stop start OPEL MOKKA 2014 Gebruikershandleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: OPEL, Model Year: 2014, Model line: MOKKA, Model: OPEL MOKKA 2014Pages: 225, PDF Size: 5.96 MB
Page 184 of 225

182Verzorging van de auto
De bestuurder is verantwoordelijk
voor het juist instellen van de ban‐
denspanning.9 Waarschuwing
Een te lage bandenspanning kan
aanleiding geven tot oververhitting van de banden en interne bescha‐
digingen, wat bij hoge snelheden
loslatende loopvlakken en zelfs
klapbanden kan veroorzaken.
Bandenspanningscontro‐
lesysteem Het bandenspanningscontrolesys‐
teem (TPMS) gebruikt radiografische
en sensortechnologie ter controle van
de bandenspanningswaarden.
Alle wielen moeten zijn voorzien van
een druksensor en de banden moe‐
ten de voorgeschreven bandenspan‐
ning hebben.
De sensoren van het TPMS controle‐
ren de spanningswaarden van de
banden en verzenden de meetwaar‐
den naar een ontvanger in de auto.
Elke band, ook de reserve, moet koud
en op de spanning zoals aanbevolen
op het etiket bandenspanning maan‐
delijks worden gecontroleerd.
Controlelamp w gaat branden wan‐
neer de bandenspanning van een of
meer banden veel te laag is.
Controleer de bandenspanning zo
snel mogelijk en pomp ze op de juiste spanning.
Wanneer het systeem een storing de‐
tecteert, knippert w ongeveer
een minuut en blijft dan ononderbro‐
ken branden. Voor de duur van de
storing wordt deze reeks bij elke keer opnieuw starten doorlopen.
Als w brandt, is het systeem wellicht
niet naar behoren in staat om een te
lage bandenspanning te detecteren
of te signaleren.
Werking van
bandenspanningscontrole
Het TPMS waarschuwt de bestuur‐
ders wanneer de bandenspanning te
laag is. Op elke set band en wiel, be‐
halve de/het reserveband en -wiel,
zijn TPMS-sensoren gemonteerd. Desensoren van het TPMS controleren
de spanningswaarden van de banden
en verzenden de meetwaarden naar
een ontvanger in de auto.
Bij het detecteren van een te lage
bandenspanning licht w op. Stop bij
de eerstvolgende gelegenheid en
breng de banden op de aanbevolen
bandenspanning 3 181.
Ook ziet u een waarschuwingstekst of
waarschuwingscode op het Driver In‐
formation Center 3 97.
Page 223 of 225

221
RRadiofrequentie-identificatie (RFID) ..................................... 217
Regelbare instrumentenverlichting ...........114
Registreren van autogegevens en privacy ................................ 216
Remassistentie .......................... 138
Rem- en koppelingssysteem .......87
Rem- en koppelingsvloeistof ......202
Remmen ............................ 137, 165
Remvloeistof .............................. 165
Reservewiel ............................... 192
Richtingaanwijzer ........................86
Richtingaanwijzers ..................... 113
Richtingaanwijzers vooraan ......171
Roetfilter ............................... 89, 131
Ruiten ........................................... 30
Rijgedrag en aanhangertips ......158
Rijregelsystemen ........................138
Rijverlichting .......................... 12, 90
S Service ....................................... 124Service-display ............................ 83
Service-indicatie ..........................87
Service-informatie ...................... 201
Sjorogen ...................................... 72
Sleutel, opgeslagen instellingen ...22Sleutels ........................................ 20
Sleutels, sloten ............................. 20
Sneeuwkettingen .......................186
Snelheidsbegrenzer ...................142
Snelheidsmeter ............................ 81
Spiegelverstelling ..........................8
Sproeiervloeistof ........................164
Startbeveiliging ......................28, 90
Starten en bedienen ...................126
Starthulp gebruiken ...................194
Stoelpositie .................................. 36
Stoelverstelling ........................6, 37
Stop/Start-systeem .....................128
Storing ....................................... 134
Storingsindicatielamp ..................87
Stroomonderbreking ..................134
Sturen ......................................... 125
Stuurbedieningsknoppen .............75
Stuurbekrachtiging........................ 88
Stuurwiel instellen .......................... 9
Stuurwielverstelling ...................... 75
Symbolen ....................................... 4
Systeem voor gecontroleerde afdaling ............................ 88, 140
T
Tanken ....................................... 156
Te laag brandstofpeil ...................90
Toerenteller ................................. 82
Top-Tether-bevestigingsogen ......55Traction Control .........................138
Traction Control-systeem UIT....... 89 Trekken............................... 158, 195
Trekstang.................................... 158
Tripcomputer ............................... 99
Typeplaatje ................................ 204
U Uitlaatgassen ............................. 131
Uitrol-brandstofafsluiter .............127
Uitstapverlichting .......................116
Ultrasoonparkeerhulp ..................88
Uw autogegevens ..........................3
V Van banden- en velgmaat veranderen ............................. 185
Vaste luchtroosters ....................123
Veiligheidsgordel ...........................8
Veiligheidsgordels .......................40
Velgen en banden .....................180
Ventilatie ..................................... 118
Ventilatieopeningen ....................123
Verbanddoos ............................... 73
Vergrendelingssysteem ...............26
Verkeersbordherkenning ............150
Verlichting handschoenenkastje. 115
Verlichtingsfuncties..................... 116
Verlichting zonneklep ................115
Versnellingsbak ........................... 16