Verlichting OPEL MOKKA 2016 Gebruikershandleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: OPEL, Model Year: 2016, Model line: MOKKA, Model: OPEL MOKKA 2016Pages: 239, PDF Size: 6.55 MB
Page 170 of 239

168Verzorging van de autoVerzorging van de
autoAlgemene informatie ..................169
Accessoires en modificaties van auto ........................................ 169
Auto stallen .............................. 169
Verwerking van sloopauto .......169
Controle van de auto .................170
Werkzaamheden uitvoeren .....170
Motorkap ................................. 170
Motorolie .................................. 171
Koelvloeistof ............................ 172
Stuurbekrachtigingsvloeistof ...173
Sproeiervloeistof ......................173
Remmen .................................. 174
Remvloeistof ............................ 174
Accu ........................................ 174
Dieselbrandstofsysteem ontluchten ............................... 176
Wisserblad vervangen .............176
Gloeilamp vervangen .................177
Halogeenkoplampen ...............177
Xenonkoplampen ....................179
Mistlampen .............................. 180
Richtingaanwijzers vooraan ....180
Achterlichten ............................ 181Zijrichtingaanwijzers ................182
Derde remlicht ......................... 182
Kentekenverlichting .................183
Binnenverlichting .....................183
Elektrisch systeem .....................184
Zekeringen .............................. 184
Zekeringenkast in motorruimte 184
Zekeringenkast instrumentenpaneel ................186
Zekeringenkast in bagageruimte ......................... 187
Boordgereedschap ....................189
Gereedschap ........................... 189
Velgen en banden .....................189
Winterbanden .......................... 189
Aanduidingen op banden ........190
Bandenspanning .....................190
Bandenspanningscontrolesys‐ teem ....................................... 191
Profieldiepte ............................ 195
Van banden- en velgmaat veranderen ............................. 195
Wieldoppen ............................. 195
Sneeuwkettingen .....................196
Bandenreparatieset .................197
Wiel verwisselen ......................200
Reservewiel ............................. 202
Starthulp gebruiken ...................204Trekken...................................... 206
Auto slepen ............................. 206
Andere auto slepen .................207
Verzorging van uiterlijk ..............208
Verzorging exterieur ................208
Verzorging interieur .................210
Page 181 of 239

Verzorging van de auto179
4. Gloeilamp uit fitting nemen.
5. Nieuwe gloeilamp plaatsen.
6. Stekker aan gloeilamp bevesti‐ gen.
7. Steek de fitting in de reflector.
8. Plaats het geheel terug.
Xenonkoplampen
9 Gevaar
Xenonkoplampen werken met een
zeer hoge elektrische spanning.
Niet aanraken. Gloeilampen door
een werkplaats laten vervangen.
Bochtverlichting
1. Verwijder de beschermhoes.
2. Trek de fitting eruit.
3. Verwijder de gloeilamp uit de fit‐ ting en vervang de lamp.
4. Bij het aanbrengen van de nieuwe
gloeilamp de lipjes in de uitsparin‐ gen van het reflectorhuis steken.
5. Plaats de koplampeenheid terug.
6. Koplampafdekking aanbrengen en vastdraaien.
Page 185 of 239

Verzorging van de auto183Kentekenverlichting
1. Verlichting met schroevendraaierloswerken.
2. Lamphuis naar beneden toe ver‐ wijderen, hierbij niet aan de kabel
trekken.
Lamphouder linksom losdraaien.
3. Gloeilamp uit lamphouder nemen en nieuwe gloeilamp plaatsen.
4. Lamphouder in lamphuis plaatsen
en rechtsom draaien.
5. Lamphouder aanbrengen en met een schroevendraaier vast‐
draaien.
Binnenverlichting
Instapverlichting 1. Demonteer deze door de andere kant van de lichtschakelaar met
een platte schroevendraaier los te
wrikken.
2. Verwijder de gloeilamp.
3. Vervang de gloeilamp.
4. Plaats de lampeenheid terug.
Bagageruimteverlichting
1. Verlichting met schroevendraaier loswerken.
2. Lamp verwijderen.
3. Nieuwe gloeilamp plaatsen.
4. Verlichting monteren.
Page 211 of 239

