sensor OPEL CROSSLAND X 2018 Gebruikershandleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: OPEL, Model Year: 2018, Model line: CROSSLAND X, Model: OPEL CROSSLAND X 2018Pages: 263, PDF Size: 7.69 MB
Page 174 of 263

172Rijden en bedieningof zelfs een kruising als een parkeer‐plek herkennen. Na het inschakelen
van de achteruitversnelling begint
het systeem met inparkeren. Kijk
goed of de voorgestelde parkeerplek inderdaad beschikbaar is.
Het systeem detecteert geen onre‐
gelmatigheden in het wegdek, bijv.
op bouwterreinen. De bestuurder
neemt de verantwoordelijkheid op
zich.
Blindehoeksysteem
Het dodehoeksysteem detecteert en
meldt objecten die zich, binnen een
specifieke dodehoekzone, aan
weerszijden van de auto bevinden.
Het systeem geeft een visueel alarm
visueel in elke buitenspiegel bij het
detecteren die in de binnen- en
buitenspiegels wellicht niet zichtbaar zijn.
Het dodehoeksysteem maakt gebruik van sommige sensoren van de
geavanceerde parkeerhulp in de
voor- en achterbumper aan beide
zijden van de auto.9 Waarschuwing
Het blinde-hoeksysteem vervangt
het zicht van de bestuurder niet.
Het systeem detecteert geen:
● auto's die zich buiten de blinde hoeken bevinden, en die moge‐
lijk snel naderen
● voetgangers, fietsers of dieren Controleer voordat u van rijstrook
verandert altijd alle spiegels, kijk
over uw schouder en gebruik de
richtingaanwijzer.
Inschakelen
7'' Colour-Info-Display: selecteer
Dodehoekbewaking op de startpa‐
gina van het aanraakscherm. Het
systeem is te activeren door W te bekij‐
ken.
8'' Colour-Info-Display: druk op Í.
Kies Rijfuncties op het aanraak‐
scherm en kies vervolgens
Dodehoekdetectie . Het systeem is te
activeren door on te bekijken.
B brandt continu groen op de instru‐
mentengroep om aan te geven dat
het systeem geactiveerd is.
Werking
Wanneer het systeem tijdens het
vooruitrijden een voertuig in een dode hoek detecteert, gaat een rond ledje
op de desbetreffende buitenspiegel
branden.
Het ledje gaat bij detectie van het
voertuig onmiddellijk branden.
Wanneer u zelf langzaam inhaalt,
gaat het ledje met vertraging bran‐
den.
Page 175 of 263

Rijden en bediening173GebruiksvoorwaardenVoor een juiste werking moet aan de
volgende voorwaarden zijn voldaan:
● Alle voertuigen rijden in dezelfde richting en in aangrenzende rijst‐
roken.
● Uw auto heeft een rijsnelheid tussen 12 en 140 km/u.
● U haalt in met een relatief snel‐ heidsverschil kleiner dan
10 km/u.
● U wordt ingehaald door een ander voertuig met een relatief
snelheidsverschil kleinder dan 25 km/u.
● De verkeersstroom is normaal.
● U rijdt op een weggedeelte met geen of weinig bochten.
● Er hangt geen aanhangwagen achter de auto.
Er wordt niet gewaarschuwd in de
volgende situaties:
● Als obstakels niet bewegen (zoals bij geparkeerde voertui‐
gen, verkeersdrempels, straat‐
verlichting, verkeersborden...).● Bij voertuigen die in tegenge‐ stelde richting rijden.
● Op slingerende wegen of in scherpe bochten.
● U haalt een zeer lang voertuig (vrachtwagen, bus...) in of wordt
erdoor ingehaald en dit voertuig
wordt niet alleen opgemerkt door de dodehoekdetectie, maar is
tevens zichtbaar in het gebied
voor de auto.
● In zeer druk verkeerd: gedetec‐ teerde voertuigen voor en achter
uw auto worden ten onrechte
geïnterpreteerd als een vracht‐
wagen of een stilstaand obstakel.
● Wanneer u op te hoge snelheid inhaalt.
Uitschakelen
Het systeem is te deactiveren in het
menu Persoonlijke instellingen
3 104. Op de instrumentengroep
dooft B. Ook klinkt er een akoestisch
signaal
De stand van het systeem wordt bij
uitschakeling van het contact opge‐
slagen.Het systeem wordt automatisch
gedeactiveerd bij aansluiting van een aanhanger op het elektrische
systeem van de auto.
Storing
Bij een storing knippert B even op het
instrumentenpaneel in combinatie met F en een displaybericht.
Neem contact op met een dealer of
een erkende werkplaats voor een
controle van het systeem.
Panoramazichtsysteem Met dit systeem ziet u de omgevingvan de auto op het Info-Display als
een afbeelding van bijna 180°, als het
ware van boven af.
Het systeem gebruikt: ● camera achter, in de achterklep
● ultrasone parkeersensoren in de achterbumper
Het scherm op het Info-Display is
verdeeld in twee delen: rechts ziet u
het bovenaanzicht van de auto en
Page 176 of 263

