sensor OPEL CROSSLAND X 2017.75 Gebruikershandleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: OPEL, Model Year: 2017.75, Model line: CROSSLAND X, Model: OPEL CROSSLAND X 2017.75Pages: 255, PDF Size: 7.49 MB
Page 171 of 255

Rijden en bediening169Controleer vóór het wegrijden
altijd de omgeving van de auto.
Weergegeven beelden zijn moge‐ lijk verder weg of dichterbij dan ze lijken. De weergegeven zone is
beperkt en obstakels dicht bij een
van de randen van de bumper of
onder de bumper worden niet op
het scherm weergegeven.
Systeembeperkingen
Voorzichtig
Voor een optimale werking van het systeem is het belangrijk om de
cameralens tussen de kenteken‐
plaatverlichting op de achterklep
schoon te houden. Spoel de lens met water af en veeg deze met
een zachte doek af.
Reinig de lens niet met een stoom- of hogedrukreiniger.
Het panoramazichtsysteem werkt
mogelijk niet goed wanneer:
● De omgeving donker is.
● De zon of de lichtbundel van koplampen rechtstreeks in decameralenzen valt.
● U 's nachts rijdt.
● Weeromstandigheden het zicht beperken, zoals bij mist, regen of
sneeuw.
● De cameralenzen bedekt zijn met
sneeuw, ijs, slijk, modder, vuil.
● De auto een aanhangwagen trekt.
● De auto een aanrijding heeft gehad.
● Sprake is van extreme tempera‐ tuurswisselingen.
Achteruitkijkcamera
De achteruitkijkcamera helpt de
bestuurder bij het achteruitrijden door middel van een weergave van het
gebied achter de auto.
Het camerabeeld verschijnt op het
Info-Display.9 Waarschuwing
De achteruitrijcamera kan nooit
het zicht van de bestuurder
vervangen. Let op: voorwerpen
die zich buiten het bereik van de
camera en de sensoren van de
parkeerhulp bevinden, bijv. onder
de bumper of onder de auto,
worden niet getoond.
Gebruik niet alleen de achteruit‐ kijkcamera om achteruit te rijden
of te parkeren.
Controleer vóór het wegrijden
altijd de omgeving van de auto.
Inschakelen
De achteruitkijkcamera wordt auto‐matisch ingeschakeld als de auto in de achteruitversnelling wordt gescha‐
keld.
Page 174 of 255

172Rijden en bedieningStoring
Bij een storing verschijnt F op
het instrumentenpaneel in combinatie met een displaybericht. Neem contact
op met een dealer of een erkende
werkplaats voor een controle van het
systeem.
Het Lane Departure Warning-
systeem werkt mogelijk niet goed
wanneer:
● De voorruit niet schoon is.
● De omgevingsomstandigheden ongunstig zijn, zoals harde
regen, sneeuw, direct zonlicht of
schaduwen.
Het systeem kan niet werken als geen rijbaanmarkering wordt gedetec‐teerd.
Systeembeperkingen
Het systeem werkt mogelijk niet goed wanneer:
● De rijsnelheid is lager dan 60 km/u.
● Rijden op bochtige of heuvelach‐
tige wegen.
● U 's nachts rijdt.● Weeromstandigheden het zicht beperken, zoals bij mist, regen of
sneeuw.
● De sensor in de voorruit is bedekt
met sneeuw, ijs, slijk, modder,
vuil, schade aan de voorruit of
werkt slechter door vreemde
voorwerpen, bijv. stickers.
● De zon valt rechtstreeks in de cameralens.
● Voorliggers vlakbij.
● Overhellende wegen.
● Bermen.
● Wegen met slechte wegmarke‐ ringen.
● Plotselinge veranderingen in de lichtsterkte.
Vermoeidheidsdetectie Driver Alert houdt bij rijsnelheden
hoger dan 65 km/u de rijtijd bij.
Het wordt geadviseerd om bij de
eerste tekenen van vermoeidheid of
minstens eenmaal in de twee uur een
pauze in te lassen.
Het systeem omvat een rijtijdwaar‐
schuwing.Rijtijdwaarschuwing
U krijgt het waarschuwingssymboolˇ op het Driver Information Center te
zien in combinatie met een akoes‐
tisch signaal, als u twee uur lang non-
stop op een snelheid hoger dan 65
km/u hebt gereden. De waarschu‐
wing wordt ieder uur herhaald totdat
de auto stilstaat, ongeacht hoe de
rijsnelheid zich verder ontwikkelt.
De tellerfunctie voor de rijtijdwaar‐
schuwing wordt gereset, wanneer het
contact enkele minuten uitgestaan
heeft.
Deactiveren of activeren
Het systeem is te deactiveren of acti‐ veren in het menu Persoonlijke instel‐
lingen 3 102.
De vermoeidheidsdetectie wordt
gereset, wanneer het contact enkele
minuten uitgestaan heeft.
Page 201 of 255

