display OPEL CORSA 2017 Gebruikershandleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: OPEL, Model Year: 2017, Model line: CORSA, Model: OPEL CORSA 2017Pages: 277, PDF Size: 7.91 MB
Page 224 of 277

222Verzorging van de autoKies● LO voor een comfortabele span‐
ning tot drie inzittenden.
● ECO voor een Eco-spanning tot
drie inzittenden.
● HI voor volledige belading.
Uplevel-display:
Kies ● Licht voor een comfortabele
spanning tot drie inzittenden.
● Eco voor een Eco-spanning tot
drie inzittenden.
● Max voor volledige belading.
Koppelingsprocedure
bandenspanningssensor
Elke TPMS-sensor heeft een unieke
identificatiecode. De identificatiecode
moet aan de positie van een nieuw
wiel worden gekoppeld nadat de
wielen zijn geroteerd of alle wielen
zijn verwisseld en als een of meer
bandenspanningssensoren zijn
vervangen. De bandenspannings‐
sensoren moeten ook worden gekop‐ peld na het vervangen van een reser‐
vewiel door een reguliere band met
een bandenspanningssensor.
Bij de volgende contactcyclus moeten
de storingslamp w en het waarschu‐
wingsbericht doven/verdwijnen. De
sensoren worden met een inleerge‐
reedschap in de volgende volgorde
gekoppeld aan de wielposities: voor‐
wiel linkerzijde, voorwiel rechterzijde,
achterwiel rechterzijde en achterwiel
linkerzijde. De richtingaanwijzer in de
huidige actieve stand wordt verlicht
totdat de sensor is gekoppeld.
Roep de hulp in van een werkplaats.
U hebt twee minuten voor het koppe‐ len van de positie van het eerste wiel
en vijf minuten voor het koppelen vande positie van alle vier de wielen. Bij
het overschrijden van deze tijd stopt
het koppelen en moet u opnieuw
beginnen.
De koppelingsprocedure voor de
bandenspanningssensoren is als
volgt:
1. Trek de handrem aan.
2. Schakel het contact in.
3. Op auto's met automatische versnellingsbak: zet de keuze‐
hendel in P.
Bij auto's met geautomatiseerde
versnellingsbak: Houd het rempe‐
daal ingetrapt. Breng en houd de keuzehendel vijf seconden in
stand N tot P wordt weergegeven
op het Driver Information Center.
P geeft aan dat het koppelen van
de bandenspanningssensoren
kan worden gestart.
Bij auto's met handgeschakelde
versnellingsbak: selecteer
Neutraalstand.
4. Gebruik MENU op de richtingaan‐
wijzerhendel om Informatie- menu
voertuig ? op het Driver Infor‐
mation Center te selecteren.
Page 225 of 277

Verzorging van de auto2235. Draai het stelwieltje om naar hetbandenspanningsmenu te schui‐
ven.
Midlevel-display:
Uplevel-display:
6. Druk op SET/CLR om het koppe‐
len van de sensoren te starten. Er
moet een bericht met een vraag
om acceptatie van het proces
verschijnen.
7. Druk nogmaals op SET/CLR om
de selectie te bevestigen. De
claxon piept twee keer om aan te
geven dat de ontvanger in de
inleermodus staat.
8. Begin met de voorwiel aan de linkerzijde.
9. Zet de inleertool bij het ventiel tegen de wang van de band. Drukdaarna op de toets om de banden‐ spanningssensor te activeren. De
claxon piept ter bevestiging dat de sensoridentificatiecode aan de
positie van dit wiel is gekoppeld.
10. Ga verder met het voorwiel rechts
en herhaal de procedure zoals
beschreven in stap 9.
11. Ga verder met het achterwiel rechts en herhaal de procedure
zoals beschreven in stap 9.
12. Ga verder met het achterwiel links
en herhaal de procedure zoals
beschreven in stap 9. De claxonpiept twee keer ter aanduiding dat de sensoridentificatiecode aan
het linkerachterwiel is gekoppeld
en dat de procedure voor het
koppelen van de bandenspan‐
ningssensoren afgesloten is.
13. Schakel het contact uit.
14. Breng alle vier banden op de aanbevolen bandenspanning
zoals aangegeven op het etiket
bandenspanningsinformatie.
15. Zorg dat de bandenlaadstatus volgens de geselecteerde span‐
ning is ingesteld 3 98.
Profieldiepte Regelmatig de profieldiepte controle‐
ren.
Om veiligheidsredenen de banden te
vervangen wanneer een profieldiepte
van 2–3 mm (4 mm voor winterban‐ den) is bereikt.
Om veiligheidsredenen mag het
verschil in profieldiepte van banden
op één as niet meer dan 2 mm zijn.
Page 243 of 277

