cruise control OPEL ASTRA K 2018.5 Gebruikershandleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: OPEL, Model Year: 2018.5, Model line: ASTRA K, Model: OPEL ASTRA K 2018.5Pages: 333, PDF Size: 9.51 MB
Page 206 of 333

204Rijden en bedieningAandacht van de bestuurder● Let op met de adaptieve cruise‐ control in bochten of op heuvel‐
achtige wegen, het systeem kan contact met de voorligger verlie‐
zen en heeft de tijd nodig om
deze opnieuw te detecteren.
● Gebruik het systeem niet op gladde wegen omdat het snelle
veranderingen in de tractie (door‐ slaan) van de banden kan
veroorzaken, waardoor u de
macht over het stuur zou kunnen verliezen.
● Gebruik de adaptieve cruisecon‐ trol niet bij regen, sneeuw of
modder, omdat de radarsensor
door waterfilm, stof, ijs of sneeuw
bedekt kan worden. Het zicht
wordt dan geheel of gedeeltelijk
onderdrukt. Bij een vervuilde
sensor, de sensorafdekking reini‐ gen.Systeembeperkingen9 Waarschuwing
De automatische remkracht van
het systeem volstaat niet voor
krachtig remmen en de remwer‐
king is mogelijk onvoldoende om
een botsing te vermijden.
● Na aan plotselinge rijstrookwis‐ sel, heeft het systeem enige tijd
nodig om de volgende voorligger
te detecteren. Als dus een
nieuwe voorligger wordt gedetec‐ teerd, kan het systeem de snel‐
heid verhogen in plaats van te
remmen.
● De adaptieve cruisecontrol negeert tegemoetkomend
verkeer.
● Adaptieve cruisecontrol houdt voor het remmen en wegrijden
geen rekening met voetgangers
en dieren.
● Adaptieve cruisecontrol houdt alleen bij een lage snelheid reke‐ning met gestopte voertuigen.
● Gebruik de adaptieve cruisecon‐ trol niet bij het trekken van een
aanhanger.
● Gebruik adaptieve cruisecontrol niet op wegen met een stijgings‐
percentage van meer dan 10%.
Bochten
De adaptieve cruisecontrol berekent
aan de hand van de centrifugale
kracht een voorspelde koers. Deze voorspelde koers neemt de kenmer‐
ken van de huidige bocht in aanmer‐
king, maar kan geen veranderingen
incalculeren. Het systeem kan de
huidige voorligger verliezen of zich op
een voertuig in een andere rijstrook
richten. Dit kan gebeuren tijdens het
inzetten of uitrijden van een bocht ofals de bocht scherper of minder
scherp wordt. De camera hanteert
een bepaalde correctie op basis van
Page 207 of 333

Rijden en bediening205de zichtbare rijstrookmarkeringen.
Controlelampje A dooft als het
systeem geen voorligger meer detec‐
teert.
Als de centrifugale kracht in een
bocht te groot is, zal het systeem de
rijsnelheid enigszins verlagen. Deze
remactie is niet ontworpen om te
voorkomen dat de auto uit de bocht
vliegt. De bestuurder is verantwoor‐
delijk voor het verlagen van de snel‐
heid bij het ingaan van een bocht en
in het algemeen voor het aanpassen
van de snelheid aan het wegtype en
de geldende maximumsnelheid.
Snelwegen
Op snelwegen moet u de ingestelde
snelheid aanpassen aan de omstan‐
digheden en het weer. Bedenk altijd
dat de adaptieve cruisecontrol een
beperkt zichtbereik, een beperkte
remkracht en een bepaalde reactietijd
heeft waarin wordt geverifieerd of een voertuig zich al dan niet voor u
bevindt. Voorts is de adaptieve crui‐
secontrol zodanig ontworpen dat de
auto zo laat mogelijk remt om vóór het
automatisch remmen van rijstrook te
kunnen wisselen. De adaptieve crui‐
secontrol is mogelijk niet in staat om
de auto tijdig af te remmen, om aanrij‐
dingen te vermijden met veel langza‐
mer rijdende voorliggers of na een
rijstrookwissel. Dit geldt in het bijzon‐
der bij hoge snelheden of als het zicht
door de weersomstandigheden
beperkt is.
Bij het oprijden of verlaten van een
snelweg kan de adaptieve cruisecon‐ trol de voorligger uit het zicht verlie‐
zen en naar de instelde snelheid
accelereren. Verlaag daarom de snel‐ heid voor het oprijden of verlaten van
de snelweg.Koersveranderingen
Als een ander voertuig voor u invoegt, zal de adaptieve cruisecontrol dit
voertuig pas incalculeren op het
moment dat deze zich volledig op uw
pad bevindt. Wees alert en gereed
om te remmen als sneller remmen
noodzakelijk is.
Bij heuvels en aanhangers
Page 208 of 333

