stop start OPEL KARL 2015.75 Gebruikershandleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: OPEL, Model Year: 2015.75, Model line: KARL, Model: OPEL KARL 2015.75Pages: 224, PDF Size: 5.12 MB
Page 12 of 224

OPEL Karl Owner Manual (GMK-Localizing-EU LHD-9231167) - 2016 - crc -
5/8/15
Kort en bondig 11
23. Tractieregelsysteem op paginaTraction Control System
(TCS) 0148.
Start/stop-systeem op pagina
Stop/Start-systeem-
functie 0141.
Stadsmodus op pagina Elektro-
nische stabiliteitsregeling
(ESC) 0148.
Lane departure warning op
pagina Lane Departure
Warning (LDW) 0155.
24. Lichtschakelaar,
Instellen koplampreikwijdte,
Mistlampen,
Mistachterlicht,
Instrumentenverlichting op
pagina Lichtschakelaar 085.Rijverlichting
Lichtschakelaar draaien.
9:Verlichting uit
;:Zijmarkeringslichten
5:Dimlicht
Mistlampen
Lichtschakelaar indrukken.
#: Voormistlampen
s:Mistachterlicht
Verlichting
0Lichtschakelaar 085.
Lichtsignaal, grootlicht en
dimlicht
Lichtsignaal: Hendel naar u toe
trekken
Grootlicht: Hendel van u af duwen
Dimlicht: Hendel van u af duwen of
naar u toe trekken
Grootlicht
0Grootlicht 085.
Page 17 of 224

OPEL Karl Owner Manual (GMK-Localizing-EU LHD-9231167) - 2016 - crc -
5/8/15
16 Kort en bondig
Stop/Start-systeem
Als de auto langzaam rijdt of
stilstaat en aan bepaalde
voorwaarden is voldaan, activeer
dan een Autostop zoals hieronder
beschreven:
.Trap het koppelingspedaal in
. Zet de hendel in de neutraal-
stand
. Laat het koppelingspedaal los
Een Autostop wordt aangegeven
door de naald op de AUTOSTOP-
positie in de toerenteller. Om de motor te herstarten, moet u
het koppelingspedaal opnieuw
bedienen.
Stop/Start-systeem
0Stop/Start--
systeem-functie 0141.
Parkeerplaats
{Waarschuwing
.
Parkeer de auto niet op een
ondergrond die gemakkelijk
kan vlamvatten. De onder-
grond kan door de hoge
temperatuur van het uitlaat-
gassysteem mogelijk vlam
vatten.
. Trek altijd de handrem
aan. Trek gedurende ong.
een seconde aan schake-
laar
Y.
. Schakel de motor uit.
(Vervolg)
Waarschuwing(Vervolg)
.oppervlak of opwaartse
helling, zet in eerste
versnelling of zet de keuze-
hendel in stand P voordat u
de contactsleutel verwijdert.
Op een oplopende helling
bovendien de voorwielen
van de stoeprand
wegdraaien.
Wanneer de auto op een
aflopende helling staat,
schakel dan in achteruitver-
snelling of zet de keuze-
hendel in stand P voordat u
de contactsleutel verwijdert.
Bovendien de voorwielen
naar de stoeprand
toedraaien.
(Vervolg)
Page 36 of 224

