ruit OPEL COMBO E 2019.75 Gebruikershandleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: OPEL, Model Year: 2019.75, Model line: COMBO E, Model: OPEL COMBO E 2019.75Pages: 291, PDF Size: 10.55 MB
Page 256 of 291

254Verzorging van de auto
Sleepoog inschroeven en tot aan de
aanslag in horizontale stand vast‐
draaien.
Sleepkabel – beter is een sleepstang
– aan sleepoog bevestigen.
Sleepoog alleen gebruiken om de
auto weg te slepen en niet om deze
te bergen.
Ontsteking inschakelen om het stuur‐
slot te ontgrendelen en remlichten,
claxon en voorruitwisser te kunnen
bedienen.
Voorzichtig
Deactiveer de bestuurdersonder‐
steuningssystemen zoals de
actieve noodrem 3 187, omdat de
auto anders automatisch kan
remmen tijdens het slepen.
Zet de keuzehendel in neutraal.
De handrem loszetten.
Voorzichtig
Sleep een auto met aandrijving op alle wielen (AWD) nooit met voor-
of achterbanden op het wegdek.
Bij het slepen van een auto met
AWD met voor- of achterbanden
op het wegdek kan het aandrijf‐
systeem in de auto ernstig
beschadigd raken. Bij het slepen
van een auto met AWD mogen alle
vier banden niet in contact komen
met het wegdek.
Voorzichtig
Langzaam wegrijden. Schok‐
kende bewegingen vermijden.
Buitensporige trekkrachten
kunnen de auto beschadigen.
Bij uitgeschakelde motor gaat
remmen en sturen aanmerkelijk
zwaarder.
Recirculatiesysteem inschakelen en
ruiten sluiten, zodat geen uitlaatgas‐
sen van de slepende auto kunnen
binnendringen.
Auto’s met een automatische versnel‐ lingsbak: De auto moet voorwaarts
worden gesleept, niet sneller dan
80 km/h en niet verder dan 100 km. In
alle andere gevallen en wanneer de versnellingsbak defect is, moet de
vooras omhoog worden gezet.
De hulp van een werkplaats inroepen. Na het slepen verwijdert u het sleep‐oog.
Steek de kap met de flens in de
uitsparing en druk de kap vast.
Page 258 of 291

256Verzorging van de autoVerzorging van uiterlijkVerzorging exterieur
Sloten
De sloten zijn af fabriek gesmeerd
met een hoogwaardig slotcilindervet. Een ontdooimiddel alleen in drin‐
gende gevallen gebruiken, omdat het ontvettend werkt en de werking van
de sloten belemmert. Na gebruik van
ontdooimiddelen, de sloten door een
werkplaats opnieuw laten smeren.
Wassen
Het lakwerk van de auto staat bloot aan invloeden van buitenaf. De auto
daarom regelmatig wassen en met
was conserveren. Bij het bezoek aan
wasstraten, een programma met een
wasbehandeling selecteren.
Vogeluitwerpselen, dode insecten,
boomhars en stuifmeel e.d. onmid‐
dellijk verwijderen. Hierin zitten
agressieve bestanddelen bevatten
die lakschade kunnen veroorzaken.Bij een bezoek aan een wasstraat, de aanwijzingen van de exploitant opvol‐
gen. De voorruitwisser en achterruit‐ wisser moeten worden uitgescha‐
keld. Antenne en accessoires op de
buitenkant van de auto zoals een
dakdragersysteem verwijderen.
Bij handmatig wassen erop letten dat
ook de binnenkant van de wielkasten grondig schoongespoten wordt.
Breng regelmatig was op het lakwerk
van de auto aan.
Randen en naden van geopende
portieren, achterklep en motorkap en
de gebieden die erdoor bedekt
worden reinigen.
Reinig de glanzende metalen sierlijs‐
ten met een voor aluminium
geschikte reinigingsoplossing om
schade te voorkomen.Voorzichtig
Gebruik altijd een reinigingsmid‐
del met een pH-waarde van
4 tot 9.
Gebruik reinigingsmiddelen niet
op warme oppervlakken.
Reinig de motorruimte niet met een
stoomcleaner of hogedrukreiniger.
Daarna de auto grondig afspoelen en afzemen. Zeemlap vaak uitspoelen.
Voor de carrosserie en de ruiten
verschillende zeemlappen gebruiken:
wasresten op de ruiten belemmeren het zicht.
Laat de scharnieren van alle portieren smeren door een werkplaats.
Teervlekken niet met harde voorwer‐
pen verwijderen. Op gelakte opper‐
vlakken een spray voor het verwijde‐
ren van teervlekken gebruiken.
Rijverlichting
De glazen van de koplampen en de
andere lampen zijn gemaakt van kunststof. Geen schurende, bijtende
of agressieve middelen of ijskrabbers gebruiken en ze niet droog reinigen.
Polijsten en in de was zetten Zet de auto regelmatig in de was
uiterlijk wanneer het water geen drup‐ peltjes meer vormt. Anders zal het
lakwerk uitdrogen.
Page 259 of 291

