USB OPEL KARL 2019 Handleiding Infotainment (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: OPEL, Model Year: 2019, Model line: KARL, Model: OPEL KARL 2019Pages: 115, PDF Size: 2.29 MB
Page 79 of 115

Telefoon79Wanneer Als eerste verbinden voor
een mobiele telefoon is geactiveerd, wordt deze telefoon automatisch
verbonden als primaire telefoon.
Verbonden mobiele telefoon
ontkoppelen
1. Selecteer in het telefoonmenu op het Info-Display Telefoons.
2. Raak / naast de gekoppelde
mobiele telefoon aan om het
instellingenmenu te openen.
3. Druk op Verbinding verbreken .
Gekoppelde mobiele telefoon
verwijderen
1. Selecteer in het telefoonmenu op het Info-Display Telefoons.
2. Raak / naast de gekoppelde
mobiele telefoon aan om het
instellingenmenu te openen.
3. Druk op Telefoon verwijderen .Smartphone-applicaties
gebruiken
De smartphone-applicaties Apple
CarPlay en Android Auto geven de
geselecteerde apps van een smart‐
phone weer op het Infotainments‐
cherm. U kunt ze bedienen met de
bedieningsorganen van het Infotain‐
mentsysteem.
Controleer bij de fabrikant van het
apparaat of deze functie op uw smart‐
phone kan worden gebruikt en of de
applicatie beschikbaar is in het land
waar u zich bevindt.
De smartphone voorbereiden Android-telefoon: Download de
Android Auto-app naar de smart‐
phone vanaf de Google Play Store.
iPhone ®
: Controleer of Siri ®
op de
smartphone geactiveerd is.
Telefoonweergave activeren in
het instellingenmenu
Druk op ;, selecteer Instellingen op
het startscherm en ga naar Apps.Blader door de lijst en selecteer Apple
CarPlay of Android Auto .
Zorg ervoor dat de desbetreffende
applicatie is geactiveerd.
Mobiele telefoon verbinden
Verbind de smartphone met de USB- poort via een originele kabel die doorde fabrikant van de smartphone is
geleverd.
Teruggaan naar het
infotainmentscherm
Druk op ;.
Page 80 of 115

80TrefwoordenlijstAAlgemene aanwijzingen ...............77
Android Auto ................................. 79
Apple CarPlay............................... 79
Audio ............................................ 74
Audio beluisteren ..........................74
Audiobestanden ........................... 74
B Basisbediening ............................. 70
Bediening met display ..................70
Bedieningselementen ...................66
Bluetooth-verbinding ....................77
D
DAB-berichten .............................. 74
E Een telefoon koppelen ..................77
Een telefoon verbinden ................77
H
Hoofdscherm ................................ 66
I
Inleiding ....................................... 66
K
Klankinstellingen........................... 74 Koppeling DAB-DAB..................... 74
Koppeling DAB-FM .......................74O
Onderste balk ............................... 66
R
Radio ............................................ 74
S
Smartphone Telefoonweergave ....................79
Smartphone-applicaties gebruiken .................................. 79
Startscherm .................................. 66
Stuurbedieningsknoppen ..............66
Systeeminstellingen...................... 70
T
Telefoon Bluetooth-verbinding .................77
Telefoonweergave ........................79
Telefoonweergave activeren ........79
Tweede telefoon ........................... 77
U Uitgebreid statusscherm ...............66
USB-poort ..................................... 74
V Verkeersinformatie .......................74
W
Wi-Fi Hotspot ................................ 70
Wi-Fi-verbinding ........................... 70
Page 100 of 115

100Externe apparatenExterne apparatenAlgemene informatie..................100
Audio afspelen ........................... 102Algemene informatie
Er zit een USB-poort voor het aanslui‐ ten van externe apparaten op de
middenconsole.
Let op
U moet de USB-poort altijd schoon
en droog houden.
AUX-ingang
U kunt op de AUX-ingang extra appa‐
raten aansluiten.
Na het aansluiten op de AUX-ingang
wordt het audiosignaal van het rand‐
apparaat via de luidsprekers van het
infotainmentsysteem verzonden.
Het volume en de geluidsinstellingen
kunnen via het infotainmentsysteem
worden aangepast. Alle andere
bedieningsfuncties werken via het
randapparaat zelf.
Het Infotainmentsysteem kan muziekbestanden op randapparatuur weergeven.Een apparaat aansluiten/loskoppelen
Gebruik de volgende kabel om hetrandapparaat op de AUX-ingang van
het infotainmentsysteem aan te slui‐
ten:
3-polig voor audiobron.
Ontkoppel het AUX-apparaat door
een andere functie te selecteren en
dan het AUX-apparaat te verwijderen.Voorzichtig
Koppel het toestel tijdens het
afspelen niet los. Hierdoor kan het toestel of het Infotainmentsysteem beschadigd raken.
USB-poort
Op de USB-poort kunt u een MP3- speler, USB-opslagstation of smart‐
phone aansluiten.
Na het aansluiten op de USB-poort
werken de bovenvermelde apparaten via de knoppen en menu's van het
infotainmentsysteem.
Page 101 of 115