OPEL Karl Owner Manual (GMK-Localizing-EU LHD-9231167) - 2016 - crc -
5/8/15
Stoelen en veiligheidssystemen 35
Druk nogmaals opLom de stoel-
verwarming te deactiveren.
Het verwarmen van de passagiers-
stoel kan langer duren.
De stoelverwarming werkt bij een
draaiende motor en tijdens een
Autostop.
Stop/Start-systeem
0Stop/Start--
systeem 0141.
Veiligheidsgordels
De veiligheidsgordels worden bij
snel optrekken of hard remmen
geblokkeerd om de inzittenden op
hun stoel te houden. Daardoor
neemt het gevaar voor letsel
aanzienlijk af.
{Waarschuwing
Veiligheidsgordel vóór elke rit
omdoen.
(Vervolg)
Waarschuwing(Vervolg)
Inzittenden die geen gebruik
maken van de veiligheidsgordel
brengen bij eventuele aanrij-
dingen medepassagiers en
zichzelf in gevaar.
Veiligheidsgordels zijn bedoeld voor
gebruik door slechts één persoon
tegelijk.
0Kinderveiligheidssys-
temen 044.
Alle onderdelen van het gordelsys-
teem regelmatig op schade, veront-
reiniging en juiste werking
controleren.
Beschadigde onderdelen laten
vervangen. Na een aanrijding de
veiligheidsgordels en de gordel-
spanners door een werkplaats laten
vervangen.
Aanwijzing
Zorg dat de veiligheidsgordels niet
door schoenen of voorwerpen met
scherpe randen beschadigd raken
klem komen te zitten. Oprolauto-
maten vrijhouden van vuil.
Page 59 of 224

OPEL Karl Owner Manual (GMK-Localizing-EU LHD-9231167) - 2016 - crc -
5/8/15
58 Instrumenten en knoppen
Instrumenten en
knoppen
Bediening
Stuurwiel instellen . . . . . . . . . . . . . 59
Stuurbedieningsknoppen . . . . . . 59
Verwarmd stuurwiel . . . . . . . . . . . . 59
Claxon . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 60
Wis-/wasinstallatie voorruit . . . . . 60
Wis-/wasinstallatie achterruit . . . 61
Buitentemperatuur . . . . . . . . . . . . . 62
Klok . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 62
Elektrische aansluitingen . . . . . . 62
Waarschuwingslampjes,
meters en verklikkerlichtjes
Snelheidsmeter . . . . . . . . . . . . . . . . 63
Kilometerteller . . . . . . . . . . . . . . . . . 63
Dagteller . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 63
Toerenteller . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 64
Brandstofmeter . . . . . . . . . . . . . . . . 64
Controlelampen . . . . . . . . . . . . . . . . 64
Motorkoelvloeistofthermo-meter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 67
Service-display . . . . . . . . . . . . . . . . 67
Richtingaanwijzer . . . . . . . . . . . . . . 68
Veiligheidsgordelwaarschu- wingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 69 Verklikkerlampje airbag en
gordelspanner . . . . . . . . . . . . . . . . 69
Lampje Airbag-deactivering . . . . 69
Lampje oplaadsysteem . . . . . . . . 70
Storingslampje . . . . . . . . . . . . . . . . . 70
Service-indicatie (SVS-lampje) . . . . . . . . . . . . . . . . . 70
Waarschuwingslampje rem- en koppelingssysteem . . . . . . . . . . . 70
Waarschuwingslampje antiblok- keersysteem (ABS) . . . . . . . . . . . 71
Schakellampje . . . . . . . . . . . . . . . . . 71
Lampje variabele stuurbekrach- tiging . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 71
Lampje Lane Departure Warning (LDW) . . . . . . . . . . . . . . . 71
Lampje ultrasoonpar- keerhulp . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 71
Controlelampje elektronische stabiliteitsregeling (ESC) . . . . . 71
Lampje Elektronische stabili- teitscontrole (ESC) uit . . . . . . . . 72
Traction Control (TCS) Uit-lampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 72
Waarschuwingslampje koelvloei- stoftemperatuur . . . . . . . . . . . . . . . 72
Lampje bandenspanningscon- trolesysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . 72
Lampje motoroliedruk . . . . . . . . . . 72
Te laag brandstofpeil . . . . . . . . . . . 73
Auto Stop-modus . . . . . . . . . . . . . . 73 Lampje voor de startbevei-
liging . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 73
Lampje Motorvermogen verminderd . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 73
Lampje groot licht aan . . . . . . . . . 73
Mistlamp voor . . . . . . . . . . . . . . . . . . 73
Mistachterlicht . . . . . . . . . . . . . . . . . 73
Controlelampje voor de achter-
lichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 74
Lampje cruisecontrol . . . . . . . . . . . 74
Lampje motorkap open . . . . . . . . 74
Lampje portier open . . . . . . . . . . . 74
Informatieschermen
Bestuurdersinformatiecentrum (DIC) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 74
Boordberichten
Boordberichten . . . . . . . . . . . . . . . . 79
Waarschuwingszoemers . . . . . . . 81
Persoonlijke instellingen
Persoonlijke instellingen . . . . . . . 82
Page 61 of 224

