richtingaanwijzer OPEL ASTRA K 2020 Gebruikershandleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: OPEL, Model Year: 2020, Model line: ASTRA K, Model: OPEL ASTRA K 2020Pages: 319, PDF Size: 27.37 MB
Page 220 of 319

218Rijden en bedieningSelecteer Waarschuw. AAN of
Waarschuw. UIT met het stelwiel en
druk op SET/CLR .
Druk wanneer op het Uplevel-display
de pagina met de verkeersbordher‐
kenning wordt getoond, op q op het
stuurwiel.
Activeer de waarschuwingen door J
in te stellen, deactiveer de waarschu‐ wingen door met toets 9 I in te stel‐
len.
De pop-upwaarschuwing verschijnt
ca. acht seconden lang op het Driver
Information Center.
Systeem resetten
De inhoud van de verkeersbordpa‐
gina is in het menu Instellingen van de
pagina Verkeersbordherkenning te
wissen door Terugstellen te selecte‐
ren en te bevestigen door SET/CLR
op de richtingaanwijzerhendel of 9
op het stuurwiel in te drukken.
U kunt ook SET/CLR of 9
3 seconden ingedrukt houden om de
inhoud van de pagina te wissen.
Als het resetten is gelukt, klinkt er een toon. Het onderstaande “standaard‐
bord” verschijnt tot het volgende
verkeersbord wordt waargenomen of
door de kaartgegevens van het navi‐
gatiesysteem wordt geleverd.
In sommige gevallen wordt verkeers‐
bordherkenning automatisch door het
systeem gewist.
Wissen van verkeersborden
Er zijn verschillende scenario's waar‐
bij de op dit moment getoond
verkeersborden worden gewist. Na
het wissen wordt het “standaardbord” of een verkeersbord uit de kaartge‐
gevens van het navigatiesysteem in
het Driver Information Center weer‐
gegeven.
Redenen voor het wissen van
verkeersborden:
● Een vooraf ingestelde afstand werd gereden of een vooraf inge‐stelde periode is verlopen
(verschillend per verkeersbord)
● Er wordt een bocht genomen
● Als er geen navigatiekaartgege‐ vens beschikbaar zijn en de snel‐heid afneemt tot onder 52 km/u
(detectie van de bebouwde kom)
● Als er navigatiekaartgegevens beschikbaar zijn en het systeem
nam op basis van een verande‐
ring in de kaartgegevens waar
dat de bebouwde kom werd inge‐ reden
Page 221 of 319

Rijden en bediening219Verkeersbordherkenning in
combinatie met het
navigatiesysteem
Als de auto met een navigatiesys‐
teem is uitgerust, kan het weergege‐
ven verkeersbord zijn waargenomen
door een optische verkeersbordher‐
kenning of uit de kaartgegevens
afkomstig zijn.
Als het op dit moment weergegeven
verkeersbord uit de kaartgegevens
afkomstig is en de kaartinformatie
verandert, wordt er een ander
verkeersbord getoond. Dit kan bete‐
kenen dat er dan een nieuw verkeers‐
bord wordt geregistreerd, hoewel u wellicht geen nieuw bord bent gepas‐ seerd.
Systeembeperkingen
De verkeersbordherkenning werkt in
de volgende situaties mogelijk niet
goed:
● De rijsnelheid is hoger dan 200 km/u.
● Rijden op bochtige of heuvelach‐
tige wegen.
● Bij nachtelijke ritten.● Het deel van de voorruit waar de frontcamera zich bevindt, is nietschoon of er zijn bijvoorbeeld
stickers geplakt.
● Door weersomstandigheden beperkt zicht, zoals bij mist,
regen of sneeuw.
● De zon valt rechtstreeks in de lens van de camera.
● Verkeersborden geheel of gedeeltelijk bedekt zijn of lastig
waarneembaar zijn.
● De verkeersborden incorrect gemonteerd of beschadigd zijn.
● Verkeersborden niet voldoen aan
het Verdrag van Wenen inzake
verkeerstekens.
● De navigatiekaart inactueel is.Voorzichtig
Het systeem is bedoeld om de bestuurder binnen een vast snel‐
heidsbereik te helpen bij de waar‐
neming van bepaalde verkeers‐
borden. Negeer geen verkeers‐
borden die het systeem niet weer‐ geeft.
Het systeem herkent geen andere
verkeersborden dan de conventi‐
onele versies die een maximum‐
snelheid aangeven of beëindigen.
Laat u door dit speciale systeem
niet verleiden tot een roekeloze
rijstijl.
Pas uw snelheid altijd aan de staat van het wegdek aan.
De hulpsystemen ontnemen de
bestuurder niet zijn verantwoorde‐
lijkheid voor het besturen van de
auto.
Lane keep assist
Lane keep assist ondersteunt de
bestuurder bij het onbedoeld over‐ schrijden van rijstrookmarkeringen.
De frontcamera observeert de
wegmarkeringen waar de auto tussen rijdt. Wanneer de auto een rijstrook‐
markering zonder ingeschakelde
richtingaanwijzer nadert, wordt het
stuurwiel licht verdraaid om de auto
Page 222 of 319

