, of als er een permanente
systeemfout is, dan verschijnt er een
melding in het Driver Information
Center.
Boordinformatie 3 129.
Frontaanrijdingswaarschu‐
wing
De frontaanrijdingswaarschuwing
kan helpen schade bij frontale aanrij‐
dingen te vermijden of beperken.
Als de auto is uitgerust met conventi‐
onele cruise control, gebruikt de fron‐ taanrijdingswaarschuwing de frontca‐ mera in de voorruit om een voorligger
op uw rijstrook te detecteren.
Als de auto is uitgerust met adaptieve
cruise control, gebruikt de frontaanrij‐
dingswaarschuwing de radarsensor
om een voorligger op uw rijstrook te
detecteren.
Een voorligger wordt aangegeven
door controlelamp A.
Als een voorligger te snel nadert,
klinkt er een geluidssignaal en
verschijnt er een waarschuwing in het
Driver Information Centre.
De bestuurder ziet tevens een knip‐
perend rode LED-streep die op de
voorruit in zijn gezichtsveld wordt
geprojecteerd.
Een voorwaarde is dat de frontaanrij‐
dingswaarschuwing met frontcame‐
rasysteem niet is gedeactiveerd door
op V op het stuurwiel te drukken of,
met radarsensor, dat deze niet is
gedeactiveerd in het menu Persoon‐
lijke instellingen 3 131.
Inschakelen
Frontaanrijdingswaarschuwing met
frontcamera detecteert voertuigen tot
afstanden van ongeveer 60 meter en
werkt automatisch bij alle snelheden
boven wandeltempo.
Frontaanrijdingswaarschuwing met
radarsensor detecteert voertuigen tot afstanden van ongeveer 150 meter
en werkt automatisch bij alle snelhe‐
den boven wandeltempo.
Page 345 of 503

Rijden en bediening343aangepast. De timing van de waar‐
schuwingen verandert met de rijsnel‐
heid. Hoe sneller de auto rijdt, hoe
verder de waarschuwing wordt gege‐
ven. Houd bij het selecteren van de
timing van de waarschuwingen reke‐
ning met de verkeerssituatie en de
weersomstandigheden.
Let op: de instelling voor de gevoelig‐
heid van het alarm wordt gedeeld met de afstand tot voorligger van de adap‐
tieve cruise control. Door de gevoe‐
ligheid van de waarschuwing te wijzi‐
gen, wordt dus ook de afstand tot
voorligger van de adaptieve cruise
control gewijzigd.
Uitschakelen
Het systeem kan worden gedeacti‐
veerd.
Bij frontaanrijdingswaarschuwing met radarsensor kan het systeem worden uitgeschakeld in het menu Persoon‐
lijke instellingen, 3 131.
Druk bij frontaanrijdingswaarschu‐
wing met frontcamera op V totdat
Botswaarschuwing voor uit op het
Driver Information Center verschijnt.
Als de waarschuwing voor een fron‐
tale botsing werd gedeactiveerd,
wordt de gevoeligheid van het
systeem op "medium"ingesteld
wanneer het contact weer wordt
aangezet.
Bij het uitschakelen van het contact
wordt de laatst geselecteerde instel‐
ling opgeslagen.Algemene informatie9 Waarschuwing
De frontaanrijdingswaarschuwing
is een waarschuwingssysteem dat de remmen niet activeert. Bij het
met een te hoge snelheid naderen
van een voorligger, kan er onvol‐
doende tijd zijn om een aanrijding
te voorkomen.
De bestuurder aanvaardt de volle
verantwoordelijkheid voor het
bewaren van een veilige onder‐
linge afstand bij de betreffende
verkeers-, weers- en zichtomstan‐
digheden.
De bestuurder moet onder het
rijden altijd zijn of haar onver‐
deelde aandacht aan het verkeer
geven. De bestuurder moet altijd
gereed zijn om actie te onderne‐
men en te remmen.
Systeembeperkingen
De frontaanrijdingswaarschuwing is
bedoeld om alleen te waarschuwen
voor voertuigen, maar kan ook op
andere obstakels reageren.
Page 346 of 503

344Rijden en bedieningIn de volgende gevallen detecteert de
frontaanrijdingswaarschuwing
wellicht geen voorliggers of kunnen
de prestaties van de sensor beperkt
zijn:
● op bochtige wegen
● als het zicht door weersomstan‐ digheden beperkt is, zoals bij
mist, regen of sneeuw
● wanneer de sensor geblokkeerd is door sneeuw, ijs, slijk, modder,
vuil, schade aan de voorruit of
slechter werkt door vreemde
voorwerpen, bijv. stickers
Indicatie afstand tot voorligger
De indicatie afstand tot voorligger
toont de afstand tot een bewegende
voorligger. De frontcamera in de voor‐ ruit wordt gebruikt voor het detecte‐
ren van de afstand van een voertuig
dat direct voorop in de baan van de
auto rijdt. Hij is actief bij snelheden
boven 40 km/u.Als er een voorligger wordt gedetec‐
teerd, wordt de afstand in seconden
weergegeven op een pagina in het
Driver Information Centre.
Kies op een Midlevel-display Info
menu ? via MENU op de richting‐
aanwijzer en draai het stelwiel naar
de pagina met de Indicatie afstand tot
voorligger, 3 121
Selecteer in het Uplevel-display het
menu Info met de stuurwieltoetsen en
druk op o om de Indicatie afstand tot
voorligger 3 121 te selecteren.
De minimale aangegeven afstand is
0,5 seconde.
Als er geen voorligger is of als de
voorligger buiten bereik is, worden er twee streepjes getoond: -.- sec.
Als de adaptieve cruise control actief
is, geeft deze pagina de instelling van
de waarschuwingsgevoeligheid in
plaats van de ingestelde afstand tot
de voorligger weer. 3 333.
Actieve noodrem
De actieve noodrem kan helpen om
de schade en letsel door aanrijdingen
met voorliggers of obstakels te beper‐ ken, indien een aanrijding door
remmen of sturen niet langer kan
worden vermeden. Voordat de
Page 494 of 503