206Rijden en bediening9Waarschuwing
Gebruik adaptieve cruise control
niet op steile heuvelachtige
wegen.
De systeemprestaties in heuvelach‐
tige gebieden hangen af van de
rijsnelheid, de belading, de verkeers‐
omstandigheden en het hellingsper‐
centage. In heuvelachtige gebieden
worden voorliggers mogelijk niet
gedetecteerd. Adaptieve regeling
over het volledige snelheidsbereik
wordt automatisch uitgeschakeld,
aangezien de auto heuvelopwaarts
bij een helling van meer dan 10%
stopt. Wees in deze situatie erop voorbereid om de macht over de auto over te nemen.
Let erop dat u door te remmen het
systeem deactiveert.
Radareenheid
De radareenheid zit achter de radia‐
teurgrille achter of onder het
embleem.
9 Waarschuwing
De radareenheid is tijdens de
fabricage zorgvuldig uitgelijnd.
Gebruik het systeem daarom bij
een frontale botsing niet. De voor‐ bumper kan nog intact lijken, maar
de sensor die erachter ligt, kan verschoven zijn en onjuist reage‐
ren. Overleg na een ongeluk met
een werkplaats om de stand van
de radarmodule te controleren en
af te stellen.
Instellingen
Instellingen kunnen in het menu
Persoonlijke instellingen op het Info-
Display worden gewijzigd.
Selecteer de desbetreffende instel‐
ling in Instellingen , I Voertuig op het
Info-Display.
Info-Display 3 126.
Persoonlijke instellingen 3 130.
Storing
Als de adaptieve cruisecontrol door
tijdelijke omstandigheden (bijv. door
ijsafzetting, oververhitte remmen of
manoeuvres bij lage snelheden) niet
werkt, of als er een permanente
systeemfout is, dan verschijnt er een melding in het Driver Information
Center.
Boordinformatie 3 129.
Page 209 of 333

Rijden en bediening207Frontaanrijdingswaarschu‐wing
De frontaanrijdingswaarschuwing
kan helpen schade bij frontale aanrij‐
dingen te vermijden of beperken.
Als de auto is uitgerust met conventi‐
onele cruise control, gebruikt de fron‐
taanrijdingswaarschuwing de frontca‐ mera in de voorruit om een voorligger op uw rijstrook te detecteren.
Als de auto is uitgerust met adaptieve
cruise control, gebruikt de frontaanrij‐
dingswaarschuwing de radarsensor
om een voorligger op uw rijstrook te
detecteren.
Een voorligger wordt aangegeven
door controlelamp A.
Als een voorligger te snel nadert,
klinkt er een geluidssignaal en
verschijnt er een waarschuwing in het
Driver Information Centre.
De bestuurder ziet tevens een knip‐
perend rode LED-streep die op de
voorruit in zijn gezichtsveld wordt
geprojecteerd.
Een voorwaarde is dat de frontaanrij‐
dingswaarschuwing met frontcame‐
rasysteem niet is gedeactiveerd door
op V op het stuurwiel te drukken of,
met radarsensor, dat deze niet is
gedeactiveerd in het menu Persoon‐
lijke instellingen 3 130.
Inschakelen
Frontaanrijdingswaarschuwing met
frontcamera detecteert voertuigen tot
afstanden van ongeveer 60 meter en
werkt automatisch bij alle snelheden
boven wandeltempo.
Frontaanrijdingswaarschuwing met
radarsensor detecteert voertuigen tot afstanden van ongeveer 150 meter
en werkt automatisch bij alle snelhe‐
den boven wandeltempo.De bestuurder alarmeren
Het groene controlelampje voor 'voor‐
ligger gedetecteerd' A licht groen op
in de instrumentengroep wanneer het systeem een voorligger heeft waar‐
genomen.
De controlelamp A wordt geel
wanneer de afstand tot een voorligger
te kort wordt of wanneer u een ander
voertuig te snel nadert.Voorzichtig
De kleur van dit waarschuwings‐
lampje komt niet overeen met
plaatselijke verkeerswetten met
betrekking tot uw afstand tot de
voorligger. De bestuurder is te
allen tijde volledig verantwoorde‐
lijk voor het op een veilige afstand volgen van de voorligger, volgens
de betreffende verkeersregels, het weer en de toestand van de weg.
Page 210 of 333