220Rijden en bedieningbinnen de rijstrook te houden. Draai
het stuurwiel in dezelfde richting mee
als het systeem onvoldoende stuurt.
Draai het stuurwiel rustig in de tegen‐
overgestelde richting als u van
rijstrook wilt wisselen.
De lane keep assist informeert de
bestuurder met een optische waar‐ schuwing tijdens het corrigeren vanhet traject. Als het systeem niet in
staat is om het overschrijden van de
rijstrook te voorkomen, klinkt er nog
een geluidssignaal.
In de volgende gevallen wordt aange‐ nomen dat u de rijstrook per ongeluk
verlaat:
● zonder gebruik van de richting‐ aanwijzers
● u gebruikt de richtingaanwijzers aan de kant die tegenovergesteldis aan de kant waar u de rijstrook
verlaat
● u remt niet
● u accelereert niet
● u stuurt niet actiefLet op
Het systeem werkt mogelijk niet
wanneer de gedetecteerde rijstrook‐
markeringen onduidelijk of onvol‐
doende zijn, bijv. bij wegwerkzaam‐
heden.
Let op
Het systeem kan worden uitgescha‐ keld als het wegen waarneemt die te
smal, te breed of te kronkelig zijn.
Inschakelen
U activeert de Lane keep assist door
a in te drukken. Het brandende ledje
in de knop geeft aan dat het systeem is ingeschakeld.
Wanneer de controlelamp a in de
instrumentengroep groen brandt, is
het systeem klaar voor ondersteu‐
ning.
Het systeem werkt bij snelheden
tussen 60 km/u en 180 km/u, en als
er wegmarkeringen aanwezig zijn.
Het systeem verdraait het stuurwiel
langzaam en het controlelampje a
wordt geel als de auto detecteert dat
u een rijstrookmarkering nadert en u
de richtingaanwijzers aan die kant
niet hebt ingeschakeld.
Het systeem waarschuwt de bestuur‐
der door a te laten knipperen en drie
waarschuwingstonen te laten horen
vanaf de kant waar u de wegmarke‐
ringen overschrijdt.
Het systeem werkt alleen als er een
wegbelijning wordt gedetecteerd.
Page 234 of 319

232Verzorging van de autoVerzorging van de
autoAlgemene informatie ..................233
Accessoires en modificaties van auto ........................................ 233
Auto stallen .............................. 233
Verwerking van sloopauto .......234
Controle van de auto .................234
Werkzaamheden uitvoeren .....234
Motorkap ................................. 234
Motorolie .................................. 235
Koelvloeistof ............................ 236
Sproeiervloeistof ......................237
Remmen .................................. 237
Remvloeistof ............................ 238
Accu ........................................ 238
Dieselbrandstofsysteem ontluchten ............................... 240
Wisserblad vervangen .............240
Gloeilamp vervangen .................241
Halogeenkoplampen ...............241
Mistlampen voor ......................243
Achterlichten ............................ 243
Zijrichtingaanwijzers ................249
Kentekenverlichting .................250
Binnenverlichting .....................251Elektrisch systeem .....................251
Zekeringen .............................. 251
Zekeringenkast in motorruimte 252
Zekeringenkast instrumentenpaneel ................254
Zekeringenkast in bagageruimte ......................... 256
Boordgereedschap ....................258
Gereedschap ........................... 258
Velgen en banden .....................259
Winterbanden .......................... 259
Aanduidingen op banden ........259
Bandenspanning .....................260
Bandenspanningscontrolesys‐ teem ....................................... 261
Profieldiepte ............................ 264
Van banden- en velgmaat veranderen ............................. 265
Wieldoppen ............................. 265
Sneeuwkettingen .....................265
Bandenreparatieset .................266
Wiel verwisselen ......................269
Reservewiel ............................. 270
Starthulp gebruiken ...................274
Trekken ...................................... 276
Auto slepen ............................. 276
Andere auto slepen .................277Verzorging van uiterlijk ..............278
Verzorging exterieur ................278
Verzorging interieur .................280
Vloermatten ............................. 281
Page 244 of 319