Verzorging van de auto241LakschadeGeringe lakschade voordat er roest‐
vorming optreedt met een lakstift
herstellen. Grotere lakschade of
roestvorming door een werkplaats
laten herstellen.
Onderstel
Sommige delen van de bodemplaat zijn voorzien van een beschermende
pvc-laag, terwijl er op andere delen
een duurzame beschermende
waslaag is aangebracht.
De bodemplaat na het schoonspuiten controleren en zo nodig een nieuwewaslaag laten aanbrengen.
Bitumineuze/rubber materialen
kunnen de pvc-laag aantasten. Werk‐
zaamheden aan de bodemplaat door
een werkplaats laten uitvoeren.
De bodemplaat vóór en ná de winter
schoonspuiten en daarna de
beschermende waslaag laten contro‐ leren.Vloeibaar-gassysteem9 Gevaar
Vloeibaar gas is zwaarder dan
lucht en kan zich op lage punten
verzamelen.
Wees voorzichtig wanneer u in
een werkkuil aan het chassis
werkt.
Voor lakwerk en bij gebruik van een
droogcabine bij een temperatuur
boven 60 °C moet de LPG-tank
worden verwijderd.
Breng geen wijzigingen aan het vloei‐
baar-gassysteem aan.
Trekhaak Kogelstang niet met een stoom- of
hogedrukreiniger reinigen.
Draagsysteem achteraanReinig minstens een keer per jaar het
draagsysteem achteraan met een
stoomlans of hogedrukreiniger.
Wanneer u het draagsysteem aan de achterzijde niet regelmatig gebruikt,
moet u het, vooral in de winter, van
tijd tot tijd bedienen.
Verzorging interieur
Interieur en bekleding Interieur van de auto inclusief instru‐
mentenpaneel en bekleding alleen
met een droge doek of interieurreini‐
ger schoonmaken.
Reinig de lederen bekleding met
zuiver water en een zachte doek.
Gebruik een reinigingsmiddel voor
leder als de bekleding erg vuil is.
De instrumentengroep en de displays
alleen met een vochtige doek reini‐
gen. Gebruik zo nodig water en milde
zeep.
Stoffen bekleding met een stofzuiger
en een borstel reinigen. Vlekken met een bekledingreiniger verwijderen.
Het weefsel van de stof is wellicht niet kleurvast. Dit kan zichtbare verkleu‐
ringen veroorzaken, met name op
Page 245 of 277

Service en onderhoud243Service en
onderhoudAlgemene informatie ..................243
Service-informatie ...................243
Aanbevolen vloeistoffen, smeer‐ middelen en onderdelen ............244
Aanbevolen vloeistoffen en smeermiddelen .......................244Algemene informatie
Service-informatie
Het is voor de bedrijfs- en verkeers‐ veiligheid en voor het behoud van de
waarde van uw auto belangrijk dat
alle servicewerkzaamheden met de
voorgeschreven intervallen worden
uitgevoerd.
Het uitgebreide bijgewerkte service‐
schema voor uw auto is beschikbaar in de werkplaats.
Servicedisplay 3 87.
Europese service-intervallen
Aan de auto moet om de 30.000 km
onderhoud gepleegd worden, of na
één jaar, wat het eerst voorkomt,
tenzij anders vermeld op het service-
display.
Bij een zwaardere belasting, bijv. bij
taxi's en politievoertuigen, geldt
wellicht een korter onderhoudsinter‐
val.
De Europese service-intervallen
gelden voor de volgende landen:Andorra, België, Bosnië-Herzego‐
vina, Bulgarije, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk,
Griekenland, Groenland, Groot-Brit‐
tannië, Hongarije, Ierland, IJsland,
Italië, Kroatië, Letland, Liechtenstein, Litouwen, Luxemburg, Macedonië,
Malta, Monaco, Montenegro, Neder‐
land, Noorwegen, Oostenrijk, Polen,
Portugal, Roemenië, San Marino,
Servië, Slovenië, Slowakije, Spanje,
Tsjechische Republiek, Zweden,
Zwitserland.
Servicedisplay 3 87.
Internationale service-intervallen
Aan de auto moet om de 15.000 km
onderhoud gepleegd worden, of na
één jaar, wat het eerst voorkomt,
tenzij anders vermeld op het service-
display.
Er is sprake van zware bedrijfsom‐ standigheden als een of meer van de volgende situaties vaak voorkomt-/
en: Koude starts, vaak stoppen en
optrekken, rijden met een aanhanger,
rijden in de bergen, rijden op slechte
en rulle wegdekken, ernstige lucht‐
vervuiling, zand en veel stof in de
Page 246 of 277