Externe apparaten101Let op
Niet alle aanvullende apparaten
worden ondersteund door het Info‐
tainmentsysteem.
Het Infotainmentsysteem kan
muziekbestanden op USB-opslagap‐ paratuur weergeven.
Een apparaat aansluiten/loskoppelen
Sluit het USB-apparaat aan op de
USB-poort.
Let op
Bij het verbinden van een niet-lees‐
baar USB-apparaat verschijnt er een
bijbehorende foutmelding en scha‐
kelt het Infotainmentsysteem auto‐
matisch terug naar de vorige functie.
Ontkoppel het USB-apparaat door
een andere functie te selecteren en
dan het USB-opslagapparaat te
verwijderen.Voorzichtig
Koppel het toestel tijdens het
afspelen niet los. Hierdoor kan het toestel of het Infotainmentsysteem beschadigd raken.
MTP-apparaatinstellingen
In het instellingenmenu kunt u
aanvullende instellingen aanpassen
voor apparaten die via het MTP zijn
aangesloten.
Druk in een actieve audiobron op
MENU , blader door de lijst en selec‐
teer Indstillinger (Settings) . Selecteer
Telefoonverbinding (alleen MTP) .
Als u wilt dat het apparaat alleen via de USB-poort wordt opgeladen, moet u Alleen opladen activeren. Als u naar
de USB-audiobron omschakelt terwijl
deze instelling is geactiveerd, wordt u
gewaarschuwd met een oplaadbe‐
richt.
Als u muziekbestanden wilt afspelen
die op het apparaat zijn opgeslagen,
moet u Alleen mappen met muziek
scannen of Alle mappen scannen
activeren.
Bluetooth
Bluetooth-compatibele audiobronnen
(bijv. mobiele telefoons voor muziek,
mp3-spelers met Bluetooth enz.) die
de Bluetooth-muziekprofielen PBAP,HFP, A2DP en AVRCP ondersteu‐
nen, werken draadloos op het info‐
tainmentsysteem.
Het Infotainmentsysteem kan
muziekbestanden op Bluetooth-
apparatuur weergeven.
Een apparaat aansluiten/loskoppelen
Voor een gedetailleerde beschrijving
van de Bluetooth-verbinding 3 106.
Bluetooth-apparatenlijst
Activeer de Bluetooth-audiobron,
druk op MENU en selecteer vervol‐
gens Bluetooth-apparaten beheren
om naar de Bluetooth-apparatenlijst
te gaan.
Voor een gedetailleerde beschrijving
van de Bluetooth-apparatenlijst
3 106.
Bestandsindelingen
Er worden alleen apparaten onder‐
steund die zijn geformatteerd in de
FAT16/32 bestandssystemen.
Page 102 of 115

102Externe apparatenLet op
Sommige bestanden worden
wellicht niet goed afgespeeld. Dit
wordt wellicht veroorzaakt door een
ander opnameformaat of de staat
van het bestand.
Bestanden van online-winkels met
digitaal rechtenbeheer (DRM)
kunnen niet worden afgespeeld.
De volgende MP3- en WMA-bestan‐
den kunnen worden afgespeeld:
● Transmissiesnelheid: 8 kbps ~ 320 kbps
● Samplingfrequentie: 48 kHz, 44,1 kHz, 32 kHz (voor mpeg-1)
en 24 kHz, 22,05 kHz, 16 kHz
(voor mpeg-2)
MP3-bestanden die gebruik maken
van VBR, kunnen worden afge‐
speeld.
Bij het afspelen van een bestand met
ID3 tag-informatie (versie 1.0, 1.1,
2.2, 2.3 en 2.4) kan het infotainment‐
systeem informatie weergeven, bijv.
over de titel van de track en de artiest.Audio afspelen
Weergave starten
Aansluiten van het apparaat 3 100.
Druk herhaaldelijk op MEDIA om de
gewenste mediabron te selecteren.
Voorbeeld: USB-bron.
Let op
De onderstaande bedieningsfunc‐
ties zijn niet beschikbaar voor AUX-
apparaten.
Functietoetsen
Naar het vorige of volgende bestand
gaan
Druk op t of v om het vorige of
volgende nummer af te spelen.
Als, zodra het nummer wordt afge‐
speeld, binnen 5 seconden op t
wordt gedrukt, gaat het systeem naar het begin van het huidige nummer.
Snel vooruit of achteruit gaan
Houd t of v ingedrukt om snel
voor- of achteruit te spoelen.
Afspeelvolgorde Druk in het desbetreffende audiobron
op MENU en blader door de lijst naar
Willekeurige volgorde .
Stel Willekeurige volgorde in op
AAN om de nummers op het apparaat
in willekeurige volgorde af te spelen.
Stel Willekeurige volgorde in op UIT
om de nummers in de normale volg‐
orde af te spelen.
Bladeren naar een nummer Afhankelijk van het apparaat kunt u
naar nummers bladeren in de cate‐
gorieën en subcategorieën van een
mappenstructuur.
Let op
Om deze functie te kunnen gebrui‐
ken, moet de indexering voltooid
zijn.
Page 104 of 115

