alarm OPEL CASCADA 2018 Gebruikershandleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: OPEL, Model Year: 2018, Model line: CASCADA, Model: OPEL CASCADA 2018Pages: 271, PDF Size: 7.92 MB
Page 176 of 271

174Rijden en bedieningVoor grotere auto's in de buurt
(bijv. off-roads, minivans, vans)
gelden speciale voorwaarden. De
objectherkenning en de juiste
afstandsindicatie in het bovenste deel van deze voertuigen kan niet
worden gegarandeerd.
Objecten met een erg klein reflec‐ tievlak, bijv. smalle voorwerpen of
zachte materialen, herkent het
systeem mogelijkerwijs niet.
Parkeerhulpsystemen detecteren
geen voorwerpen buiten het
detectiebereik.
Let op
Het parkeerhulpsysteem kan
worden geactiveerd en gedeacti‐ veerd door de instellingen op hetInfo-display te veranderen. Als een
aanhangerkoppeling is bevestigd,
moet deze in het menu worden
geselecteerd.
Persoonlijke instellingen 3 104.
Let op
Het parkeerhulpsysteem herkent
automatisch een af fabriek gemon‐
teerde trekhaak. Het systeem wordt
gedeactiveerd zodra u de stekker
erin steekt.
Als gevolg van externe akoestische
of mechanische storingen is het
mogelijk dat de sensor een niet-
bestaand object (echostoring)
herkent.
De geavanceerde parkeerhulp
reageert eventueel niet op verande‐ ringen van de parkeerplek nadat u
met het parkeren bent begonnen.
Let op
Na gebruik moet de geavanceerde
parkeerhulp worden gekalibreerd.
Voor optimale begeleiding tijdens het parkeren is een rijafstand van
ten minste 35 km, inclusief een
aantal bochten, nodig.
Blindehoeksysteem
Het blindehoeksysteem detecteert en meldt objecten die zich, binnen een
specifieke blindehoekzone, aan
weerszijden van de auto bevinden.
Het systeem geeft een visueel alarmvisueel in elke buitenspiegel bij het
detecteren die in de binnen- en
buitenspiegels wellicht niet zichtbaar
zijn.
De sensoren van het systeem bevin‐ den zich in de bumper aan de linker-
en rechterzijde van de auto.9 Waarschuwing
Het blinde-hoeksysteem vervangt
het zicht van de bestuurder niet.
Het systeem detecteert geen:
● auto's die zich buiten de blinde hoeken bevinden, en die moge‐
lijk snel naderen
● voetgangers, fietsers of dieren Controleer voordat u van rijstrook
verandert altijd alle spiegels, kijk
over uw schouder en gebruik de
richtingaanwijzer.
Als het systeem tijdens het vooruitrij‐
den in de blindehoekzone een voer‐
tuig detecteert, licht er zowel bij auto's
die worden ingehaald of die u inhalen,
een geel waarschuwingssymbool B
in de betreffende buitenspiegel op.
Page 196 of 271

