airbag OPEL MERIVA 2016.5 Gebruikershandleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: OPEL, Model Year: 2016.5, Model line: MERIVA, Model: OPEL MERIVA 2016.5Pages: 259, PDF Size: 8.08 MB
Page 112 of 259

110Instrumenten en bedieningsorganenBoordinformatie op het
Uplevel-display of
Uplevel-Combi-display
De boordinformatie verschijnt in de
vorm van teksten. Volg de instructies
van deze teksten.
Het display toont teksten over de vol‐
gende onderwerpen:
● vloeistofpeilen
● diefstalalarmsysteem
● remmen
● rijsystemen
● rijregelsystemen
● cruise control
● detectiesystemen
● verlichting, gloeilamp vervangen
● wis-/wasinstallatie
● portieren, ruiten
● handzender
● veiligheidsgordels
● airbagsystemen
● motor en versnellingsbak
● bandenspanning
● roetfilter
Boordinformatie op het
Colour-Info-Display
Sommige belangrijke berichten ver‐
schijnen tevens op het
Colour-Info-Display. Druk op de mul‐
tifunctionele knop om een bericht te
bevestigen. Sommige meldingen ver‐
schijnen slechts gedurende enkele
seconden als pop-up.
Geluidssignalen Er klinkt maar één geluidssignaal te‐
gelijk.Het geluidssignaal voor niet gedra‐ gen veiligheidsgordels geniet de pri‐
oriteit boven alle andere geluidssig‐
nalen.
Bij het starten van de motor of
tijdens het rijden
● Wanneer de veiligheidsgordel niet wordt gedragen.
● Wanneer bij het wegrijden een van de portieren of de achterklepniet goed gesloten is.
● Wanneer u met aangetrokken handrem een bepaalde snelheid
overschrijdt.
● Wanneer u een geprogram‐ meerde snelheid overschrijdt.
● Er verschijnt een waarschu‐ wingsbericht of -code op het Dri‐ver Information Center.
● Wanneer de parkeerhulp een ob‐
stakel herkent.
● Na het inschakelen van de ach‐ teruitversnelling en het uittrekken
van de achterdrager.
Page 121 of 259

Instrumenten en bedieningsorganen119● Smartphone app
● Bediening op afstand, bijv. loca‐ tie van de auto, inschakeling vanclaxon en lichten
● Hulp bij gestolen voertuig
● Voertuigdiagnose
● Bestemming downloaden
Let op
Na tien dagen zonder een contact‐
cyclus wordt de OnStar-module van
de auto uitgeschakeld. Functies
waarvoor een dataverbinding vereist is, zijn na het inschakelen van het
contact weer beschikbaar.
OnStar knoppenPrivacyknop
Houd j ingedrukt tot u een bericht
hoort om het doorgeven van de voer‐ tuiglocatie te activeren of deactive‐
ren.
Druk op j om een oproep met een
adviseur te beantwoorden of beëindi‐
gen.
Druk op j om de Wi-Fi-instellingen te
openen.
Serviceknop
Druk op Z om contact met een advi‐
seur te leggen.
SOS knop
Druk op [ om een noodoproep te
plaatsen naar een speciaal opgeleide
adviseur.
Status-LED
Groen: Het systeem is gereed.
Groen knipperend: Het systeem is
bezig met een oproep.
Rood: Er is een probleem opgetre‐
den.
Uit: Systeem staat in standby-modus.Rood/groen knipperend gedurende
een korte periode: Doorgeven van
voertuiglocatie is gedeactiveerd.
OnStar-services
Algemene services
Druk als u informatie nodig hebt over
bijv. openingstijden, markante punten
en bestemmingen of als u hulp nodig
hebt bij bijv. pech onderweg, een
lekke band of een lege brandstoftank op Z om contact met een adviseur te
leggen.
Noodhulpdiensten
Druk in een noodsituatie op [ om een
adviseur te spreken. De adviseur
neemt vervolgens contact op met de
(nood)hulpdiensten en stuurt ze naar
uw locatie.
Bij een ongeval waarbij de airbags of
gordelspanners zijn geactiveerd,
wordt er een automatische noodhulp‐ oproep geplaatst. De adviseur wordt
onmiddellijk met uw auto verbonden
en gaat na of er hulp nodig is.
Page 123 of 259