Verzorging van de auto257Polijsten is alleen nodig als de laklaag
mat geworden is of aanslag vertoont.
Autopolish met siliconen vormt een
vuilwerende laag, waardoor in de was
zetten overbodig is.
Kunststof carrosseriedelen mogen niet met autowas of polijstmiddelen
worden behandeld.
Ruiten en wisserbladen
Schakel de wissers vóór het werken
in hun bereik uit.
Een zachte, pluisvrije doek of een
zeemleer en een ruitenreiniger en
insectenverwijderaar gebruiken.
Wrijf bij het reinigen van de achterruit van de binnenkant altijd parallel aan
het verwarmingselement om schade
te voorkomen.
Om handmatig ijs te verwijderen, een ijskrabber met een scherpe rand
gebruiken. IJskrabber stevig tegen de ruit drukken, zodat er geen vuil onderde krabber kan komen en er geen
krassen op de ruit worden gemaakt.
Wisserbladen die strepen trekken,
met een zachte doek en een ruiten‐
reiniger reinigen.Verwijder achtergebleven vuil van
wisserbladen die strepen op de ruit
veroorzaken, met een zachte doek en
ruitenreiniger. Zorg dat u ook achter‐
gebleven was, insecten en dergelijke
van de ruit verwijdert.
IJs, verontreiniging en continu vegen
op droge ruiten beschadigen of
vernietigen zelfs de wisserbladen.
Panoramadak
Voor het reinigen nooit oplos- of
schuurmiddelen, brandstoffen,
agressieve middelen bijv. lakreini‐
gers, acetonhoudende oplossingen,
zuurhoudende of sterk alkalische
middelen dan wel schuursponzen
gebruiken.
Wielen en banden
Niet schoonmaken met hogedrukrei‐
nigers.
Velgen met een pH-neutrale velgen‐
reiniger reinigen.
Velgen zijn gelakt en kunnen met dezelfde middelen worden behandeld als de carrosserie.Lakschade
Geringe lakschade voordat er roest‐ vorming optreedt met een lakstift
herstellen. Grotere lakschade of
roestvorming door een werkplaats
laten herstellen.
Onderstel Sommige delen van de bodemplaat
zijn voorzien van een beschermende
pvc-laag, terwijl er op andere delen
een duurzame beschermende
waslaag is aangebracht.
De bodemplaat na het schoonspuiten
controleren en zo nodig een nieuwe
waslaag laten aanbrengen.
Bitumineuze / rubber materialen
kunnen de pvc-laag aantasten. Werk‐ zaamheden aan de bodemplaat door
een werkplaats laten uitvoeren.
De bodemplaat vóór en ná de winter
schoonspuiten en daarna de
beschermende waslaag laten contro‐
leren.
Page 268 of 291

266Technische gegevensTechnische
gegevensVoertuigidentificatie ...................266
Voertuigidentificatienummer ....266
Typeplaatje .............................. 266
Motor-ID .................................. 267
Autogegevens ............................ 268
Aanbevolen vloeistoffen en smeermiddelen .......................268
Motorgegevens ........................270
Afmetingen auto ......................272
Inhouden ................................. 273
Bandenspanningswaarden ......274Voertuigidentificatie
Voertuigidentificatienum‐mer
Het voertuigidentificatienummer kan
ook in reliëf op het instrumentenpa‐
neel zijn aangebracht, zichtbaar door
de voorruit.
Typeplaatje
Het typeplaatje is aangebracht in de
linker of rechter deuropening.
Page 286 of 291

284TrefwoordenlijstAAan/Uit-knop ............................... 150
Aanbevolen vloeistoffen en smeermiddelen ..............264, 268
Aanduidingen op banden ..........239
Aanhangerkoppeling ..................213
Aanhangerstabilisatie ................217
Aanhanger trekken ....................214
Aansteker .................................... 99
Accessoires en modificaties van auto ........................................ 220
Accu ........................................... 225
Achterdeuren ............................... 31
Achterklep..................................... 33 Achterlichten .............................. 232
Achterruitverwarming ................... 45
Achterste zijruiten ........................45
Achteruitkijkcamera ...................204
Achteruitkijkscherm ..............42, 118
Achteruitrijlichten .......................131
Actief noodstopsysteem .............112
Actieve noodrem......................... 187
Adaptieve cruise control .....111, 178
AdBlue ................................ 109, 158
Afmetingen auto ........................272
Airbag deactiveren ....................... 65 Airbag-deactivering .................... 106
Airbag en gordelspanners .........105
Airbaglabel.................................... 60
Airbagsysteem ............................. 60Airconditioning ........................... 136
Airconditioning regelmatig aanzetten ............................... 147
Alarmknipperlichten ...................129
Algemene informatie .................. 213
Algemene richtlijnen voor het rijden ....................................... 149
Andere auto slepen ...................255
Antiblokkeersysteem .................165
Antiblokkeersysteem (ABS) .......108
Armsteun ...................................... 52
Asbakken ..................................... 99
Autogegevens ............................ 268
Autokrik....................................... 238
Automatische botsingsmelding (ACN) ...................................... 124
Automatische dimfunctie .............41
Automatische verlichting ............ 127
Automatische versnellingsbak ...161
Automatisch vergrendelen ...........28
Auto ontgrendelen .........................6
Auto slepen ................................ 253
Auto stallen ................................. 220
Autostop ............................. 110, 153
Autozoekverlichting ....................134
B
Bagageruimte ........................ 33, 78
Bagageruimte-afdekking .............79
Bandenreparatieset ...................244
Page 287 of 291