174Rijden en bedieninglinks het achteraanzicht. De parkeer‐
sensoren vormen een aanvulling op
het panoramische bovenaanzicht van
de auto.
Inschakelen
Het panoramazichtsysteem wordt
geactiveerd door:
● achteruitversnelling inschakelen● snelheden tot 10 km/u
Werking
Links op het display kunt u de
verschillende weergaven kiezen. U kunt het type weergave tijdens een
manoeuvre altijd wijzigen door het
aanraakveld links onder op het
display aan te raken:
● Zicht naar achteren
● Auto-modus
● Ingezoomde weergave
● 180°-weergave
Bij het kiezen van een bepaalde
weergave wordt het display onmid‐
dellijk bijgewerkt.
Auto-modus is standaard geacti‐
veerd. In deze modus kiest het
systeem op basis van de informatie
van de parkeersensoren de beste
weergave, de standaardweergave of
ingezoomde weergave.
De stand van het systeem blijft bij
uitschakeling van het contact niet in
het geheugen staan.Zicht naar achteren
Het gebied achter de auto wordt
weergegeven op het scherm. De verticale lijnen geven de breedte vande auto aan met de spiegels uitge‐
klapt. De lijnen buigen met het stuur‐
wiel mee.
De eerste horizontale lijn ligt op een
afstand van zo'n 30 cm van de rand
van de achterbumper. De bovenste
twee horizontale lijnen liggen op ca.
één en respectievelijk twee meter van
de rand van de achterbumper.
Deze weergave is beschikbaar in de
AUTO-modus of in het menu voor
Weergavekeuze.
Page 177 of 263

Rijden en bediening175Auto-modus
Deze modus is standaard geacti‐
veerd. Als de auto tijdens een
parkeermanoeuvre een obstakel
nadert, wordt op basis van informatie
van de parkeersensoren in de achter‐
bumper automatisch overgeschakeld
tussen een zicht naar achteren en
een bovenaanzicht.
Ingezoomde weergave
De camera registreert de omgeving
van de auto tijdens het parkeren om
een bovenaanzicht van de achter‐
zijde van de auto en het omringende
gebied te creëren, zodat u de auto
langs obstakels kunt manoeuvreren.
Deze weergave is beschikbaar in de
AUTO-modus of in het menu voor
Weergavekeuze.
180°-weergave
De 180°-weergave maakt het uitpar‐
keren gemakkelijker, omdat u nade‐
rende voertuigen, voetgangers en
fietsers kunt zien. Het wordt afgera‐
den deze weergave te hanteren voor
een complete parkeermanoeuvre. De
weergave bestaat uit drie gebieden:
link 1, midden 2 en rechts 3. De weer‐ gave is alleen te kiezen in het menu
voor weergavekeuze.
Uitschakelen
Het panoramazichtsysteem wordt
gedeactiveerd wanneer:
● u sneller rijdt dan 10 km/u
● zeven seconden na uitschakelen
van de achteruitversnelling
● u het pictogram q in de linker
bovenhoek van het aanraak‐ scherm aanraakt
● u de achterklep opent
Algemene informatie9 Waarschuwing
Het panoramazichtsysteem kan
nooit het zicht van de bestuurder
vervangen. Het brengt geen
kinderen, voetgangers, fietsers,
kruisend verkeer, dieren of even‐
tuele andere obstakels buiten het
zicht van de camera, zoals onder
de bumper of onder de auto, in
beeld.
Gebruik niet alleen het panorama‐
zichtsysteem om te rijden of te
parkeren.
Page 178 of 263