Instrumenten en bedieningsorganen121Diefstalalarm
Als het diefstalalarmsysteem is geac‐
tiveerd, wordt er een bericht naar On‐
Star gestuurd. U ontvangt hierover
een sms of e-mail.
Diagnose op aanvraag
U kunt te allen tijde, bijvoorbeeld als
de auto boordinformatie laat zien, op
Z te drukken om contact op te nemen
met een adviseur. U kunt hem vragen
een realtime diagnose uit te voeren
om de oorzaak van het probleem na
te gaan. Afhankelijk van de resultaten biedt de adviseur meer ondersteu‐ning.
Diagnoserapport
De auto stuurt automatisch diagnose‐ gegevens naar OnStar. U en uw ga‐
rage ontvangen maandelijks per e-
mail een rapport.
Let op
De werkplaatsmeldingsfunctie kan
in uw account worden uitgescha‐
keld.
Het rapport bevat de status van de
belangrijkste besturingssystemen
van de auto, zoals de motor, trans‐missie, airbags, ABS, en andere
grote systemen. Het bevat ook infor‐
matie over mogelijke onderhouds‐
punten.
U kunt meer details opvragen door op
de link in de e-mail te klikken en u bij
uw account aan te melden.
Bestemming downloaden
Een gewenste bestemming kan
rechtstreeks naar het navigatiesys‐
teem worden gedownload.
Druk op Z om een adviseur te bellen
en beschrijf de bestemming of het
markante punt.
De adviseur kan elk adres en elke
nuttige plaats opzoeken en deze naar
het ingebouwde navigatiesysteem
verzenden.
OnStar-instellingen
OnStar-PIN
U hebt een viercijferige PIN nodig
voor toegang tot alle OnStar-servi‐
ces. U moet een eigen PIN invoeren
wanneer u voor de eerste keer met
een adviseur belt.Druk op Z om een adviseur te bellen
en de PIN te veranderen.
Accountgegevens
Een OnStar-abonnee heeft een ac‐
count waar alle gegevens in zijn op‐
geslagen. Druk op Z en spreek met
een adviseur of log in bij uw account
als u accountinformatie wilt verande‐
ren.
Als de OnStar-service voor een an‐
dere auto moet worden gebruikt, druk
dan op Z en vraag of de account op
de nieuwe auto kan worden overge‐
dragen.
Let op
Informeer OnStar onmiddellijk over
de wijzigingen als de auto wordt af‐
gevoerd, verkocht of anderszins
overgedragen en beëindig de On‐
Star-service voor deze auto.
Voertuiglocatie
De voertuiglocatie wordt aan OnStar
doorgegeven wanneer er een service wordt verzocht of getriggerd. Een be‐
richt op het Info-Display geeft door
dat deze informatie is verzonden.
Page 129 of 259

Verlichting127AchteruitrijfunctieWanneer u de achteruitversnelling in‐ schakelt terwijl het dimlicht brandt,
worden beide afslaglichten geacti‐
veerd. Deze blijven 20 seconden
branden nadat u de auto uit de ach‐
teruitversnelling hebt gezet of tot u
sneller dan 17 km/u vooruitrijdt.
Alarmknipperlichten
Om in te schakelen ¨ indrukken.
De alarmlichten worden automatisch
ingeschakeld wanneer de airbags bij
een ongeval in werking treden.
Richtingaanwijzershendel omhoog:rechter richting‐
aanwijzerhendel omlaag:linker richtingaan‐
wijzer
Als de hendel voorbij het weerstands‐
punt wordt geduwd, blijft de richting‐
aanwijzer ingeschakeld. Bij het terug‐ draaien van het stuurwiel gaat derichtingaanwijzer automatisch uit.
Om driemaal te knipperen, bijv. om
van rijstrook te wisselen, de hendel
tot tegen het weerstandspunt duwen
en loslaten.
Is er een aanhanger aangesloten,
knippert de richtingaanwijzer
zes keer en de toonfrequentie veran‐
dert wanneer u de hendel tot tegen
het weerstandspunt duwt en vervol‐
gens loslaat.
Voor langer richting aanwijzen de
hendel tot tegen het weerstandspunt
duwen en vasthouden.
Schakel de richtingaanwijzer hand‐
matig uit door de hendel in de oor‐
spronkelijke stand te zetten.
Mistlampen voor
Om in te schakelen > indrukken.
Page 131 of 259