Verzorging van de auto209Daarna de auto grondig afspoelen en
afzemen. Zeemlap vaak uitspoelen.
Voor de carrosserie en de ruiten ver‐
schillende zeemlappen gebruiken:
wasresten op de ruiten belemmeren
het zicht.
Teervlekken niet met harde voorwer‐
pen verwijderen. Op gelakte opper‐
vlakken een spray voor het verwijde‐
ren van teervlekken gebruiken.
Rijverlichting
De glazen van de koplampen en de
andere lampen zijn gemaakt van
kunststof. Geen schurende, bijtende
of agressieve middelen of ijskrabbers
gebruiken en ze niet droog reinigen.
Polijsten en in de was zetten
Zet de auto regelmatig in de was (ui‐ terlijk wanneer het water geen drup‐
peltjes meer vormt). Anders zal het
lakwerk uitdrogen.
Polijsten is alleen nodig als de laklaag mat geworden is of aanslag vertoont.
Autopolish met siliconen vormt een
vuilwerende laag, waardoor in de was
zetten overbodig is.Kunststof carrosseriedelen mogen niet met autowas of polijstmiddelen
worden behandeld.
Ruiten en ruitenwisserbladen
Een zachte, pluisvrije doek of een
zeemleer en een ruitenreiniger en in‐
sectenverwijderaar gebruiken.
Wrijf bij het reinigen van de achterruit van de binnenkant altijd parallel aan
het verwarmingselement om schade
te voorkomen.
Om handmatig ijs te verwijderen, een ijskrabber met een scherpe rand ge‐
bruiken. Ijskrabber stevig tegen de
ruit drukken, zodat er geen vuil onder de krabber kan komen en er geen
krassen op de ruit worden gemaakt.
Wisserbladen die strepen trekken,
met een zachte doek en een ruiten‐
reiniger reinigen.
Verwijder achtergebleven vuil van
wisserbladen die strepen op de ruit
veroorzaken, met een zachte doek en
ruitenreiniger. Zorg dat u ook achter‐
gebleven was, insecten en dergelijke
van de ruit verwijdert.IJs, verontreiniging en continu vegen
op droge ruiten beschadigen of ver‐
nietigen zelfs de wisserbladen.
Velgen en banden
Niet schoonmaken met hogedrukrei‐
nigers.
Velgen met een pH-neutrale velgen‐
reiniger reinigen.
Velgen zijn gelakt en kunnen met de‐
zelfde middelen worden behandeld
als de carrosserie.
Lakschade Geringe lakschade voordat er roest‐vorming optreedt met een lakstift her‐
stellen. Grotere lakschade of roest‐
vorming door een werkplaats laten
herstellen.
Onderstel
Sommige delen van de bodemplaat zijn voorzien van een beschermende
pvc-laag, terwijl er op andere delen
een duurzame beschermende was‐
laag is aangebracht.
Page 234 of 239

232TrefwoordenlijstAAanbevolen vloeistoffen en smeermiddelen ..............213, 217
Aanduidingen op banden ..........190
Aanhanger trekken ....................164
Accessoires en modificaties van auto ........................................ 169
Accu ........................................... 174
Achterlichten .............................. 181
Achterruitverwarming ................... 32
Achteruitkijkcamera ...................150
Achteruitrijlichten .......................115
Adaptief rijlicht (AFL) .................112
Adaptive Forward Lighting ...........88
Afmetingen auto ........................222
Airbag deactiveren ....................... 47 Airbag-deactivering ...................... 84
Airbag en gordelspanners ...........84
Airbaglabel.................................... 42
Airbagsysteem ............................. 42
Airconditioning ........................... 120
Airconditioning regelmatig aanzetten ............................... 126
Alarmknipperlichten ...................114
Algemene informatie .................. 163
Algemene richtlijnen voor het rijden ....................................... 128
All-wheel drive ........................... 139
Andere auto slepen ...................207
Antiblokkeersysteem .................139Antiblokkeersysteem (ABS) .........85
Autogegevens ............................ 217
Autokrik....................................... 189
Automatische dimfunctie .............29
Automatische verlichting ............ 110
Automatische versnellingsbak ...135
Automatisch vergrendelen ...........23
Auto ontgrendelen .........................6
Auto slepen ................................ 206
Auto stallen ................................. 169
B Bagageruimte ........................ 24, 66
Bagageruimte-afdekking .............67
Bandenreparatieset ...................197
Bandenspanning .......................190
Bandenspanningscontrolesys‐ teem .................................. 87, 191
Bandenspanningswaarden ........225
Batterijspanning ........................... 97
Bedieningsorganen ......................72
Bekerhouders .............................. 55
Bekleding .................................... 210
Beladingsinformatie .....................69
Beslagen lampglazen ................116
Bestuurdersondersteuningssys‐ temen ...................................... 144
Beveiliging van de auto ................25
Binnenspiegels ............................. 29
Binnenverlichting ...............116, 183
Page 235 of 239

