radio OPEL ASTRA K 2017.5 Gebruikershandleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: OPEL, Model Year: 2017.5, Model line: ASTRA K, Model: OPEL ASTRA K 2017.5Pages: 503, PDF Size: 11.43 MB
Page 195 of 503

Infotainmentsysteem193routebegeleiding tegen de
verkeersregels ingaat, moet u
altijd de verkeersregels volgen.
Werking van het
navigatiesysteem
De positie en beweging van de auto
worden door het navigatiesysteem
met behulp van sensors gedetec‐
teerd. De afgelegde afstand wordt
bepaald door het signaal van de snel‐ heidsmeter van de auto, de draaibe‐
wegingen in de bochten door een
gyrosensor. De positie wordt bepaald
door de gps-satellieten (Global Posi‐
tioning System).
Door vergelijking van de sensorsig‐ nalen met de digitale kaarten is het
mogelijk om de positie met een nauw‐
keurigheid van ongeveer 10 meter te bepalen.
Het systeem werkt ook bij een slechte
GPS-ontvangst. Dit kan echter wel de nauwkeurigheid van de positiebepa‐
ling beïnvloeden.
Na het invoeren van het bestem‐
mingsadres of een markant punt of
POI (dichtstbijzijnde tankstation,
hotel, enz.) wordt de route vanaf de
huidige locatie tot de geselecteerde
bestemming berekend.
De routebegeleiding vindt plaats door spraakmeldingen, een richtingspijl en een meerkleurig kaartscherm.
Opmerkingen
TMC-verkeersinformatiesysteem en dynamische routebegeleiding
Het TMC-verkeersinformatiesysteem ontvangt van de TMC-radiozendersalle actuele verkeersinformatie. Deze informatie wordt gebruikt bij het bere‐
kenen van de volledige route. Daarbij wordt de route zo gepland dat
verkeersknelpunten volgens de
vooraf ingestelde criteria worden
omzeild.
Is er een actueel knelpunt aanwezig
tijdens een actieve routebegeleiding,
dan vraagt het systeem - afhankelijk
van de vooraf gemaakte instellingen -
of de route veranderd moet worden.
De TMC-verkeersinformatie wordt op het kaartscherm met symbolen weer‐
gegeven of verschijnt als gedetail‐
leerde tekst in het TMC-meldingen‐
menu.Om de TMC-verkeersinformatie te
kunnen gebruiken, moet het systeem TMC-zenders in de relevante regio
ontvangen.
De TMC-stations kunnen in het navi‐ gatiemenu 3 193 worden geselec‐
teerd.
Kaartgegevens
Alle vereiste kaartgegevens zijn in het
infotainmentsysteem opgeslagen.
Neem contact op met uw garage om
uw kaartsoftware via de USB-poort te
updaten.
Gebruik
Druk op HOME om de navigatiekaart
weer te geven en selecteer vervol‐
gens het pictogram NAV.
Page 216 of 503