Verlichting129Binnenverlichting
Regelbare
instrumentenverlichting
Wanneer de rijverlichting aanstaat,
kunt u de lichtsterkte van de volgende lampen regelen:
● instrumentenverlichting
● Info-Display
● verlichte schakelaars en bedie‐ ningselementen
Aan het duimwiel A draaien totdat de
gewenste lichtsterkte verkregen is.
Bij modellen met een lichtsensor kan
de helderheid alleen worden versteld
als de rijverlichting aan is en de licht‐
sensor nachtzicht registreert.
Binnenverlichting
De voorste en achterste interieurver‐
lichting worden bij het in- en uitstap‐
pen vanzelf ingeschakeld en doven
met enige vertraging.
Let op
Bij een ongeval waarbij de airbags
geactiveerd worden gaat de vloer‐
verlichting automatisch aan.
Voorste interieurverlichtingBedien de wipschakelaar:w:automatisch in- en uit‐
schakelendruk op u:aandruk op v:uit
Achterste interieurverlichting
Brandt in combinatie met de voorste
interieurverlichting, afhankelijk van
de stand van de wipschakelaar.
Page 150 of 259

148Rijden en bedieningDe elektrische handrem is aan‐
getrokken wanneer controle‐
lamp m oplicht 3 97.
● Zet de motor af.
● Wanneer de auto vlak of op een
oplopende helling staat, dan
vóór het verwijderen van de
contactsleutel de eerste ver‐ snelling inschakelen of de keu‐
zehendel in stand P zetten. Op
een oplopende helling boven‐
dien de voorwielen van de
stoeprand wegdraaien.
Wanneer de auto op een aflo‐
pende helling staat, dan vóór
het verwijderen van de contact‐ sleutel de achteruitversnellinginschakelen of de keuzehendel
in stand P zetten. Bovendien de
voorwielen naar de stoeprand toedraaien.
● Sluit de ruiten.
● Trek de contactsleutel uit het contactslot. Stuurwiel ver‐
draaien totdat het stuurslot
merkbaar vergrendelt.Bij auto's met automatische
versnellingsbak kan de sleutel
alleen worden verwijderd met de keuzehendel in stand P.
Vergrendel de auto en activeer het
alarmsysteem.
Let op
Bij een ongeval waarbij airbags wor‐
den geactiveerd, wordt de motor au‐ tomatisch uitgeschakeld als het
voertuig binnen een bepaalde tijd tot
stilstand komt.
Uitlaatgassen9 Gevaar
Motoruitlaatgassen bevatten het
giftige en bovendien kleur- en
geurloze koolmonoxide dat bij in‐
ademen levensgevaarlijk kan zijn.
Wanneer uitlaatgassen in de pas‐
sagiersruimte dringen, de ruiten openen. Oorzaak van de storing
door een werkplaats laten verhel‐
pen.
Niet met een geopende achterklep
rijden, aangezien er dan uitlaat‐
gassen de passagiersruimte bin‐
nen kunnen dringen.
Roetfilter
Het roetfilter verwijdert schadelijke
roetdeeltjes uit de uitlaatgassen. Het
systeem heeft een zelfreinigende
functie die tijdens het rijden automa‐
tisch wordt geactiveerd, zonder dat
hier een melding over verschijnt. Het
filter wordt geregenereerd door ach‐
tergebleven roetdeeltjes periodiek bij
een hoge temperatuur te verbranden.
Page 199 of 259