OPEL Karl Owner Manual (GMK-Localizing-EU LHD-9231167) - 2016 - crc -
5/8/15
60 Instrumenten en knoppen
De gedeelten van het stuurwiel voor
plaatsing van de handen zijn sneller
warm en worden warmer dan de
overige gedeelten.
De verwarming werkt bij een draai-
ende motor en tijdens een Autostop.
Stop-start-systeem
0Stop/start--
systeem 0141.
Claxon
aindrukken.
Wis-/wasinstallatie
voorruit
Ruitenwisser
2 : Continu wissen, hoge
snelheid. uit.
1 : Continu wissen met lage
snelheid.
3: Intervalstand.
O : Systeem uit.
Hendel omlaag in stand 1x duwen
om wissers één slag te laten maken
wanneer de voorruitwisser uitge-
schakeld is.
Page 64 of 224

OPEL Karl Owner Manual (GMK-Localizing-EU LHD-9231167) - 2016 - crc -
5/8/15
Instrumenten en knoppen 63
Aangesloten elektrische accessoires
moeten wat betreft de elektromag-
netische compatibiliteit voldoen aan
de DIN-norm VDE 40 839.
Geen accessoires aansluiten die
stroom leveren, zoals laadtoestellen
of accu's.
Aansluiting niet beschadigen door
het gebruik van ongeschikte
stekkers.
Stop/Start-systeem
0Stop/start--
systeem 0141.
Waarschuwings-
lampjes, meters en
verklikkerlichtjes
Snelheidsmeter
Aanduiding van de rijsnelheid.
Kilometerteller
Weergave van de afgelegde afstand
in km op de onderste regel.
Dagteller
Op de bovenste regel ziet u de
afgelegde weg sinds de laatste
reset.
Zet deze terug door enkele
seconden op INSTELLENop de
richtingaanwijzerhendel te drukken
0Driver Information Center
(DIC) 074.
Page 71 of 224

OPEL Karl Owner Manual (GMK-Localizing-EU LHD-9231167) - 2016 - crc -
5/8/15
70 Instrumenten en knoppen
{Gevaar
Levensgevaar voor kinderen in
een kinderveiligheidssysteem
tezamen met een geactiveerde
airbag op de passagiersstoel
voorin. Levensgevaar voor
volwassenen bij een buiten
werking gestelde airbag van de
passagiersstoel voorin.
Lampje oplaadsysteem
"
brandt rood.
Brandt na het inschakelen van de
ontsteking en dooft vlak na het
starten van de motor.
Brandt bij een draaiende motor
Stoppen, motor afzetten. Accu van
de auto wordt niet geladen. Motor-
koeling wordt mogelijk onderbroken.
De rembekrachtiger werkt eventueel
niet meer. De hulp van een
werkplaats inroepen.
Storingslampje
*
brandt of knippert geel. Brandt na het inschakelen van de
ontsteking en dooft vlak na het
starten van de motor.
Brandt bij een draaiende motor
Storing in het uitlaatgasreinigings-
systeem. De toegestane emissie-
waarden worden mogelijk
overschreden. Onmiddellijk hulp van
een werkplaats inroepen.
Knippert bij een draaiende motor
Storing die schade aan de kataly-
sator kan veroorzaken. Gas terug-
nemen totdat de lamp niet meer
knippert. Onmiddellijk hulp van een
werkplaats inroepen.
Service-indicatie
(SVS-lampje)
B
brandt geel.
Er wordt bovendien een waarschu-
wingscode weergegeven.
De auto vergt een onderhoudsbeurt.
De hulp van een werkplaats
inroepen.
Boordinformatie
0Voertuigbe-
richten 079.
Waarschuwingslampje
rem- en koppelings-
systeem
$
brandt rood.
Het rem- en koppelingsvloeistofpeil
is te laag
0Remvloeistof 0165.
{Waarschuwing
Stop. Rij niet verder. De hulp van
een werkplaats inroepen.
Pedaal bedienen
#brandt of knippert geel.
Trap het koppelingspedaal in om de
motor in de stand Autostop te
starten.
Stop/Start-systeem
0Stop/start-
systeem 0141.
Knippert
Trap het koppelingspedaal in om de
motor in het algemeen te starten
0
Stop/start-systeem 0141,0
Nieuwe auto inrijden 0139.
Page 72 of 224