214InfotainmentsysteemLet op
Als u de spraakherkenning start, kan
het een voordeel zijn om de Lang-
instelling te gebruiken. Als u meer
ervaring hebt met het systeem, kan
het voordelen hebben om de instel‐
ling Kort te gebruiken.Tips "Wat kan ik zeggen?" weergeven
Zet afhankelijk van of uw mogelijke
spraakcommando's op het scherm
wilt laten weergeven Tips "Wat kan ik
zeggen?" weergeven op Aan of Uit.
Spraakdoorschakel-toepassing
Via de spraakdoorschakel-toepas‐
sing van het infotainmentsysteem
hebt u toegang tot de spraakherken‐
ningscommando's op uw smart‐
phone.
De beschikbaarheid van deze functie
is afhankelijk van uw smartphone.
Bezoek onze website voor meer infor‐ matie over de compatibiliteit.
Gebruik
Geïntegreerde spraakherkenning
Spraakherkenning activeren Let op
Tijdens een actief telefoongesprek is
spraakherkenning niet beschikbaar.Activeren door de knop w op het stuur
in te drukken
Druk op w op het stuurwiel.
Het audiosysteem wordt onderdrukt,
u wordt geïnstrueerd om een
commando te geven en op het Info-
Display of op het Driver Information
Center verschijnen helpmenu's met
de belangrijkste commando's die
momenteel beschikbaar zijn.
Zodra de spraakherkenning gereed is voor gesproken commando's, klinkt
er een pieptoon. Het spraakherken‐
ningssymbool in de rechter boven‐
hoek van het helpmenu verandert van
wit naar rood.
U kunt nu een spraakcommando geven om een systeemfunctie te star‐ ten (bijvoorbeeld een vooraf inge‐
stelde radiozender afspelen).Activeren via de schermtoets
SPRAAK op het middendisplay
Selecteer SPRAAK op de interactieve
selectiebalk van een van de hoofd‐
menu's op het middendisplay.
Het audiosysteem wordt onderdrukt,
u wordt gevraagd een commando te
zeggen en op het middendisplay
verschijnt een helpmenu met de
belangrijkste commando's die
momenteel beschikbaar zijn.
Zodra de spraakherkenning gereed is
voor gesproken commando's, klinkt
er een pieptoon. Het spraakherken‐ ningssymbool rechts in het helpmenu verandert van zwart naar rood.
U kunt nu een spraakcommando
geven. Zie bovenstaande beschrij‐
ving.
Volume van gesproken vragen
aanpassen
Druk ! of # op het stuurwiel omhoog
(hoger volume) of omlaag (lager
volume).
Page 224 of 503

222Infotainmentsysteem
Let op
Gemiste oproepen zijn rood gemar‐
keerd in de recente oproepenlijst en
zijn aangeduid met een 9 naast het
telefoonpictogram in het toepas‐ singsoverzicht.
Selecteer een van de telefoonnum‐ mers in de recente gesprekkenlijst.
Het nummer wordt gebeld.
Favorieten
Geef de favorietenpagina weer.
Blader indien nodig door de pagina's.
Selecteer de gewenste favorieten-
schermtoets.
Voor een gedetailleerde beschrijving
3 167.
Inkomend telefoongesprek
Telefoongesprek aannemen
Is er een radio- of mediabron actief
als er een gesprek binnen komt, dan
wordt de audiobron gedempt. Dit blijft
zo tot het gesprek wordt beëindigd.
De naam en telefoonnummer van de
beller worden onderop het scherm
getoond.
Oproep beantwoorden: selecteer
Beantw. in het bericht.
Telefoongesprek afwijzen
Oproep weigeren: selecteer
Negeren in het bericht.
Beltoon wijzigen
Druk HOME en selecteer vervolgens
het pictogram INSTELLINGEN .
Selecteer BlueTooth om het betref‐
fende submenu weer te geven en selecteer vervolgens Beltonen. Er
wordt een lijst met alle aan het info‐ tainmentsysteem gekoppelde tele‐
foons weergegeven.
Kies de gewenste telefoon. Er wordt
een lijst weergegeven met alle belto‐
nen voor de betreffende telefoon.
Selecteer de gewenste beltoon.
Functies tijdens een
telefoongesprek
Tijdens een telefoongesprek wordt
het gespreksscherm weergegeven.
Page 230 of 503

