display OPEL INSIGNIA 2017 Gebruikershandleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: OPEL, Model Year: 2017, Model line: INSIGNIA, Model: OPEL INSIGNIA 2017Pages: 339, PDF Size: 9.24 MB
Page 117 of 339

Instrumenten en bedieningsorganen115Eventueel verschijnt er boord- en
onderhoudsinformatie op het Driver Information Center. Bevestig berich‐
ten door op SET/CLR te drukken.
Boordinformatie 3 123.
Midlevel- en Uplevel-display
Menupagina's verschijnen door op p
op het stuurwiel te drukken. Druk op Q of P om een menu te selecteren,
druk op 9 om te bevestigen. Selec‐
teerbare menupagina's zijn:
● Info
● Prestaties
● Audio
●Telefoon
● Navigatie
● Instell.
Sommige weergegeven functies
verschillen onderweg ten opzichte
van stilstand van de auto. Sommige
functies zijn alleen onderweg
beschikbaar.
Instrumentengroep Uplevel kan
worden weergegeven als Sportmo‐
dus of Tourmodus. Zie hieronder:
Menu Instellingen, displayonderwer‐
pen.
Persoonlijke instellingen 3 125.
Opgeslagen instellingen 3 23.
Menu's en functies selecteren
De menu's en functies kunnen
worden geselecteerd met de knoppen
rechts op het stuurwiel.
Druk op p om de hoofdmenupagina te
openen.
Selecteer een hoofdmenupagina met Q of P.
Bevestig een hoofdmenupagina met
9 .
Druk na het selecteren van een
hoofdmenupagina op Q of P om
subpagina's te selecteren.
Druk op q om de volgende map van
de geselecteerde subpagina te
openen.
Druk op Q of P om functies te selec‐
teren of zo nodig een numerieke
waarde in te stellen.
Page 118 of 339

116Instrumenten en bedieningsorganenDruk op 9 om een functie te selecte‐
ren en te bevestigen.
Als het Driver Information Center de
bestuurder verzoekt een functie of
bericht te bevestigen door op H
(Selecteren) te drukken, bevestig dan door op 9 te drukken.
Na het selecteren van een hoofdme‐
nupagina blijft deze selectie opgesla‐ gen totdat er een andere hoofdmenu‐ pagina wordt geselecteerd. Dit houdt
in dat u na het selecteren van de
pagina 'Menu Info' kunt veranderen
van subpagina door gewoon op P of
Q te drukken.
Eventueel verschijnt er boord- en onderhoudsinformatie op het DriverInformation Center. Bevestig berich‐
ten door op 9 te drukken. Boordin‐
formatie 3 123.
Menu Info De onderstaande lijst bevat alle
mogelijke pagina's van het menu Info. Sommige zijn voor uw specifieke auto
wellicht niet beschikbaar. Afhankelijk
van het display zijn sommige functies weergegeven als symbool.Draai aan het stelwiel of druk op Q of
P om een pagina te selecteren:
● dagteller 1/A gemiddeld brandstofverbruik
gemiddelde snelheid
● dagteller 2/B gemiddeld brandstofverbruik
gemiddelde snelheid
● digitale snelheid
● actieradius brandstof
● actieradius brandstof LPG
● actueel brandstofverbruik
● resterende levensduur olie
● bandenspanning
● brandstofpeil LPG-brandstofpeil
● timer
● verkeersbordherkenning ● afstand tot voorligger
● batterijspanning
● Grootste verbruikers
● Zuinigheidstrend● Eco-index
● lege pagina
Op het Baselevel-display worden de
pagina's "Resterende levensduur
olie", "Bandenspanning", "Verkeers‐
bordherkenning" en "Indicatie afstand
tot voorligger" weergegeven in het
menu Instellingen X . Selecteer dit
door op MENU te drukken.
Op het Baselevel-display verschijnen de pagina's "Grootste verbruikers",
"Zuinigheidstrend" en "Eco-index" in
het menu Eco s . Selecteer dit
door op MENU te drukken.
Dagteller 1/A en 2/B
De dagteller geeft de huidige afstand
vanaf een bepaalde reset weer.
Dagteller telt op tot een afstand van
2000 km en begint dan weer bij 0.
Zet deze op het Baselevel-display
terug door gedurende enkele secon‐
den op SET/CLR te drukken, op het
Midlevel- en Uplevel-display door op
> te drukken en met 9 te bevestigen.
Page 119 of 339