176Rijden en bedieningControleer vóór het wegrijden
altijd de omgeving van de auto.
Weergegeven beelden zijn moge‐
lijk verder weg of dichterbij dan ze lijken. De weergegeven zone is
beperkt en obstakels dicht bij een
van de randen van de bumper of
onder de bumper worden niet op
het scherm weergegeven.
Systeembeperkingen
Voorzichtig
Voor een optimale werking van het systeem is het belangrijk om de
cameralens tussen de kenteken‐
plaatverlichting op de achterklep
schoon te houden. Spoel de lens met water af en veeg deze met
een zachte doek af.
Reinig de lens niet met een stoom- of hogedrukreiniger.
Het panoramazichtsysteem werkt
mogelijk niet goed wanneer:
● De omgeving donker is.
● De zon of de lichtbundel van koplampen rechtstreeks in decameralenzen valt.
● U 's nachts rijdt.
● Weeromstandigheden het zicht beperken, zoals bij mist, regen of
sneeuw.
● De cameralenzen bedekt zijn met
sneeuw, ijs, slijk, modder, vuil.
● De auto een aanhangwagen trekt.
● De auto een aanrijding heeft gehad.
● Sprake is van extreme tempera‐ tuurswisselingen.
Achteruitkijkcamera
De achteruitkijkcamera helpt de
bestuurder bij het achteruitrijden door middel van een weergave van het
gebied achter de auto.
Het camerabeeld verschijnt op het
Info-Display.9 Waarschuwing
De achteruitrijcamera kan nooit
het zicht van de bestuurder
vervangen. Let op: voorwerpen
die zich buiten het bereik van de
camera en de sensoren van de
parkeerhulp bevinden, bijv. onder
de bumper of onder de auto,
worden niet getoond.
Gebruik niet alleen de achteruit‐ kijkcamera om achteruit te rijden
of te parkeren.
Controleer vóór het wegrijden
altijd de omgeving van de auto.
Inschakelen
De achteruitkijkcamera wordt auto‐matisch ingeschakeld als de auto in de achteruitversnelling wordt gescha‐
keld.
Page 181 of 263

Rijden en bediening179Storing
Bij een storing verschijnt F op
het instrumentenpaneel in combinatie met een displaybericht. Neem contact op met een dealer of een erkende
werkplaats voor een controle van het
systeem.
Het Lane Departure Warning-
systeem werkt mogelijk niet goed
wanneer:
● De voorruit niet schoon is.
● De omgevingsomstandigheden ongunstig zijn, zoals harde
regen, sneeuw, direct zonlicht of
schaduwen.
Het systeem kan niet werken als geen
rijbaanmarkering wordt gedetec‐
teerd.
Systeembeperkingen
Het systeem werkt mogelijk niet goed wanneer:
● De rijsnelheid is lager dan 60 km/u.
● Rijden op bochtige of heuvelach‐
tige wegen.
● U 's nachts rijdt.● Weeromstandigheden het zicht beperken, zoals bij mist, regen of
sneeuw.
● De sensor in de voorruit is bedekt
met sneeuw, ijs, slijk, modder,
vuil, schade aan de voorruit of
werkt slechter door vreemde
voorwerpen, bijv. stickers.
● De zon valt rechtstreeks in de cameralens.
● Voorliggers vlakbij.
● Overhellende wegen.
● Bermen.
● Wegen met slechte wegmarke‐ ringen.
● Plotselinge veranderingen in de lichtsterkte.
Vermoeidheidsdetectie Het vermoeidheidsdetectiesysteem
bewaakt de rijtijd en de alertheid van
de bestuurder. Het systeem bewaakt
de alertheid van de bestuurder door
de trajectvariaties van de auto te
vergelijken met de rijstrookmarkerin‐
gen.Het systeem omvat een rijtijdwaar‐
schuwing in combinatie met vermoei‐
dheidsdetectie.9 Waarschuwing
Het systeem kan niet de noodzaak
van waakzaamheid van de
bestuurder vervangen. We advi‐
seren u bij eventuele vermoeid‐
heid of ten minste om de twee uur even te pauzeren. Ga niet rijden
als u vermoeid bent.
Activeren of deactiveren
Het systeem is te activeren of deacti‐ veren in de Persoonlijke instellingen
3 104
De stand van het systeem blijft bij
uitschakeling van het contact in het geheugen staan.
Rijtijdwaarschuwing
U krijgt het waarschuwingssymbool
€ op het Driver Information Center te
zien in combinatie met een akoes‐
tisch signaal, als u twee uur lang non-
stop op een snelheid hoger dan
65 km/u hebt gereden. De
Page 209 of 263