228InfotainmentsysteemVeelgestelde vragenTelefoon? Hoe koppel ik mijn telefoon aan het
infotainmentsysteem?
! Druk voor het koppelen van een
telefoon op HOME, selecteer het
pictogram TELEFOON en selec‐
teer vervolgens Apparaat
verbinden . Volg de instructies op
uw apparaat en zorg dat Bluetooth
ingeschakeld is.
Gedetailleerde beschrijving 3 217.? Hoe kan ik mijn telefooncontacten
en recente gesprekken bekijken?
! Om de contactpersonen of oproe‐
penlijst te benaderen, druk op
HOME , selecteer het pictogram
TELEFOON en selecteer vervol‐
gens CONTACTEN of RECENT .
Zorg dat het telefoonboek en de
recente gesprekkenlijst op de tele‐
foon toegankelijk zijn. Afhankelijk van de telefoon kan het enige
minuten duren voor het telefoon‐
boek en de recente gesprekkenlijst
geladen zijn.Gedetailleerde beschrijving 3 220.
Favorieten? Wat kan ik als favoriet opslaan?
! U kunt tot 60 favorieten van bijna
alle informatietypen opslaan, bijv.
bestemmingen, telefooncontac‐
ten, afspeellijsten, radiozenders,
etc.
Gedetailleerde beschrijving 3 167.? Hoe kan ik een nieuwe favoriet
opslaan?
! Activeer de betreffende toepas‐
sing en houd een favorieten-
schermtoets ingedrukt om op deze
locatie een nieuwe favoriet op te
slaan. Het opslaan wordt beves‐
tigd met een korte pieptoon. In
bepaalde gevallen moet u een
specifiek item selecteren.
Gedetailleerde beschrijving 3 167.? Hoe kan ik de naam van mijn favor‐
ieten wijzigen, ze wissen of
verplaatsen?
! Druk op
HOME, selecteer het
pictogram INSTELLINGEN op het
startscherm, Radio op de instellin‐genlijst en vervolgens Favorieten
beheren om de favorieten te
hernoemen, wissen of verplaat‐
sen.
Gedetailleerde beschrijving 3 167.? Waar worden favorieten opgesla‐
gen en hoe kan ik ze een andere
naam geven?
! De favorieten worden opgeslagen
in de favorietenlijst. Om een favo‐
riet een nieuwe naam te geven,
selecteert u de betreffende
schermtoets in de favorietenrij. In
bepaalde schermen is de favorie‐
tenlijst verborgen zodat andere
inhoud beter kan worden weerge‐
geven. Selecteer op deze scher‐
men n rechtsonder op het
scherm en sleep de interactieve
selectiebalk met de vinger
omhoog.
Gedetailleerde beschrijving 3 167.
Page 231 of 503

Infotainmentsysteem229Navigatie?Ik heb een bestemmingsadres
ingevoerd, maar er verschijnt een
foutmelding. Wat doe ik verkeerd?
! Het navigatiesysteem gaat bij het
invoeren van een adres van een
bepaalde volgorde uit. Afhankelijk
van het land waarin het adres zich bevindt, kan er een andere invoer‐
volgorde vereist zijn. Bij adressen
in andere landen, dient als laatste
ook het land te worden ingevoerd.
Gedetailleerde beschrijving 3 200.? Hoe kan ik de actieve routebege‐
leiding annuleren?
! Selecteer
MENU op de interac‐
tieve selectiebalk en vervolgens
Annuleer route om de routebege‐
leiding te annuleren.
Gedetailleerde beschrijving 3 206.
Audio
? Hoe kan ik de audiobron wijzigen?
! Door herhaaldelijk op
RADIO te
drukken, kunt u tussen alle beschikbare radiobronnen (AM/
FM/DAB) wisselen. Door herhaal‐delijk op MEDIA te drukken, kunt u
tussen alle beschikbare media‐
bronnen omschakelen.
Gedetailleerde beschrijving van
radio 3 180, cd 3 184, externe
apparatuur 3 187.? Hoe kan ik in radiozenders of
media-muziek zoeken?
! Om in radiozenders of mediamu‐
ziek te zoeken, bijvoorbeeld in
afspeellijsten of albums, selecteert
u BLADEREN op het audio‐
scherm.
Gedetailleerde beschrijving van
radio 3 180, cd 3 185, externe
apparatuur 3 188.
Overige
? Hoe kan ik de prestaties van de
spraakherkenning verbeteren?
! Het spraakherkenningssysteem is
ontworpen om natuurlijk uitgespro‐
ken commando's te begrijpen.
Wacht tot u de pieptoon hoort voor u gaat spreken. Probeer natuurlijk
te spreken, niet te snel of te hard.
Gedetailleerde beschrijving 3 212.? Hoe kan ik de prestaties van het
aanraakscherm verbeteren?
! Het aanraakscherm is drukgevoe‐
lig. Probeer met name als u iets
versleept de druk van uw vinger
gelijk te houden.
Gedetailleerde beschrijving 3 162.
Page 232 of 503