Instrumenten en bedieningsorganen117De informatie op de dagtellerpagina
1/A en 2/B kan apart worden terug‐ gezet voor dagteller, gemiddeld
verbruik en gemiddelde snelheid
terwijl het betreffende display actief
is.
Gemiddeld brandstofverbruik
Weergave van het gemiddelde
verbruik. De meting kan altijd
opnieuw worden ingesteld en start
met een standaardwaarde.
Zet deze op het Baselevel-display
terug door gedurende enkele secon‐ den op SET/CLR te drukken, op het
Midlevel- en Uplevel-display door op > te drukken en met 9 te bevestigen.
Bij auto's op LPG wordt het gemid‐
delde verbruik aangegeven voor de
momenteel geselecteerde modus,
LPG of benzine.
Gemiddelde snelheid
Weergave van de gemiddelde snel‐
heid. De meting kan op elk moment opnieuw worden gestart.Zet deze op het Baselevel-display
terug door gedurende enkele secon‐
den op SET/CLR te drukken, op het
Midlevel- en Uplevel-display door op
> te drukken en met 9 te bevestigen.
Digitale snelheid
Digitale weergave van de huidige
snelheid.
Actieradius brandstof
De actieradius wordt op basis van het aanwezige tankpeil en het momen‐
tane verbruik berekend. Op het
display verschijnen gemiddelde
waarden.
Na het tanken wordt de nieuwe actie‐
radius na korte tijd automatisch bijge‐ werkt.
Wanneer het brandstofpeil in de tank
laag is, verschijnt er een bericht op
het display en controlelamp i of Y
op de brandstofmeter gaat branden.
Wanneer er onmiddellijk moet
worden bijgetankt, verschijnt er een
waarschuwingsbericht dat op het
display blijft staan. Daarbij gaat
controlelampje i of Y op de brand‐
stofmeter knipperen 3 112.Actieradius brandstof LPG-versie
Weergeven van de actieradius brand‐
stof bij benadering met de resterende
brandstof in elke betreffende brand‐
stoftank met benzine en LPG, samen met de totale actieradius van beide
brandstofsoorten samen. Schakel
tussen de modi door op SET/CLR of
9 te drukken.
Benzinebrandstofpeil/LPG- brandstofpeil
Weergave van het brandstofpeil voor
de brandstofsoort die momenteel niet
wordt gebruikt, bijv. in de benzinemo‐
dus wordt het brandstofpeil voor LPG weergegeven. Een specifieke meter
op de groep van het Driver Informa‐
tion Center geeft het brandstofpeil
weer voor de brandstof die momen‐
teel wordt gebruikt.
Actueel brandstofverbruik
Weergave van het actuele verbruik.
Bij auto's op LPG wordt het actuele
verbruik aangegeven voor de
momenteel geselecteerde modus,
LPG of benzine.
Page 120 of 339

118Instrumenten en bedieningsorganenResterende levensduur olie
Geeft een schatting van de levens‐
duur van de olie. Het getal in % staat
voor de resterende levensduur van
de olie 3 104.
Bandenspanning
Controleert de bandenspanning van
alle banden onderweg 3 267.
Timer
Druk voor starten en stoppen op 9.
Druk voor terugzetten op > en beves‐
tig Terugzetten.
Verkeersbordherkenning
Geeft de waargenomen verkeersbor‐
den tijdens het huidige traject weer
3 219.
Afstand tot voorligger
Geeft de afstand tot een rijdende
voorligger weer 3 204. Als de adap‐
tieve cruise control actief is, geeft
deze pagina in plaats daarvan de
ingestelde afstand tot voorligger
weer.
Batterijspanning
Geeft de accuspanning weer.Grootste verbruikers
Lijst met grootste momenteel inge‐
schakelde comfortgebruikers
verschijnt in aflopende volgorde. De
mogelijke brandstofbesparing wordt
aangegeven.
Onder bepaalde omstandigheden
activeert de motor de achterruitver‐
warming automatisch om de motor
zwaarder te belasten. In dat geval wordt de achterruitverwarming
aangeduid als een van de grootste
verbruikers, zonder dat de bestuurder
deze heeft geactiveerd.
Zuinigheidstrend
Toont de ontwikkeling van het gemid‐
delde verbruik over een afstand van
50 km. Gevulde segmenten tonen het
verbruik in stappen van 5 km en laten de gevolgen van de terreingesteld‐
heid of het rijgedrag op het brandstof‐ verbruik zien.
Eco-index
Het huidige brandstofverbruik
verschijnt op een segmentendisplay.
Pas voor een zuinige rijstijl de rijstijl
zodanig aan dat de gevulde segmen‐ ten binnen de Eco-zone blijven. Hoemeer segmenten er gevuld zijn, hoe
hoger het brandstofverbruik. Tegelij‐
kertijd wordt de verbruikswaarde
weergegeven.
Schakelaanduiding : Op het Basele‐
vel-display wordt de huidige versnel‐ ling in een pijltje aangegeven. Het
cijfer erboven geeft aan dat de
bestuurder omwille van het brandstof‐ verbruik moet opschakelen.
Lege pagina
Geeft een lege pagina zonder enige
informatie weer.
Menu prestaties
Het menu Prestaties is alleen
beschikbaar op het Uplevel-display.
De onderstaande lijst bevat alle
mogelijke pagina's van het menu
Prestaties. Sommige zijn voor uw
specifieke auto wellicht niet beschik‐
baar.
Druk op Q of P om een pagina te
selecteren:
● olietemperatuur
● oliedruk
● batterijspanning
Page 121 of 339

