radio OPEL CORSA 2015.75 Gebruikershandleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: OPEL, Model Year: 2015.75, Model line: CORSA, Model: OPEL CORSA 2015.75Pages: 271, PDF Size: 7.66 MB
Page 25 of 271

Sleutels, portieren en ruiten23Handzender
Wordt gebruikt voor:■ centrale vergrendeling
■ vergrendelingssysteem
■ diefstalalarmsysteem
De afstandsbediening heeft een be‐
reik van ca. 20 meter. Dit kan beperkt worden door invloeden van buitenaf.
Brandende alarmknipperlichten die‐
nen als bevestiging.
Handzender met zorg behandelen,
vochtvrij houden, beschermen tegen
hoge temperaturen en onnodig ge‐
bruik vermijden.
Storing
Als de centrale vergrendeling niet met
de handzender kan worden vergren‐
deld of ontgrendeld, kan dit het ge‐
volg zijn van het volgende:
■ Het bereik wordt overschreden.
■ De accuspanning is te laag.
■ Herhaald, opeenvolgend gebruik van de handzender buiten het be‐
reik, waardoor er opnieuw gesyn‐
chroniseerd moet worden.
■ Overbelasting van de centrale ver‐ grendeling door herhaalde, snel op‐
eenvolgende activering van de af‐
standsbediening, waardoor de
stroomvoorziening voor korte tijd
wordt onderbroken.
■ Storing door radiogolven afkomstig
van externe zenders met een hoog vermogen.
Ontgrendelen 3 24.
Basisinstellingen U kunt sommige instellingen veran‐
deren op het Info-Display.
Persoonlijke instellingen 3 111.Batterij van de handzender
vervangen
Zodra de reikwijdte afneemt, de bat‐
terij meteen vervangen.
Batterijen horen niet in het huisvuil
thuis. Ze moeten via speciale inza‐
melpunten gerecycled worden.
Page 113 of 271

Instrumenten en bedieningsorganen111Persoonlijke
instellingen
U kunt het gedrag van de auto op uw
wensen afstemmen door de instellin‐
gen in het Info-display te veranderen.
Sommige persoonlijke instellingen kunnen voor verschillende bestuur‐
ders in elke autosleutel afzonderlijk
worden opgeslagen. Opgeslagen in‐
stellingen 3 24.
Afhankelijk van het uitrustingsniveau
en de specifieke regelgeving in uw
land, zijn sommige van de hieronder
beschreven functies eventueel niet
aanwezig.
Sommige functies worden alleen
weergegeven of zijn alleen actief bij
een draaiende motor.
Graphic-Info-Display
Druk op CONFIG voor het menu In‐
stellingen.
Draai aan MENU-TUNE om naar het
gewenste menu Instellingen te gaan
en druk vervolgens op MENU-TUNE.
U kunt uit de volgende instellingen
kiezen:
■ Talen (Languages)
■ Tijd en datum
■ Radio-instellingen
■ Telefooninstellingen
■ Auto-instellingen
In de bijbehorende submenu's kunt u
de volgende instellingen veranderen:
Talen (Languages)
Selectie van de gewenste taal.
Tijd en datum
Zie 'Klok' 3 84.
Radio-instellingen
Zie de infotainment-handleiding voor
nadere informatie.
Telefooninstellingen
Zie de infotainment-handleiding voor
nadere informatie.
Auto-instellingen ■ Klimaat en luchtkwaliteit
Autom. ventilatorsnelheid : Wijzigt
de cabineluchtstroom van de kli‐
maatregeling in de automatische
modus.
Airconditioningmodus : Regelt de
status van de koelcompressor bij
het starten van de auto. Laatste in‐
stelling (aanbevolen) of bij het star‐ ten van de auto is altijd AAN of altijd UIT.
Page 115 of 271

Instrumenten en bedieningsorganen113
Instellingen indrukken.
U kunt uit de volgende instellingen
kiezen:
■ Tijd- en datuminstellingen
■ Radio-instellingen
■ Verbindingsinstelllingen
■ Voertuiginstellingen
■ Talen
■ Tekstscroll
■ Volume pieptoon bij bediening
■ Maximale startvolume
■ Systeemversie
■ DivX(R) VOD
In de bijbehorende submenu's kunt u
de volgende instellingen veranderen:
Tijd- en datuminstellingen
Zie 'Klok' 3 84.
Radio-instellingen
Zie de infotainment-handleiding voor
nadere informatie.
Verbindingsinstelllingen
Zie de infotainment-handleiding voor
nadere informatie.Voertuiginstellingen
■ Klimaat & luchtkwaliteit
Automatische ventilatorsnelheid :
Modificeert de cabineluchtstroom van de klimaatregeling in de auto‐
matische modus.
Airco-modus : Regelt de status van
de koelcompressor bij het starten
van de auto. Laatste instelling (aan‐ bevolen) of bij het starten van deauto is altijd AAN of altijd UIT.
Automatische achterruitontwase‐
ming : Activeert de achterruitver‐
warming automatisch.
■ Comfort & gemak
Volume geluidssignaal : Verandert
het volume van geluidssignalen.
Aanpassing door bestuurder : Acti‐
veert of deactiveert persoonlijke in‐
stellingen.
Automatisch wissen bij achteruit :
Activeert of deactiveert automati‐
sche inschakeling achterruitwisser
bij inschakelen achteruitversnel‐
ling.
Page 263 of 271

