AUX OPEL CORSA 2014.5 Gebruikershandleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: OPEL, Model Year: 2014.5, Model line: CORSA, Model: OPEL CORSA 2014.5Pages: 181, PDF Size: 3.04 MB
Page 103 of 181

Inleiding103
In het hoofdmenu selecteren
Doe het volgende om in het hoofd‐
menu te gaan:
Druk op de MAIN-toets.
Het systeemmenu verschijnt.
of:
Draai de multifunctionele knop naar
rechts tot het menu-item Main in de
voettekst verschijnt.
Druk op de multifunctionele knop.
Het systeemmenu verschijnt.
of:
Herhaal de volgende stappen tot het
hoofdmenu verschijnt:
Draai de multifunctionele knop naar
links tot menu-item Terug in de titel‐
balk verschijnt.
Druk op de multifunctionele knop.
In het radiomenu selecteren
Druk op de TUNER-toets.
Het radiomenu verschijnt.
De zender waarop het laatste is afge‐ stemd, verschijnt.
U beluistert de laatst afgestemde
zender.
Het CD -menu selecteren Druk eenmaal of meerdere malen op
de toets MEDIA totdat het menu CD
verschijnt.
Als geen cd geplaatst is, verschijnt
een dienovereenkomstig bericht.
De laatst afgespeelde CD-track wordt getoond.
U beluistert de laatst afgespeelde
CD-track.
Het Audio -menu selecteren
Wissel in het menu Audio tussen de
frequentiebereiken FM, AM, DAB (in‐
dien aanwezig) en CD, USB, AUX om naar het menu Sound te gaan.
Doe het volgende om het Audio -
menu te selecteren:
In het menu Radio, Audiobron of
Sound :
Page 107 of 181

Inleiding107Volume-instellingenHet menu Volumes kan worden op‐
geroepen via het radio- of audiobron‐ menu.
Druk op de SETTINGS-toets.
Selecteer menu-item Volumes.
Het Volumes -menu verschijnt.
De volgende menu-items zijn be‐
schikbaar:
■ TA-volume : volume van verkeers‐
informatie
■ SDVC : Snelheidsafhankelijke volu‐
meverhoging
■ Startvolume : maximaal volume
wanneer het infotainmentsysteem aanstaat
■ Extern in : volume van een externe
bron (bijv. bij aansluiten van een
GSM)
■ Aux volume : volume van een ex‐
terne audiobron (bv. bij aansluiten
van een cd-speler)
TA-volume
Gebruik deze functie om het volume van de verkeersberichten aan te pas‐ sen.
Selecteer menu-item TA-volume.
Draai aan de multifunctionele knop tot
de gewenste waarde is ingesteld.
Druk op de multifunctionele knop.
SDVC
Om omgevings- en rijgeluiden te
compenseren, wordt het volume van
het infotainmentsysteem aangepast
aan de snelheid van de auto. U kunt
de SDVC-functie gebruiken om het snelheidsafhankelijk volume aan te
passen.
Selecteer menu-item SDVC.
Draai aan de multifunctionele knop tot
de gewenste waarde is ingesteld.Druk op de multifunctionele knop.
Startvolume Selecteer menu-item Startvolume.
Draai aan de multifunctionele knop tot
de gewenste waarde is ingesteld.
Druk op de multifunctionele knop. ■ Wanneer het ingeschakeld wordt, start het infotainmentsysteem met
het laatst geselecteerde volume als dat volume lager was dan het maxi‐
maal volume voor inschakelen.
■ Wanneer het ingeschakeld wordt, start het infotainmentsysteem met
het maximaal volume als dat vo‐
lume lager was dan het laatst ge‐
selecteerde volume.
Extern in
Gebruik deze functie om het volume
van externe bronnen zoals een mo‐
biele telefoon in te stellen.
Selecteer menu-item Extern in.
Draai aan de multifunctionele knop tot
de gewenste waarde is ingesteld.
Druk op de multifunctionele knop.
Page 108 of 181

108Inleiding
Aux volume
Gebruik deze functie om het volume
van externe audiobronnen zoals een
cd-speler in te stellen.
Selecteer menu-item Aux volume.
Draai aan de multifunctionele knop tot
de gewenste waarde is ingesteld.
Druk op de multifunctionele knop.
Page 126 of 181

126AUX-ingangAUX-ingangAlgemene aanwijzingen.............126
Gebruik ...................................... 126Algemene aanwijzingen
In de middenconsole vóór de keuze‐
hendel bevindt zich een aux-aanslui‐
ting voor het aansluiten van externe audiobronnen.
Let op
Deze poort moet u altijd schoon- en
drooghouden.
Het is mogelijk om bijvoorbeeld een
draagbare cd-speler met een
3,5 mm-stekker aan te sluiten op de
AUX-ingang.
Gebruik
Druk een of meerdere malen op de
MEDIA -toets om de AUX-modus in te
schakelen.
Het audiosignaal van een aangeslo‐
ten audiobron klinkt nu via de luid‐
sprekers van het infotainmentsys‐
teem.
U kunt het volume aanpassen via de
knop m en via de draaischijf o op
het stuurwiel.
Volume aanpassen aan de vereisten
van de aangesloten audiobron:
3 107.
Page 130 of 181