Instrumenten en bedieningsorganen119● aanduiding G-kracht
● rondetimer
Afhankelijk van de instellingen van
het Uplevel-display verschijnen er
meters voor "Olietemperatuur", "Olie‐
druk" of "Accuspanning" ook links en
rechts van de snelheidsmeter.
Olietemperatuur
Geeft de olietemperatuur in graden
Celsius aan.
Oliedruk
Geeft de oliedruk in kPa aan.
Batterijspanning
Geeft de accuspanning weer.
Aanduiding G-kracht
Geeft de kracht van de autoprestaties aan. De hoeveelheid positieve/nega‐
tieve kracht in langsrichting en dwars‐
kracht wordt weergegeven. De
eenheid voor de G-krachtwaarde
wordt berekend en als een numerieke
waarde weergegeven.
Rondetimer
De rondetimerfunctie meet de tijd die
verstreken is sinds de laatste keer dat de gebruiker de rondetimer via
contactcycli heeft gestart en gestopt.
De timerwaarden worden van uren tot
tienden van een seconde weergege‐
ven. Start en stop de timer door op
9 te drukken.
Huidige en vorige rondetijden worden
tot op een tiende van een seconden nauwkeurig weergegeven. Winst- of
verliestijd wordt aangegeven in de
indeling ss.s.
Menu Audio
In het menu Audio kunt u naar muziek zoeken, uit favorieten selecteren ofvan audiobron wisselen.
Zie handleiding bij het infotainment.Menu Telefoon
In het menu Telefoon kunt u telefoon‐
gesprekken beheren en voeren, door
contactpersonen scrollen of hands‐
free telefoneren.
Zie handleiding bij het infotainment.
Menu Navigatie
In het menu Navigatie kunt u route‐
begeleiding inschakelen.
Zie handleiding bij het infotainment.
Menu Instellingen De onderstaande lijst bevat alle
mogelijke pagina's van het menu
Instellingen. Sommige zijn voor uw
specifieke auto wellicht niet beschik‐
baar. Afhankelijk van het display zijn
sommige functies weergegeven als
symbool.
Draai aan het stelwiel of druk op Q of
P om een pagina te selecteren en
volg de instructies in de submenu's
op:
● eenheden
● displayonderwerpen
● infopagina's
Page 122 of 339