244Service en onderhoudlucht, rijden op grote hoogtes en
aanzienlijke temperatuurwisselingen.
In deze zware omstandigheden
moeten bepaalde onderhoudswerk‐ zaamheden wellicht vaker dan met
het reguliere service-interval worden
verricht.
De internationale service-intervallen gelden voor de landen die niet tot de
groep behoren waarvoor de Euro‐
pese service-intervallen werden
opgesteld.
Servicedisplay 3 87.
Registraties Uitgevoerde service wordt geregi‐
streerd op de daarvoor bestemde
plaatsen in het Service- en garantie‐
boekje. De datum en afgelezen kilo‐
meterstand worden bevestigd met
stempel en handtekening van de
uitvoerende werkplaats.
Zorg ervoor dat het Service- en
garantieboekje correct wordt inge‐
vuld, omdat een sluitend bewijs van
service essentieel is bij aanspraken
op garantie of goodwill en tevens een
pluspunt is bij verkoop van de auto.Service-interval met resterende
levensduur van motorolie
De service-interval is gebaseerd op
diverse parameters afhankelijk van
het gebruik.
Het service-display meldt wanneer de motorolie moet worden ververst.
Servicedisplay 3 87.Aanbevolen
vloeistoffen,
smeermiddelen en onderdelen
Aanbevolen vloeistoffen en smeermiddelen
Gebruik uitsluitend producten die aan de aanbevolen specificaties voldoen.9 Waarschuwing
Bedrijfsvloeistoffen zijn gevaarlijk
en mogelijk giftig. Voorzichtig
hanteren. Informatie op de verpak‐ king in acht nemen.
Motorolie
Motorolie wordt ingedeeld op basis van de kwaliteit en de viscositeit. Bij
de keuze van motorolie is kwaliteit
belangrijker dan viscositeit. Door de
oliekwaliteit blijft o.a. de motor
schoon, is de slijtage minimaal en
veroudert de olie minder snel. De
Page 273 of 277

271Beveiliging van de auto................26
Binnenspiegels ............................. 30
Binnenverlichting ...............121, 211
Blindehoeksysteem ....................174
Bolle vorm .................................... 29
Boordgereedschap .....................216
Boordinformatie .........................104
Brandstof .................................... 182
Brandstofkeuzeschakelaar ..........87
Brandstofmeter ............................ 86
Brandstofverbruik - CO 2-uitstoot. 188
Brandstof voor benzinemotoren 182
Brandstof voor dieselmotoren ...183
Brandstof voor rijden op LPG .....183
Buitenspiegels .............................. 29
Buitentemperatuur .......................80
Buitenverlichting .........................115
C Car Pass ...................................... 21
Centrale vergrendeling ................22
Claxon ................................... 13, 78
Code ........................................... 104
Colour-Info-Display .....................102
Conformiteitsverklaring ...............262
Contactslotstanden ....................136
Controlelampen ......................85, 88
Controle over de auto ................136
Controles .................................... 196
Cruise control ...................... 97, 157D
Dagrijlicht ................................... 117
Dagteller ...................................... 85
Dak ............................................... 33
Dakbelasting ................................. 74
Dakdrager .................................... 73
Derde remlicht ........................... 210
Diefstalalarmsysteem ..................27
Dieselbrandstofsysteem ontluchten .............................. 202
Dimlicht of grootlicht ...................115
Draagsysteem achterzijde ............59
Driepuntsgordel ........................... 41
Driver Information Center .............98
E Eerste hulp ................................... 73
Elektrisch bediende ruiten ...........31
Elektrische aansluitingen .............83
Elektrische verstelling ..................29
Elektrisch systeem...................... 211
Elektronische rijprogramma's ...
........................................ 146, 151
Elektronische stabiliteitsregeling en Traction Control-systeem .....95
Elektronische stabiliteitsregeling (ESC) ...................................... 155
Elektronische stabiliteitsregeling UIT ...............95Elektronisch
klimaatregelsysteem ..............128
Erkenning van software ..............264
Event Data Recorders (EDR) .....268
F Fietsendrager ............................... 59
Flex-Fix-systeem .......................... 59
Frontaal airbagsysteem ...............46
Frontaanrijdingswaarschuwing ...161
G Geautomatiseerde versnellingsbak .......................148
Gebruik van deze handleiding .......3
Gedeponeerde handelsmerken ..267
Geluidssignalen .........................106
Gemakkelijk instappen .................38
Gereedschap ............................. 216
Gevaar, Waarschuwing en Voorzichtig ................................. 4
Gevarendriehoek .........................73
Gloeilamp vervangen ................203
Gordels ......................................... 40
Gordelverklikker ........................... 92
Gordijnairbagsysteem .................. 48
Graphic-Info-Display ...................103
Grootlicht ............................. 97, 116
Grootlichtassistentie .............97, 118
Page 274 of 277