130TrefwoordenlijstAAfspelen van een cd starten .......122
Algemene aanwijzingen ............
.......................... 94, 121, 126, 127
AM .............................................. 109
Antidiefstalfunctie ........................95
AS ............................................... 113
Autostore-lijsten .......................... 113
AUX-ingang contactdoos ............................. 126
gebruik .................................... 126
B Balance....................................... 106Bass............................................ 106
Bediening ..................................... 99
C
Cd extra's ................................... 122
CD, invoeren............................... 122
CD-speler activeren ....................122
CD-speler gebruiken................... 122
Cd-tekst ...................................... 122
CD, uitwerpen ............................. 122
D DAB .................................... 109, 118
DAB-menu .................................. 118
DAB-radiotekst ........................... 118
De AUX-ingang gebruiken ..........126De USB-poort gebruiken ............127
Digital Audio Broadcasting .........118
E Ensemble.................................... 118
Extern in ..................................... 107
F
Fader .......................................... 106
FM .............................................. 109
G Gebruik ....................... 109, 122, 126
Gebruiker .................................... 106
Geluidsinstellingen .....................106
H
Handmatig zender zoeken .........109
Het Infotainmentsysteem in- of uitschakelen .............................. 99
Hoofdscherm ................................ 99
I
Infotainmentsysteem gebruiken ...99
Inschakelautomaat .......................99
K
Klankinstellingen ........................106
Page 133 of 181

Inleiding..................................... 134
Radio ......................................... 146
Cd-speler ................................... 154
AUX-ingang ............................... 158
Trefwoordenlijst ......................... 160CD 30 / CD 30 MP3
Page 134 of 181

134InleidingInleidingAlgemene aanwijzingen.............134
Antidiefstalfunctie ......................135
Overzicht .................................... 136
Bediening ................................... 139
Geluidsinstellingen ....................142
Volume-instellingen ...................143Algemene aanwijzingen
Het infotainmentsysteem biedt u eer‐
steklas infotainment voor in uw auto.
De radio heeft negen geheugenposi‐
ties voor het automatisch opslaan van zenders voor elk frequentiebereik:
FM, AM en DAB (indien beschikbaar).
De digitale soundprocessor biedt u di‐ verse vooraf ingestelde klankinstellin‐gen, waarmee u het geluid kunt opti‐
maliseren.
De geïntegreerde cd-speler onder‐
houdt u zowel met audio-cd's als met
mp3-cd's.
Ook kan er op het Infotainmentsys‐
teem een externe bron, bijv. een mo‐
biele telefoon, worden aangesloten.
Het geluid van een op de AUX-ingang van uw auto aangesloten audiobron,
bijv. een draagbare cd-speler of een
mp3-speler, kan via de luidsprekers
van het Infotainmentsysteem worden
weergegeven.
Het Infotainmentsysteem kan ook
worden uitgerust met een mobiele te‐ lefoonportaal.Eventueel kunt u het Infotainmentsys‐
teem met de knoppen op het stuur‐
wiel bedienen.
Door het goeddoordachte design van
de bedieningselementen en de hel‐
dere displays kunt u het systeem ge‐
makkelijk en intuïtief bedienen.
Let op
Deze handleiding beschrijft alle voor
de diverse Infotainmentsystemen
beschikbare opties en functies. Be‐
paalde beschrijvingen, zoals die
voor display- en menufuncties, gel‐
den vanwege de modelvariant,
landspecifieke uitvoeringen, speci‐
ale uitrusting en toebehoren wellicht niet voor uw auto.
Belangrijke informatie over de bediening en de
verkeersveiligheid9 Waarschuwing
Het infotainment-systeem moet
worden gebruikt zodat er te allen
tijde veilig met de auto kan worden gereden. Zet bij twijfel uw auto aan
Page 137 of 181