208Rijden en bediening
Wanneer de tijd tot een mogelijke
botsing met een voorligger te kort
wordt en een botsing onvermijdelijk
lijkt, verschijnt er een waarschu‐
wingssymbool in het Driver Informa‐
tion Center. Ook wordt er een rode
LED-streep op de voorruit in het
gezichtsveld van de bestuurder
geprojecteerd.
Tegelijkertijd klinkt er een geluidssig‐
naal. Trap het rempedaal in en voer
de benodigde stuurhandelingen uit.
De gevoeligheid van het systeem
instellen
Druk op V of E om de waarschu‐
wingsgevoeligheid op kort, gemid‐
deld of ver en bij sommige versies uit
te zetten.
Bij de eerste druk op de knop ziet u
de huidige instelling op het Driver
Information Center. Bij nogmaals
indrukken van de knop verandert
deze instelling. De gekozen instelling
wordt gehandhaafd totdat deze wordt
aangepast. De timing van de waar‐
schuwingen verandert met de rijsnel‐
heid. Hoe sneller de auto rijdt, hoe
verder de waarschuwing wordt gege‐
ven. Houd bij het selecteren van de
timing van de waarschuwingen reke‐
ning met de verkeerssituatie en de
weersomstandigheden.
Let op: de instelling voor de gevoelig‐
heid van het alarm wordt gedeeld met de afstand tot voorligger van de adap‐
tieve cruise control. Door de gevoe‐
ligheid van de waarschuwing te wijzi‐
gen, wordt dus ook de afstand tot
voorligger van de adaptieve cruise
control gewijzigd.
Page 212 of 333

210Rijden en bedieningAls er een voorligger wordt gedetec‐
teerd, wordt de afstand in seconden
weergegeven op een pagina in het
Driver Information Centre.
Kies op een Midlevel-display Info
menu ? via MENU op de richting‐
aanwijzer en draai het stelwiel naar
de pagina met de Indicatie afstand tot
voorligger, 3 120
Selecteer in het Uplevel-display het
menu Info met de stuurwieltoetsen en
druk op o om de Indicatie afstand tot
voorligger 3 120 te selecteren.
De minimale aangegeven afstand is
0,5 seconde.
Als er geen voorligger is of als de
voorligger buiten bereik is, worden er twee streepjes getoond: -.- sec.
Als de adaptieve cruise control actief
is, geeft deze pagina de instelling van
de waarschuwingsgevoeligheid in
plaats van de ingestelde afstand tot
de voorligger weer. 3 198.
Actieve noodrem
De actieve noodrem kan helpen om
de schade en letsel door aanrijdingen
met voorliggers of obstakels te beper‐ ken, indien een aanrijding door
remmen of sturen niet langer kan
worden vermeden. Voordat de
actieve noodrem activeert, geeft de
frontaanrijdingswaarschuwing een
waarschuwing 3 207.
Deze functie maakt gebruik van input uit vele bronnen ( bijv. camerasensor,
radarsensor, remdruk, rijsnelheid) om
de waarschijnlijkheid van een frontale
aanrijding te berekenen.9 Waarschuwing
Dit systeem is niet bedoeld om de
verantwoordelijkheid van de
bestuurder, voor het besturen van
de auto en anticiperen op de
verkeerssituatie, over te nemen.
Het is alleen bedoeld als aanvul‐
ling om de rijsnelheid vóór een
botsing te verlagen.
Het systeem reageert mogelijk
niet op voetgangers of dieren. Na een plotselinge verandering vanrijstrook, heeft het systeem enige
tijd nodig om de nieuwe voorligger te detecteren.
De bestuurder moet altijd gereed
zijn om actie te ondernemen en te
remmen en sturen om aanrijdin‐
gen te voorkomen.
Page 328 of 333