272HHalogeenkoplampen .................203
Handbediende ruiten ...................31
Handgeschakelde modus ..........151
Handgeschakelde versnellingsbak ......................148
Handmatige dimfunctie ................30
Handmatige modus ...................146
Handrem ............................. 152, 153
Handschoenenkastje ...................57
Handzender ................................. 21
Hellingrem ................................. 153
Hoofdsteunen .............................. 35
Hoofdsteunverstelling ....................8
I
Inbouwposities kinderveilig‐ heidssystemen ......................... 52
Indicatie afstand tot voorligger ...163
Inductief opladen ..........................83
Info-Displays ................................. 98
Inhouden ................................... 259
Inklapbare spiegels .....................29
Inleiding ......................................... 3
Instapverlichting ......................... 123
Instrumentengroep ......................85
Instrumentenverlichting .............211
Interieurverlichting ......................121
ISOFIX- kinderveiligheidssystemen ........55K
Katalysator ................................. 143Kentekenverlichting ...................210
Keuzehendel ..................... 145, 149
Kilometerteller .............................. 85
Kindersloten ................................. 25
Kinderveiligheids-systemen ..........50
Klimaatregeling ............................ 15
Klimaatregelsystemen ................125
Klok .............................................. 81 Koelvloeistof .............................. 198
Koelvloeistof en antivries ............244
Koelvloeistoftemperatuurmeter ...87
Koplampinstelling in het buitenland .............................. 117
Koplampverstelling ....................117
L
Laadsysteem ............................... 93
Lane Departure Warning ......94, 181
Leeslampen ............................... 122
Lekke band ................................. 230
Lichtschakelaar .......................... 115
Lichtsignaal ................................ 116
Luchtinlaat ................................. 134
M
Meters........................................... 85
Mistachterlicht ...................... 97, 120 Mistlamp ...................................... 97
Mistlampen ................................ 207Mistlampen voor ........................120
Motorgegevens .......................... 252
Motor-ID...................................... 248
Motorkap .................................... 196
Motorolie .................... 197, 244, 249
Motoroliedruk ............................... 96
Motor starten ..................... 137, 149
Motorvermogen verminderd .........97
N Nieuwe auto inrijden ..................136
O Obstakeldetectiesystemen .........164
Olie, motor .......................... 244, 249
OnStar ........................................ 110
Ontlaadbeveiliging accu ............124
Opbergruimte................................ 57
Opbergruimten.............................. 57
Opbergruimte voor........................ 58
Opbergvakken .............................. 57
Opbergvak onder passagiersstoel 59
Opgeslagen instellingen ...............22
Overzicht instrumentenpaneel .....10
P Panne ......................................... 237
Parkeerhulp ............................... 164
Parkeerlichten ............................ 120
Parkeren .............................. 19, 141
Park pilot met ultrasoonsensoren 164
Page 275 of 277

