alarm OPEL CASCADA 2019 Gebruikershandleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: OPEL, Model Year: 2019, Model line: CASCADA, Model: OPEL CASCADA 2019Pages: 265, PDF Size: 7.86 MB
Page 172 of 265

170Rijden en bedieningAlgemene opmerkingen over
parkeerhulpsystemen9 Waarschuwing
Onder bepaalde omstandigheden
kunnen reflecterende oppervlak‐
ken van uiteenlopende aard op
voorwerpen of kleding evenals
externe geluidsbronnen ertoe
leiden dat het systeem obstakels
niet waarneemt.
In het bijzonder moet gelet worden op lage obstakels die het onderstegedeelte van de bumper kunnen
beschadigen.
Voorzichtig
Het systeem werkt eventueel
minder goed wanneer de senso‐
ren zijn bedekt, bijv. met ijs of
sneeuw.
Het parkeerhulpsysteem werkt bij
een zware belading eventueel
minder goed.
Voor grotere auto's in de buurt
(bijv. off-roads, minivans, vans)
gelden speciale voorwaarden. De
objectherkenning en de juiste
afstandsindicatie in het bovenste
deel van deze voertuigen kan niet
worden gegarandeerd.
Objecten met een erg klein reflec‐ tievlak, bijv. smalle voorwerpen of
zachte materialen, herkent het
systeem mogelijkerwijs niet.
Parkeerhulpsystemen detecteren
geen voorwerpen buiten het
detectiebereik.
Let op
Het parkeerhulpsysteem kan
worden geactiveerd en gedeacti‐ veerd door de instellingen op hetInfo-display te veranderen. Als een
aanhangerkoppeling is bevestigd,
moet deze in het menu worden
geselecteerd.
Persoonlijke instellingen 3 104.
Let op
Het parkeerhulpsysteem herkent
automatisch een af fabriek gemon‐
teerde trekhaak. Het systeem wordt
gedeactiveerd zodra u de stekker
erin steekt.
Als gevolg van externe akoestische
of mechanische storingen is het
mogelijk dat de sensor een niet-
bestaand object (echostoring)
herkent.
De geavanceerde parkeerhulp
reageert eventueel niet op verande‐ ringen van de parkeerplek nadat u
met het parkeren bent begonnen.
Let op
Na gebruik moet de geavanceerde
parkeerhulp worden gekalibreerd.
Voor optimale begeleiding tijdens het parkeren is een rijafstand van
ten minste 35 km, inclusief een
aantal bochten, nodig.
Blindehoeksysteem
Het blindehoeksysteem detecteert en meldt objecten die zich, binnen een
specifieke blindehoekzone, aan
weerszijden van de auto bevinden.
Het systeem geeft een visueel alarm
Page 190 of 265

188Verzorging van de autoAlgemene informatieAccessoires en modificatiesvan auto
Wij raden u aan alleen gebruik te
maken van originele onderdelen,
accessoires en andere uitdrukkelijk
door de fabriek voor uw autotype
goedgekeurde onderdelen. Voor
andere onderdelen kunnen wij – ook
als deze door autoriteiten of anders‐
zins zijn goedgekeurd – niet beoorde‐ len of deze betrouwbaar zijn en er
evenmin garant voor staan.
Bij eventuele aanpassingen, omzet‐
tingen of andere wijzigingen in de
standaard voertuigspecificaties
(waaronder, zonder beperkingen,
softwarematige aanpassingen,
aanpassingen in de elektronische
regeleenheden) wordt de door Opel
geboden garantie mogelijk ongeldig.
Bovendien kunnen dergelijke wijzi‐
gingen bestuurdersondersteunings‐ systemen, het brandstofverbruik, de
CO 2-uitstoot en andere uitstoot van
de auto nadelig beïnvloeden waar‐
door deze mogelijk niet meer voldoetaan de typegoedkeuring en de geldig‐
heid van uw kentekenbewijs in het
geding kan komen.Voorzichtig
Wanneer de auto getransporteerd wordt op een trein of een takelwa‐
gen kunnen de spatlappen
beschadigd worden.
Auto stallen
Langdurig stallen Wanneer u de auto meerdere maan‐
den moet stallen:
● Was de auto. Breng was op het lakwerk van de auto aan. Verzor‐
ging exterieur 3 229.
● Conservering van motorruimte en bodemplaat laten controleren.
● Afdichtrubbers reinigen en conserveren.
● Brandstoftank helemaal vullen. ● Motorolie verversen.
● Sproeiervloeistofreservoir leeg‐ maken.
● Vorst- en corrosiebestendigheid koelvloeistof controleren.
● Bandenspanning instellen op de waarde voor maximale belading.
● Auto in een droge en goed geventileerde ruimte parkeren.Eerste versnelling of achteruit‐
versnelling inschakelen of keuze‐
hendel in stand P zetten. Voor‐
komen dat auto kan wegrollen.
● Handrem niet aantrekken.
● Motorkap openen, alle portieren sluiten en auto vergrendelen.
● Sluit de softtop.
● Dek de softtop af om invloeden van buitenaf terug te brengen.
● Poolklem van de minpool van de accu loskoppelen. Erop letten datgeen van de systemen werkt,
bijv. het diefstalalarmsysteem.
Page 195 of 265