285Bandenspanning .......................240
Bandenspanningswaarden ........274
Bedieningsorganen ......................93
Bekerhouders .............................. 73
Bekleding .................................... 258
Belading ........................... 50, 53, 55
Beladingsinformatie .....................90
Beslagen lampglazen ................131
Bestuurdersondersteuningssys‐ temen ...................................... 173
Beveiliging van de auto ................36
Binnenspiegels ............................. 41
Binnenverlichting ...............132, 235
Blindehoeksysteem ....................199
BlueInjection ............................... 158
Bochtverlichting .......................... 129
Bolle vorm .................................... 39
Boordgereedschap .....................238
Boordinformatie .........................119
Brandstof .................................... 211
Brandstofmeter .......................... 102
Brandstof voor benzinemotoren 211
Brandstof voor dieselmotoren ...211
Buitenspiegels .............................. 39
Buitentemperatuur .......................96
Buitenverlichting .........................126
C Centrale vergrendeling ................24
Claxon ................................... 13, 94Colour-Info-Display.....................120
Conformiteitsverklaring ...............276
Contactslotstanden ....................149
Controlelampen ..................101, 104
Controle over de auto ................149
Controles .................................... 221
Cruise control ....................111, 173
D Dagrijlicht ................................... 129
Dagteller .................................... 101
Dak ............................................... 46
Dakbelasting ................................. 90
Dakconsole .................................. 75
Dakdrager .................................... 89
DEF ............................................ 158
Diefstalalarmsysteem ..................36
Dieselbrandstofsysteem ontluchten .............................. 227
Dieseluitlaatvloeistof ...................158
Dimlicht ....................................... 110
Dimlicht of grootlicht ...................126
Dodehoeksysteem ......................111
Doorlaadklep ................................ 78
Driepuntsgordel ........................... 58
Driver Information Center ...........112
Drukverliesdetectiesysteem 109, 241
E Eco-modus ................................. 164
EHBO ........................................... 89Elektrisch bediende ruiten ...........43
Elektrische aansluitingen .............97
Elektrische handrem ...................107
Elektrische handrem defect ........107
Elektrische parkeerrem....... 165, 166
Elektrische verstelling ..................39
Elektrisch systeem...................... 235
Elektronische rijprogramma's ....163
Elektronische stabiliteitsregeling en Traction Control-systeem ..
........................................ 108, 169
Elektronisch klimaatregelsysteem ..............139
Elektronisch sleutelsysteem .........23
Event Data Recorders (EDR) .....280
F
FlexOrganizer .............................. 82
Frontaal airbagsysteem ...............64
Frontaanrijdingswaarschuwing ...185
G
Geavanceerde parkeerhulp ........194
Gebruik van deze handleiding .......3
Gedeponeerde handelsmerken ..279
Geluidssignalen .........................119
Gereedschap ............................. 238
Gevaar, Waarschuwing en Voorzichtig ................................. 4
Gevarendriehoek .........................88
Gloeilamp vervangen ................228
Page 289 of 291