104SpraakherkenningSpraakherkenningAlgemene informatie..................104
Gebruik ...................................... 104Algemene informatie
Via de spraakdoorschakel-toepas‐ sing van het infotainmentsysteem
hebt u toegang tot de spraakherken‐
ningscommando's op uw smart‐
phone. Raadpleeg de gebruiksaan‐
wijzing van uw smartphone om te
controleren of uw smartphone deze
functie ondersteunt.
Om de spraakdoorschakel-toepas‐
sing te kunnen gebruiken, moet de
smartphone op het infotainmentsys‐
teem zijn aangesloten via een USB-
kabel 3 100 of via Bluetooth 3 106.
Gebruik Spraakherkenning activeren
Houd qw op het stuurwiel ingedrukt
om een spraakherkenningssessie te
starten. Er verschijnt een spraakbe‐
sturingsbericht op het scherm.
Zodra er een pieptoon heeft geklon‐
ken kunt u een commando uitspre‐
ken. Raadpleeg voor informatie over
ondersteunde commando's de
gebruiksaanwijzing van uw smart‐
phone.Volume van gesproken commando's
aanpassen
Draai aan m op het bedieningspaneel
of druk op + / - rechts op het stuurwiel
om het volume van de gesproken
instructies hoger of lager te zetten.
Spraakherkenning deactiveren
Druk op xn op het stuurwiel. Het
spraakbesturingsbericht verdwijnt, de spraakherkenningssessie wordt
beëindigd.
Page 106 of 115

106Telefoonmobiel telefoneren verboden is,
als de mobiele telefoon interferen‐
tie veroorzaakt of als er zich
gevaarlijke situaties kunnen voor‐
doen.
Bluetooth
De telefoonportal is gecertificeerd
door de Bluetooth Special Interest
Group (SIG).
Meer informatie over de specificatie
vindt u op internet op http://www.blue‐
tooth.com.
Bluetooth-verbinding
Bluetooth is een standaard voor het
draadloos verbinden van bijv.
mobiele telefoons of andere appara‐
ten.
Voor het maken van een Bluetooth-
verbinding met het infotainmentsys‐
teem moet de Bluetooth-functie van
het Bluetooth-apparaat geactiveerd
zijn. Voor nadere informatie verwijzen
wij u naar de gebruiksaanwijzing van
het Bluetooth-apparaat.
Via de telefoonportal worden Blue‐
tooth-apparaten met het infotain‐
mentsysteem gekoppeld (uitwisselen
van pincode tussen Bluetooth-appa‐
raat en infotainmentsysteem) en
verbonden.
Een apparaat koppelen
Opmerkingen ● Aan het systeem kunnen maxi‐ maal vijf apparaten worden
gekoppeld.
● Er kan slechts één gekoppeld apparaat tegelijk met het infotain‐
mentsysteem worden verbon‐
den.
● Koppelen is slechts één keer noodzakelijk, tenzij het apparaat
van de lijst met gekoppelde
apparaten wordt gewist. Als het
apparaat eerder verbonden was,
brengt het infotainmentsysteem
de verbinding automatisch tot
stand.
● Door de bediening van Bluetooth
wordt de accu van het apparaat
aanzienlijk belast. Sluit het appa‐raat daarom aan op een USB-
poort, zodat het wordt opgela‐
den.
Het eerste apparaat koppelen 1. Druk op PHONE en selecteer dan
Koppelen .
Op het infotainmentsysteem verschijnt er een melding met de
naam en de pincode van het info‐ tainmentsysteem.
2. Activeer het zoekproces in het te koppelen Bluetooth-apparaat.
3. Koppeling bevestigen: ● Als SSP (secure simple pairing) wordt ondersteund:
Vergelijk de pincode (indien
vereist) en bevestig de
meldingen op het infotain‐ mentsysteem en het Blue‐
tooth-apparaat.
● Als SSP (secure simple pairing) niet wordt onder‐
steund:
Voer de pincode van het Info‐ tainmentsysteem op het
Bluetooth-apparaat in en
bevestig uw invoer.
Page 112 of 115

