stop start OPEL CASCADA 2014 Gebruikershandleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: OPEL, Model Year: 2014, Model line: CASCADA, Model: OPEL CASCADA 2014Pages: 255, PDF Size: 7.39 MB
Page 190 of 255

188Verzorging van de auto9Gevaar
Het ontstekingssysteem en de Xe‐
nonkoplampen werken met een
zeer hoge spanning. Niet aanra‐
ken.
Motorkap
Openen
Aan de ontgrendelingshendel trekkenen in de uitgangspositie terugduwen.
Leg de veiligheidsgrendel links opzijen open de motorkap.
Motorkapsteun vastzetten.
Als de motorkap wordt geopend tij‐
dens een Autostop, wordt de motor om veiligheidsredenen automatischherstart.
Sluiten
Steun vóór het sluiten van de motor‐
kap stevig in de houder duwen.
Laat de motorkap zakken en laat het
vanaf een lage hoogte (20-25 cm) in
het slot vallen. Controleer of de mo‐
torkap vergrendeld is.Voorzichtig
Druk de motorkap niet in het slot
om deuken te voorkomen.
Motorolie
Het motoroliepeil op gezette tijden
handmatig controleren om schade
aan de motor te voorkomen. Verge‐
wis u ervan dat de gebruikte olie de juiste specificatie heeft. Aanbevolen
vloeistoffen en smeermiddelen
3 232.
Page 193 of 255

Verzorging van de auto191Voorzichtig
Alleen sproeiervloeistof met vol‐
doende antivries biedt voldoende
bescherming bij lage temperatu‐
ren of een plotselinge daling van
de temperatuur.
Remmen
Wanneer de remvoering een mini‐
male dikte heeft, hoort u een piepend
geluid wanneer u remt.
Verder rijden is mogelijk maar laat de remblokken zo spoedig mogelijk ver‐
vangen.
Na de montage van nieuwe remblok‐
ken de eerste paar ritten niet onnodig hard remmen.
Remvloeistof
9 Waarschuwing
Remvloeistof is giftig en bijtend.
Contact met ogen, huid, textiel en
lakwerk vermijden.
De remvloeistof moet tussen merkte‐
kens MIN en MAX staan.
Bij het bijvullen schoon te werk gaan,
omdat verontreinigde remvloeistof
storingen in het remsysteem tot ge‐ volg kan hebben. Oorzaak van het
remvloeistofverlies door een werk‐
plaats laten verhelpen.
Gebruik alleen hoge prestatie-rem‐ vloeistof die voor de auto is goedge‐
keurd. Rem- en koppelingsvloeistof
3 232.
Accu
Auto's zonder stop-startsysteem zijn
uitgerust met een loodzuuraccu. Au‐
to's met stop-startsysteem zijn uitge‐
rust met een AGM-accu die geen
loodzuuraccu is.
De accu van de auto is onderhouds‐ vrij mits uw rijstijl zo is dat de accu
voldoende wordt opgeladen. Bij korte
ritten en veelvuldig starten kan de
accu ontladen raken. Vermijd het ge‐
bruik van onnodige elektrische ver‐
bruikers.
Batterijen horen niet in het huisvuil
thuis. Ze moeten via speciale inza‐
melpunten gerecycled worden.
Wanneer de auto meer dan 4 weken
achtereen stilstaat, kan de accu ont‐
laden raken. Poolklem van de min‐
pool van de accu loskoppelen.
Page 194 of 255

192Verzorging van de auto
Accu van de auto alleen bij uitgescha‐keld contact aansluiten en loskoppe‐
len.
Ontlaadbeveiliging accu 3 127.
Accu vervangen Let op
Elke afwijking van de in dit hoofdstuk
gegeven instructies kan leiden tot
een tijdelijke uitschakeling van het
stop- startsysteem.
Let er bij het vervangen van de accu
op dat er bij de pluspool geen lucht‐
roosters open zijn. Als er in dit gebied een ventilatieopening open is, moet
deze met een afdekkap worden afge‐ sloten en moet de ventilatie bij de
minpool worden geopend.
Uitsluitend accu's gebruiken waarbij
de zekeringenkast boven de accu kan
worden gemonteerd.
Zorg bij auto's met een Stop/Start-
systeem dat de AGM-accu (Absorp‐
tive Glass Mat) weer wordt vervangen door een AGM-accu.
U kunt een AGM-accu herkennen aan
het label op de accu. Wij bevelen het
gebruik aan van een originele Opel
accu.
Let op
Als u een andere AGM-accu ge‐ bruikt dan de originele Opel accu is
het mogelijk dat het Stop/Start-sys‐
teem slechter presteert.
Het wordt geadviseerd de accu door
een werkplaats te laten vervangen.
Stop-startsysteem 3 141.
Accu opladen9 Waarschuwing
Bij auto's met een stop-startsys‐
teem moet u ervoor zorgen dat het oplaadvermogen geen 14,6 volt
overschrijdt wanneer u een accu-
oplader gebruikt. Anders kan de
accu beschadigd raken.
Starthulp gebruiken 3 224.
Waarschuwingssticker
Page 206 of 255