OPEL Karl Owner Manual (GMK-Localizing-EU LHD-9231167) - 2016 - crc -
5/8/15
Instrumenten en knoppen 71
Waarschuwingslampje
antiblokkeersysteem
(ABS)
!
brandt geel.
Brandt na het inschakelen van de
ontsteking enkele seconden. Het
systeem is na het doven van het
controlelampje klaar voor gebruik.
Als de controlelamp na enkele
seconden niet dooft of als deze
tijdens de rit gaat branden, dan zit
er een storing in het ABS-systeem.
Het remsysteem blijft normaal
werken, maar zonder ABS-regeling.
Antiblokkeersysteem
0Antilock
Brake System (ABS) (antiblokkeer-
systeem van de remmen) 0146.
Schakellampje
*
ofkmet het getal van de
volgende hogere of lagere versnel-
ling wordt aangeduid wanneer
opschakelen of neerschakelen
wordt aanbevolen om brandstof te
besparen.
Lampje variabele stuurbe-
krachtiging
m
brandt geel.
Storing in het elektrisch stuurbe-
krachtigingssysteem (EPS).
Hierdoor kan de auto zwaarder of
lichter gaan sturen. De hulp van een
werkplaats inroepen.
Stop/Start-systeem
0Stop/start-
systeem 0141.
Lampje Lane Departure
Warning (LDW)
@
brandt groen of knippert geel.
Brandt groen
Het systeem wordt ingeschakeld en
is gebruiksklaar.
Knippert geel
Het systeem herkent een
onbedoelde verandering van
rijstrook.
Lampje ultrasoonpar-
keerhulp
X
brandt geel.
Storing in het systeem
of
Storing door vervuilde of met
sneeuw of ijs bedekte sensoren
of
Storingen door externe bronnen van
ultrasoon geluid. Zodra de storings-
bron is weggenomen, werkt het
systeem weer normaal.
Oorzaak van de systeemstoring
onmiddellijk door een werkplaats
laten verhelpen.
Ultrasoonparkeerhulp
0Parkeer-
hulp (parkeerhulp achteraan) 0151.
Controlelampje elektroni-
sche stabiliteitsrege-
ling (ESC)
d
brandt of knippert geel.
Brandt
Er zit een storing in het systeem.
Page 73 of 224