Klantinformatie261KlantinformatieKlantinformatie........................... 261
Registratie van voertuigdata en
privacy ....................................... 262Klantinformatie
Conformiteitsverklaring
Radiozendsystemen
Deze auto heeft systemen die radio‐
golven conform Richtlijn 1999/5/EC
verzenden en/of ontvangen. Deze
systemen voldoen aan de essentiële
vereisten en alle andere relevante be‐ palingen van Richtlijn 1999/5/EC.Exemplaren van de originele Confor‐
miteitsverklaringen vindt u op onze
website.
Krik
Vertaling van de oorspronkelijke
conformiteitsverklaring
Conformiteitsverklaring conform EG-
richtlijn 2006/42/EC
Bij deze verklaren wij dat het product: Productaanduiding: Krik
Type/GM onderdeelnummer:
13331922
voldoet aan de bepalingen van richt‐
lijn 2006/42/EC.Gehanteerde technische normen:GMN9737=krikkenGM 14337=standaarduitrusting
krik - hardwaretestsGMN5127=voertuigintegriteit -
takelen en opkrik‐
ken bij onderhouds‐
stationGMW15005=standaarduitrusting
krik en reserve‐
band, boordtestISO TS 16949=kwaliteitsborgings‐
systemen
Ondergetekende is bevoegd tot het samenstellen van de technische do‐
cumentatie.
Rüsselsheim, 31 januari 2014
was getekend
Hans-Peter Metzger
Engineering Group Manager Chassis & Structure
Adam Opel AG
D-65423 Rüsselsheim
Page 265 of 271

Klantinformatie263Radiofrequentie-
identificatie (RFID)
RFID-technologie wordt in sommige
voertuigen gebruikt voor functies
zoals de controle van de banden‐
spanning en beveiliging van het ont‐
stekingssysteem. Het wordt ook sa‐
men gebruikt met apparaten zoals ra‐ diogestuurde afstandsbedieningen
voor het vergrendelen/ontgrendelen
van de deuren en starten en zenders
in de auto voor het openen van gara‐ gedeuren. RFID-technologie in Opel-
voertuigen gebruikt geen persoonlijke
informatie, houdt ze niet bij of koppelt deze niet aan andere Opel-systemen
die persoonlijke informatie bevatten.
Page 269 of 271

267
Parkeren .............................. 20, 141
Park pilot met ultrasoonsensoren 163
Partikelfilter ................................. 142
Pedaal intrappen .......................... 95
Persoonlijke instellingen ............111
Pollenfilter .................................. 134
Portieren ....................................... 27
Portier open ................................. 99
Prestaties ................................... 253
Profieldiepte ............................... 222
R
Radiofrequentie-identificatie (RFID) ..................................... 263
Regelbare instrumentenverlich‐ ting ......................................... 121
Registratie van voertuigdata en privacy ..................................... 262
Remassistentie .......................... 153
Rem- en koppelingssysteem .......95
Rem- en koppelingsvloeistof ......243
Remmen ............................ 151, 197
Remvloeistof .............................. 197
Reservewiel ............................... 232
Richtingaanwijzer ........................93
Richtingaanwijzers ..................... 119
Richtingaanwijzers vooraan ......205
Roetfilter ............................... 97, 142
Rugleuning neerklappen .............40
Ruiten ........................................... 32Rijgedrag en aanhangertips ......186
Rijregelsystemen ........................153
Rijverlichting .......................... 13, 98
S
Schakelen ..................................... 96
Service ....................................... 134
Service-display ............................ 90
Service-indicatie .......................... 95
Service-informatie ...................... 242
Sjorogen ...................................... 75
Sleutel, opgeslagen instellingen ...24
Sleutels ........................................ 22
Sleutels, sloten ............................. 22
Sneeuwkettingen .......................223
Snelheidsbegrenzer .............99, 158
Snelheidsmeter ............................ 87
Spiegelverstelling ..........................9
Sproeiervloeistof ........................197
Stadsmodus................................ 155
Startbeveiliging ......................30, 98
Starten en bedienen ...................136
Starthulp gebruiken ...................234
Stoelpositie .................................. 38
Stoelverstelling ........................7, 39
Stoelverwarming ........................... 42
Stop/Start-systeem .....................138
Storing ............................... 146, 151
Storingsindicatielamp ..................94
Stroomonderbreking ..................146Stuurbedieningsknoppen .............79
Stuurbekrachtiging........................ 96 Stuurwiel instellen ........................ 10
Stuurwielverstelling ...................... 79
Symbolen ....................................... 4
T
Tanken ....................................... 182
Te laag brandstofpeil ...................98
Toerenteller ................................. 88
Top-Tether-bevestigingsogen ......58
Traction Control .........................153
Traction Control-systeem UIT....... 97 Trekhaak .................................... 188
Trekken............................... 186, 236
Trekstang.................................... 186
Typeplaatje ................................ 246
U
Uitlaatgassen ............................. 142
Uitrol-brandstofafsluiter .............138
Uitstapverlichting .......................123
Ultrasoonparkeerhulp ..................96
Uw autogegevens ..........................3
V
Van banden- en velgmaat veranderen ............................. 222
Vaste luchtroosters ....................134
Veiligheidsgordel ...........................8