Verzorging van de auto197Nr.Stroomkring1Startmotor2–3Brandstoffilter/koelen4Claxon5Contact 306Motorregelmodule/transmissie‐
regelmodule7Mistlamp8Motorkoeling9Motorkoeling10Vacuümpomp11Contact/voorverwarming12Koplampverstelling13Airconditioning/contact 1514Transmissieregelmodule15Grootlicht rechts16Grootlicht links17Motorregelmodule18Motorregelmodule/contact 1519AirbagNr.Stroomkring20Motorregelmodule21Motorregelmodule/contact 87Nr.Stroomkring22Elektrische handrem23Bandenreparatieset24Brandstofpomp25ABS26Verwarmbare achterruit27ABS28Aanjager29Aansteker30Airconditioning31Elektrische voorruit, links32Elektrische voorruit, rechts33Spiegelverwarming34ABS35Airbag
Page 254 of 259

252TrefwoordenlijstAAanbevolen vloeistoffen en smeermiddelen ..............228, 232
Aanduidingen op banden ..........201
Aanhangerkoppeling ..................171
Aanhanger trekken ....................172
Aansteker .................................... 89
Accessoires en modificaties van auto ........................................ 177
Accu ........................................... 182
Accu, starthulp gebruiken ...........219
Achterdeuren ............................... 26
Achterklep..................................... 26 Achterlichten .............................. 190
Achterruitverwarming ................... 33
Achteruitkijkcamera ...................162
Achteruitrijlichten .......................128
Actieve hoofdsteunen ..................36
Adaptief remlicht .........................154
Adaptief rijlicht (AFL) .........126, 187
Adaptive Forward Lighting .........101
Afmetingen auto ........................239
Afstandsbediening ........................20
Airbag deactiveren ....................... 54
Airbag-deactivering ...................... 96
Airbag en gordelspanners ...........96
Airbaglabel.................................... 49
Airbagsysteem ............................. 49
Airconditioning ........................... 133Airconditioning regelmatig
aanzetten ............................... 141
Alarmknipperlichten ...................127
Algemene informatie .................. 171
Algemene richtlijnen voor het rijden ....................................... 142
Andere auto slepen ...................222
Antiblokkeersysteem .................154
Antiblokkeersysteem (ABS) .........98
Anti-vries..................................... 180
Armsteun ................................ 40, 44
Armsteun met opbergruimte ........64
Asbakken ..................................... 89
Autogegevens ............................ 232
Autokrik....................................... 200
Automatische dimfunctie .............30
Automatische verlichting ............ 124
Automatische versnellingsbak ...150
Automatisch vergrendelen ...24, 101
Auto ontgrendelen .........................6
Auto slepen ................................ 221
Auto stallen ................................. 177
Autostop ..................................... 145
B Bagageruimte ........................ 26, 74
Bagageruimte-afdekking .............75
Banden- en wielmaat, verwisselen ............................. 207
Bandenreparatieset ...................208
Page 255 of 259

253Bandenspanning .......................202
Bandenspanningscontrolesys‐ teem ................................ 100, 203
Bandenspanningswaarden ........241
Batterijspanning .........................111
Bedieningsorganen ......................83
Bekerhouders .............................. 62
Bekleding .................................... 225
Beladingsinformatie .....................80
Beslagen lampglazen ................128
Bestuurdersondersteuningssys‐ temen ...................................... 158
Beveiliging van de auto ................27
Binnenspiegels ............................. 30
Binnenverlichting ...............129, 194
Bochtverlichting .......................... 126
Bolle vorm .................................... 29
Boordgereedschap .....................200
Boordinformatie .........................108
Brandstof .................................... 164
Brandstofkeuzeschakelaar ..........91
Brandstofmeter ............................ 90
Brandstofverbruik - CO 2-uitstoot 170
Brandstof voor benzinemotoren 164
Brandstof voor dieselmotoren ...164
Brandstof voor rijden op LPG .....164
Buitenspiegels .............................. 29
Buitentemperatuur .......................86
Buitenverlichting .........................123C
Car Pass ...................................... 20
Centrale vergrendeling ................22
Claxon ................................... 13, 84
Code ........................................... 108
Conformiteitsverklaring ...............243
Contactslotstanden ....................143
Controlelampen ......................89, 92
Controle over de auto ................142
Controles .................................... 178
Cruise control ....................101, 158
D Dagrijlicht ............................ 124, 126
Dagteller ...................................... 90
Dak ............................................... 34
Dakbelasting ................................. 80
Dakdrager .................................... 80
Dashboard .................................... 10
Detectiesystemen .......................159
Diefstalalarmsysteem ..................27
Dieselbrandstofsysteem ontluchten .............................. 184
Dimlicht of grootlicht ...........123, 125
Draagsysteem achterzijde ............65
Driepuntsgordel ........................... 47
Driver Information Center ...........102
E Eerste hulp ................................... 79
Elektrisch bediende ruiten ...........31Elektrische aansluitingen .............88
Elektrische handrem .............98, 155
Elektrische handrem defect ..........98
Elektrische verstelling ..................29
Elektrisch systeem...................... 195
Elektronische hulpsystemen bij het rijden ................................. 156
Elektronische rijprogramma’s ....152
Elektronische stabiliteitsregeling en Traction
Control ...................................... 99
Elektronische stabiliteitsregeling (ESC) ...................................... 157
Elektronische stabiliteitsregeling UIT ..............99
Elektronisch klimaatregelsysteem ..............135
Erkenning van software ..............245
Event Data Recorders (EDR) .....249
F
Fietsendrager ............................... 65
Flex-Fix-systeem .......................... 65
Frontaal airbagsysteem ...............52
G Gebruik van deze handleiding .......3
Geluidssignalen .........................110
Gereedschap ............................. 200
Gevaar, Waarschuwing en Voorzichtig ................................. 4
Page 256 of 259