OPEL Karl Owner Manual (GMK-Localizing-EU LHD-9231167) - 2016 - crc -
5/8/15
72 Instrumenten en knoppen
Verder rijden is mogelijk. De rijstabi-
liteit kan echter afhankelijk van de
staat van het wegdek verslechteren.
Oorzaak van de storing onmiddellijk
door een werkplaats laten
verhelpen.
Knippert
Het systeem is actief bezig.
Het motorvermogen kan worden
begrensd en de auto kan automa-
tisch iets worden afgeremd.
Lampje Elektronische
stabiliteitscontrole
(ESC) uit
d
brandt geel.
Het systeem wordt gedeactiveerd.
Traction Control (TCS)
Uit-lampje
i
brandt geel.
Het systeem wordt gedeactiveerd.
Waarschuwingslampje
koelvloeistoftemperatuur
C
brandt rood.
Dit controlelampje geeft aan
wanneer de koelvloeistoftempera-
tuur te hoog is.
Wanneer onder normale omstandig-
heden met de auto hebt gereden,
verlaat u de weg, stopt u de auto en
laat u de motor enkele minuten stati-
onair draaien.
Als het lampje niet dooft, moet u de
motor uitzetten en zo snel mogelijk
naar een werkplaats gaan. Wij
adviseren u contact op te nemen
met een erkende werkplaats.
Lampje bandenspan-
ningscontrolesysteem
7
brandt of knippert geel.
Brandt
Bandenspanningverlies. Meteen
stoppen en de bandenspanning
controleren. Knippert
Storing in het systeem of wiel
zonder gemonteerde druksensor
(bijv. reservewiel). Na 60–90
seconden brandt de controlelamp
continu. De hulp van een werkplaats
inroepen.
Bandenspanningscontrolesysteem
0Bandenspanning
0180.
Lampje motoroliedruk
:
brandt rood.
Brandt na het inschakelen van de
ontsteking en dooft vlak na het
starten van de motor.
Brandt bij een draaiende motor
Voorzichtig
Motorsmering wordt mogelijk
onderbroken. Dit kan aanleiding
geven tot motorschade en/of tot
het blokkeren van de aandrijf-
wielen.
Page 74 of 224

OPEL Karl Owner Manual (GMK-Localizing-EU LHD-9231167) - 2016 - crc -
5/8/15
Instrumenten en knoppen 73
Als het oliedruklampje gaat branden
tijdens het rijden, gaat u naar de
kant, stopt u de motor en controleert
u het oliepeil.1. Bedien de koppeling.
2. Versnellingsbak in neutrale stand zetten, keuzehendel in
stand N zetten.
3. Haal de auto zo spoedig mogelijk uit de verkeersstroom
zonder daarbij andere
verkeersdeelnemers te
hinderen.
4. Contact uitschakelen.
{Waarschuwing
Bij uitgeschakelde motor gaat
remmen en sturen aanmerkelijk
zwaarder. Bij Autostop werkt de
rembekrachtigingseenheid nog
altijd.
Verwijder de sleutel niet voordat
de auto stilstaat, anders kan het
stuurslot onverwacht ingescha-
keld worden. Oliepeil controleren alvorens de
hulp van een werkplaats in te
roepen
0Motorolie
0163.
Te laag brandstofpeil
.
brandt of knippert geel.
Brandt
Peil in brandstoftank is te laag.
Knippert
Brandstofvoorraad opgebruikt.
Onmiddellijk bijtanken. Tank nooit
leegrijden.
Katalysator
0Katalysator 0144.
Auto Stop-modus
h
brandt wanneer de motor op
Autostop staat.
Stop/Start-systeem
0De motor
starten 0140.
Lampje voor de startbe-
veiliging
A
knippert geel. Storing in het startbeveiligingssys-
teem. De motor kan niet worden
gestart.
Lampje Motorvermogen
verminderd
w
brandt geel.
Het motorvermogen is beperkt. De
hulp van een werkplaats inroepen.
Lampje groot licht aan
3
brandt blauw.
Brandt bij ingeschakeld grootlicht en
bij lichtsignaal
0Lichtschake-
laar 085.
Mistlamp voor
#
brandt groen.
De voorste mistlampen zijn
ingeschakeld
0Mistlampen
voor 087.
Mistachterlicht
s
brandt geel.