273Partikelfilter................................. 142
Pedaal intrappen .......................... 94
Persoonlijke instellingen ............107
Pollenfilter .................................. 134
Portieren ....................................... 25
Portier open ................................. 98
Prestaties ................................... 254
Profieldiepte ............................... 223
R
Radiofrequentie-identificatie (RFID) ..................................... 269
Regelbare instrumentenverlichting ...........121
Registratie van voertuigdata en privacy ..................................... 268
Remassistentie .......................... 153
Rem- en koppelingssysteem .......94
Rem- en koppelingsvloeistof ......244
Remmen ............................ 152, 200
Remvloeistof .............................. 200
Reparatie ongevalschade ...........264
Reservewiel ............................... 233
Richtingaanwijzer ........................91
Richtingaanwijzers ..................... 119
Richtingaanwijzers vooraan ......207
Roetfilter ............................... 95, 142
Rugleuning neerklappen .............38
Ruiten ........................................... 30
Rijgedrag en aanhangertips ......189Rijregelsystemen ........................154
Rijverlichting .......................... 12, 97
S Schakelen ..................................... 94
Service ....................................... 134 Service-display ............................ 87
Service-indicatie ..........................93
Service-informatie ...................... 243
Sjorogen ...................................... 72
Sleutel, opgeslagen instellingen ...22
Sleutels ........................................ 20
Sleutels, sloten ............................. 20
Sneeuwkettingen .......................225
Snelheidsbegrenzer .............97, 159
Snelheidsmeter ............................ 85
Spiegelverstelling ..........................8
Sproeiervloeistof ........................200
Stadsmodus................................ 156
Startbeveiliging ......................28, 97
Starten en bedienen ...................136
Starthulp gebruiken ...................235
Stoelpositie .................................. 36
Stoelverstelling ........................7, 37
Stoelverwarming ........................... 40
Stop/Start-systeem .....................138
Storing ............................... 146, 152
Storingsindicatielamp ..................93
Stroomonderbreking ..................147
Stuurbedieningsknoppen .............77Stuurbekrachtiging........................ 94
Stuurwiel instellen .......................... 9
Stuurwielverstelling ...................... 77
Symbolen ....................................... 4
T
Tanken ....................................... 185
Te laag brandstofpeil ...................96
Toerenteller ................................. 86
Top-Tether-bevestigingsogen ......55
Traction Control .........................154
Traction Control-systeem UIT....... 95 Trekhaak .................................... 191
Trekken............................... 189, 237
Trekstang.................................... 189
Typeplaatje ................................ 248
U Uitlaatgassen ............................. 142
Uitrol-brandstofafsluiter .............138
Uitstapverlichting .......................123
Ultrasoonparkeerhulp ..................95
Uw autogegevens ..........................3
V Van banden- en velgmaat veranderen ............................. 224
Vaste luchtroosters ....................133
Veiligheidsgordel ...........................8
Veiligheidsgordels .......................40
Velgen en banden .....................217
Page 276 of 277

274Ventilatie..................................... 125
Ventilatieopeningen ....................133
Verbanddoos ............................... 73
Vergrendelingssysteem ...............26
Verkeersbordherkenning ......98, 177
Versnellingsbak ........................... 16
Versnellingsbakdisplay ......144, 149
Verstelbare luchtroosters ........... 133
Vertraagde uitschakeling stroom 137
Verwarmde spiegels ....................29
Verwarmd stuurwiel .....................77
Verwarming ................................. 40
Verwarmings- en ventilatiesysteem .................... 125
Verwerking van sloopauto .........196
Verzorging .................................. 239
Verzorging exterieur ..................239
Verzorging interieur ...................241
Vloerafdekking bagageruimte ......71
Voertuiggewicht .........................256
Voertuigidentificatienummer ......247
Voordat u wegrijdt ........................ 17
Voorligger gedetecteerd ...............97
Voorruit ......................................... 30
Voorruitverwarming ......................32
Voorstoelen .................................. 36
Voorverwarming .......................... 95W
Waarschuwingslichten ..................85
Werkzaamheden uitvoeren .......196
Wieldoppen ................................ 224
Wiel verwisselen ........................230
Winterbanden ............................ 217
Wis-/wasinstallatie .......................14
Wis-/wasinstallatie achterruit .......80
Wis-/wasinstallatie voorruit ..........78
Wisserblad vervangen ...............202
X Xenonkoplampen ......................206
Xenon verlichtingssysteem .........118
Z
Zekeringen ................................. 211 Zekeringenkast in motorruimte ..212
Zekeringenkast instrumentenpaneel ...............214
Zonnedak ..................................... 33 Zonnekleppen .............................. 32
Zijdelings airbagsysteem .............47
Zijmarkeringslichten.................... 115
Zijrichtingaanwijzers ..................209