194Verzorging van de autoAlgemene informatieAccessoires en modificatiesvan auto
Wij raden u aan alleen gebruik te
maken van originele onderdelen,
accessoires en andere uitdrukkelijk
door de fabriek voor uw autotype
goedgekeurde onderdelen. Voor
andere onderdelen kunnen wij – ook
als deze door autoriteiten of anders‐
zins zijn goedgekeurd – niet beoorde‐ len of deze betrouwbaar zijn en er
evenmin garant voor staan.
Bij eventuele aanpassingen, omzet‐
tingen of andere wijzigingen in de
standaard voertuigspecificaties
(waaronder, zonder beperkingen,
softwarematige aanpassingen,
aanpassingen in de elektronische
regeleenheden) wordt de door Opel
geboden garantie mogelijk ongeldig.
Bovendien kunnen dergelijke wijzi‐
gingen bestuurdersondersteunings‐ systemen, het brandstofverbruik, de
CO 2-uitstoot en andere uitstoot van
de auto nadelig beïnvloeden waar‐
door deze mogelijk niet meer voldoetaan de typegoedkeuring en de geldig‐
heid van uw kentekenbewijs in het
geding kan komen.Voorzichtig
Wanneer de auto getransporteerd wordt op een trein of een takelwa‐
gen kunnen de spatlappen
beschadigd worden.
Auto stallen
Langdurig stallen Wanneer u de auto meerdere maan‐
den moet stallen:
● Was de auto. Breng was op het lakwerk van de auto aan. Verzor‐
ging exterieur 3 235.
● Conservering van motorruimte en bodemplaat laten controleren.
● Afdichtrubbers reinigen en conserveren.
● Brandstoftank helemaal vullen. ● Motorolie verversen.
● Sproeiervloeistofreservoir leeg‐ maken.
● Vorst- en corrosiebestendigheid koelvloeistof controleren.
● Bandenspanning instellen op de waarde voor maximale belading.
● Auto in een droge en goed geventileerde ruimte parkeren.Eerste versnelling of achteruit‐
versnelling inschakelen of keuze‐
hendel in stand P zetten. Voor‐
komen dat auto kan wegrollen.
● Handrem niet aantrekken.
● Motorkap openen, alle portieren sluiten en auto vergrendelen.
● Sluit de softtop.
● Dek de softtop af om invloeden van buitenaf terug te brengen.
● Poolklem van de minpool van de accu loskoppelen. Erop letten datgeen van de systemen werkt,
bijv. het diefstalalarmsysteem.
Page 201 of 271

Verzorging van de auto199Remvloeistof9Waarschuwing
Remvloeistof is giftig en bijtend.
Contact met ogen, huid, textiel en
lakwerk vermijden.
De remvloeistof moet tussen de
merktekens MIN en MAX staan.
Raadpleeg een werkplaats als het
vloeistofpeil lager dan MIN is.
Rem- en koppelingsvloeistof 3 240.
Accu
De accu van de auto is onderhouds‐ vrij mits uw rijstijl zo is dat de accu
voldoende wordt opgeladen. Bij korte ritten en veelvuldig starten kan de
accu ontladen raken. Vermijd het
gebruik van onnodige elektrische
verbruikers.
Batterijen horen niet in het huisvuil
thuis. Ze moeten via speciale inza‐
melpunten gerecycled worden.
Wanneer de auto meer dan vier
weken achtereen stilstaat, kan de
accu ontladen raken. Poolklem van
de minpool van de accu loskoppelen.
Accu van de auto alleen bij uitgescha‐
keld contact aansluiten en loskoppe‐
len.
Accubeveiliging 3 125.
De accu ontkoppelen
Als de boordaccu moet worden losge‐
koppeld (bijv. voor onderhoudswerk‐
zaamheden), moet de alarmsirene
als volgt worden gedeactiveerd:
Schakel het contact in en uit en
ontkoppel de boordaccu binnen
15 seconden.
Accu vervangen Let op
Elke afwijking van de in dit hoofdstuk gegeven instructies kan leiden tot
een tijdelijke uitschakeling of versto‐
ring van het stop-start-systeem.
Let er bij het vervangen van de accu
op dat er bij de pluspool geen lucht‐
roosters open zijn. Als er in dit gebied een ventilatieopening open is, moet
deze met een afdekkap worden afge‐ sloten en moet de ventilatie bij de
minpool worden geopend.
Uitsluitend accu's gebruiken waarbij
de zekeringenkast boven de accu kan
worden gemonteerd.
Zorg dat de accu altijd wordt vervan‐
gen door hetzelfde type accu.
Page 266 of 271