Verzorging van de auto193Remvloeistof9Waarschuwing
Remvloeistof is giftig en bijtend.
Contact met ogen, huid, textiel en
lakwerk vermijden.
De remvloeistof moet tussen de
merktekens MIN en MAX staan.
Raadpleeg een werkplaats als het
vloeistofpeil lager dan MIN is.
Rem- en koppelingsvloeistof 3 233.
Accu
De accu van de auto is onderhouds‐ vrij mits uw rijstijl zo is dat de accu
voldoende wordt opgeladen. Bij korte ritten en veelvuldig starten kan de
accu ontladen raken. Vermijd het
gebruik van onnodige elektrische
verbruikers.
Batterijen horen niet in het huisvuil
thuis. Ze moeten via speciale inza‐
melpunten gerecycled worden.
Wanneer de auto meer dan vier
weken achtereen stilstaat, kan de
accu ontladen raken. Poolklem van
de minpool van de accu loskoppelen.
Accu van de auto alleen bij uitgescha‐
keld contact aansluiten en loskoppe‐
len.
Accubeveiliging 3 125.
De accu ontkoppelen
Als de boordaccu moet worden losge‐
koppeld (bijv. voor onderhoudswerk‐
zaamheden), moet de alarmsirene
als volgt worden gedeactiveerd:
Schakel het contact in en uit en
ontkoppel de boordaccu binnen
15 seconden.
Accu vervangen Let op
Elke afwijking van de in dit hoofdstuk gegeven instructies kan leiden tot
een tijdelijke uitschakeling of versto‐
ring van het stop-start-systeem.
Let er bij het vervangen van de accu
op dat er bij de pluspool geen lucht‐
roosters open zijn. Als er in dit gebied een ventilatieopening open is, moet
deze met een afdekkap worden afge‐ sloten en moet de ventilatie bij de
minpool worden geopend.
Uitsluitend accu's gebruiken waarbij
de zekeringenkast boven de accu kan
worden gemonteerd.
Zorg dat de accu altijd wordt vervan‐
gen door hetzelfde type accu.
Page 260 of 265