242Verzorging van de auto3. Maak de gloeilamp los van delamphouder en vervang de lamp.
4. Lamphouder zo monteren dat de twee lipjes in de uitsparingen van
het reflectorhuis vallen. Rechtsom vastdraaien.
5. Duw de veerklem weer op zijn plaats.
6. Breng de kap aan en draai deze rechtsom.
Groot licht (2)
1. Draai de kap naar links en verwij‐ der deze.
2. Maak de veerklem los uit de houder door hem naar voren en
opzij te bewegen. Kantel de veer‐
klem omlaag.
3. Lamphouder met gloeilamp uit het
reflectorhuis nemen.4. Maak de gloeilamp los van de lamphouder en vervang de lamp.
5. Plaats de lamphouder en breng de veerklem aan.
Breng de kap aan en draai deze
rechtsom.
Richtingaanwijzers vooraan Laat defecte led-lampen door een
werkplaats vervangen.
Zijmarkeringslichten
Laat defecte led-lampen door een
werkplaats vervangen.
Page 247 of 319

Verzorging van de auto2457. Verwijder de lampen en vervangdeze:
Richtingaanwijzer ( 1)
Achterlicht/remlicht ( 2)
Bij uitvoeringen met led-achter‐
lichten en led-remlichten kunt u
alleen de richtingaanwijzerlamp
( 1 ) verwijderen en vervangen.
8. Bevestig de lamphouder in de module.
9. Bevestig de kabel aan de houder.
10. Bevestig de module aan de carrosserie en haal de bevesti‐
gingsmoer vanaf de binnenkant
van de bagageruimte aan. Beves‐
tig de afdekking.
Afhankelijk van de uitvoering omvat‐
ten de achterlichten en remlichten
leds. Mochten deze uitvallen, laat ze
dan in een werkplaats vervangen.
Lichteenheid in de achterklep
1. Til de afdekking in de achterklep op en neem deze weg.
2. Schroef de kunststof bevesti‐gingsmoer met de hand vast.
3. Trek de achterlichtmodule voor‐zichtig uit de uitsparingen en
neem de module eruit.
Page 250 of 319

248Verzorging van de auto6. Verwijder de lampen en vervangdeze:
Achterlicht/remlicht ( 1)
Richtingaanwijzer ( 2)
7. Plaats de lamphouder in de licht‐ module.
8. Led-achterlichten:
Bij de uitvoering met led-achter‐
lichten en led-remlichten kunt u
alleen de richtingaanwijzerlamp
vervangen: verwijder de lamphou‐
der uit de lichtmodule door deze te verdraaien. Vervang de lamp in de lamphouder.
9. Bevestig de kabel aan de houder.
10. Bevestig de module aan de carrosserie en haal de bevesti‐
gingsmoeren aan vanaf de
binnenkant van de bagageruimte.
Bevestig de afdekking.
Afhankelijk van de uitvoering omvat‐
ten de achterlichten en remlichten
leds. Mochten deze uitvallen, laat ze
dan in een werkplaats vervangen.
Lichteenheid in de achterklep
1. Til de afdekking in de achterklep op en neem deze weg.
2. Schroef de kunststof bevesti‐gingsmoer met de hand vast.
3. Trek de achterlichtmodule voor‐zichtig uit de uitsparingen en
neem de module eruit.
Page 251 of 319

Verzorging van de auto249
4. Druk op de drie borgnokken enverwijder de lamphouder uit de
lichtmodule.
5. Verwijder de gloeilamp en vervang deze:
Achteruitrijlicht ( 1)
Achterlicht ( 2)
Mistachterlicht ( 3) (linkerkant)
6. Plaats de lamphouder in de achterlichtmodule.
7. Bij de uitvoering met led-achter‐lichten kunt u alleen het achteruit‐
rijlicht vervangen: verwijder de
lamphouder uit de lichtmodule
door deze te verdraaien. Vervang de lamp in de lamphouder.
8. Monteer de lichtmodule op de achterklep en draai de borgmoer
vanaf de binnenkant vast. Beves‐
tig de afdekking.
Afhankelijk van de uitvoering omvat‐
ten de achterlichten leds. Mochten
deze uitvallen, laat ze dan in een
werkplaats vervangen.
Zijrichtingaanwijzers Demonteer voor het vervangen van
de gloeilamp het lamphuis:
1. Schuif het lamphuis naar voren en
neem het aan de achterzijde los.
Page 317 of 319