326TrefwoordenlijstAAan/Uit-knop ............................... 167
Aanbevolen vloeistoffen en smeermiddelen ..............294, 299
Aanduidingen op banden ..........270
Aanhangerstabilisatie ................241
Aanhanger trekken ....................237
Aardgas .............................. 110, 233
Accessoires en modificaties van auto ........................................ 243
Accu ........................................... 248
Achterlichten .............................. 253
Achterruitverwarming ................... 44
Achteruitkijkcamera ...................223
Achteruitrijlichten .......................150
Actieve noodrem......................... 210
Adaptieve cruise control .....119, 198
AdBlue ................................ 117, 178
Afmetingen auto ........................308
Afslagverlichting ......................... 144
Afstand tot voorligger .................116
Airbag deactiveren ....................... 66 Airbag-deactivering .................... 115
Airbag en gordelspanners .........114
Airbaglabel.................................... 61
Airbagsysteem ............................. 61
Airconditioning ........................... 155
Airconditioning regelmatig aanzetten ............................... 164
Alarmknipperlichten ...................148Algemene informatie .................. 236
Algemene richtlijnen voor het rijden ....................................... 166
Andere auto slepen ...................288
Antiblokkeersysteem .................189
Antiblokkeersysteem (ABS) .......116
Armsteun ................................ 55, 57
Armsteun met opbergruimte ........75
Asbakken ................................... 104
Autogegevens ............................ 299
Automatische dimfunctie .............42
Automatische verlichting ............ 143
Automatische versnellingsbak ...181
Automatisch vergrendelen ...........29
Auto ontgrendelen .........................6
Auto slepen ................................ 287
Auto stallen ................................. 243
Autostop ..................................... 171
B Bagageruimte ........................ 31, 76
Bagageruimte-afdekking .............82
Bandenreparatieset ...................277
Bandenspanning .......................270
Bandenspanningscontrolesys‐ teem ................................ 117, 271
Bandenspanningswaarden ........310
Batterijspanning .........................130
Bedieningsorganen ......................95
Bekerhouders .............................. 74
Page 329 of 333

327Bekleding.................................... 291
Beladingsinformatie .....................92
Beslagen lampglazen ................150
Bestuurdersondersteuningssys‐ temen ...................................... 195
Beveiliging van de auto ................36
Binnenspiegels ............................. 41
Binnenverlichting ...............151, 261
Blindehoeksysteem ....................221
BlueInjection ............................... 178
Bolle vorm .................................... 40
Boordgereedschap .....................268
Boordinformatie .........................129
Brandstof .................................... 231
Brandstofkeuzeschakelaar ........110
Brandstofmeter .......................... 110
Brandstof voor benzinemotoren 231
Brandstof voor dieselmotoren ...233
Brandstof voor het rijden op aardgas .................................. 233
Buitenspiegels .............................. 40
Buitentemperatuur .......................99
Buitenverlichting .........................142
C Centrale vergrendeling ................24
Claxon ................................... 13, 96
CNG.................................... 110, 233
Conformiteitsverklaring ...............312
Contactslotstanden ....................166Controlelampen ..................108, 113
Controle over de auto ................166
Controles .................................... 244
Cruise control ....................119, 195
D Dagrijlicht ................................... 144
Dagteller .................................... 109
Dak ............................................... 45
Dakbelasting ................................. 92
Dakdrager .................................... 92
DEF ............................................ 178
Diefstalalarmsysteem ..................37
Dieselbrandstofsysteem ontluchten .............................. 250
Dieseluitlaatvloeistof ...................178
Dimlicht of grootlicht ...................142
Driepuntsgordel ........................... 59
Driver Information Center ...........120
E Elektriciteitsstekker .....................103
Elektrisch bediende ruiten ...........42
Elektrische aansluitingen ...........101
Elektrische handrem ...........116, 189
Elektrische handrem defect ........116
Elektrische stoelverstelling ..........52
Elektrische verstelling ..................40
Elektrisch systeem...................... 261
Elektronische rijprogramma's ...
........................................ 183, 188Elektronische stabiliteitsregeling
en Traction Control-systeem ...117
Elektronische stabiliteitsregeling (ESC) ...................................... 193
Elektronische stabiliteitsregeling UIT .............117
Elektronisch klimaatregelsysteem ..............157
Elektronisch sleutelsysteem .........22
Erkenning van software ..............316
Event Data Recorders (EDR) .....321
F
FlexOrganizer .............................. 86
Frontaal airbagsysteem ...............64
Frontaanrijdingswaarschuwing ...207
G
Geautomatiseerde versnellingsbak .......................185
Gebruik van deze handleiding .......3
Gedeponeerde handelsmerken ..320
Geluidssignalen .........................129
Gereedschap ............................. 268
Geurverspreider.......................... 103
Gevaar, Waarschuwing en Voorzichtig ................................. 4
Gevarendriehoek .........................90
Gloeilamp vervangen ................251
Gordels ......................................... 58
Gordelverklikker ......................... 114