230InfotainmentsysteemInfotainmentsystee
mInleiding ..................................... 154
Algemene aanwijzingen ..........154
Antidiefstalfunctie ....................155
Overzicht bedieningselementen .............156
Gebruik .................................... 161
Basisbediening .......................... 162
Geluidsinstellingen ..................175
Volume-instellingen .................176
Systeeminstellingen ................176
Radio ......................................... 180
Gebruik .................................... 180
Zender zoeken ........................ 180
Favorietenlijst .......................... 246
Radio Data System (RDS) ......181
Digital Audio Broadcasting ......183
Externe apparaten .....................187
Algemene informatie ...............187
Audio afspelen ......................... 188
Afbeeldingen weergeven .........253
Films afspelen ......................... 189
Smartphone-applicaties gebruiken ................................ 190Spraakherkenning .....................212
Algemene informatie ...............212
Gebruik .................................... 214
Telefoon ..................................... 217
Algemene aanwijzingen ..........217
Bluetooth-verbinding ...............217
Noodoproep ............................. 220
Bediening ................................ 220
Mobiele telefoons en CB-zendapparatuur ...............227Inleiding
Algemene aanwijzingen
Het infotainmentsysteem biedt u
eersteklas infotainment voor in uw
auto.
Met de radiofuncties kunt u maximaal
25 zenders op vijf favorietenpagina's
instellen.
U kunt externe gegevensopslagappa‐ raten als andere audiobronnen op hetInfotainmentsysteem aansluiten; via
kabel of via Bluetooth ®
.
Ook is het infotainmentsysteem uitge‐
voerd met een telefoonportal waar‐
mee u uw mobiele telefoon comforta‐ bel in de auto kunt gebruiken.
U kunt ook specifieke smartphone-
apps via het Infotainmentsysteem
bedienen.
Optioneel kunt u het infotainmentsys‐
teem bedienen met de knoppen op
het aanraakscherm of stuurwiel, of
door middel van spraakherkenning
(indien uw mobiele telefoon dit onder‐ steunt).
Page 233 of 503

Infotainmentsysteem231Door het goed doordachte design van
de bedieningselementen, het
aanraakscherm en de heldere
displays kunt u het systeem gemak‐
kelijk en intuïtief bedienen.
Let op
Deze handleiding beschrijft alle voor
de diverse Infotainmentsystemen beschikbare opties en functies.
Bepaalde beschrijvingen, zoals die
voor display- en menufuncties,
gelden vanwege de modelvariant,
landspecifieke uitvoeringen, speci‐
ale uitrusting en toebehoren wellicht niet voor uw auto.
Belangrijke informatie over de
bediening en de
verkeersveiligheid9 Waarschuwing
Het Infotainmentsysteem moet
worden gebruikt zodat er te allen
tijde veilig met de auto kan worden gereden. Zet bij twijfel de auto aan de kant en bedien het Infotain‐
mentsysteem terwijl u stilstaat.
Radio-ontvangst
Tijdens de radio-ontvangst kan gesis,
geruis, signaalvervorming of signaal‐
uitval optreden door:
● wijzigingen in de afstand tot de zender
● ontvangst van meerdere signa‐ len tegelijk door reflecties
● obstakels
Antidiefstalfunctie Het infotainmentsysteem is voorzien
van een elektronisch beveiligingssys‐ teem dat het systeem tegen diefstal
beveiligt.
De beveiliging houdt in dat het info‐
tainmentsysteem alleen in uw auto
werkt en daarom voor een eventuele
dief waardeloos is.
Page 235 of 503