Verzorging van de auto199Nr.Stroomkring11Motormanagement12Motorkoeling13Carrosserieregelmodule14Intelligente accusensor15–16Mistlamp17–18Groot licht rechts19Groot licht links20Motorregeling brandstofpomp21Startmotor22–23Startmotor24Trekhaak25Zekeringendoos onder het
instrumentenpaneel26Transmissieregelmodule27Carrosserieregelmodule28MotorregelmoduleNr.Stroomkring29Ruitenwisser voor30Carrosserieregelmodule
Klik na het vervangen van doorge‐
brande zekeringen het deksel van de
zekeringenkast weer vast.
Wanneer u het deksel van het zeke‐
ringenkastje niet goed sluit, kan een
storing optreden.
Zekeringenkastinstrumentenpaneel
Zekeringhouder aan de linkerkantvan het instrumentenpaneel
Bij auto's met het stuurwiel links zit de
zekeringhouder achter een afdekking in het instrumentenpaneel. Klik de
afdekking aan de zijkant los en verwij‐
der deze.Nr.Stroomkring1Binnenspiegel / Uitlaatsysteem /
Elektrische stuurbekrachtiging /
Koppelingssensor / LPG /
Verstelling buitenspiegels /
Inductief opladen2–3Trekhaak4Claxon
Page 202 of 255

200Verzorging van de autoNr.Stroomkring5Voorruitsproeierpomp voor/
achter6Voorruitsproeierpomp voor/
achter7Verwarmd stuurwiel8Achterruitenwisser9–10Centrale vergrendeling11Centrale vergrendeling12Instrumentengroep13Klimaatregelsysteem / USB14OnStar15Instrumentengroep / Klimaatre‐
gelsysteem16Rem / Startmotor / Vertraagde
uitschakeling stroom17Instrumentengroep18Geavanceerde parkeerhulp19Module kolom boven / Regelmo‐ dule aanhanger20–Nr.Stroomkring21Diefstalalarmsysteem / Start‐
knop22Regensensor / Camera23Portiermodule24Geavanceerde parkeerhulp /
Camera / Infotainment25Airbag26Module kolom boven27Diefstalalarmsysteem28–29Infotainment30–31Infotainment32Aansluiting voorin33–34Verwarmde buitenspiegels /
PortiermoduleNr.Stroomkring35Instrumentengroep / Lichtscha‐
kelaar / Geavanceerde parkeer‐
hulp / Regelmodule transmissie36Instapverlichting / Verlichting
zonneklep / Verlichting hand‐
schoenenkastje
Zekeringhouder aan de
rechterkant van het
instrumentenpaneel
Bij auto's met het stuurwiel links zit de
zekeringhouder achter een afdekking in het handschoenenkastje. Open hethandschoenenkastje en verwijder het deksel. Verwijder de steun.
Page 253 of 255

251Regensensor................................ 94
Registreren van autogegevens en privacy ................................ 245
Remassistentie .......................... 150
Rem- en koppelingssysteem .......91
Rem- en koppelingsvloeistof ......222
Remmen ............................ 148, 186
Remvloeistof .............................. 186
Reparatie ongevalsschade .........240
Reservewiel ............................... 212
Richtingaanwijzer ........................89
Richtingaanwijzers ..................... 114
Roetfilter ............................... 92, 140
Ruiten ........................................... 37
Rijgedrag en aanhangertips ......176
Rijverlichting .......................... 12, 93
S Schakelen ..................................... 91
Schakel motor uit ..........................90
Selectieve katalysatorreductie ....141
Service ............................... 130, 221
Service-display ............................ 87
Service-indicatie .......................... 90
Service-informatie ...................... 221
Sjorogen ...................................... 70
Sleutels ........................................ 21
Sleutels, sloten ............................. 21
Sneeuwkettingen .......................206
Snelheidsbegrenzer .............94, 154Snelheidsmeter ............................ 85
Software-update .........................243
Spanningsverliesdetectie .............93
Spanningsverliesdetectiesys‐ teem ....................................... 204
Spiegelverstelling ..........................9
Sproeiervloeistof ........................186
Startbeveiliging ............................ 34
Starten en bedienen ...................132
Starthulp gebruiken ...................214
Stoelpositie .................................. 43
Stoelverstelling ........................7, 44
Stoelverwarming ........................... 46
Stop/Start-systeem .....................136
Storing ....................................... 146
Storingsindicatielamp ..................90
Stroomonderbreking ..................147
Stroomspaarmodus ....................134
Sturen ......................................... 132
Stuurbedieningsknoppen .............75
Stuurwiel instellen .......................... 9
Stuurwielverstelling ...................... 75
Stuurwielverwarming ...................75
Symbolen ....................................... 4 Systeemcontrole ........................... 90
T
Tanken ....................................... 174 Te laag brandstofpeil ...................93
Toerenteller ................................. 86Trechter...................................... 174
Trekhaak .................................... 177
Trekken............................... 176, 215
Trekstang.................................... 176
Typeplaatje ................................ 225
U
Uitlaatgassen ............................. 140
Uitrol-brandstofafsluiter .............136
Uitstapverlichting .......................117
Ultrasoonparkeerhulp .................156
Uw autogegevens ..........................3
V Valetmodus................................... 97
Van banden- en velgmaat veranderen ............................. 206
Vaste luchtroosters ....................129
Veiligheidsgordel ...........................8
Veiligheidsgordels .......................48
Velgen en banden .....................202
Ventilatie ..................................... 119
Verbanddoos ............................... 70
Vergrendelingssysteem ...............32
Verkeersbordherkenning ..............94
Verlichting middenconsole ........117
Verlichtingsfuncties..................... 117
Verlichting zonneklep ................117
Vermoeidheidsdetectie ...............172
Versnellingsbak ........................... 16
Versnellingsbakdisplay ..............144