264TrefwoordenlijstAAanbevolen vloeistoffen en smeermiddelen ..............240, 245
Aanduidingen op banden ..........216
Aanhanger trekken ....................188
Aansteker .................................... 84
Accessoires en modificaties van auto ........................................ 194
Accu ........................................... 199
Achterlichten .............................. 205
Achterruitverwarming ................... 35
Achteruitkijkcamera ...................176
Achteruitrijlichten .......................123
Actieve hoofdsteunen ...................47
Adaptief rijlicht (AFL) .........117, 203
Adaptive Forward Lighting ...........94
AdBlue .................................. 93, 145
Afmetingen auto ........................251
Afslagverlichting ......................... 117
Airbag deactiveren ....................... 64 Airbag-deactivering ...................... 90
Airbaglabel.................................... 59
Airbags, gordelspanners en rolbeugels.................................. 90
Airbagsysteem ............................. 59
Airconditioning ........................... 128
Airconditioning regelmatig aanzetten ............................... 136
Alarmknipperlichten ...................121
Algemene informatie .................. 188Algemene richtlijnen voor het rijden ....................................... 138
Andere auto slepen ...................234
Antiblokkeersysteem .................153
Antiblokkeersysteem (ABS) .........92
Armsteun ...................................... 54
Armsteun met opbergruimte ........72
Asbakken ..................................... 84
Autogegevens ............................ 245
Autokrik....................................... 214
Automatische dimfunctie .............31
Automatische verlichting ............ 114
Automatische versnellingsbak ...149
Automatisch vergrendelen ...........25
Auto ontgrendelen .........................6
Auto slepen ................................ 233
Auto stallen ................................. 194
Autostop ..................................... 140
B Bagageruimte ........................ 25, 73
Bandenreparatieset ...................222
Bandenspanning .......................219
Bandenspanningscontrolesys‐ teem .................................. 93, 216
Bandenspanningswaarden ........253
Batterijspanning .........................103
Bedieningsorganen ......................79
Bekerhouders .............................. 71
Bekleding .................................... 237
Page 267 of 271

265Beladingsinformatie .....................77
Beslagen lampglazen ................123
Bestuurdersondersteuningssys‐ temen ...................................... 160
Beveiliging van de auto ................27
Binnenspiegels ............................. 31
Binnenverlichting ...............123, 208
Blindehoeksysteem ....................174
BlueInjection ............................... 145
Bolle vorm .................................... 30
Boordgereedschap .....................214
Boordinformatie .........................102
Brandstof .................................... 183
Brandstofmeter ............................ 86
Brandstofverbruik - CO 2-uitstoot. 187
Brandstof voor benzinemotoren 183
Brandstof voor dieselmotoren ...184
Buitenspiegels .............................. 30
Buitentemperatuur .......................81
Buitenverlichting .........................113
C Car Pass ...................................... 21
Centrale vergrendeling ................22
Claxon ................................... 14, 80
Code ........................................... 102
Conformiteitsverklaring ...............254
Contactslotstanden ....................139
Controlelampen ......................85, 88
Controle over de auto ................138Controles.................................... 195
Cruise control ...................... 95, 160
D Dagrijlicht ................................... 117
Dagteller ...................................... 86
DEF ............................................ 145
Diefstalalarmsysteem ..................27
Dieselbrandstofsysteem ontluchten .............................. 200
Dieseluitlaatvloeistof ...................145
Dimlicht of grootlicht ...................113
Driepuntsgordel ........................... 57
Driver Information Center .............95
E EHBO ........................................... 76
Elektrisch bediende ruiten ...........32
Elektrische aansluitingen .............84
Elektrische handrem .............91, 154
Elektrische stoelverstelling ..........52
Elektrische verstelling ..................30
Elektrisch systeem...................... 209
Elektronische rijprogramma's ....151
Elektronische stabiliteitsregeling en Traction Control-systeem .....92
Elektronische stabiliteitsregeling (ESC) ...................................... 157
Elektronische stabiliteitsregeling UIT ...............92Elektronisch
klimaatregelsysteem ..............130
Erkenning van software ..............258
Event Data Recorders (EDR) .....262
F Frontaal airbagsysteem ...............62
Frontaanrijdingswaarschuwing ...163
G
Gebruik van deze handleiding .......3
Gedeponeerde handelsmerken ..262
Geluidssignalen .........................103
Gereedschap ............................. 214
Gevaar, Waarschuwing en Voorzichtig ................................. 4
Gevarendriehoek .........................76
Gloeilamp vervangen ................201
Gordelverklikker ........................... 89
Graphic-Info-Display, Color-Info-Display ...................100
Grootlicht ............................. 94, 115
Grootlichtassistentie .............94, 115
H
Halogeenkoplampen .................201
Handgeschakelde versnellingsbak ......................152
Handmatige dimfunctie ................31
Handmatige modus ...................150
Handmatige stoelverstelling .........49