Infotainmentsysteem2331Display / aanraakscherm ....162
2 Beginmenu .......................... 162
Knoppen op het scherm
voor toegang tot:
AUDIO : audiofuncties
GALLERIJ : afbeeldings-
en filmfuncties
TELEFOON : mobiele-
telefoonfuncties
PROJECTIE : telefoonweergave
NAV : BringGo ®
app
INSTELLINGEN :
systeeminstellingen
OnStar : OnStar Wi-Fi-
instellingen .......................... 161
3 Tijd-, datum- en tempera‐
tuuraanduiding ....................176
4 g
Kort indrukken:
telefoonmenu openen .........220of telefoonweergave‐
functie openen (indien
geactiveerd) ........................ 190
Lang indrukken:
spraakherkenning activeren 212
5 v
Kort indrukken: ga naar de volgende zender als de
radio actief is ....................... 180
of ga naar het volgende
nummer wanneer externe
apparaten actief zijn ............188
Lang indrukken: omhoog
zoeken als de radio actief is 180
of snel vooruit als externe
apparaten actief zijn ............188
6 m
Kort indrukken: infotain‐
mentsysteem inschakelen
indien uitgeschakeld ...........161
of systeem onderdrukken
indien ingeschakeld ...........161Lang indrukken: infotain‐
mentsysteem uitschakelen . 161
Draaien: volume aanpassen 161
7 t
Kort indrukken: ga naar de vorige zender als de radio
actief is ................................ 180
of ga naar het vorige
nummer wanneer externe
apparaten actief zijn ............188
Lang indrukken: omlaag
zoeken als de radio actief is 180
of snel achteruit als
externe apparaten actief zijn 188
8 ;
Kort indrukken: startmenu
openen ................................ 161
Lang indrukken: telefoon‐
weergavefunctie openen
(indien geactiveerd) ............190
Page 236 of 503

234InfotainmentsysteemAfstandsbediening op stuurwiel
1qw
Kort indrukken: open
OnStar-menu mits geen
telefoon verbonden .............161
of neem gesprek aan mits
telefoon verbonden .............217
of laatste nummer in
oproeplijst bellen wanneer
telefoonmenu wordt
weergegeven ...................... 220
of wisselen tussen
gesprekken als
gesprekken in de wacht
staan ................................... 220
Lang indrukken:
spraakherkenning activeren 212
2 SRC (bron) .......................... 161
Indrukken: audiobron
selecteren ........................... 161
Omhoog/omlaag draaien:
volgende/vorige
voorkeurszender
selecteren als de radio
actief is ................................ 180
of volgende/vorige
nummer/hoofdstuk/
afbeelding selecteren
wanneer externe
apparaten actief zijn ............188of volgende/vorige
nummer in oproeplijst
selecteren als de
telefoonportal actief en de
oproeplijst geopend is .........220
Omhoog/omlaag draaien
en vasthouden: snel door
de items in de oproeplijst
bladeren .............................. 220
3 +
Indrukken: harder zetten
4 –
Indrukken: zachter zetten
5 xn
Indrukken: gesprek
beëindigen/weigeren ...........220
of spraakherkenning
uitschakelen ........................ 212
of mutefunctie activeren/
deactiveren ......................... 161
Page 238 of 503

236InfotainmentsysteemSelecteer Bron op het scherm om de
interactieve selectiebalk weer te
geven.
Om naar een andere audiomodus te
gaan: druk op een van de opties van de interactieve selectiebalk.
Voor een gedetailleerde beschrijving
van:
● Radiofuncties 3 180
● Externe apparaten ( USB,
Bluetooth ) 3 188
Let op
Druk in de bovenste regel van een willekeurig scherm op A om snel
naar het audioscherm te gaan dat
momenteel actief is.
GALLERIJ
Selecteer GALLERIJ om het afbeel‐
dingen- en filmmenu te openen voor
de opgeslagen bestanden van een
extern apparaat zoals een USB-stick of smartphone.
Selecteer l of m om het afbeeldin‐
gen- of filmmenu weer te geven.
Selecteer de gewenste afbeelding of
het filmbestand voor weergave op het display.Voor een gedetailleerde beschrijving
van:
● Afbeeldingsfuncties 3 253
● Filmfuncties 3 189
TELEFOON
Voordat u de telefoonportal kunt
gebruiken, moet een verbinding tot
stand worden gebracht tussen het
infotainmentsysteem en de mobiele telefoon.
Voor een gedetailleerde beschrijving
van het opzetten en het tot stand
brengen van een Bluetooth-verbin‐
ding tussen het infotainmentsysteem
en een mobiele telefoon 3 217.
Als de mobiele telefoon is verbonden,
selecteer dan TELEFOON om het
hoofdmenu van de telefoonportal
weer te geven.