120Instrumenten en bedieningsorganen● snelheidswaarschuwing
● draagvermogen band
● software-informatie
Eenheden
Druk op > terwijl de eenhedenpagina
wordt weergegeven. Selecteer
Engelse of metrische eenheden door
op 9 te drukken.
Displayonderwerpen
Druk tijdens het weergeven van
Displayonderwerpen op >. Selecteer
Sport- of Tourmodus door op 9 te
drukken. In de Sportmodus is er meer
boordinformatie, in de Tourmodus is
er meer media-informatie.
Deze instelling is alleen beschikbaar
bij een Uplevel-display.
Infopagina's
Druk tijdens het weergeven van Info‐
pagina's op >. Er verschijnt een lijst
met alle opties in het menu Info.
Selecteer de functies die op de
pagina Info moeten worden weerge‐
geven door op 9 te drukken. Gese‐
lecteerde pagina's hebben een 9 ineen aankruisvakje. Niet zichtbare
functies hebben een leeg aankruis‐
vakje. Zie Menu Info bovenstaand.
Snelheidswaarschuwing
Op het snelheidswaarschuwingsdis‐
play kunt u een snelheid instellen die
u niet wilt overschrijden.
Stel de snelheidswaarschuwing in
door op > te drukken terwijl de pagina
wordt weergegeven. Druk op Q of
P om de waarde aan te passen. Druk
op 9 om de snelheid in te stellen. Na
het instellen van de snelheid kan
deze functie worden uitgeschakeld
door tijdens het bekijken van deze
pagina op 9 te drukken. Als de gese‐
lecteerde maximumsnelheid wordt
overschreden, verschijnt er een pop-
upwaarschuwing en klinkt er een
geluidssignaal.
Band belasten
De categorie bandenspanning
volgens de huidige bandenspanning
kan worden geselecteerd 3 267.
Software-informatie
Geeft informatie over open source-
software weer.Valetmodus
Sommige functies van het Driver
Information Center en het Colour-
Info-Display kunnen voor sommige bestuurders beperkt zijn.
U kunt de valetmodus in- of uitscha‐
kelen in het menu Instellingen in het
menu Persoonlijke instellingen.
Colour-Info-Display 3 120.
Persoonlijke instellingen 3 125.
Raadpleeg de handleiding Infotain‐
ment voor meer informatie.
Colour-Info-Display Het Colour-Info-Display bevindt zich
in het instrumentenbord bij de instru‐ mentengroep.
Afhankelijk van de configuratie is de
auto uitgevoerd met een
● 4,2" kleurendisplay
of
● 8'' kleurendisplay met aanraak‐
schermfunctionaliteit
Page 123 of 339

Instrumenten en bedieningsorganen121De infodisplays geven het volgende
aan:
● tijd 3 92
● buitentemperatuur 3 92
● datum 3 92
● Infotainmentsysteem, zie beschrijving in de handleidingInfotainment
● navigatie, zie beschrijving in de handleiding Infotainment
● systeemberichten
● boordinformatie 3 123
● persoonlijke instellingen 3 125
4,2" kleurendisplay
Menu's en instellingen selecteren
Via het display krijgt u toegang tot de
menu's en instellingen.
Druk op X om het display in te scha‐
kelen.
Druk op ; om de startpagina weer te
geven.
Draai MENU om een displaypicto‐
gram van het menu te selecteren.
Druk op MENU om een geselec‐
teerde optie te bevestigen
Druk op BACK om een menu af te
sluiten zonder een instelling te wijzi‐
gen.
Druk op ; om terug te gaan naar de
startpagina.
Raadpleeg de handleiding Infotain‐
ment voor meer informatie.
Persoonlijke instellingen 3 125.
8" kleurendisplay Menu's en instellingen selecteren
Het systeem werkt op drie manieren:
● via toetsen onder het display
● direct door het bedienen van het aanraakscherm met de vinger
● via spraakherkenningBediening met toetsen
Druk op X om het display in te scha‐
kelen.
Druk op ; om de startpagina weer te
geven.
Page 124 of 339

122Instrumenten en bedieningsorganenDraai MENU om een displaypicto‐
gram of functie van het menu te selec‐ teren.
Druk op MENU om een geselec‐
teerde optie te bevestigen.
Draai MENU om door een submenu‐
lijst te scrollen.
Druk op MENU om een geselec‐
teerde optie te bevestigen.
Druk op BACK om een menu af te
sluiten zonder een instelling te wijzi‐
gen.
Druk op ; om terug te gaan naar de
startpagina.
Raadpleeg de handleiding Infotain‐
ment voor meer informatie.Bediening met aanraakscherm
Schakel het display in door op X te
drukken en selecteer de startpagina
door op ; te drukken.
Tik met een vinger op het/de gewen‐ ste displaypictogram of functie van
het menu.
Scrol met de vinger omhoog of
omlaag door een langere submenu‐
lijst.Bevestig een gewenste functie of
selectie door erop te tikken.
Druk op q op het display om een
menu af te sluiten zonder een instel‐
ling te wijzigen.
Druk op ; om terug te gaan naar de
startpagina.
Raadpleeg de handleiding Infotain‐
ment voor meer informatie.Spraakherkenning
Raadpleeg de handleiding Infotain‐
ment voor de beschrijving.
Persoonlijke instellingen 3 125.
Valetmodus
Sommige functies van het Driver
Information Center en het Colour-
Info-Display kunnen voor sommige bestuurders beperkt zijn.
U kunt de valetmodus in- of uitscha‐
kelen in het menu INSTELL. in het
menu Persoonlijke instellingen.
Persoonlijke instellingen 3 125.
Raadpleeg de handleiding Infotain‐
ment voor meer informatie.
Regeleenheid smartphone
Via de regeleenheid smartphone hebtu via een smartphone toegang tot
boordgegevens via WLAN of een
Bluetooth-verbinding. Daarna kunt u deze gegevens op de smartphone
weergeven en analyseren.
Page 125 of 339