233Bolle vorm .................................... 28
Boordgereedschap .....................189
Boordinformatie ........................... 95
Brandstof .................................... 157
Brandstofkeuzeschakelaar ..........79
Brandstofmeter ............................ 79
Brandstofverbruik - CO 2-uitstoot. 163
Brandstof voor benzinemotoren 157
Brandstof voor dieselmotoren ...157
Brandstof voor rijden op LPG .....157
Buitenspiegels .............................. 28
Buitentemperatuur .......................75
Buitenverlichting .........................109
C Centrale vergrendeling ................21
Claxon ................................... 13, 73
Code ............................................. 95
Conformiteitsverklaring ...............226
Contactslotstanden ....................129
Controlelampen ......................78, 81
Controle over de auto ................128
Controles .................................... 170
Cruise control ...................... 89, 144
D
Dagrijlicht ................................... 112
Dagteller ...................................... 78
Dak ............................................... 32
Dakbelasting ................................. 69
Dakdrager .................................... 69De belangrijkste informatie voor
uw eerste rit................................. 6
Derde remlicht ........................... 182
Diefstalalarmsysteem ..................26
Dieselbrandstofsysteem ontluchten .............................. 176
Draagsysteem achterzijde ............56
Driepuntsgordel ........................... 40
Driver Information Center .............89
E Elektrisch bediende ruiten ...........30
Elektrische aansluitingen .............77
Elektrische verstelling ..................28
Elektrisch systeem...................... 184
Elektronische rijprogramma's ....137
Elektronische stabiliteitsregeling en Traction Control-systeem .....86
Elektronische stabiliteitsregeling (ESC) ...................................... 142
Elektronische stabiliteitsregeling UIT ...............86
Elektronisch klimaatregelsysteem ..............121
Erkenning van software ..............227
Event Data Recorders (EDR) .....229
F
Fietsendrager ............................... 56
Flex-Fix-systeem .......................... 56Frontaal airbagsysteem ...............45
Frontaanrijdingswaarschuwing ...146
G Gebruik van deze handleiding .......3
Geluidssignalen ........................... 96
Gereedschap ............................. 189
Gevaar, Waarschuwing en Voorzichtig ................................. 4
Gevarendriehoek .........................68
Gloeilamp vervangen ................177
Gordelverklikker ........................... 84
Gordijnairbagsysteem .................. 46
Graphic-Info-Display, Color-Info-Display .....................93
Grootlicht ............................. 88, 110
H Halogeenkoplampen .................177
Handbediende ruiten ...................30
Handgeschakelde versnellingsbak ......................138
Handmatige dimfunctie ................29
Handmatige modus ...................136
Handrem ............................. 139, 140
Handschoenenkastje ...................55
Handzender ................................. 20
Hellingrem ................................. 141
Hoofdsteunen .............................. 34
Hoofdsteunverstelling ....................8
Hulpverwarming.......................... 124
Page 236 of 239