Verzorging van de auto207Nr.Stroomkring11Motormanagement12Motorkoeling13Carrosserieregelmodule14Intelligente accusensor15–16Mistlamp17–18Groot licht rechts19Groot licht links20Motorregeling brandstofpomp21Startmotor22–23Startmotor24Trekhaak25Zekeringendoos onder het
instrumentenpaneel26Transmissieregelmodule27Carrosserieregelmodule28MotorregelmoduleNr.Stroomkring29Ruitenwisser voor30Carrosserieregelmodule
Klik na het vervangen van doorge‐
brande zekeringen het deksel van de
zekeringenkast weer vast.
Wanneer u het deksel van het zeke‐
ringenkastje niet goed sluit, kan een
storing optreden.
Zekeringenkast
instrumentenpaneel
Zekeringhouder aan de
linkerzijde van het
instrumentenpaneel
Bij auto's met het stuurwiel links zit de
zekeringhouder achter een afdekking in het instrumentenpaneel. Klik de
afdekking aan de zijkant los en verwij‐
der deze.
Page 210 of 263

208Verzorging van de autoNr.Stroomkring1Binnenspiegel / Uitlaatsysteem /
Elektrische stuurbekrachtiging /
Koppelingssensor / LPG /
Verstelling buitenspiegels /
Inductief opladen2–3Trekhaak4Claxon5Ruitensproeierpomp voor/
achter6Ruitensproeierpomp voor/
achterNr.Stroomkring7Stuurwielverwarming8Achterruitwisser9–10Centrale vergrendeling11Centrale vergrendeling12Instrumentengroep13Klimaatregelsysteem / USB14OnStar15Instrumentengroep / Klimaatre‐
gelsysteem16Rem / Startmotor / Vertraagde
uitschakeling stroom17Instrumentengroep18Geavanceerde parkeerhulp19Stuurkolommodule / Regelmo‐
dule aanhanger20–21Diefstalalarmsysteem / Start‐ knop22Regensensor / Camera23PortiermoduleNr.Stroomkring24Geavanceerde parkeerhulp /
Camera / Infotainment25Airbag26Stuurkolommodule27Diefstalalarmsysteem28–29Infotainment30–31Infotainment32Elektrische aansluiting voorin33–34Buitenspiegelverwarming /
Portiermodule35Instrumentengroep / Lichtscha‐
kelaar / Geavanceerde parkeer‐
hulp / Regelmodule transmissie36Instapverlichting / Verlichting
zonneklep / Verlichting hand‐
schoenenkastje
Page 260 of 263