287PPanne ......................................... 253
Panoramadak .............................. 46
Panoramazichtsysteem ..............201
Parkeerhulp ............................... 191
Parkeerlichten ............................ 131
Parkeerrem ................................ 166
Parkeerverwarming ....................143
Parkeren .............................. 19, 156
Park pilot met ultrasoonsensoren 191
Partikelfilter ................................. 157
Passagiersstoel voor Tafelstand ................................. 50
Pechhulp..................................... 124
Peilsensor motorolie ...................103
Persoonlijke instellingen ............120
Portieren ........................... 30, 31, 33
Portier open ............................... 112
Profieldiepte ............................... 242
R
Radiofrequentie-identificatie (RFID) ..................................... 283
REACH ....................................... 279
Regelbare instrumentenverlichting ...........132
Regensensor .............................. 111
Registratie van voertuigdata en privacy ..................................... 280
Remassistentie .......................... 169Rem- en koppelingssysteem .....107
Remmen ............................ 165, 225
Remvloeistof ...................... 225, 264
Reservewiel ............................... 248
Richtingaanwijzers ............104, 130
Richtingaanwijzers voor ............. 231
Rolschermen ............................... 46
Rugleuning neerklappen .............50
Rugleuning passagiersstoel voor neerklappen ......................50
Ruiten ........................................... 42
Rijgedrag en aanhangertips ......214
Rijregelsystemen ........................169
Rijverlichting ........................ 12, 110
S Schakelen ........................... 108, 162
Schakelhendel ............................ 162
Schakel motor uit ........................106
Scheidingsrooster bagageruimte ..85
Schuifdeur ................................... 30
Selectieve katalysatorreductie ....158
Selective Ride Control ................172
Service ............................... 147, 261
Service-display .......................... 103
Service-indicatie ........................106
Service-informatie ...................... 261
Sjorogen ...................................... 82
Sleutels ........................................ 21
Sleutels, sloten ............................. 21Sneeuwkettingen .......................243
Snelheidsbegrenzer ...........112, 176
Snelheidsmeter .......................... 101
SOS ............................................ 124
Spiegelverstelling ..........................8
Sproeiervloeistof ........................224
Startbeveiliging ............................ 38
Starten en bedienen ...................149
Starthulp gebruiken ...................252
Stoelen aanbrengen .....................55
Stoelen verwijderen ......................55
Stoelpositie .................................. 48
Stoelverstelling ........................7, 49
Stoelverwarming ........................... 53
Stop/Start-systeem .....................153
Storing ....................................... 164
Storingsindicatielamp ................106
Sturen ......................................... 149
Stuurbedieningsknoppen .............93
Stuurwiel instellen .......................... 9
Stuurwielverstelling ...................... 93
Symbolen ....................................... 4
Systeemcontrole .........................107
Systeem voor gecontroleerde afdaling .......................... 108, 170
T
Tanken ....................................... 212
Te laag brandstofpeil .................110
Toerenteller ............................... 102
Page 290 of 291

288Trekhaak .................................... 215
Trekken............................... 213, 253
Trekstang.................................... 213
Typeplaatje ................................ 266
U Uitlaatfilter........................... 109, 157
Uitlaatgassen ............................. 157
Uitrol-brandstofafsluiter .............153
Uitstapverlichting .......................133
USB-poort ..................................... 97
Uw autogegevens ..........................3
V Valetmodus................................. 115Van banden- en velgmaat veranderen ............................. 243
Vaste luchtroosters ....................146
Veiligheidsgordel ...........................8
Veiligheidsgordels .......................57
Veiligheidsnet .............................. 84
Velgen en banden .....................239
Ventilatie ..................................... 143
Ventilatieopeningen ....................145
Verbanddoos ............................... 89
Vergrendelingssysteem ...............36
Verlichting middenconsole ........133
Verlichtingsfuncties..................... 133
Verlichting zonneklep ................133
Vermoeidheidsdetectie ...............209
Versnellingsbak ........................... 17Versnellingsbakdisplay ..............161
Verstelbare luchtroosters ........... 145
Verwarmde spiegels ....................40
Verwarmd stuurwiel .....................93
Verwarming ................................. 53
Verwarmings- en ventilatiesysteem .................... 135
Verwerking van sloopauto .........221
Verzorging .................................. 256
Verzorging exterieur ..................256
Verzorging interieur ...................258
Vloermatten ................................ 259
Voertuigidentificatienummer ......266
Voetgangersbescherming vóór ..189
Voordat u wegrijdt ........................ 18
Voorligger gedetecteerd .............111
Voorruit ......................................... 42
Voorruitverwarming ......................45
Voorstoelen .................................. 48
Voorverwarming ........................109
W
Waarschuwingslichten ................101
Wegverlichting ............................ 134
Werkzaamheden uitvoeren .......221
Wieldoppen ................................ 243
Wiel verwisselen ........................247
Winterbanden ............................ 239
Wis-/wasinstallatie .......................14
Wis- en wasinstallatie achterruit ..96Wis- en wasinstallatie voorruit .....94
Wisserblad vervangen ...............227
Z
Zekeringen ................................. 235 Zekeringenkast in motorruimte ..236
Zekeringenkast instrumentenpaneel ...............237
Zitplaatsen derde zitrij .................55
Zitplaatsen tweede zitrij ...............53
Zonnekleppen .............................. 46
Zijcamera aan passagierszijde ...200
Zijdelings airbagsysteem .............64
Zijmarkeringslichten.................... 126
Zijrichtingaanwijzers ..................234
Zijschuifdeur ................................. 30