258TrefwoordenlijstAAanbevolen vloeistoffen en smeermiddelen ..............233, 238
Aanduidingen op banden ..........209
Aanhanger trekken ....................182
Aansteker .................................... 83
Accessoires en modificaties van auto ........................................ 188
Accu ........................................... 193
Achterlichten .............................. 199
Achterruitverwarming ................... 34
Achteruitkijkcamera ...................172
Achteruitrijlichten .......................123
Actieve hoofdsteunen ...................46
Adaptief rijlicht (AFL) .........117, 196
Adaptive Forward Lighting ...........94
Afmetingen auto ........................243
Afslagverlichting ......................... 117
Airbag deactiveren ....................... 63
Airbag-deactivering ...................... 90
Airbaglabel.................................... 58
Airbags, gordelspanners en rolbeugels.................................. 90
Airbagsysteem ............................. 58
Airconditioning ........................... 128
Airconditioning regelmatig aanzetten ............................... 136
Alarmknipperlichten ...................121
Algemene informatie .................. 182Algemene richtlijnen voor het rijden ....................................... 138
Andere auto slepen ...................228
Antiblokkeersysteem .................149
Antiblokkeersysteem (ABS) .........92
Armsteun ...................................... 53
Armsteun met opbergruimte ........71
Asbakken ..................................... 83
Autogegevens ............................ 238
Autokrik....................................... 208
Automatische dimfunctie .............30
Automatische verlichting ............ 114
Automatische versnellingsbak ...145
Automatisch vergrendelen ...........24
Auto ontgrendelen .........................6
Auto slepen ................................ 227
Auto stallen ................................. 188
Autostop ..................................... 140
B Bagageruimte ........................ 24, 72
Bandenreparatieset ...................215
Bandenspanning .......................213
Bandenspanningscontrolesys‐ teem .................................. 93, 209
Bandenspanningswaarden ........245
Batterijspanning .........................103
Bedieningsorganen ......................78
Bekerhouders .............................. 70
Bekleding .................................... 231
Page 261 of 265

259Beladingsinformatie .....................76
Beslagen lampglazen ................123
Bestuurdersondersteuningssys‐ temen ...................................... 156
Beveiliging van de auto ................26
Binnenspiegels ............................. 30
Binnenverlichting ...............123, 202
Blindehoeksysteem ....................170
Bolle vorm .................................... 29
Boordgereedschap .....................208
Boordinformatie .........................102
Brandstof .................................... 179
Brandstofmeter ............................ 85
Brandstof voor benzinemotoren 179
Buitenspiegels .............................. 29
Buitentemperatuur .......................80
Buitenverlichting .........................113
C Centrale vergrendeling ................21
Claxon ................................... 14, 79
Code ........................................... 102
Conformiteitsverklaring ...............246
Contactslotstanden ....................139
Controlelampen ............................ 87
Controlelampjes............................ 84
Controle over de auto ................138
Controles .................................... 189
Cruise control ...................... 95, 156D
Dagrijlicht ................................... 117
Dagteller ...................................... 84
Diefstalalarmsysteem ..................26
Dimlicht of grootlicht ...................113
Driepuntsgordel ........................... 56
Driver Information Center .............95
E EHBO ........................................... 75
Elektrisch bediende ruiten ...........31
Elektrische aansluitingen .............82
Elektrische handrem .............91, 150
Elektrische stoelverstelling ..........51
Elektrische verstelling ..................29
Elektrisch systeem...................... 202
Elektronische rijprogramma's ....147
Elektronische stabiliteitsregeling en Traction Control-systeem .....93
Elektronische stabiliteitsregeling (ESC) ...................................... 153
Elektronische stabiliteitsregeling UIT ...............92
Elektronisch klimaatregelsysteem ..............130
Erkenning van software ..............250
Event Data Recorders (EDR) .....254
F
Frontaal airbagsysteem ...............61
Frontaanrijdingswaarschuwing ...160G
Gebruik van deze handleiding .......3
Gedeponeerde handelsmerken ..253
Geluidssignalen .........................103
Gereedschap ............................. 208
Gevaar, Waarschuwing en Voorzichtig ................................. 4
Gevarendriehoek .........................75
Gloeilamp vervangen ................195
Gordelverklikker ........................... 90
Groot licht ............................ 94, 115
Grootlichtassistentie .............94, 115
H Halogeenkoplampen .................195
Handgeschakelde versnellingsbak ......................149
Handmatige dimfunctie ................30
Handmatige modus ...................147
Handmatige stoelverstelling .........48
Handrem ............................. 149, 150
Handschoenenkastje ...................69
Handzender ................................. 20
Hellingrem ................................. 152
Hoofdsteunen .............................. 45
Hoofdsteunverstelling ....................8
Hulpverwarming.......................... 134