492TrefwoordenlijstAAan/Uit-knop ............................... 305
Aanbevolen vloeistoffen en smeermiddelen ..............429, 434
Aanduidingen op banden ..........404
Aanhangerstabilisatie ................375
Aanhanger trekken ....................371
Aanraakscherm .......................... 162
Accessoires en modificaties van auto ........................................ 377
Accu ........................................... 382
Achterlichten .............................. 388
Achterruitverwarming ................... 45
Achteruitkijkcamera ...................357
Achteruitrijlichten .......................150
Actieve noodrem......................... 344
Adaptieve cruise control .....120, 333
Adresboek .................................. 200
Afbeeldingen weergeven ............253
Afbeeldingsbestanden ................250
Afbeelding via USB activeren .....253
Afmetingen auto ........................477
Afslagverlichting ......................... 144
Afstand tot voorligger .................117
Airbag deactiveren ....................... 67 Airbag-deactivering .................... 115
Airbag en gordelspanners .........115
Airbaglabel.................................... 62
Airbagsysteem ............................. 62
Airconditioning ........................... 293Airconditioning regelmatig
aanzetten ............................... 302
Alarmknipperlichten ...................148
Algemene aanwijzingen..... 184, 192, 217, 258, 285
Bluetooth ................................. 250
Bluetooth-muziek ............187, 281
Infotainmentsysteem 154 , 230 , 268
Navigatie ................................. 192
Radio ............................... 180, 277
Smartphone-applicaties ..........250
Telefoon .................................. 285
Telefoonportal ......................... 217
USB ......................... 187, 250, 281
Algemene informatie.. 187, 212, 250, 257, 281, 284, 371
Cd............................................ 184
DAB ......................................... 247
Telefoon .................................. 258
Algemene richtlijnen voor het rijden ....................................... 304
Andere auto slepen ...................424
Antiblokkeersysteem .................323
Antiblokkeersysteem (ABS) .......117
Antidiefstalfunctie ......155, 231, 269
Apps gebruiken .......................... 190
Armsteun ................................ 56, 58
Armsteun met opbergruimte ........76
Asbakken ................................... 105
Audio afspelen ............188, 252, 283
Page 496 of 503

494Bluetooth-verbinding...............258
Koppelen ................................. 258
Menu Streaming audio via
Bluetooth ................................. 252
Telefoon .................................. 261
Bluetooth-muziek ................187, 281
Bluetooth-verbinding ..217, 258, 285
Bolle vorm .................................... 41
Boordgereedschap .....................403
Boordinformatie .........................129
Brandstof .................................... 366
Brandstofkeuzeschakelaar ........111
Brandstofmeter .......................... 111
Brandstofverbruik - CO 2-uitstoot. 370
Brandstof voor benzinemotoren 366
Brandstof voor dieselmotoren ...367
Brandstof voor het rijden op aardgas .................................. 367
BringGo ...................................... 256
Buitenspiegels .............................. 41
Buitentemperatuur .....................100
Buitenverlichting .........................142
C Categorielijst ....................... 180, 277
CD-speler ................................... 184
Cd-speler activeren ....................185
Centrale vergrendeling ................25
Claxon ................................... 13, 97
Conformiteitsverklaring ...............483Contacten ........................... 171, 200
Aanpassen .............................. 171
Opslaan ................................... 171
Opvragen ................................ 171
Contactslotstanden ....................304
Controlelampen ..................109, 114
Controle over de auto ................304
Controles .................................... 378
Cruise control ....................120, 329
D DAB ............................ 183, 247, 280
DAB-koppeling ...................183, 280
Dagrijlicht ................................... 144
Dagteller .................................... 110
Dak ............................................... 46
Dakbelasting ................................. 93
Dakdrager .................................... 92
Datum ......................................... 176
Diakritische tekens .....................165
Diefstalalarmsysteem ..................38
Dieselbrandstofsysteem ontluchten .............................. 384
Digital Audio Broadcasting 183, 247, 280
Dimlicht of grootlicht ...................142
Display-instellingen ............253, 254
Displaymodus ............................. 176
Driepuntsgordel ........................... 61
Driver Information Center ...........121E
Elektriciteitsstekker .....................103
Elektrisch bediende ruiten ...........43
Elektrische aansluitingen ...........102
Elektrische handrem ...........116, 324
Elektrische handrem defect ........116
Elektrische stoelverstelling ..........53
Elektrische verstelling ..................41
Elektrisch systeem...................... 396
Elektronische rijprogramma's ...
........................................ 318, 322
Elektronische stabiliteitsregeling en Traction Control-systeem ...117
Elektronische stabiliteitsregeling (ESC) ...................................... 327
Elektronische stabiliteitsregeling UIT .............117
Elektronisch klimaatregelsysteem ..............295
Elektronisch sleutelsysteem .........22
EQ .............................................. 175
Equalizer..................................... 175 Erkenning van software ..............485
Event Data Recorders (EDR) .....490
F
Fabrieksinstellingen terugzetten ........................................ 176, 275
Fader .......................................... 175