Inleiding137
1RDS .................................... 149
Programmanaam of
zendfrequentie van de
zender weergeven ..............149
Zenderlijst actualiseren .......146
2 AS....................................... 148
Activeren/deactiveren van
het AS-niveau .....................148
Automatische
zenderopslag ...................... 148
3 TP....................................... 149
Verkeersinformatie ..............149
4 REG .................................... 149
Regionaal programma in-/
uitschakelen ........................ 149
5 TUNER ................................ 146
Schakelen tussen FM, AM en DAB (indien
beschikbaar) ....................... 146
6 SOUND ............................... 142
Klankinstellingen
configureren ........................ 1427oe -knop ....................... 139
Indrukken: Schakelaar: In‐ fotainmentsysteem in-/
uitschakelen ........................ 139
Draaien: Volume
aanpassen .......................... 139
8 MEDIA ................................. 155
CD/MP3-modus ..................155
Cd/MP3-informatie
weergeven .......................... 155
Activeren/deactiveren
random ................................ 155
AUX-ingang: Audiobron
overschakelen naar de
externe ingang ....................146
9 INSTELLINGEN ..................143
Audio-instellingen ...............143
Systeeminstellingen ............139
Selectie bevestigen of
vooruitbladeren in het
instelmenu ........................... 13910 1...9 ..................................... 146
Zendertoetsen .....................146
11 n....................................... 146
Radio: In het
zendergeheugen
vooruitbladeren,
handmatige en
automatische
zenderzoekfunctie ...............146
Cd/MP3: volgende
nummer, snel vooruit ..........155
Waarden in het menu
wijzigen ............................... 139
12 Audio/MP3-CD-lade ............155
13 m....................................... 142
Radio: In het
zendergeheugen
terugbladeren,
handmatige en
automatische
zenderzoekfunctie ...............146
Page 138 of 181

138Inleiding
Cd/MP3: vorige nummer,
snel terugspoelen ...............155
Waarden in het menu
wijzigen ............................... 139
14 j......................................... 155
Cd uitwerpen ....................... 155Audiobedieningsknoppen aan
stuurwiel
1 Draaischijf ........................... 139
Draaien: (drievoudige
infodisplay): handmatig
zenders zoeken ..................139
Draaien: GID (grafische
infodisplay): vorige/
volgende invoer van de
reiscomputer, handmatig
zenders zoeken (in
combinatie met een
tripcomputer is er geen
radiofunctie als u aan de
draaischijf draait) ................. 139
Druk: TID: zonder functie ....139
Druk: GID: tripcomputer
oproepen/opnieuw
instellen, een invoer van
de tripcomputer selecteren . 139
2 q-toets ............................... 146
Radio: Volgende
opgeslagen zender .............146
CD: de CD-weergave
starten ................................. 155
MP3: volgende album .........155
3 p-toets .............................. 155
Overschakelen tussen
radio/CD/MP3 en AUX-
modus ................................. 155
Page 140 of 181

140Inleiding
■ Als het infotainmentsysteem wordtuitgeschakeld wanneer het contact
uitstaat, onafgezien de huidige in‐
stelling van de automatische in‐
schakeling, kan het alleen inge‐
schakeld worden met de e -knop
en door een CD in te voeren.
■ De automatische start wordt altijd geactiveerd nadat het infotainment‐systeem van de bedrijfsspanning
werd losgekoppeld en weer aange‐ sloten.
Inschakelautomaat in-/uitschakelen
Alleen TID:
1. Druk op de SETTINGS-toets om
Audio weer te geven.
2. Druk op de n-toets om System
weer te geven.
3. Druk meerdere malen op de toets
SETTINGS totdat Ign.Logic ON of
OFF (afhankelijk van de huidige
instelling) verschijnt.
4. Selecteer de gewenste status met
de toetsen m n .Na enkele seconden verschijnt
Audio op het display, gevolgd door de
betreffende audiobron.
of:
Druk op een van de functietoetsen
TUNER of MEDIA om de betreffende
functie weer te geven.
Alleen GID: 1. Druk op de toets SETTINGS om
het menu Settings weer te geven.
2. Druk op de toets n om System
te selecteren.
3. Druk op de toets SETTINGS en
dan meerdere malen op de toets
n om Ign. logic te selecteren.
4. Druk op de toets SETTINGS om
de huidige instelling te wijzigen.
Na het veranderen van de instelling: Druk op de toets n en dan op de
toets SETTINGS om het menu
Settings te verlaten.
of:
Druk op een van de functietoetsen
TUNER of MEDIA om de betreffende
functie weer te geven.Automatisch uitschakelen
Het Infotainmentsysteem zet zichzelf
na één uur automatisch uit als u het
aanzet terwijl het contact uitstaat.
Volume instellen
Draai aan de o-knop.
■ Het Infotainmentsysteem speelt met het laatst ingestelde volume,
op voorwaarde dat het volume la‐
ger was dan het maximale inscha‐
kelvolume 3 143.
■ Verkeersberichten en externe au‐ diobronnen worden ingevoegd aan
een vooringesteld minimumvolume 3 143.
■ Het volume van een via de AUX-in‐
gang aangesloten audiobron kan
aan het volume van de andere au‐
diobronnen (bijv. de radio) worden
aangepast 3 143.
■ Als de respectieve bron aanstaat, kunt u het volume van de verkeers‐berichten, de externe audiobron‐
nen en de radio en CD afzonderlijk
aanpassen.