258Handmatige dimfunctie ................36
Handmatige modus ...................147
Handrem ............................. 150, 151
Handschoenenkastje ...................64
Handzender ................................. 22
Head-updisplay........................... 101
Hellingrem ................................. 151
Hoofdsteunen .............................. 42
Hoofdsteunverstelling ....................8
Hulpverwarming.......................... 130
I
Inbouwposities kinderveilig‐ heidssystemen ......................... 60
Inductief opladen ..........................80
Info-Display................................... 99
Inhouden ................................... 243
Inklapbare spiegels .....................35
Inleiding ......................................... 3
Instapverlichting ......................... 119
Instrumentengroep ......................82
Instrumentenverlichting .............205
Interieurverlichting ..............118, 205
K Katalysator ................................. 143
Kentekenverlichting ...................205
Keuzehendel ............................. 146
Kilometerteller .............................. 86
Kindersloten ................................. 29
Kinderveiligheidssystemen ...........57Klimaatregeling ............................ 15
Klimaatregelsystemen ................121
Klok............................................... 79
Koelvloeistof .............................. 193
Koelvloeistof en antivries ............231
Koelvloeistoftemperatuur .............93
Koelvloeistoftemperatuurmeter ...88
Koplampverstelling ....................114
L Laadsysteem ............................... 91
Lane Departure Warning ......93, 178
Led-koplampen ........................... 199
Leeslampen ............................... 118
Lekke band ................................. 218
Lichtschakelaar .......................... 112
Lichtsignaal ................................ 113
LPG ...................................... 87, 182
Luchtinlaat ................................. 132
Luchtroosters .............................. 130
M Meters........................................... 86
Mistachterlicht ...................... 95, 117
Mistlamp ...................................... 95
Mistlampen ................................ 199
Mistlampen voor ........................116
Motorgegevens .......................... 238
Motor-ID...................................... 234
Motorkap .................................... 191
Motorolie .................... 192, 231, 235Motoroliedruk ............................... 94
Motor starten ............................. 137
N Nieuwe auto inrijden ..................134
O Olie, motor .......................... 231, 235
OnStar ........................................ 107
Ontlaadbeveiliging accu ............120
Opbergruimte................................ 64
Opbergvakken .............................. 64
Opbergvak middenconsole ..........65
Overzicht instrumentenpaneel .....10
P Panoramadak .............................. 40
Panoramazichtsysteem ..............173
Parkeerhulp ............................... 163
Parkeerlichten ............................ 117
Parkeren .............................. 19, 141
Partikelfilter ................................. 142
Pech ........................................... 224
Peilsensor motorolie .....................89
Persoonlijke instellingen ............104
Portieren ....................................... 31
Portier open ................................. 96
Prestaties ................................... 240
Profieldiepte ............................... 213
Page 261 of 263

259QQuickheat ................................... 130
R
Radiofrequentie-identificatie (RFID) ..................................... 255
REACH ....................................... 249
Regelbare instrumentenverlichting ...........118
Regensensor ................................ 95
Registreren van autogegevens en privacy ................................ 254
Remassistentie .......................... 151
Rem- en koppelingssysteem .......92
Rem- en koppelingsvloeistof ......231
Remmen ............................ 150, 194
Remvloeistof .............................. 194
Reparatie ongevalsschade .........249
Reservewiel ............................... 221
Richtingaanwijzer ........................90
Richtingaanwijzers ..................... 116
Roetfilter ............................... 94, 142
Ruiten ........................................... 37
Rijgedrag en aanhangertips ......185
Rijverlichting .......................... 12, 95
S
Schakelen ..................................... 93
Schakel motor uit ..........................92
Selectieve katalysatorreductie ....143
Service ............................... 132, 229Service-display ............................ 89
Service-indicatie .......................... 92
Service-informatie ...................... 229
Sjorogen ...................................... 70
Slepen ........................................ 224
Sleutels ........................................ 21
Sleutels, sloten ............................. 21
Sneeuwkettingen .......................215
Snelheidsbegrenzer .............96, 156
Snelheidsmeter ............................ 86
Software-update .........................253
Spanningsverliesdetectie .............94
Spanningsverliesdetectiesys‐ teem ....................................... 212
Spiegelverstelling ..........................9
Sproeiervloeistof ........................194
Startbeveiliging ............................ 34
Starten en bedienen ...................134
Starthulp gebruiken ...................222
Stoelpositie .................................. 43
Stoelverstelling ........................7, 44
Stoelverwarming ........................... 46
Stop/Start-systeem .....................139
Storing ....................................... 148
Storingsindicatielamp ..................92
Stroomonderbreking ..................148
Stroomspaarmodus ....................136
Sturen ......................................... 134
Stuurbedieningsknoppen .............75
Stuurwiel instellen .......................... 9Stuurwielverstelling ...................... 75
Stuurwielverwarming ...................75
Symbolen ....................................... 4 Systeemcontrole ........................... 92
T
Tanken ....................................... 183
Te laag brandstofpeil ...................95
Toerenteller ................................. 86
Trekhaak .................................... 186
Trekken....................................... 184
Trekstang.................................... 184
Typeplaatje ................................ 233
U Uitlaatgassen ............................. 142
Uitrol-brandstofafsluiter .............138
Uitstapverlichting .......................119
Ultrasoonparkeerhulp .................163
Uw autogegevens ..........................3
V Valetmodus................................... 99Van banden- en velgmaat veranderen ............................. 214
Vaste luchtroosters ....................131
Veiligheidsgordel ...........................8
Veiligheidsgordels .......................48
Velgen en banden .....................210
Ventilatie ..................................... 121
Verbanddoos ............................... 70