315QQuickheat ................................... 154
R
Radiofrequentie-identificatie (RFID) ..................................... 311
REACH ....................................... 303
Regelbare instrumentenverlichting ...........142
Registratie van voertuigdata en privacy ..................................... 308
Remassistentie .......................... 179
Rem- en koppelingssysteem .....112
Rem- en koppelingsvloeistof ......284
Remmen ............................ 177, 237
Remvloeistof .............................. 238
Reservewiel ............................... 270
Richtingaanwijzers ............110, 140
Ruiten ........................................... 42
Rijgedrag en aanhangertips ......226
Rijregelsystemen ........................180
Rijverlichting ........................ 12, 116
S Schakelen ........................... 113, 174
Schakelhendel ............................ 174
Selectieve katalysatorreductie ....170
Service ............................... 156, 283
Service-display .......................... 109
Service-informatie ...................... 283
Sjorogen ...................................... 86Slepen................................ 226, 276
Sleutel, opgeslagen instellingen ...24
Sleutels ........................................ 20
Sleutels, sloten ............................. 20
Sneeuwkettingen .......................265
Snelheidsbegrenzer ...........117, 185
Snelheidsmeter .......................... 106
Software-update .........................307
Spiegelverstelling ..........................9
Sproeiervloeistof ........................237
Startbeveiliging ....................40, 115
Starten en bediening ..................158
Starthulp gebruiken ...................274
Stoelpositie .................................. 50
Stoelverstelling .............................. 7
Stoelverwarming Stoelverwarming, achter ...........59
Stoelverwarming, voor ..............57
Stop/Start-systeem .....................163
Storing ....................................... 175
Storingsindicatielampje .............112
Stroomonderbreking ..................176
Sturen ......................................... 158
Stuurbedieningsknoppen .............95
Stuurwiel instellen .......................... 9
Stuurwielverstelling ...................... 95
Symbolen ....................................... 4T
Tanken ....................................... 224
Te laag brandstofpeil .................115
Toerenteller ............................... 108
Topsnelheid ................................ 259
Traction Control .........................180
Traction Control-systeem UIT..... 114
Trekhaak............................. 226, 227
Trekstang.................................... 226
Typeplaatje ................................ 288
U
Uitlaatfilter................................... 168
Uitlaatgassen ............................. 168
Uitrol-brandstofafsluiter .............163
Uitstapverlichting .......................144
Uplevel-display ........................... 117
USB-poort ................................... 101
Uw autogegevens ..........................3
V Van banden- en velgmaat veranderen ............................. 265
Vaste luchtroosters ....................155
Veiligheidsgordel ...........................8
Veiligheidsgordels .......................59
Veiligheidsnet .............................. 89
Velgen en banden .....................259
Ventilatie ....................................... 57
Verbanddoos ............................... 91
Vergrendelingssysteem ...............37
Page 318 of 319

316Verkeersbordherkenning....117, 215
Verlichting middenconsole ........144
Verlichtingsfuncties..................... 144
Verlichting zonneklep ................143
Versnellingsbak ........................... 16
Versnellingsbakdisplay ..............173
Verstelbare luchtroosters ........... 154
Vertraagde uitschakeling stroom 161
Verwarmde spiegels ....................41
Verwarmd stuurwiel .....................95
Verwarming ........................... 57, 59
Verwerking van sloopauto .........234
Verzorging .................................. 278
Verzorging exterieur ..................278
Verzorging interieur ...................280
Vloerafdekking bagageruimte ......85
Vloermatten ................................ 281
Voertuigidentificatienummer ......287
Voertuigkrik................................. 258
Voetgangersbescherming vóór ..201
Voetgangersdetectie ..................117
Voordat u wegrijdt ........................ 17
Voorligger gedetecteerd .............117
Voorruit ......................................... 42
Voorruitverwarming ......................45
Voorstoelen .................................. 50
Voorverwarming ........................114W
Waarschuwingslampen ..............106
Werkzaamheden uitvoeren .......234
Wieldoppen ................................ 265
Wiel verwisselen ........................269
Winterbanden ............................ 259
Wis-/wasinstallatie .......................13
Wis- en wasinstallatie achterruit ..98
Wis- en wasinstallatie voorruit .....96
Wisserblad vervangen ...............240
Z
Zekeringen ................................. 251 Zekeringenkast in bagageruimte 256
Zekeringenkast in motorruimte ..252
Zekeringenkast instrumentenpaneel ...............254
Zitplaatsen achterin ......................58
Zonnedak ..................................... 46
Zonnekleppen .............................. 45
Zijdelings airbagsysteem .............66
Zijmarkeringslichten.................... 134
Zijrichtingaanwijzers ..................249