204Verzorging van de auto
Nr.Stroomkring18Verwarmbare achterruit19Elektrische ruitbediening voorin20Elektrische ruitbediening
achterin21Relais- en zekeringhouder
achter22Grootlicht links (halogeen)23Koplampsproeiers24Rechter dimlicht (xenon)25Linker dimlicht (xenon)26Mistlampen27Verwarming dieselbrandstof28Start-stopsysteem29Elektrische handrem30ABS-pomp31–32Airbag33Adaptief rijlicht (AFL), automati‐
sche verlichting34UitlaatgasrecirculatieNr.Stroomkring35Elektrisch bediende ruiten,
regensensor, buitenspiegel36Verwarming en ventilatie37–38Vacuümpomp39Regelmodule brandstofsysteem40Wis-/wasinstallatie voor41Grootlicht rechts (halogeen)42Koelventilator43Voorruitwissers44–45Koelventilator46–47Claxon48Koelventilator49Brandstofpomp50Koplamphoogteregeling, adap‐
tief rijlicht (AFL)51–52Hulpverwarming, dieselmotorNr.Stroomkring53Transmissieregelmodule,
motorregelmodule54Vacuümpomp, instrumenten‐
groep, verwarming, ventilatie en
airco
Klik na het vervangen van doorge‐
brande zekeringen het deksel van de
zekeringenkast weer vast.
Wanneer u de klep van de zekering‐
houder niet goed sluit, kunnen er sto‐
ringen optreden.
Page 253 of 255

251
Q
Quickheat ................................... 136
R Radiofrequentie-identificatie (RFID) ..................................... 246
Regelbare instrumentenverlichting ...........124
Registratie van voertuigdata en privacy ..................................... 245
Remassistentie .......................... 152
Rem- en koppelingssysteem .......93
Rem- en koppelingsvloeistof ......232
Remmen ............................ 149, 191
Remvloeistof .............................. 191
Reservewiel ............................... 220
Richtingaanwijzer ........................92
Richtingaanwijzers ..................... 122
Richtingaanwijzers vooraan ......197
Roetfilter ............................... 95, 144
Rugleuning neerklappen .............51
Ruiten ........................................... 31
Rijgedrag en aanhangertips ......181
Rijhoogte .................................... 139
Rijregelsystemen ........................152
Rijverlichting .......................... 12, 97
S Service ............................... 137, 231
Service-display ............................ 89Service-informatie ...................... 231
Sjorogen ...................................... 77
Slepen ................................ 181, 225
Sleutel, opgeslagen instellingen ...22
Sleutels ........................................ 20
Sleutels, sloten ............................. 20
Sneeuwkettingen .......................214
Snelheidsbegrenzer ...................158
Snelheidsmeter ............................ 87 Softtop ......................................... 35
Spiegelverstelling ..........................9
Sproeiervloeistof ........................190
Startbeveiliging ......................29, 96
Starten en bedienen ...................139
Starthulp gebruiken ...................224
Stoelpositie .................................. 48
Stoelverstelling ........................7, 49
Stop/Start-systeem .....................141
Storing ....................................... 148
Storing elektrische handrem .........94
Storingsindicatielamp ..................93
Stroomonderbreking ..................148
Sturen ......................................... 138
Stuurbedieningsknoppen .............80
Stuurbekrachtiging........................ 94 Stuurwiel instellen .......................... 9
Stuurwielverstelling ...................... 80
Symbolen ....................................... 4T
Tanken ....................................... 179
Te laag brandstofpeil ...................96
Toerenteller ................................. 88
Top-Tether-bevestigingsogen ......70
Traction Control .........................152
Traction Control-systeem UIT....... 95 Trekhaak............................. 181, 182
Trekstang.................................... 181
Typeplaatje ................................ 234
U Uitlaatgassen ............................. 144
Uitrol-brandstofafsluiter .............141
Uitstapverlichting .......................126
Uw autogegevens ..........................3
V Van banden- en velgmaat veranderen ............................. 213
Vaste luchtroosters ....................137
Veiligheidsgordel ...........................8
Veiligheidsgordels .......................55
Velgen en banden .....................208
Ventilatie ............................... 55, 128
Verbanddoos ............................... 78
Vergrendelingssysteem ...............26
Verkeersbordherkenning ............173
Verlichting zonneklep ................125
Versnellingsbak ........................... 16