254Gevarendriehoek .........................79
Gloeilamp vervangen ................185
Gordels ......................................... 46
Gordelverklikker ........................... 96
Gordijnairbagsysteem .................. 54
Graphic-Info-Display, Color-Info-Display ...................105
Grootlicht ........................... 101, 125
H Halogeenkoplampen .................185
Handbediende ruiten ...................31
Handgeschakelde versnellingsbak ......................153
Handmatige dimfunctie ................30
Handmatige modus ...................151
Handrem ............................. 154, 155
Handschoenenkastje ...................62
Handzender ................................. 20
Hellingrem ................................. 156
Hoofdsteunen .............................. 35
Hoofdsteunverstelling ....................8
Hulpverwarming ......................... 139
I
Inbouwposities kinderveilig‐ heidssystemen ......................... 58
Info-Displays ............................... 102
Inhouden ................................... 240
Inklapbare spiegels .....................29
Inleiding ......................................... 3Instapverlichting ......................... 130
Instrumentengroep ......................89
Instrumentenverlichting .............194
Interieurverlichting ......................129
Isofix-kinderveiligheidssystemen ..61
K Katalysator ................................. 149
Kentekenverlichting ...................194
Keuzehendel ............................. 150
Kilometerteller .............................. 90
Kindersloten ................................. 25 Kinderveiligheids-systemen ..........56
Klimaatregeling ............................ 15
Klimaatregeling, onderhoud .......141
Klimaatregelsystemen ................132
Klok............................................... 87
Knoppen op stuurwiel ...................83
Koelvloeistof .............................. 180
Koelvloeistof en antivries ............228
Koelvloeistoftemperatuurmeter ....91
Kogelstang.................................. 172
Koplampinstelling in het buitenland .............................. 125
Koplampverstelling ....................125
L
Laadsysteem ............................... 97
Lampenkappen, beslagen ..........128
Leeslampen ............................... 130
Lekke band ................................. 214Lichtschakelaar .......................... 123
Lichtsignaal ................................ 125
Luchtinlaat ................................. 140
M
Meters........................................... 89
Midlevel-display .......................... 102
Mistachterlicht ............................ 101
Mistachterlichten ........................ 128
Mistlamp .................................... 101
Mistlampen .................127, 128, 189
Mistlampen voor ........................127
Motorgegevens .......................... 235
Motor-ID...................................... 231
Motorkap .................................... 178
Motorolie .................... 179, 228, 232
Motoroliedruk ............................. 100
Motor starten ............................. 144
Motorvermogen verminderd ......101
N Nieuwe auto inrijden ..................143
O
Octaangetal ................................ 235
Olie ............................................. 179
Oliedruk ...................................... 100
Olie, motor .......................... 228, 232
OnStar ........................................ 118
Ontlaadbeveiliging accu ............131
Opbergruimte................................ 62