234I
Inbouwposities kinderveilig‐ heidssystemen ......................... 49
Info-Displays ................................. 89
Inhouden ................................... 224
Inklapbare spiegels .....................28
Inleiding ......................................... 3
Instapverlichting ......................... 117 Interieurverlichting ......................116
ISOFIX- kinderveiligheidssystemen ........52
K Katalysator ................................. 134
Kentekenverlichting ...................183
Keuzehendel ............................. 135
Kilometerteller .............................. 78
Kindersloten ................................. 24 Kinderveiligheids-systemen ..........48
Klimaatregeling ............................ 15
Klimaatregelsystemen ................119
Klok .............................................. 76
Koelvloeistof .............................. 172
Koelvloeistof en antivries ............213
Koelvloeistoftemperatuurmeter ...80
Koplampinstelling in het buitenland .............................. 111
Koplampverstelling ....................111L
Laadsysteem ............................... 84
Lane Departure Warning ......86, 155
Leeslampen ............................... 117
Lekke band ................................. 200
Lichtschakelaar .......................... 109 Lichtsignaal ................................ 111
Luchtinlaat ................................. 125
M Meters........................................... 78Mistachterlicht ...................... 89, 115
Mistlamp ...................................... 89
Mistlampen ................................ 180
Mistlampen voor ........................115
Motorgegevens .......................... 220
Motor-ID...................................... 216
Motorkap .................................... 170
Motorkap open.............................. 89
Motorolie .................... 171, 213, 217
Motoroliedruk ............................... 87
Motor starten ............................. 129
N Nieuwe auto inrijden ..................128
O Obstakeldetectiesystemen .........148
Olie, motor .......................... 213, 217
OnStar ........................................ 104
Ontlaadbeveiliging accu ............118Opbergvakken .............................. 54
Opbergvakken instrumentenpaneel ..................54
Opbergvak middenconsole ..........56
Opbergvak onder passagiersstoel 56
Opgeslagen instellingen ...............21
Opschakelen................................. 86
Overzicht instrumentenpaneel .....10
P Panne ......................................... 206
Parkeerhulp ............................... 148
Parkeren .............................. 18, 133
Park pilot met ultrasoonsensoren 148
Partikelfilter ................................. 133
Pedaal intrappen .......................... 85
Persoonlijke instellingen ............100
Pollenfilter .................................. 125
Portieren ....................................... 24
Portier open ................................. 89
Prestaties ................................... 221
Profieldiepte ............................... 195
R Radiofrequentie-identificatie (RFID) ..................................... 230
Regelbare instrumentenverlichting ...........116
Registreren van autogegevens en privacy ................................ 229
Remassistentie .......................... 140
Page 237 of 239

235Rem- en koppelingssysteem .......85
Rem- en koppelingsvloeistof ......213
Remmen ............................ 139, 174
Remvloeistof .............................. 174
Reparatie ongevalschade ...........227
Reservewiel ............................... 202
Richtingaanwijzer ........................83
Richtingaanwijzers ..................... 115
Richtingaanwijzers vooraan ......180
Roetfilter ............................... 87, 133
Ruiten ........................................... 30
Rijgedrag en aanhangertips ......164
Rijregelsystemen ........................141
Rijverlichting .......................... 12, 88
S Service ....................................... 126
Service-display ............................ 80
Service-indicatie .......................... 85
Service-informatie ...................... 212
Sjorogen ...................................... 68
Sleutel, opgeslagen instellingen ...21
Sleutels ........................................ 19
Sleutels, sloten ............................. 19
Sneeuwkettingen .......................196
Snelheidsbegrenzer ...................145
Snelheidsmeter ............................ 78
Spiegelverstelling ..........................8
Sproeiervloeistof ........................173
Startbeveiliging ......................27, 88Starten en bedienen ...................128
Starthulp gebruiken ...................204
Stoelpositie .................................. 35
Stoelverstelling ........................6, 36
Stoelverwarming ........................... 38
Stop/Start-systeem .....................130
Storing ....................................... 137
Storingsindicatielamp ..................85
Stroomonderbreking ..................137
Sturen ......................................... 128
Stuurbedieningsknoppen .............72
Stuurbekrachtiging........................ 86
Stuurbekrachtigingsvloeistof ......173
Stuurwiel instellen .......................... 9
Stuurwielverstelling ...................... 72
Symbolen ....................................... 4
Systeem voor gecontroleerde afdaling ............................ 86, 143
T
Tanken ....................................... 159
Te laag brandstofpeil ...................88
Toerenteller ................................. 79
Top-Tether-bevestigingsogen ......53
Traction Control .........................141
Traction Control-systeem UIT....... 87 Trekhaak .................................... 165
Trekken............................... 163, 206
Trekstang.................................... 163Tripcomputer ............................... 97
Typeplaatje ................................ 215
U Uitlaatgassen ............................. 133
Uitrol-brandstofafsluiter .............130
Uitstapverlichting .......................118
Ultrasoonparkeerhulp ..................86
Uw autogegevens ..........................3
V Van banden- en velgmaat veranderen ............................. 195
Vaste luchtroosters ....................125
Veiligheidsgordel ...........................8
Veiligheidsgordels .......................39
Velgen en banden .....................189
Ventilatie ..................................... 119
Ventilatieopeningen ....................124
Verbanddoos ............................... 69
Vergrendelingssysteem ...............25
Verkeersbordherkenning ............152
Verlichting handschoenenkastje. 117
Verlichtingsfuncties..................... 117
Verlichting zonneklep ................117
Versnellingsbak ........................... 16
Versnellingsbakdisplay ..............135
Verstelbare luchtroosters ........... 124
Vertraagde vergrendeling .............23
Verwarmde spiegels ....................29
Verwarmd stuurwiel .....................72