Instrumenten en bedieningsorganen123Boordinformatie
Berichten worden weergegeven op
het Driver Information Center (DIC);
in sommige gevallen samen met een
waarschuwingszoemer.
Druk bij het Baselevel-display op
SET/CLR , MENU of draai aan het
stelwiel om een bericht te bevestigen.
Druk op het Midlevel- en Uplevel-
display op 9 om een bericht te beves‐
tigen.
Boord- en onderhoudsinformatie De boordinformatie verschijnt in de
vorm van teksten. Volg de instructies
van deze teksten.
Berichten op het
Colour-Info-Display
Sommige belangrijke berichten
kunnen tevens verschijnen op het
Colour-Info-Display. Druk op de multi‐
functionele knop om een bericht te
bevestigen. Sommige berichten
verschijnen slechts enkele seconden
als pop-up.
Geluidssignalen
Bij het starten van de motor of
tijdens het rijden
Er klinkt maar één geluidssignaal
tegelijk.
Het waarschuwingssignaal voor
veiligheidsgordels die niet zijn omge‐
daan, heeft voorrang boven alle
andere geluidssignalen.
● Wanneer de veiligheidsgordel niet wordt gedragen.
● Wanneer bij het wegrijden een van de portieren of de achterklep
niet goed gesloten is.
Page 127 of 339

Instrumenten en bedieningsorganen125Persoonlijke
instellingen
U kunt het gedrag van de auto op uw
wensen afstemmen door de instellin‐
gen in het Colour-Info-Display te
veranderen.
Sommige persoonlijke instellingen
kunnen voor verschillende bestuur‐
ders in elke autosleutel afzonderlijk
worden opgeslagen. Opgeslagen
instellingen 3 23.
Afhankelijk van het uitrustingsniveau
en de specifieke regelgeving in uw
land, zijn sommige van de hieronder
beschreven functies eventueel niet
aanwezig.
Sommige functies worden alleen
weergegeven of zijn alleen actief bij
een draaiende motor.
Onderstaand wordt het wijzigen van
persoonlijke instellingen via de toet‐
sen onder het display beschreven. Dit
geldt voor het 4,2'' en het 8'' Colour-
Info-Display. Het 8'' display werkt ook
als een aanraakscherm. Raadpleegde omschrijving 'Colour-Info-Display'
3 120 en de handleiding Infotain‐
ment.
Druk bij een actief display op ;.
Draai MENU om een displaypicto‐
gram van INSTELL. te selecteren.
Druk op MENU om te bevestigen.
De volgende instellingen kunnen
worden geselecteerd door draaien
van en indrukken van de multifuncti‐
onele toets:
● Tijd en datum
● Sportmodus
● Taal (Language)
● Valetmodus
●Radio
● Voertuig
● BlueTooth
● Spraak in-/uitvoer
● Scherm
● Achteruitkijkcamera
● Terugkeren naar fabrieksinst.
● Softwareinformatie
In de bijbehorende submenu's kunt u
de volgende instellingen veranderen:
Tijd en datum
Zie 'Klok' 3 92.
Sportmodus
U kunt de functies kiezen die in de sportmodus worden geactiveerd
3 186.
● Achterverlichting sportmodus :
Verandert de kleur van de instru‐
mentenverlichting.
● Motor sportmodus : Gasaanname
en schakelkarakteristieken
worden sneller.
● Sportbesturing : de stuurbekrach‐
tiging werkt minder goed.