112TrefwoordenlijstAAlgemene aanwijzingen .......82, 105
Algemene informatie ..........100, 104
AUX ......................................... 100
Bluetooth-muziek ....................100
Infotainmentsysteem .................82
Radio ......................................... 95
Telefoon .................................. 105
USB ......................................... 100
Antidiefstalfunctie ........................83
Audio afspelen ............................ 102
Audiobestanden ......................... 100
Automatische volumeregeling ......92
Auto Set ........................................ 92
AUX ............................................ 100
AUX activeren............................. 102
B BACK-knop ................................... 91
Basisbediening ............................. 91
Bedieningspaneel .....................91
Bediening.................................... 108 AUX ......................................... 102
Bluetooth-muziek ....................102
Infotainmentsysteem .................89
Menu ......................................... 91
Radio ......................................... 95
Telefoon .................................. 108
USB ......................................... 102Bedieningselementen
Infotainmentsysteem .................84
Stuurwiel ................................... 84
Bedieningspaneel Infotainment ....84
Beltoon ....................................... 108
Bestandsindelingen Audiobestanden ......................100
Bluetooth-muziek ........................100
Bluetooth-verbinding ..................106
C Categorielijst ................................. 95
D
DAB .............................................. 98
DAB-koppeling.............................. 98
Digital Audio Broadcasting ...........98
F
Fabrieksinstellingen terugzetten ...92
Favoriete lijsten Zenders ophalen .......................96
Zenders opslaan .......................96
Favorietenlijst ............................... 96
Frequentielijst ............................... 95
G
Gebruik ........................... 89, 95, 104
AUX ......................................... 102
Bluetooth-muziek ....................102
Infotainmentsysteem .................89
Page 113 of 115

113Menu......................................... 91
Telefoon .................................. 108
USB ......................................... 102
Geluidsinstellingen .......................91
I
Infotainmentsysteem activeren .....89
Infotainmentsysteem inschakelen 89
Intellitext ....................................... 98
K Koppelen .................................... 106
L
L-Band .......................................... 98
M
Maximaal opstartvolume............... 92
Menubediening ............................. 91
MENU-knop .................................. 91
Mobiele telefoons en CB-zendapparatuur .................110
Mute.............................................. 89
N Noodoproep ................................ 107
O
Overzicht bedieningselementen ...84R
Radio Categorielijst ............................. 95
DAB ........................................... 98
DAB-berichten ........................... 98
DAB-menu................................. 98
Digital Audio Broadcasting ........98
Favoriete lijsten ......................... 96
FM menu ................................... 97
Frequentielijst ............................ 95
Golfband.................................... 95
Intellitext .................................... 98
L-Band....................................... 98
Radio Data System ...................97
RDS........................................... 97
Regio ......................................... 97
Regio-instelling.......................... 97
TP.............................................. 97
Verkeersinformatie ....................97
Zender zoeken .......................... 95
Zenderlijst.................................. 95
Zenders ophalen .......................96
Zenders opslaan .......................96
Radio activeren............................. 95
Radio Data System ...................... 97
Regio ............................................ 97
Regio-instelling ............................. 97S
Selectie van frequentiebereik .......95
Spraakherkenning ......................104
Stemherkenning ......................... 104
Streaming audio via Bluetooth activeren.................................. 102
Systeeminstellingen...................... 92 Fabrieksinstellingen terugzetten 92
Taal ........................................... 92
Tijd- en datuminstellingen .........92
Valetmodus ............................... 92
T
Taal............................................... 92
Tekstberichten ............................ 110
Telefoon Algemene informatie ...............105
Beltoon .................................... 108
Bluetooth ................................. 105
Bluetooth-verbinding ...............106
Handsfree-modus.................... 108
Noodoproepen ........................ 107
Recente oproepen ..................108
Tekstberichten......................... 110
Telefoonboek .......................... 108
Telefoonboek .............................. 108
Telefoongesprek Afwijzen ................................... 108
Initiëren ................................... 108
Opnemen ................................ 108
Page 114 of 115

114Telefoonportal activeren.............108
TP ................................................. 97
Tijd ................................................ 92
U
USB ............................................ 100
USB activeren............................. 102
V Valetmodus Ontgrendelen ............................ 92
Vergrendelen ............................ 92
Verkeersinformatie .......................97
Volume Automatische volumeregeling ...92
Maximaal opstartvolume ...........92
Stiltefunctie................................ 89 Volume instellen ........................89
Volumebegrenzing bij hoge
temperaturen ............................. 89
Voor snelheid
gecompenseerd volume ............92
Volume-instellingen ......................92
Z
Zenderlijst ..................................... 95
Zenders ophalen .......................... 96
Zenders opslaan ........................... 96
Zender zoeken.............................. 95